Oost-Timor herdenkt Sander Thoenes

Dili – Met een gespannen gezicht staat Florindo da Conceição Araujo tussen tientallen Timorezen en Nederlanders die zich hebben verzameld bij het bescheiden monumentje langs de drukke hoofdweg door Becora. ‘Het is heel belangrijk voor mij om hier te zijn’, zegt Araujo met een trieste blik. Voor het eerst is hij aanwezig bij de jaarlijkse herdenking bij het monument voor de Nederlandse journalist Sander Thoenes, die twintig jaar geleden op 21 september 1999 in deze wijk in de Oost-Timorese hoofdstad Dili werd vermoord.

Nadat wijkbestuurders, een frater en Araujo toespraken hebben gehouden en de Nederlandse activist Endie van Binsbergen over het leven van Thoenes heeft verteld, worden geurige boeketten op het monument gelegd en kaarsen aangestoken.

Thoenes kwam indertijd naar Oost-Timor om te berichten over de gebeurtenissen volgend op het historische referendum van 30 augustus 1999, toen de Oost-Timorezen voor onafhankelijkheid kozen. De uitslag maakte een einde aan 24 jaar Indonesische bezetting, die minstens honderdduizend Timorezen het leven kostte. De bezetter nam echter nog eenmaal wraak. Indonesische troepen en Oost-Timorese milities vermoordden zeker vijftienhonderd mensen, staken huizen in brand, verwoestten de infrastructuur en deporteerden een kwart van de bevolking.

Toen de multinationale troepenmacht Interfet op 20 september arriveerde om het Indonesische geweld te stoppen, stapte Araujo, die met zijn gezin naar de bergen was gevlucht, op zijn brommer om journalisten rond te rijden. Zo ontmoette hij Thoenes, die net was aangekomen. ‘Hij had zoveel energie en overtuigingskracht. Ondanks mijn bedenkingen wilde hij absoluut naar Becora’, vertelt Araujo met tranen in zijn ogen, na de herdenking. Opeens verschenen op de weg drie motoren met mannen die automatische geweren en de Indonesische vlag bij zich hadden en een stopteken maakten. ‘Ik riep tegen Sander: dit is niet goed!’, vertelt Araujo. Hun brommerwiel werd geraakt. Ze vielen. ‘Pak hem en dan vermoorden we hem’, hoorde Araujo de mannen zeggen.

De volgende dag werd het verminkte lichaam van Thoenes gevonden. De militairen die hem vermoordden, zijn nooit berecht. ‘Ze horen in de gevangenis’, stelt Araujo, die zwaar getraumatiseerd raakte. ‘Soms voelde ik me zo schuldig. Ik voel de pijn van Sanders familie’, vertelt Araujo. Op Allerzielen gaat Araujo met zijn gezin altijd naar het monument. ‘Maar ik ben ontstemd dat Sanders monument op de drukke stoep staat.’ Na een lobby van activisten hebben de autoriteiten en de kerk toegezegd het monument iets te verplaatsen.