Joodse pioniers in Dubai

Op de Emiraten mag de chanoekia branden

In Dubai groeit en bloeit een kleine joodse gemeenschap. Dat is de grote verrassing bij de toch al onverwachte akkoorden tussen Israël en de Arabische Emiraten. De joodse expats waren op het juiste moment op de juiste plek.

Joodse inwoners van Dubai en toeristen bidden tijdens Poerim in Hotel Address Dubai Marina, februari © Andrea DiCenzo / Getty Images

Het begon met maaltijden die ze in haar eigen keuken thuis in Dubai klaarmaakte, volledig koosjer. Nu runt Elli Kriel twee van die keukens, allebei in internationale hotels, waarbij de grootste in Abu Dhabi dagelijks vijftienhonderd koosjere maaltijden aflevert.

Dat had ze nooit kunnen bedenken toen ze in 2013 uit Zuid-Afrika naar Dubai kwam, waar echtgenoot Ross zich met duurzame energie ging bezighouden. ‘Ik zou mezelf hard hebben geknepen omdat ik het niet zou geloven’, zegt ze erover terwijl ze in een taxi onderweg is om maaltijden uit Elli’s Kosher Kitchen af te leveren. Niet alleen vanwege de combinatie van joods voedsel in een Arabisch land, maar ook vanwege haarzelf, als een joodse vrouw, moeder van drie en sociologe, die nu opeens succesvol ondernemer is. ‘Het is voor mij echt een kwestie van op het juiste moment op de juiste plek te zijn.’

Dat juiste moment is de opmerkelijke ontwikkeling die de joodse gemeenschap de laatste maanden in de Verenigde Arabische Emiraten (vae) meemaakte. Het begon bij haar thuis in Dubai, met andere joodse expats die op vrijdagavond de sabbatmaaltijd kwamen delen. En terwijl de gemeenschap groeide, sloten de Emiraten afgelopen september de zogenoemde Abraham Akkoorden met Israël die leidden tot diplomatieke, politieke en zakelijke betrekkingen tussen de twee.

Een warme vrede, noemen geïnterviewden het, in tegenstellingen tot de vredesakkoorden die Israël eerder met Egypte en Jordanië sloot. In die landen kun je je nog steeds beter niet als openlijk joods voordoen. Maar sinds de ondertekening van de Abraham Akkoorden zijn al duizenden Israëlische zakenlieden naar de vae gereisd, en nog vele malen meer toeristen, in december alleen al vlogen 65.000 Israëliërs er vanaf Tel Aviv naartoe. ‘Het is gek om in de stad mensen met keppeltjes te zien en Hebreeuws te horen praten. Een jaar geleden hadden we ons dat niet kunnen voorstellen.’

Elli Kriel – modern maar ingetogen gekleed, met loshangend halflang bruin haar – was zelfs zonder het te weten zijdelings betrokken bij de totstandkoming van die vrede, want ze leverde koosjere maaltijden voor de onderhandelingsdelegatie uit Israël. Toch kwamen de akkoorden – ze spreekt van ‘de normalisatie’, omdat ze de banden tussen de vae en Israël normaliseerden – voor haar compleet uit de lucht vallen. ‘Echt waar! Ja, er is wel een correlatie tussen de groei van de gemeenschap en de akkoorden, maar dat is toevallig. De gemeenschap groeide uit zichzelf.’

Want het waren individuen die andere joden wilden ontmoeten, zonder de opzet een gemeenschap te vormen, zegt ze. ‘Dat ze groeide kon wel alleen omdat de omgeving dat toestond. En dat heeft weer indirect bijgedragen aan de normalisatie, omdat het toonde hoe tolerant de samenleving is.’

Die tolerantie is onderdeel van overheidsbeleid, ingezet door kroonprins Mohammed bin Zayed, de feitelijke leider van de zeven staatjes die de Emiraten vormen. Daarvan zijn Dubai en Abu Dhabi de belangrijkste, de eerste heeft de meeste olie-inkomsten, de tweede is groot in zakendoen. Bin Zayed regeert over een zeer diverse bevolking van negen miljoen inwoners, waarvan maar tien procent Emiraats is. De rest is expat, met name Indiërs, Pakistanen en Filippino’s, maar ook Arabieren en tal van westerlingen.

