Oorlogje spelen

Manfred Gregor
De brug
uit het Duits (Die Brücke, 1958) vertaald door Elly Schippers, Houtekiet, 221 blz., € 18,90

De roman van Manfred Gregor (1929) is net als Wiesels boek van 1958 en is eveneens geschreven met de blik van een zestienjarige – daar houdt elke vergelijking op. De brug is een oorlogsroman, die indertijd groot succes had en door Bernhard Wicki verfilmd is, maar niet eerder werd vertaald. Op 1 mei 1945 worden zeven schooljongens, die uit de klas zijn gehaald voor een opleiding Volkssturm van twee weken, bij een onbelangrijke brug over de Isar neergepoot om met wat schiettuig de Amerikanen tegen te houden. Een luitenant raadt hen aan naar huis te gaan, want alles is immers verloren. Meteen al in het begin smeert ’m de hun toegewezen sergeant, de volgende dito. Maar de komst van de generaal in eigen persoon sterkt hun moraal. Dan komen inderdaad de Amerikaanse tanks en de jongens houden ze tegen.

Dat lukt ze om de eenvoudige reden dat de soldaten op een militaire strategie rekenen en niet verdacht zijn op een ‘indianenhinderlaag’. De jongens spelen oorlogje volgens avonturenboeken. Niettemin schieten ze echt en sneuvelen ze, de een na de ander tot er één overblijft – voor de lezer is het een tijdlang raden wie van hen de overlevende en dus de schrijver zal zijn. Spannend dus, zoals de flap al zegt: ‘De lezer wordt mee in de actie gezogen en voelt de kogels langs zijn oren fluiten.’

Gelukkig is het boek voor een groot deel iets heel anders dan een heldenverhaal over generatiegenoten van Günter Grass. De jongens houden niet stand omdat ze in het nationaal-socialisme geloven, maar omdat ze geen lafaard willen zijn. Wanneer er nog drie in leven zijn is het hun eer te na dat hún brug bezwijkt. Van meet af aan had de generaal de zeven alleen nodig om een uur of twee respijt te krijgen. Dat ze kanonnenvoer zijn krijgen ze pas in de gaten wanneer de eerste Amerikaanse aanval is afgeslagen en Duitse soldaten springlading aanbrengen – ook dat laten ze niet toe, wat het ook kost.

Interessanter is dat Gregor van alle personen – de jongens, hun leraar en militaire superieuren – een portret geeft. In het levensverhaal van de afzonderlijke jongens komen vanzelf hun ouders aan bod. Dat geeft reliëf aan het verhaal. Dat de schrijver er zelf bij was wordt door hem enigszins gerelativeerd in zijn nawoord, waaruit blijkt dat het allemaal net iets anders afliep dan de roman vertelt. Het is geen grootse roman maar wel interessant, vooral door de stukjes Duitse levensgeschiedenis.