Oostzeeweg

De West-Duitser kwam slechts één keer kijken naar zijn ‘nieuwe’ stranden aan de Oostzeekust. De A20 moet dat veranderen. Maar brengt de hoop van Mecklenburg-Voorpommeren gevaren met zich mee? ‘Naakt baden was onze enige vrijheid.’

DE OOSTZEE LOKT. Maar vlak voorbij Lübeck, daar waar ooit de Muur liep, zit het verkeer al vast. Het dal van de Wakenitz, het grensriviertje tussen de deelstaten Sleeswijk-Holstein en Mecklenburg-Voorpommeren, zucht onder een stoet vrachtwagens, personenauto’s en caravans. Mijn kennissen uit Hansestadt Wismar, vijftig kilometer verderop, hadden de voorgenomen tocht, driehonderd kilometer langs de kust en over de (schier)eilanden tot aan de Poolse grens, als een soort horror roadmovie aangeduid: ‘Een martelgang over onze onvervalste DDR-kasseien. Trek er maar een paar maanden voor uit. Je zult snel genoeg inzien dat die A20 er moet komen.’
'Die A20’ moet van Lübeck naar het Poolse Szszecin (Stettin) lopen. Het grootste Duitse wegenbouwproject van na de oorlog gaat ruim vier miljard mark kosten. 'De steden en dorpen worden hier ongemeen belast door het wegverkeer’, betogen mijn bekenden uit Wismar. 'De West-Duitsers hebben bedacht dat hun brood en melk beter zijn dan onze producten. De ketens Kaiser en Spar hebben zo'n beetje alle supermarkten in de voormalige DDR overgenomen en die filialen worden dagelijks via de B105 bevoorraad met verse waren. Alsof het liefdadigheid is. Maar alle revenuen stromen terug naar het Westen.’ Om de werkgelegenheid in Mecklenburg-Voorpommeren, waar ook landbouw en scheepswerven op hun gat liggen, iets op te krikken, zijn ze voor de A20. Die lokt badgasten. Bovendien zitten ze, met hun werk ver van huis, zelf liever ook niet in de file.
De Oostzee-toerist zit nu ingeklemd tussen het vrachtverkeer. De B105 ('E22’) naar Stralsund, de Hanzestad die de toegangspoort vormt tot het zeer gewilde eiland Rügen, is de enige kustweg. Om de paar kilometer is er een wegomleiding of -versmalling wegens reparatiewerk. Een enkel kerkje en de bekende hightech windmolens zijn de enige obstakels in het eindeloze vergezicht. De armste van de nieuwe deelstaten, waar een rode coalitie van SPD en PDS regeert, beschikt nog steeds over een prachtig ongerept kustlandschap. Voor hoe lang nog?
Rerik is de eerste badplaats die je tegenkomt als je oostwaarts rijdt. Tussen het stadje en het strand ligt een weelderig begroeide duinenrij zonder enige bebouwing. Uit een automaat op zonne-energie moet je een kaartje trekken voor het strand. Hoewel er geen enkele controle is, doet iedereen dat braaf: Oost-Duitsers. Een deel van het strand is afgezet: 'Lebensgefahr!’ Hier oefende het Volksleger. Grote stukken van de kust waren Sperrgebiet in de DDR-tijd. Het strandleven was geconcentreerd op overzichtelijke locaties, zodat het volk niet pardoes per rubberboot naar Denemarken zou koersen. Zo kreeg de natuur veertig jaar lang alle kansen. Achter het afgezette strand begint de fraaie landtong Wüstrow. De weg erheen is ook afgezet.
Kühlungsborn, het volgende stadje, was een van de populairste toeristenoorden van de DDR. De Jugendstil-villa’s aan de boulevard zijn voor een groot deel opgeknapt. Ze zien uit op een smal, uitgestrekt beukenbos. Door de bomen zie je het strand, dat er direct achter ligt. De sfeer wordt vervolmaakt met lage, voormalige vakbondsvakantiehuizen met rieten dak, wat kleinschalige nieuwbouw in het centrum en een fietspad dat kilometers lang, hoog boven de Steilküste door de duinen voert, zonder één hotel of privé-bungalow te passeren. De gasten zonnen gekleed, halfgekleed en naakt dooreen. 'Naakt baden was de enige vrijheid die we hadden’, zei een ossie in Kühlungsborn tegen de ZDF-reporter die hem confronteerde met de wens van de West-Duitsers om alle naaktlopers naar de - afgelegen - FKK-stranden te verbannen.