Bij zo’n diversiteit zijn goede onderlinge verhoudingen belangrijk, en de overheid stimuleert die door zowel tolerantie als geluk onderdeel te maken van onderwijs én regeringsbeleid. ‘Ik vond de Emirati’s extreem hartelijk, ze hebben me vanaf het begin ondersteund’, zegt Kriel daarover. ‘Terwijl je je voor de normalisatie toch op onbekend terrein begaf als je openlijk uitkwam voor je joods-zijn. Toch zijn er al die tijd dat ik hier woon geen problemen geweest. We konden vrijuit ons geloof praktiseren en hebben geen antisemitisme meegemaakt.’

Veel Emirati’s hebben positieve associaties met joden, stelt ze. Ze zijn opgeleid in de Verenigde Staten of Engeland, waar ze op hun zoektocht naar halal eten vaak uitkwamen bij de koosjere keuken. Dat onder Kriels klanten veel Emirati’s zijn zal te maken hebben met het feit dat ze zich bij haar gerechten vaak laat inspireren door hun eigen, lokale keuken.

Hotel Address Dubai Marina, februari. Joodse toeristen verkleden zich als Emirati’s tijdens Poerim © Giuseppe Cacace / AFP / ANP

Wie zich afvraagt hoe het zover kon komen dat juist de Emiraten vrede sloten met Israël, stelt vast dat er nooit formeel een oorlog tussen de twee is geweest. Maar het belangrijkste is vermoedelijk de gematigde islam die er wordt uitgedragen. Op het strand kun je iemand in bikini tegenkomen, maar ook in boerkini. Het straatbeeld toont relatief weinig hoofddoeken, al ontbreken de nikabs niet – van Saoediërs die graag op bezoek komen. Alcohol is overal verkrijgbaar. Tijdens de ramadan kunnen niet-moslims zonder problemen en openlijk eten.

Alle religies zijn welkom, er is zelfs een speciale minister van Tolerantie aangesteld, al wordt actieve bekeringsdrang niet getolereerd. De paus is met veel tamtam ontvangen. Van de interreligieuze dialoog tussen islam, jodendom, christendom en het hindoeïsme wordt veel werk gemaakt.

Zo kan het dat aan de deur van de Kriel-residentie niet alleen een hamsa hangt, het handje tegen het boze oog dat de joodse en de Arabische cultuur verenigt, maar op de deurpost ook een mezoeza. Traditie. Dit kokertje met twee thora-spreuken om voorspoed en geluk te brengen identificeert het huis als een joods huis. Binnen prijken gekalligrafeerde Hebreeuwse spreuken naast oude foto’s van familie en voorouders. De speciale kast in de woonkamer met daarin onder andere de thora-rollen is gebouwd als een soort ark, zoals in een synagoge.

Dat ontstond kort nadat Alexander Peterfreund, een orthodoxe jood en diamantair uit Antwerpen, bij de Kriels aan de sabbattafel zat, al op de eerste vrijdagavond na zijn aankomst in Dubai in 2013. De volgende dag ging hij samen met Ross Kriel in diens woonkamer in gebed. ‘Er wordt gezegd dat Ross en ik de joodse gemeen-schap in Dubai hebben gesticht’, zegt Peterfreund via Zoom vanuit Dubai, in hemdsmouwen en met een keppeltje achter op zijn kortgeknipte donkerblonde haar. ‘Maar we vormden alleen het begin van een meer gestructureerde gemeen-schap.’

