De praktijk van advocate Samira Bouddount

Op de bres voor de niet-bestaande vrouw

Samira Bouddont, specialist op het gebied van Marokkaans en Nederlands familierecht, staat vrouwen bij die door hun man in Marokko zijn achtergelaten of die te maken hebben met huiselijk geweld. ‘Als je ex aanbelt, niet opendoen!’

Op het zwarte ijzeren bankje dat tegen de muur staat, zit Latifa. Een tengere, jonge vrouw in een donkere trenchcoat met om haar hoofd een zwarte hoofddoek. Ze glimlacht als haar advocate Samira Bouddount in de Amsterdamse rechtbank met uitgestoken hand op haar toe loopt. Ze kennen elkaar al een tijdje, eigenlijk vanaf het moment dat Latifa’s huwelijk op de klippen was gelopen. Ze was op dat moment zwanger van haar tweede kind.

Bouddount, 34, is dé specialist op het gebied van Marokkaans en Nederlands familierecht. Jaarlijks staat ze tientallen vrouwen bij die in Marokko door hun man zijn achtergelaten, of hier in ingewikkelde scheidingszaken verwikkeld zijn geraakt. En ook al heeft ze voornamelijk vrouwen als cliënt, er zijn ook mannen die om advies bij haar komen.

Haar meest spraakmakende zaak tot nu toe was die van Aïcha el G., de vrouw die vanaf 1993 met haar kinderen in Marokko gevangen werd gehouden. Niet omdat ze iets had misdaan, maar omdat Mohammed, haar man, vijftien jaar ouder dan zij, controle over haar wilde houden. Hij ging toen Aïcha eenmaal vastzat zelf met zijn nieuwe vrouw in Marokko wonen. Hij betaalde jonge mannen in de buurt om Aïcha en de kinderen in de gaten te houden. Als Mohammed el G. in Marokko was, moest Aïcha de liefde met hem bedrijven. Haar jongste dochter Leila, die in gevangenschap werd geboren – er kwam geen dokter of vroedvrouw aan te pas – is daar het gevolg van. Uiteindelijk was het haar oudste, inmiddels in Nederland wonende zoon Jaouad die zijn moeder afgelopen voorjaar uit de bovenverdieping bevrijdde. Daarbij ondersteund door Samira Bouddount.

De geschiedenis van Latifa, de vrouw die de advocate vanmiddag bijstaat, is weer anders. Zij werd een aantal jaren geleden in Marokko verliefd en besloot haar geliefde naar Nederland te halen. Na de geboorte van hun eerste kind begon hij haar te bedreigen en te mishandelen. De man was ziekelijk jaloers en kon het nauwelijks verdragen als zijn vrouw in haar eentje de straat op ging om een boodschap te doen. Als ze even later met tassen fruit en groente thuiskwam, moest ze van hem met gespreide benen op bed gaan liggen. Hij vermoedde namelijk dat Latifa op weg naar de groenteman was vreemdgegaan en onderzocht haar op mogelijke sporen van sperma. En ook al was er niets te vinden, toch sloeg en mishandelde hij haar, soms voor het oog van de kinderen.

Toen ze de terreur niet langer volhield, zocht Latifa steun bij een maatschappelijk werker en die stuurde haar naar Samira Bouddount. De advocate regelde de scheiding en zorgde ervoor dat Latifa van haar man werd verlost, er kwam geen omgangsregeling voor de kinderen. De advocaat van haar man beweerde dat hij slachtoffer was van zijn eigen cultuur, dat zijn gedrag met eerwraak en gekrenkte trots te maken had. Maar eerwraak komt bij Marokkanen helemaal niet voor. En de man van Latifa bleek een zieke man, een psychiatrisch patiënt te zijn.

Latifa had aangifte gedaan. Er kwam een rechtszaak en haar man werd tot een gevangenisstraf veroordeeld. Toen hij vrijkwam werd hij naar Marokko uitgezet. Sindsdien heeft Latifa niets meer van hem vernomen.

Vanmiddag treffen advocate en cliënte elkaar waarschijnlijk voor de laatste keer in de rechtbank. De zitting van vandaag is bedoeld om het ouderlijk gezag te regelen. Bouddount wil de rechter vragen om het gezag vanaf nu aan Latifa te geven. Voor het aanvragen van een paspoort bijvoorbeeld is normaal gesproken ook de toestemming van de vader nodig. Latifa merkte vorige zomer hoe lastig gedeeld gezag in deze omstandigheden kan zijn. Toen ze bij de douane op Schiphol stond, werd haar ineens gevraagd waar de vader was van de twee kleine kinderen die ze bij zich had. Geschrokken zei ze dat de vader in Marokko was. ‘Aha’, zei de douanier begripvol. ‘Uw man is u vooruit gereisd.’ Ze liet het maar zo.

