Ger Groot

Oorlogsdollar

Dat de gevolgen van de Amerikaanse terugtrekking uit Irak verschrikkelijk zullen zijn, staat vast. In Irak zelf zal de nu nog verhuld woedende burgeroorlog een ideaal oefenterrein vormen voor het terrorisme, waarvan Europa eerder dan de VS de gevolgen zal ondervinden.

Toch is het een illusie te denken dat de VS buiten schot zullen blijven terwijl zich in een ver en onbekend land een door de incompetentie van de eigen leiders veroorzaakte catastrofe afspeelt.

De directe verliezen die tijdens de Iraakse inval en bezetting zijn opgelopen spelen daarbij waarschijnlijk slechts een ondergeschikte rol. De pijn van de duizenden gesneuvelde en tienduizenden voor het leven getekende soldaten steekt diep, maar staat in geen verhouding tot het trauma dat in de jaren zeventig veroorzaakt werd door het fiasco in Vietnam.

Veel belangrijker is dat de Verenigde Staten internationaal gevoelig hebben ingeboet aan militair gezag. Het land, dat van zichzelf eiste drie oorlogen tegelijk te kunnen voeren, bleek niet eens tot twee in staat – en gezien de feitelijke verwaarlozing van Afghanistan zelfs niet tot één. Dat is binnenlands vernederend voor de nationale trots en buitengaats fnuikend voor de Amerikaanse machtspositie op alle vlakken. Zoals het drama in het voormalige Joegoslavië laat zien, zijn diplomatie en internationale politiek, als het er werkelijk op aankomt, niets zonder de impliciete dreiging van militaire macht. Zonder die laatste waren de VS even onmachtig geweest om de vrede af te dwingen als Europa bleek te zijn.

Zelfs de economische positie van de VS is afhankelijk van dit militaire overwicht. De kunstmatig hooggehouden koers van de dollar – en daarmee zijn rol als centrale munt in het internationale betalingsverkeer – is altijd hand in hand gegaan met de Amerikaanse rol als min of meer welwillende internationale politieman. Het monopolie van de dollar en het geweldsmonopolie van de VS vormden vijftig jaar lang de spil waaromheen de verhoudingen tussen de westerse landen (en als spin-off daarvan ook die van het Oostblok en de Derde Wereld) in het gareel werden gehouden.

Het is zeer de vraag of de rest van de (westerse) wereld nog lang bereid zal zijn voor dit monopolie te betalen, wanneer de VS niet in staat blijken hun militaire beloften van overwicht (noodzakelijk voor het mondiale _even_wicht) in te lossen. Het Amerikaanse leger lijkt weliswaar naar buiten toe oppermachtig, maar is intern bijna even verzwakt en gedemoraliseerd als het sovjetleger bleek op het moment van de ineenstorting van het systeem.

De oorzaken daarvan zijn legio, maar wijzen alle op een diepe malaise in de Amerikaanse samenleving zelf. Het volk als geheel blijkt niet bereid een militair apparaat in stand te houden dat doet wat het moet doen: sterven voor een politiek doel. Het laat die taak over aan marginale groepen die nauwelijks politiek relevant zijn. Dat heeft geleid tot een morele uitholling van de Amerikaanse strijdkrachten die medeverantwoordelijk is geweest voor het Iraakse fiasco.

Het technisch hoogwaardige maar personeel ondermaatse Amerikaanse leger wordt bovendien gehinderd door een civiele angst voor bloed. Het onaangename werk van de oorlog past niet goed bij het comfort van een welvaartsstaat. Ironisch genoeg steunt juist dat comfort op de militaire macht van het land. De chronische spilzucht van de Amerikaanse consument is mogelijk dankzij een sterke munt die door de landen van het Amerikaanse protectoraat (in de eerste plaats Europa) wordt bekostigd. Wederzijdse belangen smeedden beide continenten aan elkaar, met de stilzwijgende overeenkomst ter wille van het ene gebied een oogje toe te knijpen naar het andere.

Het fiasco in Vietnam maakte een einde aan de overeenkomsten van Bretton Woods, die de dollar verankerden in de Amerikaanse goudvoorraad. Het fiasco van Irak zou het definitieve einde van de dollar als mondiale munt kunnen betekenen. De euro zou die rol maar wat graag overnemen. Met het wegvallen van de noodzaak de dollar ‘in de lucht’ te houden, zouden echter ook de kapitaalstromen die de Amerikaanse economie tot nu toe hebben gevoed aanzienlijk teruglopen.

Daarmee zou zowel de Amerikaanse consument als de staat zich gedwongen zien de tering naar de nering te zetten en dat zal het Amerikaanse volksgevoel vermoedelijk dieper vernederen dan de militaire fiasco’s van de afgelopen decennia. De Amerikaanse droom en way of life zijn immers bij uitstek op het vermogen tot consumptie gebaseerd. Een aantasting daarvan zou niet minder zijn dan een nationaal trauma, waarvan de gevolgen moeilijk kunnen worden overzien. Een wrokkig volk is een onberekenbaar volk, weinig geneigd tot eerbiediging van de democratische regels.

De gevolgen van 11 september 2001 zijn daarvan alleen nog maar een voorproefje geweest.