Oostenrijk oogst de woede van Erdogan

Wenen – ‘Oostenrijk onderdrukt moslims.’ De Turkse president Erdogan heeft in de Turkse media geen goed woord over voor de islamwet die het Oostenrijkse parlement afgelopen week goedkeurde.

Sebastian Kurz, in de Weense regering minister van zowel Buitenlandse Zaken als Integratie, ziet in het commentaar van Erdogan het bewijs voor het nut van de nieuwe wet. Die moet garanderen dat Oostenrijkse moslims niet gestuurd, gefinancierd en beïnvloed worden vanuit het buitenland. Kurz in dagblad Die Presse: ‘Als er landen zijn die er geheel andere gebruiken op nahouden en waar vrouwen bijvoorbeeld niet auto mogen rijden, dan willen we niet dat er in dat opzicht invloed op Oostenrijk uitgeoefend wordt.’

De nieuwe wet legt de positie van de islam in Oostenrijk vast en bepaalt onder meer dat de koran in het Duits moet worden vertaald, dat de openbare zielzorg alleen mag worden verzorgd door mensen die in Oostenrijk opgeleid zijn of er wonen en Duits op eindexamenniveau spreken.

Een heikel punt voor veel moslims is de bepaling dat de kanselier de islamitische moskeeën of verenigingen hun juridische status verleent en die ook weer kan wegnemen als dit in het belang is van de openbare orde. De Oostenrijkse staat verplicht zich in ruil vanaf 1 januari 2016 voor een islamitisch-theologische opleiding aan de Universiteit van Wenen te zorgen.

De nieuwe wet vervangt wetgeving uit 1912. Het Habsburgse Rijk annexeerde toen Bosnië en Herzegovina. De Bosnische moslims binnen het keizerrijk kregen het recht op onder meer het uitoefenen van erediensten en de mogelijkheid om de eigen religie te belijden. De staat verschafte hiertoe de middelen.

De wens om die oude regels te moderniseren komt deels vanuit de moslimgemeenschap zelf. In Oostenrijk wonen zo’n zeshonderdduizend moslims, ongeveer zes procent van de bevolking. Voor het oprichten van een faculteit die voorgangers opleidt, voor het opzetten van religieus werk in het leger, in ziekenhuizen en in gevangenissen, is een nieuw juridisch kader nodig.

De manier waarop de wet nu is opgesteld bevalt de meeste moslims echter in het geheel niet. Ze vinden veel bepalingen strijdig met hun belangen en stellen dat de islamitische gemeenschap wordt gediscrimineerd in vergelijking met andere religies, die bijvoorbeeld wel vanuit het buitenland gefinancierd mogen worden. Verschillende Turkse organisaties willen de wet daarom juridisch aanvechten.