Oostenrijkse muziekpionier neemt afscheid per brief

Wenen – ‘U en ik zijn in de loop der jaren een gelukkige gemeenschap van ontdekkers geworden. Ik verzoek u de komende concerten van het ensemble trouw te blijven.’

Geen anoniem persbericht, geen onthulling op prime time op televisie, maar een boodschap aan het publiek. De bezoekers van het concert van het Oostenrijkse ensemble Concentus Musicus Wien wisten dat dirigent Nikolaus Harnoncourt zich wegens ziekte moest laten vervangen. Tot hun verrassing stak in het programmaboekje een kopie van een handgeschreven brief van de 86-jarige dirigent. Na de begroeting ‘Liebes Publikum’ maakte de pionier van de oude muziek zijn afscheid van het podium in korte, heldere zinnen bekend. Op 6 december, zijn naam- en verjaardag, concludeerde de musicus dat zijn ‘lichamelijke krachten het uitvoeren van alle plannen niet langer mogelijk maken’.

Er wordt wel beweerd dat mensen die in een adellijke familie opgroeien een zekere ‘geestelijke onafhankelijkheid’ meekrijgen. Harnoncourt, geboren als Johann Nikolaus de la Fontaine und d’Harnoncourt-Unverzagt, was en is een dwarsdenker. Aanvankelijk begon zijn loopbaan traditioneel, in 1952 startte hij als cellist in het symfonieorkest van Innsbruck, al snel haalde Herbert von Karajan hem naar Wenen. Toch kreeg hij snel genoeg van het steeds weer abnudeln van het bekende repertoire. Hij miste de frisse blik bij de bestaande orkesten. ‘Es ist mir völlig Wurscht, of ik iets voor het eerst dirigeer of voor de tweede keer. Ik realiseer sowieso alleen eerste keren.’

In 1953 richtte Harnoncourt samen met zijn vrouw Concentus Musicus Wien op. Muzikanten kwamen in Harnoncourts woning bij elkaar om renaissance- en barokmuziek op originele instrumenten te spelen. De zogenaamde historische uitvoeringspraktijk stond toen nog in de kinderschoenen.

Harnoncourts eigenzinnigheid leidde er ook toe dat hij niet star vasthield aan het spelen op historische instrumenten, maar ook ‘moderne’ orkesten leerde op een authentieke manier te spelen. Met het Koninklijk Concertgebouworkest realiseerde hij bij de Nederlandse Opera een indrukwekkende serie Mozart-opera’s.

Brüggen, Harnoncourt, John Eliot Gardiner: ze richtten allen eigen ensembles op. De vraag is steeds wat er met die gezelschappen gebeurt als de meester er niet meer is. Gelukkig kan Harnoncourt op de achtergrond nog sturen. De komende concerten zullen nog ‘geheel in mijn geest’ uitgevoerd worden, schrijft hij. De recensies van de concerten van dit weekend zijn buitengewoon lovend. Op het programma stond Bach – uiteraard.