Nederlandse VN-functionaris bakent voormalig koloniaal gebied af

Oost-Timor zoekt zijn grens

DILI – Op 20 mei ziet de jongste natie van de 21ste eeuw het daglicht. Oost-Timor is dan onafhankelijk.

Na ruim vierhonderd jaar koloniaal bewind van de Portugezen en 25 jaar bezetting door Indonesië dragen de Verenigde Naties het gezag over aan de onlangs gekozen president Xanana Gusmão. Om middernacht zal hij voor het oog van de wereld het grondgebied van Oost-Timor claimen. Maar de piketpaaltjes langs de grens ontbreken.

De Nederlandse VN-functionaris Christa Meindersma is net terug uit het achterland voor een zoektocht naar de oude grens die Nederland en Portugal in 1904 overeenkwamen om hun koloniale bezit af te bakenen.

De ‘grote rots’ ligt er niet meer, de ‘heilige steen’ evenmin en de ‘hoge boom’ is allang gekapt. Bovendien volgen de meeste rivieren inmiddels een andere koers. Christa Meindersma heeft tien dagen gezocht in het grensgebied tussen het binnenkort onafhankelijke Oost-Timor en het Indonesische West-Timor. Gedropt door VN-helikopters, klimmend in berggebied, ploeterend in moerassen en tot haar knieën wadend door rivieren, heeft ze in kaart gebracht welke grensmarkeringen nog terug zijn te vinden. Ze werd vergezeld door militairen van de VN-vredesmacht en Portugese adviseurs. Vanaf West-Timor voegden Indonesische militairen en de bevolking van lokale gemeenschappen zich bij de bonte stoet. ’s Avonds eindigde ze veelal uitgeput onder een boom waar de dorpelingen haar van eten voorzagen. Aan het eind van de dag overnachtte ze in een lokale hostel of een basiskamp van de VN-vredesmacht om de volgende dag verder langs de grens te trekken.

De Nederlanders en Portugezen lieten er bijna honderd jaar geleden geen twijfel over bestaan waar hun koloniale bezit begon en ophield. ‘De grens tussen de domeinen van de Nederlanden in de westerse sector en die van de Portugese in de oostelijke sector van het eiland zal een lijn zijn die van noord naar zuid loopt… door de bergen van Tahi Fehu… langs de grote boom, bekend als Halifca… door de rivier We Merak en vervolgens voorbij de grote rots, bekend als Fatu Rokou…’ Elk detail staat opgetekend in de ‘Conventie voor de demarcatie van de Portugese en Nederlandse domeinen op het eiland van Timor’, getekend in Den Haag op 1 oktober 1904. In 1914 werd zelfs de moeite genomen om de grens bij het Internationale Gerechtshof in Den Haag voor te leggen. Wonderlijk noemt Meindersma het dat de twee Europese machten zo precies te werk gingen in een gebied waar ze niet eens een territoriaal geschil hadden.

Honderd jaar lang heeft de conventie uit 1904 gediend als de afbakening tussen Nederland en Portugal, Portugal en Indonesië, de Indonesische provincies Oost- en West-Timor en vanaf 20 mei tussen Indonesië en het onafhankelijke Oost-Timor. Uiteindelijk moet het antieke grensverdrag worden vervangen door een nieuw verdrag tussen Indonesië en Oost-Timor. Maar dat zal voorlopig niet lukken. Het grote werk moet nog beginnen. De grens uit 1904 moet eerst op de grond worden vastgelegd. Archiefonderzoek in Nederland, Portugal en Indonesië moet uitwijzen of er nog andere documenten zijn met juridisch valide grensbepalingen. Bovendien zijn de markeringen uit het begin van de vorige eeuw grotendeels verdwenen. Voordat de piketpaaltjes de grond in kunnen, moeten Indonesië en Oost-Timor het eerst eens worden over de punten van demarcatie.

Dorpelingen langs de grens hebben zoal hun eigen ideeën over waar de grens moet komen te liggen. ‘Stukken grond zijn decennialang tussen gemeenschappen geruild om buren ruzies op te lossen’, legt Meindersma uit. ‘Ze begrijpen niet dat de bepaling van de territoriale grens niet wil zeggen dat boeren de toegang tot hun land verliezen. Langs de grens kunnen zones van vrije toegang worden afgesproken voor de lokale bevolking.’ Meindersma heeft ervaring met de problematiek. Voordien was ze in Kosovo en Nepal betrokken bij grens gebieden.

De samenwerking met Indonesië is sinds het referendum en de daarop volgende gewelds explosie door milities in 1999 sterk verbeterd. ‘Tot voor kort was Indonesië niet bereid om met de VN over de grensbepaling te praten’, vertelt Meindersma. Wat Jakarta betreft was het een zaak tussen Indonesië en Oost-Timor. Bovendien was het duidelijk dat Indonesië de afscheiding van Oost-Timor nog niet kon verkroppen. De partijen kwamen niet verder dan het afspreken van een gezamenlijk grenscomité. Meindersma is sinds juni 2001 namens het VN-bestuur van Oost-Timor verantwoordelijk voor dit grens comité.

Het is niet uitgesloten dat er over de grens alsnog een conflict zal uitbreken. Er zijn voldoende ‘disputed areas’ om een geschil te veroorzaken. Bovendien heeft het Indonesische leger (TNI) een lange traditie van het aansporen van milities en het tegen elkaar opstoken van lokale gemeenschappen om onrust te veroorzaken. Grote groepen binnen TNI zijn nog altijd rancuneus dat Oost-Timor zich van Indonesië heeft afgescheiden. Lokale onenigheid over de grens kan een bron zijn voor een uitzaaiend conflict.

Nobelprijswinnaar en minister voor Buitenlandse Zaken van het tussentijdse kabinet van Oost-Timor, Ramos Horta, bevestigt het gevaar.

‘Er zijn groepen binnen het Indonesische leger die misschien onrust willen creëren. We houden onze ogen open. Tot zover zijn de geluiden uit Jakarta van president Megawati Soekarnoputri hoopgevend, maar het zijn elementen binnen de TNI waar we voor moeten oppassen’, zegt Horta. ‘We hebben nog geen aanwijzingen dat het leger inderdaad oproept tot geweld langs de grens.’

De VN-vredesmacht in Oost-Timor (PKF) zal het land nog minstens twee jaar bijstaan. Tegen die tijd moet het nationale leger in staat zijn de grens te bewaken.