Op de grens van non-fictie

Judith Koelemeijer
Anna Boom
Atlas, 240 blz., € 19,95

In 2001 debuteerde Judith Koelemeijer met Het zwijgen van Maria Zachea, een boek over haar uit de Zaanstreek afkomstige familie. Haar vader en diens broers en zusters, elf in getal, hadden besloten hun dementerende moeder niet in een verpleegtehuis op te laten nemen, maar haar zelf bij toerbeurt te verzorgen. Doordat iedereen werd geïnterviewd werd niet alleen duidelijk dat iedereen deze taak op een andere manier ervoer, maar werden er ook twaalf zeer uiteenlopende levensverhalen verteld, en werd de familiegeschiedenis uit diverse hoeken belicht. Vooral het grote leeftijdsverschil tussen de oudste en jongste kinderen was er de oorzaak van dat vrijwel iedereen anders tegen de eigen familiegeschiedenis aankeek. Juist door de herkenbaarheid van de weinig opmerkelijke belevenissen én de sterk wisselende invalshoeken werd het boek een enorme bestseller, waarmee Koelemeijer zich in één klap schaarde in de rij van succesvolle auteurs van zogenoemde ‘literaire non-fictie’.

Koelemeijers langverwachte tweede boek, Anna Boom, verschilt heel sterk van haar debuut. Om te beginnen heeft de hoofdpersoon een zeer onalledaags leven geleid. Na de dood van haar vermogende vader woonde de in 1920 geboren Anna samen met haar moeder in pensions en hotels in Merano en Wenen. In 1939 vertrokken ze naar Boedapest, waar ze hun lege en zorgeloze leventje rustig voortzetten. In 1942 keerden ze naar Nederland terug, omdat er vanuit Nederland niet langer geld kon worden overgemaakt. Om bij haar geliefde te zijn, een getrouwde Hongaar, ging Anna reeds na enkele maanden terug naar Boedapest.

Van de in Europa woedende oorlog merkte men in het met Duitsland samenwerkende Hongarije niet veel, totdat de Duitsers hun bondgenoot niet langer vertrouwden en het land in het voorjaar van 1944 bezetten. Toen begon ook de jacht op de Hongaarse joden, zodat na enkele maanden zich alleen in Boedapest nog slechts zo’n tweehonderdduizend joden bevonden. Hierna zette de marionet van de Duitsers, maarschalk Horthy, onder druk van neutrale staten de deportaties stil. Hierdoor was de Zweedse diplomaat Raoul Wallenberg in staat veel joden te voorzien van Zweedse papieren, die hun althans voorlopig enige bescherming boden.

Via vrienden kwam Anna in contact met Wallenberg, die ze slechts één maal sprak, en vervolgens ging ze deel uitmaken van zijn organisatie. Nadat de fascistische Pijlkruisers in oktober 1944, met steun van de Duitsers, de macht hadden overgenomen, begon de jodenvervolging weer in volle hevigheid. Samen met anderen probeerde Anna nog zo veel mogelijk joden te redden en bovendien maakte ze filmopnamen van de beruchte dodenmarsen, waarbij tienduizenden mensen in het barre winterweer gedwongen werden richting Oostenrijk te lopen. Enkele maanden daarna werd Boedapest veroverd door de Russen, die er dagenlang gruwelijk tekeergingen. Vooral één ervaring uit die dagen lijkt er de oorzaak van dat Anna haar geheugen voor lange tijd op slot deed.

Het gruwelijke laatste oorlogsjaar in Boedapest vormt – samen met Anna’s decennia durende onvermogen hierover te spreken – de kern van het boek. Het leven dat Anna daarvoor en daarna leidde – dat van de welgestelde expat – is niet erg opmerkelijk of boeiend. Hooguit vraagt een hedendaagse lezer zich af waarom ze geen zelfstandig bestaan opbouwde en zich heel lang vastklampte aan welgestelde mannen voor wie ze eigenlijk niets voelde, maar dat is een anachronistische kijk op het verleden.

Wat Het zwijgen van Maria Zachea zo boeiend maakte, het vertellen van een verhaal vanuit verschillende perspectieven, ontbreekt in dit boek. Nu kan dat bij de levensbeschrijving van één persoon ook moeilijk anders, maar doordat Koelemeijer het perspectief van de alwetende verteller heeft gekozen, en precies beschrijft wat Anna denkt en dialogen letterlijk weergeeft, krijgt dit ook iets beklemmends. De vereenzelviging van de schrijfster met de hoofdpersoon is groot, en een kritische lezer gaat zich wellicht afvragen in hoeverre het allemaal wel klopt. Begrijpelijk genoeg zijn vooral de meest turbulente episodes nauwelijks gedocumenteerd en komt nagenoeg alle informatie van Anna Boom. Hierbij komt nog dat de schildering van de context tamelijk summier is. In hoofdlijnen wordt iets gezegd over de militaire en politieke verwikkelingen, maar erg veel informatie hierover krijgt de lezer niet.