In het kleine, kale kamertje waar de zitting plaatsvindt, vraagt de rechter of Latifa nog contact met haar man heeft. Ze schudt haar hoofd: ‘Al drie jaar niet meer.’ ‘Vragen de kinderen niet naar hun vader?’ wil de rechter weten. ‘Jawel’, antwoordt Latifa. ‘Maar ze waren heel jong toen het allemaal gebeurde, ze kunnen zich hem niet herinneren.’ De rechter wil weten of Latifa inmiddels een andere partner heeft, maar ze kan naar eer en geweten zeggen dat daar geen sprake van is.

De rechtbank plaatste onlangs een advertentie in Het Parool waarin ze haar ex opriepen om vandaag te verschijnen. Niemand heeft gereageerd, weet de rechter. ‘Daarom zal ik uw verzoek toewijzen.’

Latifa reageert niet blij of opgelucht. Ze maakt de indruk nog steeds gebukt te gaan onder de voorbije jaren. Haar familie steunt haar, zeker bij het opvoeden van haar kinderen. Maar het vooruitzicht dat ze nooit meer aan de man zal komen – ze is net dertig – stemt haar soms verdrietig. Gelaten legt ze uit dat haar kinderen een sta in de weg zijn: ‘Bij ons Marokkanen zorgen mannen liever niet voor de kinderen van een ander.’ Ze zal haar lot moeten accepteren, vindt ze zelf. Ze hoopt dat ze in de toekomst een baantje zal vinden, haar belangstelling gaat uit naar iets administratiefs. Maar dan moeten de kinderen wel ouder zijn.

De benaderingswijze van Samira Bouddount is vooral praktisch. Vrouwen die in de puree zitten moeten geholpen worden, vindt ze. Maar ze laat zich niet verleiden tot algemene uitspraken over vrouwenonderdrukking. Ze laat zich ook niet laatdunkend uit over de betrokken mannen. Die weten vaak niet beter, is haar overtuiging. Uit onmacht doen ze de raarste dingen.

Het is belangrijk dat vrouwen zich bewuster worden van hun rechten, vindt Bouddount. Dat ze zich onafhankelijker gaan opstellen. Dit thema zou een vast onderdeel van de inburgeringscursus moeten zijn, vindt ze. Alleen op die manier komen de vrouwen een stapje verder.

Bouddount werd in Amsterdam geboren en daar groeide ze ook op. Ze heeft twee zusjes en een broer. Op de gekleurde middelbare school in Amsterdam-Zuidoost met veel Surinaamse en Antilliaanse leerlingen was ze het enige meisje met een hoofddoek. Samira wilde Nederlandse taal- en letterkunde gaan studeren, maar dat vonden haar ouders, die oorspronkelijk uit Marokko komen, geen goed idee. Die studie bood onvoldoende toekomstperspectief, ze zou met die studie alleen voor de klas kunnen gaan staan en kon hun dochter niet meer?

‘We werden met veel aandacht opgevoed. Mijn ouders hebben me liefde voor taal bijgebracht, ze spraken zelf Spaans en Frans en we gingen iedere week naar de bibliotheek.’

Op haar achttiende begon ze met haar studie rechten, dat vonden haar ouders een prima keuze. Op haar negentiende stopte ze al weer, financiële omstandigheden dwongen haar een baan te zoeken. Drie jaar later kon Samira haar studie hervatten, ze bleek over voldoende doorzettingsvermogen te beschikken om dat ook daadwerkelijk te doen. Ze werkte bij de migrantenrechtswinkel en specialiseerde zich in het vreemdelingenrecht. In 2009 begon ze haar eigen kantoor in de Rivierenbuurt in Amsterdam. Samen met haar man besloot ze dat hij een aantal jaren voor het huishouden en hun drie kleine kinderen zou zorgen. ‘Als ik thuiskom, is alles gedaan. Het huis is opgeruimd, de was is gedaan en het eten staat op tafel.’

Ze vindt haar werk zwaar. De zaken waar ze bij betrokken is, grijpen diep in het leven van cliënten en hun familie in. En dat laat de advocate niet onberoerd. Daarbij zijn haar cliënten behoorlijk veeleisend, ze verwachten dat ze dag en nacht voor ze klaar staat. Bouddount ziet zichzelf dit werk niet nog tien jaar doen. De wetenschap trekt. ‘Ik zou me willen verdiepen in het internationaal familie- en privaatrecht. Wetgeving vergelijken. Als regels en wetten internationaal beter op elkaar worden afgestemd, biedt dat meer rechtszekerheid. Marokkanen zouden in Duitsland, Frankrijk en Engeland dezelfde behandeling moeten krijgen als hier en dat gebeurt lang niet altijd.’

