Het protest tegen TTIP

Op de barricaden tegen de chloorkip

Het vrijhandelsverdrag TTIP tussen Amerika en Europa is symbool geworden voor een dolgedraaid kapitalisme. Volgens tegenstanders worden alleen de grote bedrijven er beter van. Ze bereiden protesten voor.

Medium anp 29290575

Voor tegenstanders van ttip was het een godsgeschenk: de kleine tien minuten die Arjen Lubach zondagavond 15 maart op nationale televisie besteedde aan het trans-Atlantische handels- en investeringsverdrag. De cabaretier legde uit wat er allemaal op het spel staat bij dit vrijhandelsverdrag, waar al sinds 2013 over wordt onderhandeld. Alle hete hangijzers kwamen aan bod: de inmiddels welbekende chloorkip, de geheimzinnigheid rondom de onderhandelingen, en natuurlijk isds, het mechanisme waarmee bedrijven overheden voor private arbitragetribunalen kunnen dagen. De trendende hashtag #TTIPalarm was geboren en plots stond het handelsverdrag volop in de aandacht.

De uitzending van Zondag met Lubach was de eerste keer dat het grote publiek kennismaakte met ttip. Tot dan toe probeerde een handjevol bezorgde ngo’s de Nederlandse bevolking tevergeefs te doordringen van de in hun ogen ronduit desastreuze impact van dit verdrag. Alleen: hoe krijg je een abstract en saai thema als ttip, waarvan de onderhandelingen achter gesloten deuren plaatsvinden en de precieze gevolgen ongewis zijn, op de publieke agenda? De technische onderhandelingen staan zo ver van de doorsnee burger af dat het haast onbegonnen werk leek mensen voor zo’n onderwerp de barricaden op te krijgen.

Inmiddels is de campagne tegen ttip uitgegroeid tot een Europa-brede protestbeweging die het trans-Atlantische handelsverdrag gebruikt om de fundamentele gebreken van ons economische en democratische bestel aan te kaarten. Het feit dat de onderhandelingen al anderhalf jaar bezig waren voordat de maatschappelijke discussie erover enigszins op gang kwam, wordt uitgelegd als het zoveelste bewijs dat de Europese besluitvorming te kampen heeft met een fiks democratisch tekort. En met dit verdrag zou het grootbedrijf alleen maar meer macht krijgen. In tegenstelling tot burgers was dat wél vanaf het begin betrokken bij de onderhandelingen. Een teken dat ons economische systeem wordt gegijzeld door de multinationals. De anti-ttip-alliantie, een bonte coalitie van ngo’s, vakbonden en sociale bewegingen, heeft op slimme wijze hun zwakte in een kracht weten om te zetten: het verzet tegen een ingewikkeld en technisch handelsverdrag heeft zich ontpopt tot een breed protest tegen technocratisch bestuur en een dolgedraaid kapitalisme.

De afkeer van het verdrag en alles waarvoor het symbool is komen te staan leeft onder een groeiend deel van de Europese bevolking: de online stop-ttip-petitie heeft al drie miljoen digitale handtekeningen verzameld. Deze week moet de sluimerende onvrede aan de oppervlakte komen: in het kader van internationale acties tegen ttip worden er in heel Europa straatprotesten georganiseerd. Hoewel de demonstraties in Nederland, in tegenstelling tot Duitsland en Frankrijk, tot nog toe een schrale opkomst kenden, hoopt de burgerlobby tegen ttip op 10 oktober in Amsterdam een massa op de been te krijgen die zich luidruchtig uitspreekt tegen het handels- en investeringsverdrag.

Op 30 november 1999 mondden de massale protesten van andersglobalisten bij de wto-top in de Verenigde Staten uit in een hardhandige confrontatie met de ordetroepen. The Battle of Seattle, zoals de rellen bekend kwamen te staan, was een ijkpunt in de geschiedenis van het protest tegen de neoliberale globalisering. Als ervaren onderzoeker bij het Transnational Institute (tni) heeft Pietje Vervest in de loop der jaren de nodige omstreden handelsverdragen voorbij zien komen. ‘De afgelopen tien jaar was het echter enorm lastig om het onderwerp op de agenda te krijgen. De laatste keer dat er echt aandacht was voor een handelsverdrag was rond de European Partnership Agreements in 2007 (tussen de EU en voormalige koloniën uit Afrika en de Cariben – jt). Sindsdien was het ontzettend stil. Dit is eigenlijk de eerste keer dat er weer een bredere coalitie ontstaat.’ De vergelijking met de demonstraties in Seattle dringt zich op. ‘Dat was een succesvolle strijd. Er kwamen toen zoveel mensen naar de protesten dat ze het onderhandelen fysiek onmogelijk maakten.’ Er zijn wel mensen binnen de Europese stop-ttip-coalitie die stiekem dromen van een blokkade à la Seattle in Brussel, verklapt Vervest.