‘Dat de joodse gemeenschap in Dubai groeide kon alleen omdat de omgeving dat toestond.’ Hier wordt de gematigde islam uitgedragen

De Emiraten zijn relatief nieuwe staatjes, zonder een joodse geschiedenis en zonder dat er een uittocht van joden plaatsvond na de vorming van de staat Israël, zoals in andere Arabische landen. De eerste joodse expats kwamen hier in de jaren negentig, en vanaf begin deze eeuw vierden joodse gezinnen samen hun religieuze feestdagen. Daaraan werd geen ruchtbaarheid gegeven. Peterfreund dacht dan ook na zijn verhuizing uit Antwerpen niet alleen in een fysieke woestijn terecht te komen, maar ook in een spirituele. Niets was minder waar, want bij de Pesach-viering die hij enkele maanden na aankomst hield, zaten tot zijn verbazing zeventig man in zijn woonkamer aan de koosjere wijn die hij uit New York had geïmporteerd.

Al snel werd de sjoel in Kriels huiskamer te klein. De volgende fase was de Villa, een gehuurd luxe woonhuis dat het eerste joodse centrum van Dubai zou worden. ‘We waren altijd heel discreet. Deden de gordijnen dicht. Er was al contact met de autoriteiten en de toon was: welkom, we moedigen het aan, maar wees discreet. Dat laatste niet omdat er problemen waren, maar: wij zijn bezorgd over uw veiligheid.’

Jarenlang was de Villa als sjoel alleen bekend bij een relatief kleine groep betrokkenen. Dat veranderde toen in februari 2019, bij het afkondigen van het Jaar van de Tolerantie, er een boek verscheen over religieuze minderheden in de Verenigde Arabische Emiraten, met daarin ook een hoofdstuk over de joodse gemeenschap. ‘Dat was het moment dat we voor het eerst op de radar kwamen’, stelt Peterfreund vast. Journalisten begonnen te schrijven over de ‘geheime synagoge’ en over Elli Kriels koosjere keuken.

Voor Peterfreund vormde het aanbieden van een thora-rol aan kroonprins Mohammed bin Zayed in november 2019 een belangrijke mijlpaal. De rol van de joodse heilige schrift was speciaal voor de gelegenheid vervaardigd en geschreven. Het was een uniek moment voor een Arabisch land. Bin Zayed gebruikte het vooral om zijn boodschap over een tolerante islam voor het voetlicht te krijgen. Peterfreund was onder de indruk. ‘De kroonprins sprak over zijn vader, en hoe die hem vertelde dat de Emiraten zouden meevechten in een internationale coalitie tegen al-Qaeda-leider Osama bin Laden. De vader zei: “Ik doe dat om iedereen te vertellen dat onze islam gekaapt is, en niet die van Bin Laden is.” Hij ziet zichzelf als de gematigde stem van de islam.’

Elli Kriel, eigenaar van Elli’s Kosher Kitchen, Dubai, 2020 © Andrea DiCenzo / Getty Images

Die boodschap vindt weerklank bij de conservatieve Emirati’s. Ze zijn tolerant richting andersdenkenden, maar keren zich tegen de radicale islam en tegen moslims die de islam beschadigen. Een diplomaat uit Dubai vertelt bijvoorbeeld dat Emirati’s hem waarschuwen om op te passen voor wat we in het Westen islamistische bewegingen wel en niet toestaan. Die bewegingen zullen nooit het westerse model accepteren, sterker nog, hun agenda ondermijnt dat model juist, zo luidt die waarschuwing.

Het leiderschap ziet haar gematigde vorm van de islam ook als voorbeeld voor de rest van de Arabische wereld. Ze blijkt aantrekkelijk te zijn voor goed opgeleide jongere Arabieren, die vanwege corona en het visumbeleid niet naar Engeland of Amerika kunnen en zich steeds meer in de Emiraten vestigen. Het tolerantiebeleid legt de Emiraten bepaald geen windeieren: de economie doet het beter dan ooit, de duurzaamheidsagenda is succesvol, de wetenschap ontwikkelt zich dusdanig dat de Emiraten een eigen Mars-missie hebben en de aanpak van corona wordt in de regio alleen door Israël geëvenaard.