Jaarlijks, zo is de schatting, worden er vanuit Nederland tachtig vrouwen in Marokko achtergelaten. Uit andere landen, zoals Somalië, Pakistan en Egypte waar het hetzelfde gebeurt, zijn geen cijfers bekend, maar die zouden volgens Bouddount nog wel eens hoger kunnen zijn. Een groot probleem is dat de man zijn vrouw mag uitschrijven uit het bevolkingsregister; het verstrekkende gevolg van die handeling is dat ze dan niet meer bestaat. Om dit te veranderen is een wetswijziging nodig. Nog zo’n probleem: achtergelaten vrouwen zijn in Marokko volkomen rechteloos waar het de zeggenschap over hun kinderen aangaat. Die rechten komen de vader toe.

Bouddount vertelt tijdens een door Fenna Ulichki van GroenLinks georganiseerd debat in Amsterdam dat de ambassade in Marokko na veel druk inmiddels anders reageert op een achtergelaten vrouw. Vroeger werd ze weggestuurd. Nu wordt ze vriendelijk te woord gestaan en is het makkelijker om een uitreisvisum te krijgen.

Op deze zondagmiddag zitten zo’n veertig vrouwen – er zijn ook een paar mannen – bij elkaar om te praten en de politiek wakker te schudden. Bouddount vertelt dat rechters in Nederland het verhaal van de man vaak geloven. ‘Als zo’n man lekker strak in het pak zit en heel beleefd vertelt dat zijn vrouw vreselijke heimwee had en dus in Marokko wilde blijven, dan gelooft zo’n rechter dat. Het is heel moeilijk om bewijs te leveren dat een vrouw inderdaad tegen haar wil is achtergelaten.’

In dit soort situaties is niet alleen de man de vijand, zegt ze, maar ook de staat. ‘Ik heb nu een zaak waarin de vrouw niet wordt geloofd. Ik weet zeker dat ze de waarheid spreekt, want welke vrouw kiest er nu voor om met twee kleine kinderen in de rimboe te leven?’

Toen de familie El G. uit Amsterdam-West in 1993 met zes kinderen op zomervakantie naar Noord-Marokko ging, konden moeder Aïcha en haar drie zoons en dochters niet vermoeden dat ze niet meer terug zouden komen.

Het huwelijk van meneer en mevrouw El G. was niet bepaald liefdevol. Haar man was zowel thuis als daarbuiten de baas, hij bepaalde wat ze wel en vooral wat ze niet mocht doen. Mevrouw El G. werd regelmatig mishandeld, ze deed geen aangifte maar onderging haar lot lijdzaam. Meneer El G. was actief moskeelid in Amsterdam-West, maar daar riep niemand hem tot de orde. Het is in Marokkaanse kring niet gebruikelijk om je als buitenstaander te bemoeien met de manier waarop een man zijn vrouw en kinderen behandelt.

Er kraaide dus geen haan naar toen de man van Aïcha aan het eind van de zomer van ’93 in zijn eentje terugkwam. Samen met haar dochters zat Aïcha vast op de bovenverdieping van het huis in de buurt van Nador dat haar man een paar jaar eerder had gekocht. De meisjes mochten onder begeleiding naar school, de rest van de dag waren ze bezig met het huishouden. De jongens woonden op een andere verdieping, ze mochten geen contact hebben met hun moeder.

Dit ging jaren zo door, tot de oudste zoon Jaouad tussen de papieren van zijn vader documenten ontdekte waaruit bleek dat hij, net als zijn broers en zussen, de Nederlandse nationaliteit had. Hij maakte kopieën en na een paar vergeefse pogingen lukte het Jaouad om een paspoort te bemachtigen en het land uit te vluchten. De jaren die volgden besteedde hij aan het redden van de rest van het gezin. Voor zijn moeder lag het ’t moeilijkst. Zij had niet de Nederlandse nationaliteit. Haar man had haar uitgeschreven in Amsterdam, ze was in geen enkele administratie meer te vinden. Het leek totaal kansloos om Aïcha el G. naar Nederland te halen.

In november 2011 lukte het Jaouad om met een slijptol de toegangspoort van het huis en de deur naar de bovenverdieping open te krijgen. Hij verving alle sloten en hield zo zijn vader buiten. Vervolgens nam Jaouad contact op met Bouddount, in de hoop dat zij zijn moeder en zusje naar Nederland kon halen. ‘Ik besefte meteen hoe moeilijk het was, want ik moest gaan bewijzen dat het voor Aïcha al die jaren onmogelijk was geweest om te ontsnappen. In het begin twijfelde iedereen aan haar verhaal, misschien was het wel té erg om het zomaar te kunnen geloven. De ind, de politie, zelfs de rechter aarzelde. Ik heb eerst een scheiding voor Aïcha aangevraagd. Daarna heb ik haar geadviseerd om aangifte tegen haar man te doen.’

