Op adem komen met eurobonds

‘Het vooruitzicht opgehangen te worden, scherpt de gedachten’, merkte econoom Paul Krugman afgelopen weekend op in de Financial Times.Onderwerp van gesprek was de koppige houding van Duitsland in de eurocrisis. Wellicht, zo stelde Krugman hoopvol, heeft de nakende ineenstorting van de euro eenzelfde effect op de Duitse gedachten als de galg.

Medium commentaar 22 2012  op adem

Daarvan is vooralsnog niets te merken. Het nieuwe buzzword in de eurocrisis is ‘eurobond’. Oftewel een gezamenlijke, Europese obligatie. De zuidelijke probleemlanden beschouwen het als de allerlaatste reddingsboei in de eurocrisis. Een faillissement van Griekenland is dichterbij dan ooit. Ondertussen dreigen de noodlijdende banken Spanje mee te sleuren in hun val; Europees ingrijpen lijkt onafwendbaar. Dankzij eurobonds zouden de crisisstaten aanzienlijk goedkoper geld kunnen lenen. Maar Duitsland, met in haar kielzog Nederland, is faliekant tegen. Ten eerste omdat het centen kost. Mede dankzij de eurocrisis kunnen Duitsland en Nederland op dit moment tegen extreem lage rentes geld lenen. Een ‘europeanisering van de staats­schuld’, zoals sommige media het noemen, zou een einde maken aan dat twijfelachtige crisisprofijt. Het tweede argument is niet financieel maar pedagogisch: met de invoering van eurobonds worden zuidelij­ke landen beloond voor economisch wanbeleid. Het neemt de prikkel weg om pijnlijke bezuinigingen door te voeren. De Duitse islamcriticus en euroscepticus Thilo Sarrazin haalde vorige week bij de presentatie van zijn nieuwe bestseller zelfs de holocaust erbij. ‘Het kan niet zo zijn dat we bijna zeventig jaar na de laatste Wereldoorlog om die reden moeten opdraaien voor de schulden van andere landen’, zei hij in Die Zeit, suggererend dat eurobonds een soort afkoopsom zijn voor het Duitse schuldgevoel.

Nog los van de historische discussie valt er het nodige af te dingen op de Duits-Nederlandse bezwaren. Het is allerminst zeker dat eurobonds zoveel duurder uitvallen. Tegenstanders gaan er klakkeloos van uit dat de rente die betaald moet worden over die gezamenlijke obligaties het gemiddelde is van de afzonderlijke rentes die de eurolanden nu betalen. Dat is onwaarschijnlijk. Voor een land als China is één grote Europese obligatiemarkt, puur vanwege de omvang, veel aantrekkelijker om haar gigantische valutareserves in te beleggen. Met andere woorden: de over eurobonds vergoede rente hoeft helemaal niet zoveel hoger uit te vallen dan nu het geval is. Dat eurobonds een vrijbrief zijn voor spilziek begrotingsbeleid is helemaal twijfelachtig. Concrete voorstellen gaan uit van ‘rode’ en ‘blauwe’ obligaties. Landen mogen dan zestig procent van hun staatsschuld – de officieel afgesproken Europese limiet – met goedkope eurobonds financieren. Over alle extra schulden die zij maken, betalen ze alsnog de hogere (of lagere, in het geval van Nederland en Duitsland) nationale risicopremies. Zo bezien zijn eurobonds geen slecht idee. Maar anders dan de voorstanders doen geloven vormen zij niet dé oplossing voor de eurocrisis. Daarvoor is veel meer nodig. Bovenal heeft Europa een economische politiek nodig die zorgt voor groei in plaats van krimp. In het beste geval gaat dat gepaard met de maatregelen die al direct na het hoogtepunt van de crisis in 2008 hadden moeten worden genomen: het onklaar maken van de tikkende bancaire tijdbom en het temmen van de financiële markten.

Wat de eurobonds dan wel bieden? Een welkome adempauze, nodig om al die plannen in de praktijk te brengen. Eind vorig jaar zorgde de ecb met een enorme financiële injectie voor de banken ook al voor zo’n rustmoment. De eurozone heeft die kans schromelijk aan zich voorbij laten gaan. Nog zo’n misser, en er is misschien helemaal geen eurozone meer.