Historisch archief belicht

Op de koffie bij Drees

‘Er is één categorie menschen die nieuwsgierige journalisten schier tot wanhoop brengt: dat zijn de bescheidenen’, zo begint het verslag van een huisbezoek aan Willem Drees in De Groene Amsterdammer van 9 december 1939. Bij Drees geen tekenen van een grotere rol van het persoonlijke in de politiek. De leider van de sociaal-democraten en latere premier was niet bereid over zijn privéleven te spreken. ‘De vraag wordt niet genegeerd (tenslotte is Drees de vriendelijkheid zelve!), maar het antwoord, protesteerend begeleid met afwerende handgebaren en een haast verlegen glimlach, buigt onmiddellijk af naar het onpersoonlijke… of de spreker die anders wel met vuur het woord kan voeren, gaat hakkelen en zwijgt. O, die bescheidenheid!’

Het bezoek, dat plaatsvond juist nadat de Russische troepen Finland waren binnengedrongen, was onderdeel van de serie ‘Onze politici thuis’. Andere afleveringen gingen over prof. Telders van de Liberale Staatspartij en A.M. Joekes van de Vrijzinnig Democraten.

Het beeld van de nuchtere vadertje Drees mag niets nieuws heten. Toch signaleerde de schrijver ook iets anders in de vlijtige politicus, iets opmerkelijks, ‘want alléén maar rustig en eenvoudig is Drees niet’. De complete dichtwerken van Herman Gorter en Henriëtte Roland Holst stonden binnen handbereik. En de sobere sociaal-democraat bleek er vlot uit te kunnen citeren. Inderdaad, ‘in dezen werkzamen strijder schuilt, het moge vreemd klinken, iets poëtisch.’

.