Dat hele beleid is dan wel top-down ingevoerd, toch vindt het brede steun onder de bevolking. En hoewel Emirati’s bekendstaan als regeringsgetrouw, laat bijvoorbeeld het grote succes van Elli Kriels koosjere keuken zien dat het beleid aansluit bij een ontwikkeling. Zo kon Alex Peterfreund onlangs het nieuwe Israëlische Diamanthandelscentrum in Dubai openen, waarbij een rabbijn voor het oog van Emiraatse genodigden een mezoeza aan de deur bevestigde. En werd het joodse lichtjesfeest van Chanoeka in december in de buitenlucht gevierd met het aansteken van de kaarsen op een grote negenarmige kandelaar door tal van hoogwaardigheidsbekleders.

Dat het leeft onder de bevolking blijkt ook uit de toenemende interesse voor het leren van Hebreeuws. De Emiraatse May al-Badi is daar nu een jaar mee bezig, uit nieuwsgierigheid over iets wat er niet was in haar land, zegt ze. Al is ze moslim, ze bezoekt ook regelmatig sabbatmaaltijden bij joodse vrienden. Daar is ze ook als ze op zaterdag een slaapkamer binnenloopt voor het gesprek via Zoom, wijnglas in de hand. De vlotte, ongesluierde jonge vrouw noemt de Abraham Akkoorden ‘een familiereünie tussen ons en de Israëliërs. We leren elkaar kennen en zijn daar erg blij mee.’

Blij is ze ook met de snelle opkomst van het toerisme uit Israël. ‘Als we ergens thuis met tien mensen de sabbat vierden, dan kwamen voorheen misschien twee van de gasten uit Israël. Nu heb je tweehonderd Israëliërs bij elkaar. En dat is maar één viering, meestal zijn er twee of drie tegelijk aan de gang. Dus hebben we wekelijks zeshonderd joden die hier ergens samen sabbat vieren.’

Van een negatieve reactie op al die aantallen is geen sprake, zegt ze. ‘We zijn blij als we gasten hebben. We zijn van oorsprong bedoeïenen, en gastvrij. Vanwege onze voorouders zien we ons land als een tent. Net als in de joodse cultuur en religie; Abraham nodigde gasten uit in zijn tent omdat hij gastvrij was.’

Levi Duchman (tweede van links) leidt de viering van Chanoeka. Dubai, 2020 © Ali Haider / EPA / ANP

Dat de kinderen van de profeet Abraham, Isaac en Ismaël, de voorouders van het jodendom en de islam, nu in vrede samenleven, is een populair plaatje in de Emiratische propaganda. De realiteit is wel dat terwijl veel Arabische landen vasthielden aan het door de Arabische Liga ingestelde boycotbeleid jegens Israël, er in de Emiraten al geruime tijd zakencontacten waren met joodse zakenlieden, en zelfs met Israël. Er lag dus al een basis. Peterfreund noteerde in opmaat tot die akkoorden een verandering in toon en politiek. ‘Het Jaar van de Tolerantie, onze deelname aan het boek over de minderheden, de thora die we mochten aanbieden – het is allemaal een test geweest bij het klaarstomen van de akkoorden met Israël. Niet dat we erover zijn geraadpleegd of op de hoogte gehouden. Misschien waren we een testballon. Zonder het te beseffen waren we in ieder geval pioniers.’

Sindsdien is de joodse gemeenschap nog meer het centrum van de actualiteit geworden. Ze bestaat nu uit zo’n duizend zielen. ‘Als een kleine joodse gemeenschap, die aan de vooravond staat van een grote golf joodse toeristen’, zegt Alex Peterfreund. ‘Niet alleen uit Israël. Ook uit de VS en Europa zullen joden naar de Emiraten komen die dat eerder niet durfden.’

In een Arabisch land waar joden tot voor kort hun identiteit niet eens durfden te verklappen, zijn nu drie rabbijnen actief

Daarmee is de gemeenschap in een volgende fase beland. Voor al die joodse gasten moet er koosjer gekookt worden, en daarvoor is een certificering nodig. In die groeiende markt kreeg Elli Kriel forse concurrentie. Van de Chabad-beweging, een internationale joodse beweging die een afgevaardigde naar Dubai stuurde. Die importeert joodse producten, zette koosjere keukens op en controleert die, opende een koosjer slachthuis en houdt daarnaast regelmatig diensten en biedt kinderen joods onderwijs.