Kees Biekart, universitair hoofddocent aan het International Institute of Social Studies in Den Haag, ziet de parallellen met The Battle of Seattle, maar onderstreept de flinke ontwikkeling die protestbewegingen in het afgelopen decennium hebben doorgemaakt. In de huidige protesten tegen ttip ziet hij elementen terugkeren uit de Occupy-beweging en de Indignados in Spanje. Net als bij hen is de stop-ttip-alliantie niet gebonden aan één ideologisch verhaal en organiseert ze zich bottom-up, buiten politieke partijen om. ‘De beweging is niet hiërarchisch georganiseerd: er zijn veel groepen bij betrokken, die hun autonomie behouden en niet centraal worden aangestuurd. Dat maakt deze beweging ongrijpbaar. Door nieuwe technologie zijn ze bovendien in staat veel sneller mensen te mobiliseren dan vijftien jaar geleden.’

De anti-ttip-coalitie voert een strijd tegen een veelkoppig monster: iedere organisatie ziet een ander gevaar in het verdrag. FNV Bondgenoten waarschuwt voor een aftakeling van werknemersrechten. Kleine en middelgrote boeren vrezen voor oneerlijke concurrentie. Greenpeace beschouwt ttip als een ramp voor het milieu. En volgens de digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom komt door het verdrag onze privacy onder druk te staan. Waar richt je je pijlen op, wanneer de gevolgen van dit verdrag zo alomvattend zijn? Voedselveiligheid, milieunormen, arbeidsrechten, democratisch bestuur: allemaal dreigen ze in het gedrang te komen, waarschuwen critici.

De verscheidenheid aan bezwaren is juist de kracht van deze beweging, denkt Biekart. ‘ttip wordt gebruikt als een kapstok om allerlei thema’s aan op te hangen. Je hebt een concreet doel nodig om dit soort alternatieve agenda’s samen te voegen. Dat biedt ook handelingsperspectief.’ Daar komt bij dat ttip direct raakt aan belangen in veel verschillende sectoren. In het verleden waren het vooral ontwikkelingsorganisaties die de protesten tegen internationale handelsverdragen aanvoerden, met als voornaamste bezwaar dat ze negatieve gevolgen zouden hebben voor armere landen. De baten van mondiale vrijhandel waren ongelijk verdeeld, maar de EU stond vrijwel altijd aan ‘de winnende kant’. Bij dit verdrag is dat niet langer vanzelfsprekend. Vandaar dat tegen ttip de Europese boeren en arbeiders in opstand komen.

‘Mensen zijn het zat om zich te laten regeren door anonieme krachten’

De verdediging vanuit de Europese Commissie is even kernachtig als simplistisch: wij moeten zorgen voor groei en banen en ttip zal dat brengen. Vrijhandel is een ‘no brainer’, schreef de Europese commissaris voor handel Cecilia Malmström in een opiniestuk in de Britse krant The Guardian, waarin ze de Europese bevolking opriep niet mee te gaan in de ‘anti-ttip-hype’. Maar de vraag of ttip daadwerkelijk welvaart en banen brengt is allerminst beslecht. Voor- en tegenstanders van het verdrag zijn daarover verwikkeld in een venijnig statistiekenspel, waarin beide zijden aan de haal gaan met rapporten die hun gelijk onderschrijven. Over en weer wordt de betrouwbaarheid van de gebruikte economische modellen in twijfel getrokken.

