Interview Gerard Mortier van de Salzburger Festspiele

‘Oostenrijk is een oefenplaats voor Europa geworden’

Na negen jaar in de artistieke oppositie als intendant van de Salzburger Festspiele zag Gerard Mortier hoe de extreem-rechtse FPÖ aan de macht kwam in Wenen, en dus ook een plaats kreeg in de raad van beheer van het befaamde festival. Mortier besloot vroegtijdig naar België terug te keren — zijn contract loopt pas af in september 2001 — maar slikte eerder deze week die beslissing in. Er is weer licht aan het einde van de tunnel, zo weet hij na de grote betoging van vorige zaterdag voor de democratie in Wenen. ‘Nu weggaan uit Oostenrijk zou een vergissing zijn.’

‘ZIET U HET? Het is geleden van ’68 dat ik nog een badge gedragen heb’, gniffelt Gerard Mortier terwijl hij de revers van zijn jasje omhoog duwt. De badge bestaat uit twee kleuren, blauw en zwart, met een horizontale witte streep erdoor. In politieke termen: de Oostenrijkse regeringscoalitie van de conservatieve ÖVP en de extreem-rechtse FPÖ, gedwarsboomd door de kleur van de zuiverheid en de hoop. Mortier draagt hem al een week, zegt hij, sinds de betoging in Wenen die zoveel indruk op hem maakte. ‘Het was de grootste volksbetoging in Oostenrijk sinds de Tweede Wereldoorlog. Het enthousiasme was enorm.


Ik geef toe: ik heb heel direct en emotioneel gereageerd toen ik zei dat ik zou opstappen. Al had ik het wel maanden voordien aangekondigd: als de FPÖ in de regering zou komen, zou ik vertrekken. Maar het is waar: opstappen zou een vergissing zijn. Tijdens de betoging hebben veel mensen mij aangesproken: “Mortier, wij zijn niet allemaal fascisten.” Vier uur heb ik met hen gepraat. En nu houd ik mij aan mijn contract: ik blijf intendant van de Festspiele tot 2001, want er gebeurt iets in Oostenrijk wat belangrijk is voor ons allemaal.’


De kritiek dat hij bijna vaandelvlucht had gepleegd, kwam hard aan bij de 56-jarige festivalleider, jaren geleden directeur van de Brusselse Munt en de zoon van een patissier uit Gent, de stad waar hij tegen 2005 met de steun van cultuurminister Bert Anciaux een Forum voor Muziek, Dans en Beeldcultuur wil oprichten.


‘De meeste mensen hier weten niet wat ik de voorbije negen jaar heb gerealiseerd in Salzburg. Ik vecht al járen tegen de FPÖ. Men zegt nu: Mortier vlucht voor de fascisten. Mocht dat zo zijn, dan was ik al veel vroeger vertrokken. Tijdens de betoging heb ik echter gemerkt dat ik de mogelijkheden van de democratische kracht slecht had ingeschat. Begrijp me niet verkeerd: het blijft afwachten hoe het politieke klimaat in Oostenrijk zal evolueren. Wenen is een stuk “alternatiever” dan Salzburg.


Ik weet ook dat er van de FPÖ veto’s zullen komen ten opzichte van mijn festivalprogramma. Er is nu al veel interne weerstand. Toen ik vandaag bekendmaakte aan Helga Rabl-Stadler, de conservatieve festivalpresidente van ÖVP-signatuur, dat ik zou blijven, dacht ik eventjes dat ze een hartinfarct ging krijgen. Ze had zich erg verheugd op mijn vertrek. De persoon die me uiteindelijk heeft overtuigd te blijven, is Bernard Henry Lévy. Hij heeft enkele weken geleden, samen met andere Franse intellectuelen, in Libération opgeroepen tot een culturele boycot van Oostenrijk, maar wil dat nu corrigeren. De regeringen van de Europese Unie kunnen niet streng genoeg blijven tegen de ÖVP/FPÖ-regering, maar een culturele boycot tegen de Oostenrijkse bevolking is geen goed idee. Dat vraagt een andere houding. Het Orchestre de Paris bijvoorbeeld had reeds alle concerten in Oostenrijk geannuleerd, behalve die op de Festspiele. Ik ga ervoor pleiten dat ze de andere contracten ook nakomen.


