Op de rand van het bed

Je slaat de laatste bladzijde om. Het einde in zicht.
Boek dicht. Laat het definitief zijn.
Een zucht. Hoopvol en verwachtingsvol.
Stilte…
En dan: ‘Nog een keer.’
Stilte… Weer een zucht. Een moedeloze. En je begint met frisse tegenzin. Nog een keer. Bij het begin: Van Ot en Sien, Piet en Nel, Jip en Janneke, Hannes en Kaatje, Tommie en Lotje, Saartje en Tommie…
Heel welbewust.
Voorlezen is belangrijk. Het begin van de weg naar literatuur.
Bovendien, herhaling brengt veiligheid en vreugde.
Dus je leest voor. Nog een keer. Maar mijn God… Wat haat je die saaie, suffe, alledaagse kleuterkoppels. Er zijn er zo veel van! En ze zijn zo herkenbaar. Zo truttig. Zo burgerlijk. Zo Nederlands.
Hoezo, kinderliteratuur? Je smacht naar taal. Naar verhaal. Naar avontuur. Naar verrassing. Je besluit. En helpt het lot. Al die fijne gezellige kleuterkoppels belanden resoluut op de stapel oud papier.
‘Ik heb meer boeken’, troost je. ‘Kom en Zing mee met Annie M.G. Schmidt: Met juffrouw Scholten. Die is gesmolten. Vandaag, op de Dam. Dat kwam door de hitte,/ daar is ze in gaan zitten/ – als je soms wil weten hoe dat kwam./ Ze hebben het voorspeld: pas op juffrouw, je smelt!/ Maar ze was ontzettend eigenwijs…/ Als een pakje boter, maar dan alleen wat groter,/ is ze uitgelopen, voor ’t paleis.’ Je wordt enthousiast. En vervolgt: ‘Toen vader ’s morgens wakker werd,/ toen riep hij: Wel verdraaid!/ Kijk nou es wat er is gebeurd,/ de trap is weggewaaid’.
Interruptie: ‘Dat kan toch helemaal niet?’ Irritatie: ‘Natuurlijk wel! Alles kan. Alles kan met taal. Alles kan in verhalen. Met verhalen kun je op reis. Met verhalen kun je op avontuur. Je kunt grenzen verleggen die er niet zijn. Je kunt achter de horizon kijken. Je kunt naar het einde van de regenboog. Je kunt vliegen…’
Onbegrip. Ongeloof. Maar je zet door. Die kleuterkoppels komen er nooit meer in. Je twijfelt tussen Paul Biegel zijn ruige Kleine kapitein, die met zijn zeewaardige ‘Nooitlek’ het ene onwaarachtige avontuur na het andere beleeft: ‘wijdbeens met zijn ogen op de kim’. Of een van de Paulus de boskabouter-verhalen van Jean Dulieu.
Te archaïsch taalgebruik? Onzin. Je laat de zinnen dansen. Je laat de klanken klinken: woorden klotsen als de zee.
Je zingt stilletjes mee met Gregorius uit Paulus de hulpsinterklaas: ‘O, wat zijn wij heden blij/ Vol van rimpels himpelt hij/ in de simpel, kimpel timpelbrei’.
En je weet: Voorlezen is voor altijd.

Zing mee met Annie M.G. Schmidt, met bladmuziek. Querido, 152 blz., € 17,50.
Paul Biegel, De grote kleine kapitein. Lemniscaat, 381 blz., € 24,95 (de drie Kleine kapitein-boeken met kleurenillustraties van Carl Hollander in één band).
Jean Dulieu, Paulus en de hulpsinterklaas (antiquarisch)