George de Roos van de fnv heeft daarom weinig vertrouwen in de optimistische economische prognoses van de Europese Commissie: ‘Wij hebben zoiets van “dat zal allemaal wel”. Er zijn ook onderzoeken die het tegenovergestelde beweren. Wij weten uit ervaring dat je dit soort voorspellingen met een korrel zout moet nemen. We hebben veel contact met onze Amerikaanse collega’s, die werd ook van alles beloofd toen er over nafta (het vrijhandelsverdrag tussen de VS, Canada, en Mexico – jt) onderhandeld werd. Uiteindelijk bleek daar niets van terecht te komen: er gingen zelfs banen verloren en in de vrijhandelszones bij de Mexicaanse grens worden arbeiders behandeld als slaven.’

Een van de centrale bezwaren van de anti-ttip-alliantie is het gebrek aan transparantie rondom de onderhandelingen. De Europese Commissie mag dan beweren dat dit de meest transparante onderhandelingen ooit zijn, voor de actievoerders is het bij lange na niet genoeg. Daar valt wel iets voor te zeggen, want hoewel sinds de start van de onderhandelingen de nodige verbeteringen zijn doorgevoerd, heeft het grote publiek nog altijd geen zicht op wat er precies besproken wordt.

Europarlementariërs kunnen de documenten uitsluitend bekijken in een speciaal daarvoor gereserveerde reading room in Brussel en krijgen hoogstens een paar uur de tijd om de honderden pagina’s met uiterst technisch handelsjargon door te ploegen. Het maken van aantekeningen of digitale kopieën is niet toegestaan, het raadplegen van experts die de complexe stof kunnen vertalen naar gewone mensentaal evenmin. Klokkenluidersorganisatie WikiLeaks heeft al een beloning van honderdduizend euro uitgeloofd voor datgene wat deze absurd strikte maatregelen te allen tijde moeten voorkomen: gelekte documenten.

Het maakt de missie van de anti-ttip-alliantie er niet gemakkelijker op. Zinnen waarin de tegenstanders waarschuwen voor de rampzalige gevolgen van het handelsverdrag beginnen niet zelden met: ‘We vrezen ervoor dat…’, of: ‘Het zou goed kunnen dat…’. ‘Het gebrek aan transparantie maakt het voor ons lastig om effectief actie te voeren’, erkent Roos van Os. Met Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (somo) maakt zij deel uit van de groep ngo’s die tegen ttip in het geweer is gekomen. ‘Wij zijn afhankelijk van ofwel gelekte informatie, ofwel de pr-machine van de overheid. We hebben te kampen met een enorme informatieachterstand, vandaar dat het belangrijk is om gecoördineerd samen te werken. Deze coalitie is belangrijk om samen een stem te vormen, maar zeker ook om onderling informatie uit te wisselen en strategisch na te denken over onze aanpak.’

De Engelse politicoloog Colin Crouch is resoluut: de ttip-onderhandelingen zijn ‘post-democracy in its purest form’, schrijft hij in het artikel Democracy at a TTIP’ing-point. Onder een postdemocratische maatschappij verstaat Crouch een samenleving waarin de formele politieke instituties blijven voortbestaan, maar weinig effectieve invloed meer uitoefenen op de besluiten die er daadwerkelijk toe doen. Democratie als window dressing. Dat is precies wat er dreigt met ttip, meent Crouch: de zakelijke en bestuurlijke elite probeert achter de rug van de bevolking een akkoord te sluiten dat een keur van democratisch tot stand gekomen milieu- en sociale wetgeving ondermijnt. Daar tegenover staat ‘een scala van groepen uit de burgerlijke samenleving, die samen met kleinere politieke partijen verzet organiseren en het publieke wantrouwen tegen de elite mobiliseren, dat de postdemocratische politiek zelf heeft voortgebracht’.

‘Mensen zijn het zat om zich te laten regeren door anonieme krachten’, denkt Geert Ritsema, die namens Milieudefensie vanaf het begin betrokken is geweest bij de stop-ttip-coalitie. Hij is ervan overtuigd dat er een breder gevoel van onbehagen leeft onder de bevolking, dat verder gaat dan dit handelsverdrag. Het monsterverbond tussen de VS en Europa dient als een katalysator om dat ongenoegen aan te wenden als mobiliserende kracht. ‘Door ttip wordt het alleen maar moeilijker om de macht terug te halen naar de burgers. Europa is al een gebrekkige democratie met genoeg institutionele mankementen en dan komt daar bovenop nog een trans-Atlantische sfeer, waarvan we niet weten hoe die precies institutioneel wordt ingericht. Daar hebben straks ook het Europees Parlement en de lidstaten niets meer over te zeggen. Je geeft dan alles uit handen aan een anoniem oncontroleerbaar orgaan dat zich ergens in de trans-Atlantische sfeer bevindt.’