Ik zou ook verwachten van iemand als Nikolaus Harnoncourt, die in 1995 op de Festspiele een felle speech tegen het fascisme heeft gehouden, dat hij op het Weense nieuwjaarsconcert, in plaats van een concert van Johann Strauss, werk zou dirigeren van modernere, Europese componisten. Oostenrijk is een oefenplaats geworden voor wat er elders in Europa dreigt te gebeuren. Daar wordt nog te vaak hypocriet over gedaan. Het gaat evengoed over het Vlaams Blok. Of kijk naar Spanje. Ik vind het nogal straf dat iemand als Aznar weigert om in het parlement het Franco-regime als fascistisch te veroordelen. Waar staan we dan? Laten we de zaken dus een beetje in perspectief blijven zien: Oostenrijk is een klein land, géén militaire macht met kernkoppen. We moeten ervoor zorgen dat onze houding tegenover Tsjetsjenië en die tegenover Oostenrijk in verhouding blijven.


Waarmee ik niet wil ontkennen dat het fascisme leeft in Oostenrijk. Om een voorbeeld te geven: ik heb niets tegen folklore an sich, maar soms kom je in een situatie waarvan je denkt: hier klopt iets niet. Als je op een feest jong én oud in de traditionele klederdracht ziet rondlopen…


In Salzburg is de FPÖ met 27 procent de grootste partij. Dat is één op vier. Het wordt dus een hele opgave om het politieke bewustzijn in die stad aan te scherpen. Binnen de festivalorganisatie ben ik in ieder geval van plan om de komende maanden veel te vergaderen met het personeel. Liefst elke maand. Ik wil dat ze voor hun meningen uitkomen. Het gevaarlijkst blijft echter de bourgeoisie in Salzburg. Die zijn resoluut voor de stilstand. Het is dus niet zeker dat ik zal slagen in mijn opzet; mogelijk zal ik me mijn verblijf nog dikwijls beklagen. Iemand zei me onlangs nog: het is zeker goed dat je blijft, maar begint het niet stilaan op een vorm van apostolaat te gelijken? (lacht)


Toen ik negen jaar geleden in Salzburg aankwam, was er in het grote Festspielhaus, waar tijdens het festival tot drieduizend mensen werken, geen vergaderzaal en geen kantine. Zoiets zegt veel over de mentaliteit. Een kantine was niet nodig onder Herr von Karajan. Artiesten die veel geld verdienden, gingen eten in de chique restaurants, de anderen aten een worstje op straat. Ik heb onmiddellijk een kantine laten bouwen.


Vorige week, toen ik besloten had om weg te gaan, heb ik al het personeel bijeengeroepen. Het was de eerste keer in negen jaar dat die mensen het aandurfden om mij kritische vragen te stellen.


Eindelijk, dacht ik. Scherpe vragen bovendien. “Waarom gaat u weg?” “Waarom laat u ons in de steek?” Vooral van de jongeren. De meesten begrepen mijn standpunt, maar gingen niet akkoord met mijn vertrek.


Geen kritische vragen durven stellen: kunt u zich dat voorstellen? In Oostenrijk bestaat er nog altijd een geweldige angst voor represaille. Dat zit daar heel diep geworteld. Op een andere manier dan in Duitsland, waar ik ook een tijd gewoond heb. Daar is het: “Ordnung muss sein.” In Oostenrijk is er nooit echt Ordnung, men probeert die altijd in het geniep te ontwijken. Er is dan ook geen debatcultuur. Toen ik eens een nota met voorstellen stuurde naar de man van het ticketbureau, kreeg ik een brief terug waarin stond: ik deel uw mening niet, maar wanneer u dit vraagt, dan zal het gebeuren. Waarop ik hem telefoneerde om te zeggen dat het daarover niet ging, maar om de discussie, en dat hij gerust tegenargumenten op mijn nota kon formuleren.’



