Buitenland

Oorlogslessen

De herdenkingen afgelopen weekend op de Europese slagvelden waren indrukwekkend. In Parijs was de sfeer anders. Daar draaide het om het weer en theater. Het enige beeld van verzoening dat enigszins overeind bleef, was het knuffeltje van Merkel richting Macron. De komende maanden moeten duidelijk maken wat hun innige pose echt voorstelde.

Wie grote idealen als vrede, verzoening en Europese eenheid levend wil houden kan niet om de werkelijkheid heen. Want wanneer de verbinding tussen die idealen en het alledaagse leven onvoldoende tot stand komt, wordt alles mogelijk, en zullen feiten al snel verduisterd worden door beloftes en beschuldigingen. Dat is een pad dat Europa kent. De enige manier om daarvan weg te blijven is eerlijkheid over wat er daadwerkelijk gebeurt, en is gebeurd, ook al is dat minder fraai dan gewenst. Het is beter dan bluffen, wegkijken of doen alsof het anders is. Dit is misschien wel de belangrijkste politieke les van de Eerste Wereldoorlog.

Voor Merkel en Macron is de muntunie het brandpunt van de werkelijkheid. In het europroject zal de EU moeten bewijzen dat zij bestaansrecht heeft. Dat de geschiedenis van de muntunie intussen verduisterd raakt, geeft aan hoe urgent de politieke les van de Eerste Wereldoorlog is, juist hier.

Vanaf het moment waarop de gemeenschappelijke markt begon te functioneren, in 1958, werd het Europa van de integratie geteisterd door valutacrises. Op de financiële markten bleven de West-Europese economieën nu eenmaal appels en peren. Toenemende overschotten en competitiviteit in Noord-Europa veroorzaakten middelpuntvliedende krachten in de gemeenschappelijke markt. Fragiele eerste bouwwerken van Frans-Duitse verzoening werden erdoor in gevaar gebracht. Al in de jaren vijftig leidde dit tot blauwdrukken voor een Europese Centrale Bank ter nadere stabilisatie. Maar decennialang bleef het bij ad hoc crisismanagement. Dat crisismanagement werd steeds meer een bilaterale aangelegenheid tussen Frankrijk en Duitsland. Parijs vroeg om meer solidariteit (fondsen). Bonn wees dergelijke structurele fondsvorming van de hand, maar trad wel op als betaalmeester als de ernst van de valutacrisis de Europese samenwerking bedreigde. Dit met een beroep op Duitslands speciale verantwoordelijkheid voor Europese samenwerking. Dit was en is wat Frans-Duitse verzoening in de praktijk behelst.

François Mitterrand verafschuwde het ‘Europa van banken’

Intussen ging het zoeken naar betere oplossingen voor de kwetsbaarheid van de solidariteit op de markt door. Zo stelde Italië begin jaren zestig voor om het kapitaalverkeer in Europa te liberaliseren. Niemand kon beter uitleggen waarom dit een slecht idee was dan de toenmalige president van De Nederlandsche Bank, Marius Holtrop. Volgens hem ging het hier om de vraag of de mier uit La Fontaine’s fabel zijn voorraadschuur moest openen voor de krekel. Immers: vrijere handel in geld en leningen zou via de kapitaalmarkten onherroepelijk ook leiden tot vergemeenschappelijking van schulden. De lidstaten met een besparingsoverschot, die een lagere rente betaalden, waren de mier.

Maar Holtrop had gerekend buiten de verlokkingen van de commercie. Op de gemeenschappelijke markt kon spoedig niet alleen geld verdiend worden met handel in goederen, maar ook met lenen, verzekeren en financial engineering. Export- en transito-economieën als Duitsland en Nederland werden al snel de kampioenen van deze nieuwe (verpakkings)industrie.

De Noord-Europese scepsis tegen vrij kapitaalverkeer verdween. Hetzelfde gold voor historisch gewortelde angsten voor oncontroleerbare internationale kapitaalstromen die de nationale prijsstabiliteit zouden ondermijnen. Nederland en Duitsland bleken in de jaren tachtig zelfs bereid te praten over een muntunie, als de Europese kapitaalmarkten maar volledig geliberaliseerd zouden worden.

De (socialistische) Franse president François Mitterrand verafschuwde dit ‘Europa van banken’. Hij accepteerde het in ruil voor uitzicht op de ontmanteling van de D-mark, die hij wel ‘het nucleaire wapen van Duitsland’ noemde. Dit alles werd geregeld in het Verdrag van Maastricht, dat volgens Helmut Kohl de Europese integratie ‘onomkeerbaar’ maakte, juist dankzij de muntunie. Probleem daarbij: in plaats van met het ideaal van verzoening werd de euro verbonden met de kapitaalmarkten, waarvan de ‘disciplinerende werking’ een grap bleek.

Als de euroleiders van nu het serieus menen met de lessen van de Eerste Wereldoorlog moeten zij eerlijker worden over wat er gebeurt en is gebeurd in de muntunie.