Het grootste gevaar voor de democratie is volgens de anti-ttip-alliantie de clausule waarmee het voor bedrijven mogelijk wordt om staten voor een onafhankelijk privaat tribunaal te dagen wanneer nieuw beleid hun investeringen zou bedreigen. In een publieke consultatieronde over isds, waarmee de Europese Commissie tegemoet kwam aan de roep om meer inspraak van burgers, werd ze overdonderd door bezorgde inzendingen. Eurocommissaris Malmström had niet verwacht dat ruim 150.000 burgers zich zouden bemoeien met een technische en taaie kwestie als isds. Ruim 97 procent van die reacties was uitgesproken negatief over deze vorm van investeringsbescherming. Dit signaal van ‘fundamenteel wantrouwen’ kon Malmström onmogelijk negeren. Maar het nieuwe voorstel dat ze afgelopen maand presenteerde – met publiekelijk benoemde rechters, openbare zittingen en de mogelijkheid in hoger beroep te gaan – kon de gefrustreerde ngo’s niet bekoren. ‘Het is alsof ze een varken lippenstift op hebben gedaan’, foeterde Nick Dearden, hoofd van Global Justice Now.

‘Als je kijkt naar de budgetten van de bedrijfslobby, dan staat dat niet in verhouding tot de middelen die wij hebben’

Het lijkt erop dat een hernieuwde anders-globaliseringsbeweging in ttip haar gedroomde vijand heeft gevonden. Het handelsverdrag wordt naar voren geschoven als een symbool voor alles wat er mis is met het huidige regime van internationale vrijhandel. Volgens minister Ploumen hebben de VS en de EU met deze onderhandelingen een unieke kans om een Gouden Standaard te zetten voor internationale handel, maar volgens Roos van Os van somo is precies deze intentie het grootste probleem. ‘Soms vraag ik me af wat er nodig is om te laten zien dat het huidige handelsmodel principieel niet werkt. Het draait enkel om schaalvergroting en gewin bij de financiële sector. Die economische doctrine zit in de haarvaten van het uitvoerende beleid. Als je dat tegen wil gaan kom je er niet met een paar Kamervragen en demonstraties. We zouden een fundamenteel debat moeten houden over de inrichting van onze economie en de rol van handel daarin. Daar kunnen we ttip voor gebruiken.’

Ferdi De Ville denkt dat het huidige protest wat dat betreft een blijvend effect sorteert. De docent Europese studies aan de Universiteit Gent volgde de onderhandelingen rondom ttip van meet af aan nauwgezet. Binnenkort verschijnt het boek TTIP: The Truth about the Transatlantic Trade and Investment Partnership, waarin hij zijn bevindingen presenteert. ‘Door de Europese Commissie wordt ttip een game changer genoemd’, zegt De Ville. ‘Daarmee doelen ze op de nieuwe standaarden voor handel die gezet zouden worden. Maar de echte game changer is dat het Europese handelsbeleid door het debat rondom ttip is gepolitiseerd. Die toegenomen publieke belangstelling is de werkelijke transformatie, dat gaat ook niet zomaar weg als ttip straks voorbij is.’

Het onderwerp op de kaart zetten en mensen mobiliseren is één ding, maar hoe beïnvloed je daadwerkelijk het beleid? Het is als burgerlobby niet zo eenvoudig daadwerkelijk iets voor elkaar te boksen. Zeker niet wanneer je je op een ongelijk speelveld begeeft. ‘Wij hebben wel gesprekken met europarlementariërs en de Europese Commissie, maar als je kijkt naar de budgetten van de bedrijfslobby, dan staat dat niet in verhouding tot de middelen die wij hebben’, zegt Van Os van somo. ‘Als ngo’s proberen we daarom vooral het maatschappelijke debat te beïnvloeden. In Nederland lobbyt met name vno-ncw sterk voor ttip. Je merkt dat zij qua standpunten op één lijn zitten met het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het is lastig om daar tussen te komen. Ik kan mijn tijd beter besteden aan het schrijven van opiniestukken of kritische rapporten dan bij BuZa op de koffie gaan. Ik weet toch wel wat hun positie is.’