IS DE SITUATIE in Oostenrijk duidelijker geworden? Zijn de maskers afgevallen?


‘Er zijn nog veel onduidelijkheden. De Kronen Zeitung bijvoorbeeld, met zijn oplage van één miljoen exemplaren. Als je weet dat er in Oostenrijk ongeveer vier miljoen lezers zijn, wil dat zeggen dat zowat iedereen de Kronen Zeitung leest. Die krant voert nu een politiek tegen Schüssel en Haider. Waarom? Omdat de Kronen Zeitung een populistisch blad is, en eigenlijk socialistisch. Nu doen ze alsof ze tegen Haider zijn, maar de taal die je in die krant leest, is dezelfde als die van Haider. Het is moeilijk om die dingen juist in te schatten.


Ik weet ook nog niet hoe het zal verlopen in de raad van beheer van het festival. Er zijn vijf stemgerechtigden, onder wie één socialist, drie ÖVP’ers en één FPÖ-lid. Ik ken hun namen nog niet: de eerste vergadering vindt pas plaats op 17 maart. We zullen zien, maar ik bereid me al voor op een dagelijks labeur, als je weet dat we resoluut voor een multicultureel programma gaan.


Nog zo’n moeilijk in te schatten kracht in Oostenrijk is het katholicisme. De kerk is er, veel meer dan bij ons, behoudsgezind: een figuur als kardinaal Danneels zou er als “te links” worden afgedaan, en ook homoseksualiteit is vaak nog een taboe. De anekdote die ik u wil vertellen vond een jaar geleden plaats. Het werd in die periode op alle etentjes in Salzburg verteld. Wat was er gebeurd? Een jonge broeder van de benedictijnen in het Sint-Peterklooster had zich van de rotsen gegooid. Hij was verliefd geworden op een misdienaar, dat bleek uit de brieven die men achteraf had gevonden. Wel, over dit feit is er in de Oostenrijkse media, die nochtans goed de actualiteit volgen, níks verschenen. Om maar te zeggen dat de macht van de kerk er erg groot is. Zo’n zaak verzwijgen in de media, dat is bij ons ondenkbaar.


Ik zal u nog iets zeggen: het archief over de Salzburger Festspiele tijdens de Tweede Wereldoorlog zit achter slot en grendel. Ik wou eraan geraken, maar het is me niet gelukt. De officiële geschiedenis van de Festspiele loopt nu tot 1938 en gaat weer door vanaf 1946. Niet dat ik per se oude koeien uit de sloot wil halen, maar zoiets lijkt me toch veelzeggend.’



OP DE PERSCONFERENTIE over het Forum in Gent zei u dat verscheidene van uw werknemers voor Haider hebben gestemd. Hoe weet u dat? Komen ze daar voor uit?


‘Ik merk dat genoeg aan hun houding. (geamuseerd) Sinds ik verklaard heb dat de FPÖ een fascistische partij is, houdt een aantal mensen voor mij de deur niet meer open, letterlijk. Typisch voor de Oostenrijkers. Plus: als je negen jaar voor hetzelfde huis werkt, weet je wat voor ideeën er binnenskamers circuleren.


Dat doet me denken aan een analyse van de verkiezingen die ik in enkele kranten gelezen heb. Volgens een Reuters-bericht hebben de Oostenrijkers voor Haider gestemd omdat men koste wat kost alternatief wou stemmen. Dat klopt hoegenaamd niet. Men had groen kunnen stemmen, of men had zich kunnen onthouden. Het is juist dat veel mensen noch voor de socialisten noch voor de ÖVP wilden stemmen, maar men heeft niet louter uit protest gestemd. Haider was voor veel Oostenrijkers echt een geschikte kandidaat. Hij voelt de media geweldig goed aan en men zag in hem iets van het grote negentiende-eeuwse Wenen. Nu pas begint het besef te groeien dat de man werkelijk een fascist is.


