Oorlogslogica

Albanië staat bekend als een land waar iedereen een geweer heeft (en dat ook gebruikt). Het eergevoel is er zo groot dat je om het minste of geringste een mes tussen je ribben krijgt. Een land waar voortdurend de anarchie op de loer ligt en de ‘besa’, de erecode, boven de wet geldt. Dat is zo in de algemene beeldvorming, en ook in de literatuur. De romans van Ismail Kadare (1936), onbetwist de belangrijkste Albanese schrijver en al jaren kandidaat voor de Nobelprijs, bevestigen dat beeld. In zijn zojuist in vertaling verschenen roman Een noodlottig diner verlustigt Kadare zich zelfs in die eigenschap, die regelmatig tot absurdistische taferelen leidt. Hij maakt er een grap van, een tragische slapstick. Dat levert een humoristisch boek op, dat tegelijk over een afschuwelijke periode in de Albanese geschiedenis gaat. 'Degenen die als vanouds dachten dat de Albanezen in het zicht van zo'n groot gevaar wel tot bezinning zouden komen en hun onderlinge vetes zouden laten rusten, kwamen bedrogen uit.’
Twee mannen met een identieke achternaam, Gurameto, en hetzelfde beroep, arts, staan model voor de verscheurdheid die Albanië in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog trof. Het was altijd al een land dat dan weer door de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, dan weer door de Bulgaren, en verder door alle mogelijke buurlanden werd belaagd en bezet. In 1939 werd het geannexeerd door Italië, het land waar Gurameto de Kleine zijn opleiding en beschaving vandaan heeft. Gurameto de Grote daarentegen is opgeleid in het land dat snel daarna de macht zal grijpen in Albanië: Duitsland. De twee zijn bekende figuren in de stad en worden door iedereen in de gaten gehouden. Zonder hun medeweten verkeren ze in voortdurende concurrentie: wie is het meest geliefd, wie het bekendst. Wie van de twee is de slimste en beste chirurg? Over wie worden op straat liedjes gezongen? De 'Italiaan’ of de 'Duitser’?
Decor van de roman, en meer dan dat, is de stad Gjirokastër, dicht bij de grens met Griekenland en geboorteplaats van zowel Ismail Kadare zelf als van Enver Hoxha, de communistische dictator van 1944 tot 1985, in de roman overigens consequent de Leider genoemd. Hoxha vestigde een bewind dat nu alleen vergelijkbaar is met dat in Noord-Korea: een land in totaal isolement en zonder enige vrijheid voor zijn burgers. Het mediterrane land van verhalen, mythen en oosterse invloeden heeft altijd bij wijze van spreken onder het oppervlakte van de communistische heilleer gelegen, en krijgt in Het noodlottig diner volop de ruimte. Dat is Kadare’s handelsmerk en maakt zijn romans zo aantrekkelijk.
Het diner zelf is een absurdistisch tafereel dat zo door W.F. Hermans verzonnen zou kunnen zijn. Gurameto de Grote ontvangt zijn oude studievriend Fritz, die nu aan het hoofd staat van de invallende Duitse krijgsmacht. Er is door de bewoners op de Duitsers geschoten, waardoor Fritz zint op wraak tegen de bevolking. Maar de muziek klinkt, het eten wordt opgediend, herinneringen worden opgehaald, sentimenten laaien op. Fritz laat in deze stemming van vriendschap en dronkenschap uiteindelijk de willekeurig krijgsgevangen gemaakte bewoners vrij, op voorspraak van Gurameto.
Dat komt de chirurg duur te staan, na de oorlog: samen met de andere Gurameto, hoewel die zelf niets verdachts gedaan lijkt te hebben, wordt hij gevangen gezet en gemarteld. Hem wordt een waanzinnig complot verweten, gericht tegen Hoxha’s boezemvriend Stalin, met cellen en tentakels over de hele wereld, tot in Israël toe. Het is een verwijzing naar het historische dokterscomplot. In 1953, niet lang voor zijn dood, 'ontdekte’ Stalin een samenzwering tegen zijn regime door vooral joodse artsen die hem uit de weg zouden willen ruimen. Het ging de geschiedenis in als een van de gewelddadigste antisemitische campagnes in de Sovjet-Unie. Als Stalin aankondigt op bezoek te komen in Gjirokastër lijkt Gurameto’s lot bezegeld.
De complottheorie vindt plaats als de gure tijden zijn aangebroken. De Koude Oorlog woedt volop ('zeker iets met eskimo’s ofzo’, denkt men in Gjirokastër). De communisten proberen de straatliedjes af te schaffen en de dames in de stad bij te brengen dat ze voortaan 'kameraden’ zijn. Maar daar blijken de dames niet tegen te kunnen: 'Eén voor één zegen de dames van de stad bij de fatale uitroep “kameraad!” als stervende zwanen ineen.’ De beschrijving van de flauwvallende dames is een van de passages in de roman waar de vertaler Roel Schuyt kan schitteren. Terecht ontving hij de Aleida Schotprijs 2011 voor zijn vertaling van De nieuwkomers van de Sloveen Lojze Kovacic.
Gurameto is een dubbelfiguur - letterlijk zelfs, want in de gevangenis zijn beide mannen aan elkaar vastgeketend - en Fritz lijkt ook wel een dubbelganger. Is hij Fritz wel? Alle waarheden zijn in oorlogstijd relatief, en die oorlogslogica zet zich voort als de communisten aan de macht komen. Is Gurameto een rechtgeaarde Albanees of een verrader? Heeft het diner eigenlijk ooit plaatsgevonden? Is er een waarheid om achter te kunnen komen?
Grote vragen, inderdaad, vergelijkbaar met de vragen die W.F. Hermans zich stelde in zijn romans, verpakt in een spannend verhaal en op lichte, ironische toon verteld.

ISMAIL KADARE
EEN NOODLOTTIG DINER
Uit het Albanees vertaald door Roel Schuyt,
Van Gennep, 240 blz., € 18,90