Hoe Verenigd zijn de Staten nog?

Op de federale unie!

Republikeinen in de verschillende staten boycotten de nieuwe zorgwet van president Obama. De comeback van de nullificatie.

Direct na het ondertekenen van de hervormingen van de gezondheidszorg kondigden minstens elf Amerikaanse staten aan dat ze deze wetgeving zouden aanvechten. Ze stellen dat ze niet door de federale overheid opgelegd kunnen krijgen wat ze wel en niet mogen of moeten doen. Natuurlijk is de bedoeling vooral om president Obama dwars te zitten, maar het is wel bizar om in een land dat volgens het cliché geen geschiedenis heeft de term ‘nullificatie’ - het opheffen of tegenhouden van federaal beleid door individuele staten - te horen opduiken. Je hoort het vooral op de bijeenkomsten van in historische kledij uitgedoste conservatieve Tea Party-activisten, die werkelijk menen dat in Amerika de socialistische heilstaat is uitgebroken, met een alles bepalende overheid. Daarbij gaat het niet alleen over de wet op de gezondheidszorg. In een aantal staten rommelt het al een tijdje over de vermeende machtsgrepen van de Washingtonse politici. Zo heeft de Republikeinse gouverneur van South Dakota een wet getekend die regelt dat de federale wetgeving op het terrein van vuurwapens niet geldig is als een wapen wordt geproduceerd en gebruikt in South Dakota. In Utah menen lokale politici dat zij het gezag hebben over federaal grondgebied, de parken en natuurgebieden van de staat. De staten Alabama, Tennessee en Washington overwegen wetten of amendementen op hun grondwetten die vaststellen dat lokaal beleid boven federale autoriteit gaat. Het is voornamelijk een rechtse hobby, hoewel redelijke, progressieve staten als Rhode Island, Vermont en Wisconsin wetten overwegen om hun national guard-troepen terug te halen uit federale overheidsdienst (in Irak en Afghanistan bijvoorbeeld). Voorstanders van staatsrechten wijzen op de ontwikkeling rondom marihuana: verscheidene staten hebben medisch gebruik van marihuana gelegaliseerd ondanks het federale verbod op het bezit ervan. Dat het ministerie van Justitie heeft besloten de verstrekking van medische marihuana in die staten geen prioriteit te geven, schrijven ze toe aan nullificatie.
Nullificatie kwam voor het laatst zo prominent in het nieuws in 1830 toen John Calhoun, de grote voorvechter van staatsrechten (voornamelijk het recht om slavernij zo in te richten als een staat dat wilde), het in stelling bracht tegen Andrew Jackson, president van 1829 tot 1837. Calhoun mocht graag de staatsrechtgeleerde uithangen en ook al was hij toentertijd de vice-president van Jackson, hij dreigde met zijn staat uit de unie te stappen als nullificatie werd verhinderd. Jackson nam de uitdaging aan op een banket voor de geboortedag van Thomas Jefferson in 1830. Hij bracht een toost uit, keek Calhoun in de ogen en zei met krachtige stem: 'Op onze federale unie. Zij moet behouden blijven!’ Na een schreeuwende stilte toostte Calhoun aarzelend: 'Op de unie, afgezien van onze vrijheid, ons het meest dierbaar!’ En hij voegde eraan toe: 'Laten we allemaal onthouden dat zij alleen behouden kan blijven als de rechten van de staten gerespecteerd worden en de lusten en de lasten van de unie gelijk verdeeld worden.’
Duidelijk was dat Jackson, overigens geen vriend van een sterke centrale overheid, van nullificatie niets moest hebben. In 1832 tekende hij een wet die bepaalde belastingen oplegde op import, een belangrijk onderwerp voor de zuidelijke staten, die immers zelf niets produceerden. South Carolina stelde een verklaring op waarin ze het tarief voor haar niet geldend verklaarde. Een paar weken later gaf Jackson in scherpe bewoordingen opdracht om de wet te handhaven. De president stelde dat nullificatie 'onverenigbaar [is] met het bestaan van de unie’. Degenen die naar zijn zin wat al te luchtig babbelden over vertrek uit de unie herinnerde hij eraan dat afscheiding met gewapende krachten gelijk stond aan verraad. Jackson bereidde de mobilisatie voor van 35.000 troepen om hoogstpersoonlijk de belastinggelden op te halen. Als eerste stap, kondigde hij aan, zou hij Calhoun aanklagen wegens hoogverraad en na veroordeling ophangen 'zo hoog als Haman’ (een bijbelse figuur). Door bemiddeling van toenmalig senator Henry Clay kwam een compromis tot stand waarna South Carolina zijn nullificatieverklaring terugtrok. Maar de scheidslijnen waren getekend en de burgeroorlog zou gaan over staatsrechten: over de vraag of staten zich uit de unie konden terugtrekken. We kennen het antwoord, maar dat is aan de Tea Party-enthousiastelingen niet besteed.
Ook de argumenten die Republikeinen de afgelopen maanden gebruikten om hun blokkerende superminderheid te rechtvaardigen grijpen terug op de politieke gevechten rondom de burgeroorlog. Ook toen betoogden zuidelijke aristocraten, met name de scherpslijpende politici uit South Carolina, dat de rechten van de minderheid beschermd moesten worden tegen een al te gretige meerderheid. Zo ging nullificatie in de jaren vijftig van de negentiende eeuw feitelijk over een vetorecht van een minderheid tegen wat de meerderheid wilde. Precies hetzelfde argument dat de Republikeinen nu gebruiken - de Republikeinse aartsvader Abraham Lincoln zou zich in zijn graf omdraaien.
De meeste juridische wetenschappers geven degenen die vechten voor rechten van de individuele staten weinig kans. Volgens artikel 6 van de grondwet staat federaal gezag boven staatsgezag, en twee eeuwen van nederlagen voor de staten bevestigen dat, van de nullificatie die Calhoun wilde in 1832 tot de strijd tegen desegregatie van scholen in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Sommigen, meestal conservatieve juridische activisten, stellen dat dit berust op een verkeerde uitleg van de grondwet en proberen gebruik te maken van een conservatieve meerderheid in het Supreme Court om hun zaak te bepleiten.
Wat er ook moge zijn van het realiteitsgehalte van deze argumenten, staatsrechten lijken een rol te gaan spelen in de verkiezingen van november. Of beter gezegd, ze gaan een rol spelen in het Republikeinse kamp. Vooral in hun voorverkiezingen zullen Republikeinse kandidaten de Tea Party-activisten van repliek moeten dienen zonder hun plaats op de lijst te verliezen. Anders dan president Jackson kan Barack Obama het aan de Republikeinse Partij overlaten om deze interne opstand te sussen. Maar misschien doet hij er goed aan om op een van de aanstaande Jefferson-Jackson Days een toost te heffen en de kortste toespraak van zijn loopbaan te houden: 'Op onze federale unie. Zij moet behouden blijven.’ Kijken wat de Republikeinen daar op hun Lincoln Day tegenover kunnen stellen.