DE STRANDHÜTTE aan het eind van de boulevard is een eenvoudig gerenoveerde uitspanning met rieten dak. 'Schijn bedriegt’, zegt de eigenares. 'Dit is nieuwbouw. Ik had het geluk dat ik als Kühlungsbornse vlak na de Wende hier in het groen mocht bouwen. De gemeente heeft dat snel verboden, net als de afbraak van bestaande panden. De wessies, die door koop of teruggave van erfgoed bijna alle villa’s hier in handen kregen, werden gedwongen hun bezit te renoveren. Anders was het kaalslag geworden. We hebben dat beleid te danken aan onze stadsarchitect. Die was aan de West-Duitse en Hollandse kust gaan kijken hoe het niet moest. Hij heeft ons ook anders leren kijken naar onze geschiedenis, dat zulke panden mooi zijn en niet de verderfelijke restanten van het kapitalisme.’
Duitslands oudste Seeheilbad Heiligendamm ligt vijftien kilometer ten noordwesten van de havenstad Rostock. 'De witte stad aan de zee’, zoals het monument liefkozend wordt genoemd, ligt er verlaten bij. Ze bestaat uit een rij classicistische gebouwen, sanatoria en villa’s van rond 1850. Het vijftiental panden ziet grauw van de afgebladderde verf en het hoge onkruid. Maar nog steeds vormt de bebouwing op de 'Heilige Dam’ een perfecte harmonie met de heldergroene zee en de houten pier. Een groepje dagjesmensen zet zich op strandstoelen van vooroorlogse snit. De opgeknapte strandstoelen horen bij een veel te duur hotel, dat als enige pand enkele tekenen van leven vertoont. Bij gebrek aan concurrentie neemt men het niet erg nauw met de bediening.
Op het gras zit een oudere hippie. Hij is flink aangeschoten. 'Weet je wel wat hier gebeurt?’ zegt hij treurig. 'Ga maar op de landtong Wüstrow kijken, dan zie je het. Maar daar kom je niet op. Dat is privé-bezit. Dat hebben ze opgekocht om geen concurrentie voor Heiligendamm te hebben of voor als het hier mislukt. Een dicht schiereiland, heb je daar wel eens van gehoord?’
Wie zijn 'ze’?
'Fundus, een investeringsbedrijf uit Keulen. Ze hebben alle bewoners hier weggejaagd. Wij wonen nog verderop, aan het spoortje van de stoomtrein. Maar binnenkort is Heiligendamm enkel toegankelijk voor rijke wessies. Alleen daarginds, in die ene villa, daar zit nog een man die ze niet wegkrijgen. Een arts, Serowy.’
Er staan grote borden aan de Prof. Dr. Vogelstrasse, waar de villa’s hun entree hebben. Haus Hirsch, Villa Perle - ze worden door de Fundus-Gruppe aangeprezen met plattegronden en de namen van de adellijken die er woonden. Bij de vele brievenbussen hangt één bordje: Dr. med. Cuno Serowy, Fachartzt für Haut- und Geschlechtskrankheiten. De dokter is thuis. Hij is een schriele man van ver in de zeventig.
'Ik woon en werk hier sinds 1957’, vertelt hij. 'Sinds '69 was ik de directeur van het kuuroord. Wij hadden een humanistische missie, net als dokter Vogel, de Rostockse stichter van Heiligendamm in 1793. Een eeuw later werd het oord verkwanseld aan de rijken en ging de sanatoriumfunctie verloren. Die heeft de DDR na de oorlog weer opgepakt - voor allen. Moet de geschiedenis zich nu herhalen? Tien jaar geleden werkten, woonden en kuurden er nog driehonderd mensen in dit sanatoriumcomplex. Nu is nagenoeg iedereen vertrokken, met een schadeloosstelling. Uit angst, en uit DDR-staatsgehoorzaamheid. Fundus kon het hele complex in 1997 kopen van de deelstaat. Dan doe je niks. Moet u zich eens voorstellen: het land verkoopt een stad aan een bedrijf, en belooft de stad leeg op te leveren. Dat zijn toch middeleeuwse verhoudingen!’
Dokter Serowy is door de staat aangeklaagd. 'Maar ik win. Ik heb een huurcontract uit de DDR, en dat geldt nog. Veel zal ik er niet mee opschieten, want straks kan ik het hier toch niet betalen.’