Opmerkelijk genoeg wordt de eerste politieke verdedigingslinie op lokaal niveau opgeworpen: verschillende gemeenten in heel Europa hebben zich al ttip-vrij verklaard. In juli stemde ook de Amsterdamse gemeenteraad in met een anti-ttip-motie. Wat kunnen deze lokale afwijzingen van het verdrag precies bewerkstelligen? Geen chloorkip in de hoofdstad? Geert Ritsema: ‘Juridisch gezien is dit natuurlijk symboolpolitiek. Maar het is ook een belangrijk signaal aan Den Haag: de lokale overheden staan tot hun grote frustratie volledig buitenspel in de onderhandelingen. Terwijl het steeds duidelijker wordt dat ook de beleidsvrijheid van de lagere overheden wordt aangetast. Het is een bewuste strategie om gemeenten te mobiliseren. Zo hebben we dat met Milieudefensie ook gedaan bij onze succesvolle campagne tegen schaliegas.’

De stop-ttip-campagne zal een lange adem moeten hebben. De nieuwssite Politico kreeg documenten in handen waaruit blijkt dat de onderhandelingen amper halverwege zijn. Als de demonstraties van deze actieweek zijn overgewaaid, zullen de onderhandelingen geruisloos worden voortgezet. Dat wordt een van de grootste uitdagingen: hoe houd je dat sluipende en weinig transparante proces onder de aandacht? Tegelijkertijd ziet de coalitie kansen: hoe langer de onderhandelingen duren, hoe meer tijd ze hebben om hun verbond uit te breiden.

Ontwikkelingsorganisaties als Oxfam en Cordaid, die tien jaar geleden nog voorop liepen bij protesten tegen internationale handelsakkoorden, geven vooralsnog niet thuis. ttip is weliswaar geen verdrag waarbij ‘het Noorden’ tegenover ‘het Zuiden’ staat, maar een akkoord zou het grootste handelsblok ter wereld creëren. Dat gaat ongetwijfeld gevolgen hebben voor ontwikkelingslanden. Ook proeven de actievoerders aarzeling bij het mkb. Terwijl in andere landen verenigingen van small and medium enterprises zich bij de anti-ttip-coalitie hebben gevoegd, laten mkb’ers zich in Nederland vertegenwoordigen door vno-ncw, een uitgesproken voorstander van het verdrag.

En dan zijn er nog de ongemakkelijke medestanders: de anti-Europeanen die niets moeten hebben van alles wat uit Brussel komt, laat staan zo’n alomvattend verdrag met de Amerikanen. Tot nu toe houdt de stop-ttip-campagne de boot af. Het zou hun slagkracht kunnen vergroten, maar de uitgangspunten van de rechtse critici zijn zo verschillend dat het een problematische samenwerking zou opleveren. In Frankrijk wordt het Front National bewust buiten de alliantie gehouden. De anti-ttip-coalitie weet ook: voor je het weet staat de gehele beweging te boek als een stel xenofobische nationalisten.

Of ttip er komt of niet, is een vraag voor het Europees Parlement. Dat moet uiteindelijk ‘ja’ of ‘nee’ zeggen tegen een uitonderhandeld voorstel van de Europese Commissie. Dat er grote politieke en economische belangen mee gemoeid zijn is duidelijk. De drie grootste fracties in het Europarlement zijn het er in de basis over eens dat het handelsverdrag met de VS er moet komen. Maar het is lang geleden dat een complex en saai onderwerp als een internationaal handelsverdrag zoveel publieke weerstand opriep. De maatschappelijke druk zwelt aan en dat stemt Pietje Vervest (tni) hoopvol. Hoewel ze ook realistisch blijft: ‘Als je winnen definieert als het stoppen van ttip wordt het misschien lastig. Maar door deze campagne is er al zoveel maatschappelijke discussie over ons mondiale economische systeem, waarbij fundamentele vragen worden opgeworpen. Dat op zich beschouw ik al als pure winst.’

Foto: Christof Stache / ANP
De chloorkip: een van de symbolen van het TTIP protest.