Oorlogje spelen

Een liefde die van meet af aan gedoemd is te mislukken en die twee mensen niettemin twintig jaar in de tang houdt, hoe noem je zoiets? Je zou het verhaal van Birgit Vanderbeke (1956) een tragikomedie kunnen noemen, maar voor de hoofdpersoon Alberta is het komische toch vooral een middel om aan het tragische weerstand te bieden. Zelf noemt zij die liefde die om de paar jaar hardnekkig terugkomt een sprinkhanenplaag. Drie keer wordt ze door de plaag geteisterd, in de loop van drie decennia. De eerste keer, begin jaren zeventig, was ze vijftien en zoenen goed tegen de Vietnamoorlog; jammer alleen dat Nadan, al ‘n stuk ouder, niet zoende. Zwijgend zat het tweetal een halve nacht op een omgevallen spar; in stilte gebeurde er van alles maar in feite niets.

Veertien jaar later, beiden hadden intussen los van elkaar al geprobeerd als volwassenen te leven, besloten ze er samen vandoor te gaan, wat op zich al raar was omdat er geen enkel obstakel was - hooguit zij zelf. Toen ze op weg waren naar Frankrijk bleek de autobaan versperd en moesten ze nog in Duitsland een hotel nemen. De een ergerde zich aan de migraine, het gegorgel en de verkeerde stropdas van de ander, de ander aan de winterjas en het gehoest van de een. Dus ging de astrofysicus Nadan voor een tijd naar Arizona en de vertaalster Alberta naar Lyon. Daar eindigt het verhaal dat geschreven blijkt door een andere vrouw, die met man en dochter bij schoonouders in Zuid-Frankrijk leeft. Als zij het aan haar man laat lezen, noemt deze het een boosaardig verhaal, bovendien is het volgens hem nog lang niet af: ‘Het klonk alsof Jean-Philippe meer over dat verhaal wist dan ik. En het klonk ook onverzoenlijk. Het was die toon waarop een man praat als hij een vrouw de oorlog verklaart.’ Door de kieren van een ironisch vertelde liefdesgeschiedenis begint de lezer glimpen op te vangen van een strategie in de aloude battle of the sexes. De vertelster blijkt het vervolg van haar Alberta-verhaal te gebruiken als een wendbaar wapen in de, alleen maar aangeduide, strijd met haar man. Geestig en een beetje wrang is het slothoofdstuk, waarin zij Alberta een minnaar laat ontvangen. Dat is Nadan, die zich na twintig jaar op het antwoordapparaat meldt. Hun ontmoeting moet wel mislukken: als Alberta bij de voorbereidingen van het dineetje bij zichzelf overlegt welke zinnen ze zal moeten vermijden, blijft er niets over dat niet gevaarlijk is. Nadan, die in al die jaren geen zier veranderd is, wil iets voortzetten, hoewel hij thuis een hoogzwangere vrouw heeft zitten, maar Alberta, nauwelijks meer van de vertelster te onderscheiden, wijst zijn toenaderingen af en verhindert zodoende dat hij alsnog zijn mannetjeswens van een dubbelleven - Vanderbeke is niet helemaal vies van clichés - ten uitvoer brengt. Het is opletten met dit boek, juist omdat het zo licht en eenvoudig lijkt: het is net iets meer dan een modieus relatieverhaal. Vanderbeke maakt zich ook niet, zoals in dit genre gebruikelijk, vrolijk ten koste van haar personages, het verhaal is eerder sarcastisch dan ironisch. Het gaat uiteindelijk om een echte oorlog.