Lydia Davis

Op de rand van scheefpraat

Het begint al direct bij de titel van deze bijzondere verzameling verhalen. De titel is niet The Collected Stories, door Lydia Davis (1947), maar The Collected Stories of Lydia Davis, door Lydia Davis. Onbelangrijk detail? Geen sprake van, hiermee stelt deze buitengewone schrijfster al bij de titel de vraag aan de orde wie nu precies de verteller is van deze verhalen. Schreef Lydia Davis deze verhalen of vertelde Lydia Davis ze aan Lydia Davis, die ze later opschreef?

Lydia Davis, The Collected Stories of Lydia Davis . € 25,15

Medium cover.php

Op deze manier maakt de schrijfster zichzelf tot een fictief personage dat in verhalen een stem krijgt en slaagt ze erin de afstand tussen verteller, lezer en schrijver in stand te houden. Juist deze kleine ‘grap’ rond titelgeving is kenmerkend voor Davis’ schrijverschap. Ze is in alles een reflecterende schrijfster, eentje die niet alleen verhalen vertelt, maar steeds het vreemde daarvan, het gekunstelde en het onwerkelijke, laat doorschemeren. Haar verhalen zijn altijd ook kleine 'studies’ over het schrijven en het vertellen van verhalen.
Het eerste verhaal uit 1986, titel Story, zet direct de toon. Het bevat de beklemde overpeinzingen van een naamloze vrouw die zich afvraagt of haar vriend wel of niet de waarheid spreekt. Is zijn oude vriendin wel of niet langs geweest en hoe lang was ze bij hem? Davis geeft een verbluffend inkijkje in het innerlijk behang van deze vrouw die niet in staat is de banale waarheid onder ogen te zien. Of bedriegt hij haar toch niet en is ze paranoïde? Ze laat dit in het midden, de lezer moet er zelf achter zien te komen, Davis maakt dus ook de lezer paranoïde. 'I try to figure out’, staat er dan ineens. Lastig te vertalen: ik probeer alles op een rijtje te zetten, zoiets. En dan geeft de vrouw een samenvatting van de gebeurtenissen. Dus ze gingen naar de film en daarna terug naar zijn huis en toen belde ik en toen ging ze weg en belde hij mij en maakten we ruzie, en daarna belde ik twee keer, maar was hij net bier kopen (zei hij) en toen reed ik naar hem toe en konden we alleen bij de garage praten omdat zij er ook was, maar was ze er dan toch al de hele tijd? Et cetera et cetera? I try to figure out. Deze zin vat haar hele werk samen, ze beschrijft pogingen om de dingen op een rijtje te zetten, niet alleen de onzekerheid van de vertellers, van hun innerlijk behang (van Lydia Davis die aan Lydia Davis verhalen vertelt), maar ook de onzekerheid van het vertellen zelf.
Verreweg haar meeste verhalen bestaan uit innerlijke monologen waarin de zaken rondom een verhouding, een moeder-zoonrelatie, een ouder-kindrelatie, of een andere machtsrelatie worden uitgeplozen. Deze monologen verkeren vaak op de rand van de scheefpraat, de personages zetten hun benarde overwegingen tot in het absurde door of ze laten zichzelf vastlopen in cirkelredeneringen. Neem bijvoorbeeld de volgende half verwarde overpeinzingen van de vrouw uit Story, die je ook zonder enige moeite kunt lezen als de overpeinzingen van een schrijver over het waarheidsgehalte van schrijven. 'The fact that he does not tell me the truth all the time makes me not sure of his truth at certain times, and then I work to figure out for myself if what he is telling me is the truth or not, and sometimes I don’t know and never know, and sometimes just because he says it to me over and over again I am convinced it is the truth because I don’t believe he would repeat a lie so often.’
Dit soort reflecterend proza is bij Davis aan de orde van de dag, het hield me op het puntje van mijn stoel en produceerde bij mij vaak een glimlach over zoveel bijna onbedoelde geestigheid; 'bijna onbedoeld’, want niets is onbedoeld in dit fijnzinnige proza. Bijvoorbeeld over dat laatste uit het citaat hierboven: de vrouw kan zich niet voorstellen dat de man een leugen zo vaak zou herhalen, terwijl het voor de lezer duidelijk is dat die man dat dus de hele tijd wél doet. In theorie kan ze zich het niet voorstellen, in de praktijk doet hij niks anders. Het is pijnlijk, het is mooi, geestig en het zet je eigen scheefpraat waarmee je je eigen leven in de hand probeert te houden nog maar eens flink op scherp. Voordat je alles normaal begint te vinden.
Neem het verhaal van de vrouw die een verhaal probeert te schrijven over een vrouw die dronken is en door haar vriend in een taxi, waarin al twee andere mannen zitten, naar huis wordt gestuurd. What Was Interesting heet het. Ze laat het verhaal aan een vriend lezen en die zegt dat het interessanter moet worden. En direct beland je alweer als lezer op het puntje van de stoel, want opnieuw stelt Davis een belangwekkend schrijfprobleem aan de orde. Wanneer is iets wel of niet interessant? Moet een verhaal of een roman interessant zijn? Helemaal interessant, of kan gedeeltelijk ook? Maar hoe bepaal je dat? En wat zijn precies de kenmerken van interessantigheid? Het mooie bij haar is dat je dit soort vragen langzamerhand zelf gaat stellen, ze zou liever doodgaan dan ze je in te peperen. Davis wil helemaal geen schrijvers schrijver zijn, ze probeert haar hele denkwerk over het schrijven uit alle macht en met verve aan het oog te onttrekken. Doen alsof, dat is de grote kracht van dit verbluffende proza. En dus legt de vrouw uit dit verhaal de lezer het verhaal ter beoordeling voor, wat er zowel een geestige als tragische draai aan geeft. Is dit wel interessant? Terwijl er een hartverscheurend drama op de planken wordt gebracht. Met zinnen als: 'It is not entirely clear, in the story, why being put in a cab by this man should cause so much anger in her. Or rather, it is perfectly clear to her, but hard to explain to anyone else, though she knows that anyone else, put in the same cab with the same two men, would be angry.’
Davis heeft veel meer in haar mars. Ze geeft reisbeschrijvingen van ontdekkingsreizigers uit de negentiende eeuw (of is het een parodie daarop?), ze geeft een zeer geestige taalcursus Frans die tegelijkertijd een introductie is in de wreedheden die dagelijks de gang van zaken op boerderijen teisteren, ze vertelt het verhaal van iemand die de hik heeft, ze ondergraaft het idee dat je 'prettige herinneringen’ kunt hebben, ze geeft een uitvoerige beschouwing over alle werksters en oppassen van Mrs. D, ze analyseert de brieven van high school-leerlingen aan een zieke klasgenoot ('weinig bijvoeglijke naamwoorden’). En altijd zet ze in de vele verhaalgenres die ze beoefent op een terloopse, lichte, vaak nauwelijks waarneembare manier het schrijven zelf even in het licht. Soms schrijft ze zeer korte verhalen, niet langer dan een zin, ze zijn vaak op en over de rand van het melige. Bijvoorbeeld Away from Home: 'It has been so long since she used a metaphor!’ Nooit eens een 'gewoon’ verhaal. Bij haar is het altijd om van te peinzen, te huiveren of te grinniken. Die Lydia Davis is een echte vertelschurk. Petten af!

Lydia Davis
The Collected Stories of Lydia Davis
Farrar, Straus and Giroux, 733 blz., € 29,95