Interview singer-songwriter James Taylor

«Op de Amerikaanse vlag zou een groot vraagteken moeten staan»

De carrière van singer-songwriter James Taylor begon al in 1968, maar de laatste jaren krijgt hij steeds meer jonge fans. Taylor, actief in de Amerikaanse politiek, wil ook hén aan het denken zetten. «Ik ben geen nationalist. Ik vertrouw de vlag niet.»

«Ik zal nu een paar nieuwe liedjes zingen. Dat zijn eigenlijk oude liedjes die nieuw zijn. Als ik genoeg tijd had, zou ik mezelf aanklagen.»

Een afgeladen Carré lacht. James Taylor weet heel goed wat zijn criticasters te melden hebben. Voor zijn zojuist verschenen album October Road heeft de Amerikaanse folkzanger weer contact gezocht met producer Russ Titelman, die hem ook terzijde heeft gestaan bij Gorilla en In the Pocket, twee Taylor-topalbums uit de jaren zeventig. En zo horen we op October Road weer een paar vertrouwde gitaarloopjes, melodielijnen en intro’s voorbijkomen uit de lange loopbaan van de singer-songwriter, die in 1968 begon met het album James Taylor.

Nee, Taylor voelt zich niet beledigd als het repeterende karakter van zijn werk ter sprake komt. Integendeel. Hij gaat er eens goed voor zitten in een van de boardrooms van het Amsterdamse Hilton die voor de gelegenheid tot interviewruimte is gepromoveerd. Zonder een greintje ironie trekt hij het muzikale boetekleed aan: «Het klopt dat ik regelmatig ideeën recycle, maar ik ben allang blij dat zich zo nu en dan iets nieuws aandient, dus ik mag niet klagen. Ik beschouw het niet als artistieke armoede, want ik denk dat, met uitzondering van Bob Dylan, iedere artiest in wezen steeds zijn eigen repertoire herhaalt. Artistieke veranderingen zijn vaak heel kunstmatig en pakken daarom meestal slecht uit. Het is trouwens wel ironisch dat die kritiek vooral mij treft, terwijl ik nog een relatief ingewikkeld akkoordenpalet tot mijn beschikking heb. Bluesartiesten, die maar drie akkoorden gebruiken, krijgen die beschuldiging nooit te horen.»

James Taylor is een paar dagen in Nederland om zijn nieuwe cd aan de man te brengen. Een concert in Carré, een optreden bij Barend & Van Dorp en twee interviews, en dan weer snel door naar Duitsland. Bij zijn vorige bezoek, drie jaar geleden, had hij zijn intrek genomen in een hotel vlak bij de warme buurt in Amsterdam. Nu is hij neergestreken aan de buitenkant van de stad in het steriele Hilton. Is hij ervan op de hoogte dat hier popgeschiedenis is geschreven?

Terwijl de interviewer de illusie heeft dat James Taylor wellicht kennis heeft genomen van de zelfmoord van onze nationale rock ’n’ roll junkie Herman Brood begint Taylor over John Lennon en Yoko Ono, die in 1969 in het Hilton hun bedsessie voor de vrede hebben gehouden. Taylor heeft altijd een warme band met de Beatles gehad. In 1968 sloeg James Taylor zijn vleugels uit en beproefde zijn gitaargeluk in Londen. Peter Asher (van het duo Peter & Gordon), de broer van Jane Asher, de toenmalige vriendin van Paul McCartney, introduceerde hem bij het Apple-label als de nieuwe Amerikaanse folkrock-held. Door de zakelijke puinhoop bij Apple werd Taylors eerste album geen groot commercieel succes, maar de Beatles-associatie heeft hem in zijn verdere carrière geen kwaad gedaan.

Nee, hij heeft nog nooit van Herman Brood gehoord. Maar na een korte introductie komt het verhaal hem wel akelig bekend voor. De pijn van het afkicken, een totaal verwoest lichaam, de zelfdestructie. Taylor heeft namelijk zelf, zoals hij het zegt, de eerste achttien jaar van zijn leven genoten van de warmte van zijn familie. Hij is opgegroeid in North Carolina in een intellectueel en muzikaal gezin. De tweede achttien jaar heeft hij geprobeerd om met behulp van alcohol, heroïne en eigenlijk alles wat maar zo’n beetje voorhanden was een einde aan zijn overbeschermde leven te maken. Het kostte hem twee huwelijken (onder meer met zangeres Carly Simon — hun dochter Sally zingt mee op October Road), bracht hem een paar keer op het randje van de dood, en een paar keer in een inrichting. James Taylor: «Ik heb al die jaren het heden en mijn omgeving willen ontkennen en me afgesloten voor de buitenwereld. Ik heb daar absoluut geen spijt van, want er was blijkbaar een noodzaak. Ik heb daarom ook niet het idee dat ik nu die tijd moet inhalen. Het ligt achter me. Dus ik denk niet dat ik over een paar jaar een kamer in een Amsterdams hotel hoef te boeken om me van kant te maken. Het zou natuurlijk wel een mooi rijtje zijn: Chet Baker, jullie Herman Brood en James Taylor.»