Daarmee deed ook een jonge nieuwe rabbijn zijn intrede. Levi Duchman, een twintiger uit New York, wierp zich op als de rabbijn voor de joodse gemeenschap in de Verenigde Arabische Emiraten. Aanvankelijk heette de Joodse Raad van Ross Kriel en Alex Peterfreund hem welkom, want de gemeenschap had een voorganger nodig. Ze verslikten zich echter in de ambitie van Duchman en de machtige beweging achter hem. Peterfreund: ‘Hij wilde de titel van opperrabbijn van Dubai. Maar we zijn hier van alles, van orthodox tot liberaal, en we dachten dat hij veel te extreem voor ons zou zijn. Dus hebben we hem die rol niet willen geven.’

Niet lang daarna kozen hij en Kriel voor een rabbijn die verbonden was aan New York University en een paar keer per jaar overkwam uit de VS. Yehuda Sarna is een moderne orthodoxe rabbijn, zegt Peterfreund. Hij accepteerde hun verzoek om opperrabbijn te worden, waarna ook de autoriteiten hem als zodanig erkenden. De benoeming was bedoeld als weerwerk tegen de Chabad-beweging, geeft de Belg toe, ‘maar ook omdat een gemeenschap zonder een rabbijn als een kerk zonder pastoor is’.

Inmiddels heeft zich nog een rabbijn gemeld; de Libanees-Amerikaanse rabbijn Eli Abadi vestigde zich in Dubai en hij werd de nieuwe constante voor de Joodse Raad van Kriel en Peterfreund. Waarmee nu drie rabbijnen actief zijn in een Arabisch land waar joden tot voor kort hun identiteit niet eens durfden te verklappen. Tegelijkertijd is er sprake van een schisma, waarbij de hoofdpersonen niet meer met elkaar praten. Dat komt vooral doordat Chabad-rabbijn Levi Duchman zich tijdens de media-aandacht na de akkoorden ten onrechte profileerde als dé vertegenwoordiger van de joodse gemeenschap in de vae, melden goed ingelichte bronnen. Hij is beschuldigd van een ‘vijandige overname’ van de leiding over de joodse gemeenschap.

Ook het haastige telefoongesprek met rabbijn Duchman, die over straat loopt in Dubai en tussendoor andere telefoontjes beantwoordt, geeft daar blijk van. Zes jaar geleden vertrok hij naar Dubai ‘om een joodse gemeenschap op te zetten in een tijd dat mensen alleen thuis bijeenkwamen en niet voor officiële gelegenheden’, zegt hij – terwijl voor zijn komst de Villa al jarenlang als sjoel dienst had gedaan. ‘Ik heb gebouwd aan de behoeften van de gemeenschap. We ontwikkelden onderwijs, sociale bijeenkomsten en liefdadigheid voor wie hulp nodig heeft.’

Duchman kon zich vestigen dankzij de steun van textielhandelaar Solly Wolf, die al twintig jaar in Dubai woont, langer dan alle andere betrokkenen. Cynisch is wel dat Duchmans Jewish Community Centre een gebouw heeft waar al die activiteiten plaatsvinden, terwijl de Joodse Raad de Villa al een half jaar kwijt is. Want de overheid had bezwaren tegen de vestiging van een joods centrum voor religie en cultuur in een woonwijk. In afwachting van een nieuwe locatie vindt hun sjoel wekelijks in hotelzaaltjes plaats. De overheid is in het kader van het tolerantiebeleid weliswaar begonnen met de bouw van een Abraham Familie Huis, waar ruimte zal zijn voor een moskee, een kerk en ook een synagoge, welke van de concurrerende groepen daar onderdak zal krijgen is echter onduidelijk.

Anderzijds heeft Levi Duchman het kapitaal achter zich van de grote Chabad-beweging, die over de wereld verspreid 3500 instituten heeft met tienduizenden werknemers. Peterfreund spreekt over de ‘reisagent voor het jodendom’ en vergelijkt Chabad met Coca-Cola: ‘Of je naar Chabad gaat in Londen, New York of Sri Lanka, het is allemaal hetzelfde model, net als Coca-Cola overal hetzelfde is.’