Toen Bouddount in Marokko was bezocht ze moeder en dochter El G. en nam ze hen mee naar de politie om aangifte te doen. Zij moest de ind ervan overtuigen dat Aïcha al die jaren niet alleen gevangen was gehouden maar ook werd mishandeld. En dat de vrouw al die jaren dolgraag in Nederland had willen zijn. Waarschijnlijk was het haar vasthoudendheid, samen met de nauwkeurige aangifte van Aïcha, die de ind van gedachten deed veranderen, want de eerste officiële aanvraag voor een verblijf in Nederland keurde de Immigratiedienst meteen goed.

Bouddount glimlacht als ze aan dat moment terugdenkt: ‘De ind heeft het hart wel op de goede plek. Ze hebben inmiddels ook een speciale afdeling die alleen huiselijk geweld en achterlatingszaken behandelt. Dat is heel goed.’

De politie in Marokko werkte uiteindelijk mee door meneer El G. te verbieden in de buurt van zijn vrouw te komen en de ambassade in Rabat besefte dat het van belang was om snel het uitreisvisum te verzorgen.

Zo stond Bouddount afgelopen mei midden in de nacht op Schiphol om er zeker van te zijn dat moeder en dochter ook daadwerkelijk uit het vliegtuig zouden stappen. Dat deden ze, al waren ze geheel verdwaasd. Zoveel drukte en lawaai waren ze na al die jaren van afzondering niet meer gewend. Ze betrokken het huis in Amsterdam-West waar moeder voor haar vertrek vijftien jaar had gewoond.

‘Al die jaren droomde ik over dit huis’, zegt Aïcha el G. als Samira Bouddount en ik op een middag bij haar langs gaan. Een hoekhuis aan de rand van de stad, het interieur precies zoals ze het had achtergelaten. Twee banken, een kast tegen de muur en een kleine tafel waar de schaal met couscous op wordt gezet.

Haar oudste dochter is op bezoek met haar twee kinderen. Zij was aan de gevangenschap in Marokko ontsnapt toen ze ging trouwen en weg kon uit het huis. Leila, met haar zeventien jaar de jongste, in Marokko geboren, komt er ook even bij zitten. Ze lijkt op een jonge uitvoering van Isabella Rossellini, met haar mooie, regelmatige gezicht en volle mond. Het evenbeeld van haar moeder op die leeftijd, zo zien we op een vergeelde foto die haar moeder uit een oud album haalt. Het meisje gaat sinds een paar weken naar school, naar een internationale schakelklas. Ze spreekt geen Nederlands en heeft haar leven tot nu toe in afzondering doorgebracht. Haar moeder merkt dat Leila minder aanhankelijk is dan in Marokko en maakt zich zorgen. Is het de nieuwe situatie? Is het de puberteit? Tijdens ons bezoek staat Leila een groot deel van de tijd in de keuken. Ze maakt het aanrecht schoon. En nog een keer en nog een keer, alsof ze er rustig van wordt. Haar zus: ‘Dat deed ze in Marokko ook.’

Mevrouw El G. staat iedere dag om zes uur op en loopt dan een uur buiten, meestal gaat ze bij haar oudste dochter langs. Ze geniet van de vrijheid en de buitenlucht.

Een probleem is het huis, dat staat nog steeds op naam van haar man. Bouddount is een gerechtelijke procedure begonnen om het huis over te schrijven op naam van mevrouw El G. Alleen, het duurt zo lang. Door een vormfout – het hof had de laatste keer vergeten meneer El G. op te roepen – kon de rechtszitting toen niet doorgaan. De tijd dringt, want haar ex heeft aangekondigd binnenkort naar Nederland te komen. Hij kan het niet verdragen dat zijn vrouw en jongste dochter aan zijn macht zijn ontsnapt. De vrouwen maken zich grote zorgen. Wat zal hij gaan doen? De voordeur intrappen? Leila op weg naar school ontvoeren? Samira Bouddount wil het telefoonnummer van de buurtregisseur, dan kan zij hem inseinen. ‘En als je ex aanbelt niet opendoen, maar de politie bellen!’

Aïcha knikt. Zodra het huis op haar naam staat, wil ze het wat opknappen. Ze kijkt me aan: ‘Als ik vroeger had geweten dat ik rechten had, had ik het nooit zo ver laten komen. Dan was ik na de eerste mishandeling opgestapt en weggegaan. Ik liet me dom houden. Dankzij Samira kon ik na al die jaren van afzondering terug naar Nederland komen. Ik hoop dat Leila hier een goede toekomst heeft. Tijdens mijn gevangenschap besefte ik hoe belangrijk het is om als vrouw zelfstandig te zijn.’