Op vorige albums wilde James Taylor nog weleens aan die tijd refereren. Titels als Mescalito, Knocking ’round the Zoo (het gekkenhuis), en Junkie’s Lament spreken boekdelen. Ook zijn grootste hit Fire and Rain zit vol verwijzingen naar minder goede tijden. Maar zijn nieuwe album October Road kan worden beschouwd als één grote uitwerking van een regel die hij zong op het album JT uit 1977: «The secret of life is enjoying the passage of time.»

Voor me zit een gelukkig mens, die er niet mee zit dat hij geen fraai golvende haardos meer heeft: «De menselijke geest is eigenlijk een defensief mechanisme, dat zich moet weren tegen problemen. Het is daarom niet zo gek dat mensen het negatieve opzoeken. Ik probeer me tegenwoordig meer op het positieve te richten. Als je bedenkt dat er ontelbare mogelijkheden in het universum zijn, dan is de kans ongelooflijk klein dat je als mens op aarde verschijnt. Laat ik dus maar genieten van dat geluk.»

De liefde voor zijn derde vrouw Caroline Smedvig, die de publiciteit verzorgt voor het Boston Symphony Orchestra, druipt er op October Road aan alle kanten vanaf. In het lied On the 4th of July zingt hij over hun eerste ontmoeting tijdens het vuurwerk op de belangrijkste Amerikaanse feestdag. Als Taylor vertelt dat die ontmoeting eigenlijk in juni plaatsvond, dringt de logische vraag zich op of zo’n tekst dan zijn manier is om te benadrukken dat de dichter de vrijheid heeft om de waarheid naar zijn hand te zetten of dat hij de liefde voor zijn vrouw en voor de Amerikaanse vlag op één lijn wil plaatsen.

De uiterst bedaarde bard wordt fel: «Ik ben geen nationalist. Ik vertrouw de vlag niet. Tien jaar geleden heb ik in het lied Slap Leather in duidelijke woorden het Amerikaanse machtsvertoon in Irak gekraakt. En ook nu ben ik erg op mijn hoede. Voor mij behoort Randy Newmans ironische Follow the Flag tot het allerbeste dat ooit is geschreven. Ik voel me wel Amerikaan, maar ik weet niet wat het is. Op de Amerikaanse vlag zou een groot vraagteken moeten staan. Denk alsjeblieft niet dat On the 4th of July na 11 september is geschreven. Dat zou ik mezelf heel kwalijk hebben genomen. Het zou me een lief ding waard zijn als Bush zo snel mogelijk verdwijnt. Bij de presidentsverkiezingen ben ik actief geweest voor de Democraten en dat zal ik wéér zijn bij de tussentijdse verkiezingen in de herfst. Maar ik beschouw mezelf niet als een politieke wetenschapper. Ik ben een betrekkelijk onwetende burger en ik vind het lastig dat mensen mijn politieke mening belangrijk vinden omdat ze mijn liefdesliedjes mooi vinden. Maar het kan wel samengaan, want in On the 4th of July heb ik het ook over de traditionele waarden in de VS, zoals vrijheid van meningsuiting, die Bush minder interessant vindt dan langeafstandsraketten. Als de regering niet verstandig wordt, zullen er nog vele memorial concerts moeten worden georganiseerd zoals na 11 september.»

Ondanks de relativerende woorden over zijn rol in het politieke debat is James Taylor erg tevreden met het anti-oorlogslied From Belfast to Boston. Over het algemeen voelt hij zich meer op zijn gemak met het publiek van zijn eigen generatie, omdat zijn leeftijdgenoten de hippietijd, Vietnam en Nixon op dezelfde manier hebben meegemaakt en dus dezelfde taal spreken. Maar met From Belfast to Boston wil Taylor ook zijn jonge publiek, dat tegenwoordig in groten getale op hem af komt, aan het denken zetten. Taylor: «Het ging oorspronkelijk over Joegoslavië, waar strijders een kist met geweren in de wintergrond hadden verborgen. Na de dooi in de lente werd deze weer opgegraven om gebruikt te worden in een nieuwe geweldsronde. De aarde moet de basis van het leven zijn, maar er liggen ook de kinderen begraven die slachtoffer zijn geworden van de waanzin. Na een bezoek aan Belfast, midden in het marsseizoen van de fanatieke protestante Orangisten (O, nooit geweten dat het Hollandse koningshuis medeverantwoordelijk is voor die onzin…) is het decor van dat lied naar Noord-Ierland verplaatst. Het had net zo goed Rwanda of Afghanistan kunnen zijn. Ik was de oorspronkelijke tekst trouwens kwijt. Tekstschrijven is voor mij een moeizaam proces en er rust een doem op mijn aantekeningen. Er zit niet voor niets vijf jaar tussen mijn vorige album Hourglass en October Road. Ik heb een keer een cassette met jaren tekstmateriaal in een taxi in Parijs laten liggen. En iemand is een tijdje terug ongewenst in mijn hotelkamer in New York geweest. Hij dacht waarschijnlijk dat het een mapje met waardevolle spullen was, maar het waren tientallen teksten die hij heeft gestolen. Als het nu nog op een veiling met rock ’n’ roll-parafernalia was opgedoken, had ik er vrede mee gehad. Maar ik vrees dat het op de grote afvalberg op Staten Island is beland.»

James Taylor, October Road

Columbia Records 5032922000