Alex Peterfreund bereidt zich voor om uit de thora te lezen. Dubai, 2020 © Jon Gambrell / AP / ANP

Voor de joodse gemeenschap in Dubai heeft de diamantair een andere visie. Die moet vooral aansluiten op de plaatselijke situatie en tradities, vindt hij. ‘Zoals de Emiraten proberen met tolerantie als leidmotief allerlei geloven en etnische afkomsten onder een dak te brengen, willen wij dat als gemeenschap ook.’ Hij wijst erop dat de joodse gemeenschap in Dubai door haar diversiteit uniek is in de wereld. ‘Als de Emirati’s het kunnen, dan wij ook, al is het niet simpel om iedereen bij elkaar te houden, met onze Asjkenazische en Sefardische leden, modern-orthodoxe leden en die met zwarte hoed, pijpenkrullen en baard, en zelfs een Amerikaanse gereformeerde jood. Laten we kijken wat we gemeenschappelijk hebben, in plaats van wat ons kan verdelen. Bijvoorbeeld dat we allemaal van elders komen.’

Hij ziet de rol van de joodse gemeenschap als die van ambassadeur tussen die twee werelden. Als de gemeenschap verder groeit, en hij noemt cijfers van tien- tot vijftienduizend leden, dan is het noodzakelijk te denken over wat ze wil zijn, ook in de relatie met de lokale autoriteiten en de toeristen van buiten. ‘Het gaat kopzorgen geven en frustratie. Het is hard werken, het is niet altijd gemakkelijk om iedereen op dezelfde golflengte te krijgen. Mijn droom is om iets op te bouwen wat uniek is.’

Vandaar zijn verzet tegen de Chabad-beweging. ‘We willen een meer lokaal jodendom creëren. We willen geen multinational zijn van het jodendom. We willen iets creëren wat typisch is voor de Emiraten’, betoogt hij. Hij geeft toe dat het moeilijk is om daaraan vast te houden als er bij een sabbatviering op vrijdagavond dertig lokale joden zijn op 120 toeristen. ‘Daardoor zouden we onze status als typisch Emiraatse gemeenschap kunnen vergeten.’

Levi Duchman maakt melding van nog een derde joodse gemeenschap: naast de twee in Dubai is er ook nog eentje in Abu Dhabi. ‘We werken nauw samen’, zegt hij desgevraagd, en met een duidelijke sneer naar Peterfreund en Kriel: ‘Al zijn er ook individuen die zichzelf isoleren van de gemeenschap. Maar over het algemeen en als rabbijnen werken we samen.’

De splitsing is een gevoelig onderwerp, maar verbaast niemand. ‘Ze zeggen: twee joden, drie gedachten’, zegt Peterfreund dan ook. Elli Kriel benadrukt dat er ruimte is voor meerdere gemeenschappen, al wil ze zich niet met de politiek van de splitsing inlaten. Ze stelt vast dat ‘de gemeenschappen naast elkaar bestaan. Er zijn leden die heen en weer gaan. Ze bieden verschillende diensten, hebben verschillende personaliteiten. Mensen hebben de keus.’

Het is ook maar een bijzaak in het grotere geheel van de ontwikkeling waarvan zij onderdeel zijn, geeft ze aan. Voor haar is het belangrijkst dat met de akkoorden het perspectief voor de toekomst is veranderd. ‘En het perspectief van wat mogelijk is in de regio. Iets wat hier in de Emiraten begon, en toen naar Bahrein, Marokko en Soedan ging.’ Alle drie sloten al vredesakkoorden met Israël. Kriel verwacht dat het er nog meer zullen worden. ‘Het zijn de rimpelingen nadat je een steen in het water gooit. Mensen zijn klaar met geopolitiek in de huidige vorm, die langs de lijnen van de religie loopt.’


Judit Neurink is schrijver en journalist. Haar meest recente boek is Geweld is nooit ver weg (2020).Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Steunfonds Freelance Journalisten