De ontwikkelingsmaatschappij Fundus is regelmatig in strafzaken verwikkeld en geldt als omstreden. De Keulse firma heeft wel het chicste hotel van Berlijn ontwikkeld, het gereconstrueerde Adlon aan Unter den Linden. De verbouwing van het 'villa-ensemble’ Grand Hotel Heiligendamm, gepromoot als het Nobelbad, had al voltooid moeten zijn. De particuliere geldschieters, die samen voor 270 miljoen aandelen moeten kopen en dan tevens gebruik kunnen maken van het resort, laten het echter afweten. Serowy moet erom lachen: 'Dit is de beste zomer in dertig jaar. Wie gaat nu zoveel geld beleggen in een streek waar het bijna altijd waait en regent?’
HET IS AL EEN week bloedheet wanneer ik het Nationalpark Vorpommersche Boddenlandschaft binnenrijd. Iedereen wil vandaag naar het strand op Fischland, Darss of Zingst, zoals de achtereenvolgende stukken schiereiland heten. Omdat de Duitsers zomervakantie hebben, zitten alle accommodaties vol. Maar de camping in Born aan de Bodden - een strandmeer tussen vasteland en eiland in - neemt iedereen op, een traditie uit de DDR. De camping is een oase voor rust-, licht- en ruimteminnend volk: ossies. De wessies zijn echter evenmin aanwezig in de hotelletjes en vakantiehuizen. We zijn geheel onder zeer honkvaste ossies.
Berlijnse Frouke Schneider is vanaf 1973 elke zomer, zonder onderbreking, op deze camping. Daar moest ze flink aan trekken, want iedereen wilde wel naar dit gebied en er werd zeer zwaar geselecteerd. Er is op Darss geen Wende geweest, zegt Frouke. 'Alles werd in de DDR-tijd privé verhuurd, tot en met de stal. Die verhuurders waren voor 1989 al rijk.’ Sindsdien is alles gebleven zoals het was. En er gáát volgens Frouke ook niet veel veranderen. Er mag alleen gebouwd worden onder strenge voorwaarden, binnen het kleine stukje bebouwde kom. Darss is grotendeels beschermd natuurgebied, een van de vele hier langs de kust. Al zijn er ook een paar voor het toerisme opgegeven.
De West-Duitser heeft de teruggekregen Oostzeekust wel bezocht: een of twee keer, uit nieuwsgierigheid. Daartoe heeft hij in Mecklenburg-Voorpommeren met drie jengelende kinderen wel twaalf uur in de file gestaan. Hij is sneller aan de Nederlandse kust. 'En daar moet de A20 iets aan doen’, zegt adjunct-directeur Monika Zornow van de VVV te Zingst.
Elk bed is toch bezet?
'Een paar weken per jaar, ongeacht het weer. Daarna kun je het trottoir omhoogklappen.’ Zingst gaat het weekendje, het bejaardenuitje, het congres en het gezondheidsreisje promoten: korte tripjes, waarvoor je snel uit en thuis moet kunnen zijn. 'We willen Heilbad worden. Een voorwaarde is dat we de auto’s uit het centrum weren.’
Die nieuwe gasten komen toch ook met de auto?
'We moeten het parkeren enkel beter reguleren. Op al die lege ruimte vlak achter de stranden. Zingst heeft nog zoveel capaciteit. We hebben 3200 inwoners en 8000 beschikbare bedden. We gaan nu naar één inwoner op drie gasten. Niet verder. Drie jaar terug zijn we met een aantal collega’s uit de Oostzee-toeristenbranche naar Scheveningen geweest. We vonden het enig, met die boulevard vol horeca en mensen.’
O jee.
'Maar we hebben ook direct gezegd: hier nooit.’
MECKLENBURG-Voorpommeren is land voor mensen die van de stilte houden. De bewoners zijn stur: mensen van weinig woorden. Hebben die geen nachtmerries over massatoerisme en hoogbouw aan hun kust? Nee. Er zijn nog talloze leegstaande sanatoria, vele opgeknapte landhuizen en nog meer lege gaten en vervallen schuren in de dorpen, waar vakantiehuizen gebouwd kunnen worden. Er bestaat zelfs één gebouw dat zeker tienduizend toeristen kan herbergen. Het is vier kilometer lang, ooit vijf, en het staat te verkommeren langs de oostkust van Rügen. Hitler had in 1934 de opdracht gegeven tot de bouw van dit Kraft durch Freude-Seebad, dat twintigduizend bleekneusjes en hun ouders zou herbergen. Toen het gebouw er bijna stond, was het oorlog. 'De Kolos van Prora’ oogt eentonig, met een bijna gesloten front van kamertjes over een vijftal etages aan een brede boulevard. Maar wanneer de vele gaten gedicht zouden zijn en de geplande kleuren en de ontbrekende ovalen uitbouwen toegevoegd, dan staat er een gebouw van eigentijdse schoonheid.
