Menno Hurenkamp

Op de haringkar

Nederlanders zouden niet nationalis tisch zijn. Een Engelse vriend die hier twee jaar woont zei afgelopen Koninginnedag voor het eerst een Nederlandse vlag te hebben gezien op straat. Hij veronderstelde dat wij een afkeer hebben van vaderlands lievend vertoon. Dat is niet waar. Neem de manier waarop onze collectieve moraal gevormd is door de «strijd» tegen de nazi’s. Nog in de jaren negentig stuurden wij massaal ansichtkaarten naar Duitsland met de tekst «Ich bin wütend» toen daar asielzoekerscentra in vlammen opgingen. Eventjes de mof de maat nemen.

En daarom vieren we op 5 mei zestig jaar vrijheid. En we vinden vrijheid leuk, al moeten we er, vrij naar de dichter Willem Kloos, wel wat bij te drinken hebben. Maar wat zegt die datum 5 mei precies? Of het jaartal 1945? Pas op 8 mei 1945 (en dat was 9 mei in Rusland) gaf Duitsland zich onvoorwaardelijk over. En een jaar daarop zou, in Winston Churchills woorden, door de Sovjet-Unie al weer een «ijzeren gordijn» in midden-Europa worden neergelaten. Al in 1946 was in half Europa van vrijheid wederom geen sprake meer. En in Azië was op 5 mei 1945 ook nog nauwelijks zicht op vrede.

Mijn grootvader zat lang krijgsgevangen in Nederlands-Indië, Birma en Japan. Hij hield daar trouw een dagboek bij. Daar lees ik rond deze dagen meestal even in, om alle kabaal dat suggereert dat op 5 mei de duivel definitief naar de hel is verbannen wat te nuanceren. Rond de bevrijding van Nederland zat hij in een kamp in Yokkaichi, Japan. (Met de van de Japanners bekende, bepaald sober gestileerde Vergangenheitsbewaltigung meldt de huidige burgemeester van Yokkaichi op zijn website: «In de oorlog had deze regio een militaire functie».) Op 18 maart 1945 schrijft mijn grootvader: «Driekwart van de mensen ziek. Beri-beri en longontsteking tieren welig. Steeds guur weer met natte sneeuwbuien. Maak me zware zorgen over de toekomst. Verkeerd! Een goed moreel moet je hier doorheen slepen.» Een week later: «Weer twee dooden. 1 Amerikaan en 1 Engelsch man. Doodsoorzaak van de laatste is waarschijnlijk mishandeling door een Jap.»

Op 4 mei 1945 tekent hij op in zijn dagboek: «Werd heden weer afgerammeld door de Jap voor diefstal in de fabriek.» En op 15 mei: «In de laatste dagen weer twee inbrekers in de keuken gepakt. Een er van is die welke niets te verliezen heeft (…) Is nu half dood geranseld.» Zelf was hij overigens niet gek. Diezelfde dag staat er ook: «Mijn gewicht is nu hetzelfde als in Holland, n.l. met kleren aan 81 k.g. Officieel weeg ik echter 70,2 (in de boeken). Ieder zorgt voor zich.» En toen hij in 1947 terugkwam in Holland hadden de zogenaamd niet-zelfbewuste Nederlanders zich al verenigd rond het eten van tulpenbollen als collectieve trots.

Nederlanders niet nationalistisch? Nederlanders zijn dól op zichzelf. We zouden onze nationale waarden niet expliciet durven benoemen. Behalve dan dat nu zelfs linkse internationalisten, écht progressieve mensen dus, in Nederland tégen de Europese grondwet zijn: omdat deze ’s lands eigenheid zou aantasten. Ook achter alle 5 mei-festiviteiten en daarmee samenhangende initiatieven gericht op antidiscriminatie en zulks schuilt een ijzeren overtuiging van een groot en vooral Nederlands gelijk. Wie oplet weet dat op alle haringkarren altijd het rood-wit-blauw wappert.