Het feit dat ik de FPÖ fascistisch genoemd heb, wordt mij het meest verweten. Terwijl een fascist nog iets anders is dan een nazi. Nazi’s zijn niet geobsedeerd door hun nationaliteit; het is veeleer een kwestie van Brüderschaft. Fascisme daarentegen heeft altijd met de nationaliteit te maken zoals ook het Vlaams Blok echt fascistisch is en niet nazistisch. Al bestaat er natuurlijk een verbinding tussen die twee.


Persoonlijk ben ik vooral kwaad op kanselier Schüssel. Hij heeft mij de voorbije zomer gevraagd een symposium te organiseren met als onderwerp “Europa”. Ik wist wel dat dit initiatief paste in zijn verkiezingscampagne, maar Schüssel vroeg expliciet of ik ook een aantal linkse intellectuelen wou uitnodigen. Ik was dan ook erg geschokt toen ik hem enkele maanden later de hand zag drukken van Haider. Het heeft alles te maken met zijn persoonlijke ambities, denk ik.


Om de mentaliteit in Oostenrijk te begrijpen is het noodzakelijk om de geschiedenis van dat land te kennen. Wat we vandaag zien gebeuren, is al begonnen bij de slag van Waterloo. Die werd aangekondigd als de bevrijding van de tiran Napoleon, maar in werkelijkheid heeft Waterloo de restauratie van het Ancien Régime betekend, met een nieuwe verknechting als resultaat, ook voor de Oostenrijkers. Daarenboven werd in Oostenrijk, onder Klemens von Metternich, de Beambtenstat geïnstalleerd. Je zou die als volgt kunnen karakteriseren: men groet altijd naar boven, men stampt naar beneden en intussen probeert men sich zu arrangieren. Dat verklaart voor een stuk waarom er in Oostenrijk geen echt politiek bewustzijn is ontstaan.


Oostenrijk heeft nooit een echte democratie gekend. De voorbije halve eeuw was er de “dictatuur” van de twee grote partijen: de SPÖ en de ÖVP. Tussen die twee is een deal ontstaan waardoor alle jobs netjes werden verdeeld. Het is alleen maar normaal dat men daar genoeg van had, en intussen is men nog steeds op zoek naar de identiteit. Wat is er bekend van Oostenrijk in het buitenland? De Wiener Sängerknaben, de lippizanerpaarden, het operabal en het nieuwjaarsconcert. Nu pas wordt langzaam duidelijk wat voor een gevecht het al geweest is, hoezeer de bourgeoisie geweigerd heeft elke moderniteit te aanvaarden. Er is kortom een soort ontwaking aan de gang, althans: dat hoop ik. Ik hoop dat er uit de huidige chaos een nieuwe politieke mondigheid zal ontstaan.’


Hebt u FPÖ-leider Jörg Haider al eens ontmoet?


‘Niet echt. Hij stond op twee meter van mij vorig jaar op het festival, voor een voorstelling van Dokter Faustus. Zijn bezoek was een onderdeel van zijn verkiezingscampagne, ongetwijfeld. We hebben elkaar niet gesproken, en eerlijk gezegd: ik sta niet te trappelen om met hem in de media een gesprek aan te gaan. Die man is zó professioneel op dat vlak. Ik weet ook dat hij bijzonder goed geïnformeerd is over mij, net als over vele anderen. Opvallend is wel dat hij nog nooit iets over mij gezegd heeft. Het zijn altijd zijn acolieten die kritiek spuien, en het is tot nu toe altijd stupide kritiek geweest die ik gemakkelijk kon weerleggen.


Ik vermoed dat dit een tactiek is, in afwachting van een echte confrontatie.’



Dit is een bewerkte versie van een artikel dat eerder verscheen in De Morgen.