HET ZIJN VOORAL de dagjesmensen die, een maand per jaar, in de file staan voor de eindeloos lange, gave stranden, van Rerik in het westen tot de grotere eilanden Rügen en Usedom in het oosten. In goedkope auto’s, waaronder opmerkelijk veel Trabanten-cabriolets die zijn opgeverfd met felle kleuren, tuffen ze opgewekt naar zee. Geld leveren ze niet op. Daarvoor gaat de nieuwe, kapitaalkrachtige weekend-hopper uit Berlijn, Hamburg of Düsseldorf zorgen. Via de A20. De Oost-Duitsers zijn bang dat de weg niet doorgaat, of slechts in losse stukjes. Dat is dan de schuld van de milieugroepen, zeggen ze. 'Vanwege de kikvorsen enzo.’ Zij, de ossies, vinden Menschenschutz (lees: welvaart) nou eenmaal belangrijker dan Naturschutz. De Grünen krijgen hier dan ook geen poot aan de grond.
In Berlijn staat op de plek waar de Muur liep een nieuw kantorencomplex, waarin de DEGES een etage heeft. DEGES staat voor Deutsche Einheit Fernstrassenplanungs- und -bau GmbH, een bedrijf dat in opdracht van de staat wegen bouwt. Ir.(Kock is verantwoordelijk voor verkeersproject 10, de A20 van Lübeck naar Stettin. Vijfentwintig kilometer van de weg, een stukje bij Wismar, is sinds 1997 berijdbaar. Wanneer volgen de overige driehonderd kilometers? Projectleider Kock slaakt een zucht. Hij toont me een duizelingwekkende hoeveelheid kaarten met allerlei varianten alsmede een boekwerk met alle juridische haarkloverijen: 'Mijn bijbel, drieëneenhalve kilo. Ik doe de A20 sinds 1991. Normaal ben je decennia in de weer voordat je alle bezwaren van tafel hebt - als het je al lukt. Wat hebben wij nu gedaan? Wij hebben een soort noodwet erdoor weten te krijgen, die al vele Umweltverträglichkeitsprüfungen omzeilt. Daarna hebben we met een andere noodwet de grootste vertragingen eruit weten te halen. Ook bleek het een goede zet om zelf archeologen, antropologen, milieudeskundigen en vogelkenners in dienst te nemen. Enfin, de Europese Commissie heeft ons op de grootste struikelblokken groen licht gegeven. Er wordt al weer verder gebouwd. In 2002 is het grootste deel klaar. We moeten enkel nog een paar probleemgebiedjes oplossen, zoals het riviertje de Wakewitz bij Lübeck. Ik kom er net weer vandaan. Het schiet niet op.’
Het enige hardnekkige verzet tegen de A20 blijkt geworteld in de verste linkeruithoek van de weg: niet in de voormalige DDR, maar in Sleeswijk-Holstein. Wat begon als gebakkelei over de kruising van A20 en Wakenitz, die dankzij zijn loop langs de Muur in een strook unieke natuur ligt ingebed, is een ferme en breed gesteunde aanklacht geworden tegen de A20 en tegen de vermeende leugens en juridische trucs van staat en DEGES.
Zoals Jörn Hartje, actievoerder namens de Sleeswijkse JUP! (Jugend Umwelt Projektwerkstatt!) het formuleert: 'Eigenlijk is die hele A20 een zoethoudertje voor de Oost-Duitser. Dat die weg het toerisme zou moeten stimuleren; in wezen gaat het erom dat de afzetmarkt in het oosten beter bereikbaar wordt. Het geld vloeit terug naar de wessie en de ossie zit met nog meer werklozen en een kapot landschap.’ Ir.(Kock zal zich er wel weer uitredden. Mocht Hartje c.s. zijn Wakenitz toch weten te beschermen, dan zit Duitsland straks opgescheept met een Autobahn die doodloopt op de Muur.