Op de rommelzolder

Hoeveel mensen staan er eigenlijk achter mijn normen en waarden?

Men spreekt over Europese normen en waarden, en dat schijnt iets te zijn met scheiding van kerk en staat, democratie en vrijheid van meningsuiting – allemaal zaken waar de Islamitische Staat niet aan moet denken – maar ik heb ook nog persoonlijke normen en waarden.

Die passen nergens in en werken – ik weet het – hypocrisie in de hand.

Stelen mag niet, en als dat ontdekt wordt moet de dief streng worden gestraft, maar echt héél erg vind ik het niet, mits je het gestolen goed echt nodig hebt. Zomaar oude dametjes beroven doe je niet, maar Nabokovs Lolita stelen omdat je dat boek op dat moment moet lezen en je het geld niet hebt om het te kopen, is voor mij geen misdaad.

Zo zijn er wel meer persoonlijke normen en waarden.

Ik vind dat zelfmoordpillen vrij in de apotheek te koop moeten zijn, net als alle andere drugs. Als er dan kinderen aan sterven? Tja, het is hardvochtig, maar daar is niets aan te doen. Nogmaals: ik zal hier geen reclame voor maken en het niet in het openbaar uiten en als mijn kleinzoon hieraan komt te overlijden, zal ik zelf suïcide overwegen, maar toch meen ik dat alle drugs vrij te koop dienen te zijn. Evenals alle andere geneesmiddelen. Als ik ziek ben, haal ik het niet in mijn hoofd om op eigen houtje een chemokuur aan te schaffen. Ik bezoek een dokter en ga af op zijn advies. Maar als er mensen zijn die zelf doktertje willen spelen, dan gaan ze hun gang maar. Nogmaals: ik zie in dat het voordelen oplevert als je niet alles mag kopen wat in de apotheek voorradig is, maar toch vind ik het persoonlijk een belemmering van mijn vrijheid dat het niet kan.

Om die redenen zal ik nooit een goede rechter of politicus zijn; eerlijkheid en vrijheid zijn voor mij ruime begrippen die consequent gedrag van node hebben, en ik ben niet consequent. Dat is een karaktertrek.

Een van de redenen dat ik bang ben voor oorlog is mijn dubbelzinnige houding.

Ik ben pacifist, maar militair strategisch ben ik vrij goed onderlegd en ik denk dat ik in oorlogstijd het best zou gedijen.

Ik ben pacifist, maar militair strategisch ben ik vrij goed onderlegd en ik denk dat ik in oorlogstijd het best zou gedijen. Tussen die twee gedragingen zit een verband: ik weet dat ik oorlog heerlijk vind, en uit zelfbescherming maak ik reclame voor het gebroken geweertje.

Tegenwoordig moet een begrip als ‘rechtvaardigheid’ bijvoorbeeld ‘goed voelen’. Een zogenaamd onethische beslissing wordt meteen ervaren als walgelijk, maar dat betekent in feite dat de rationaliteit een wat mindere rol toebedeeld krijgt. Ik vind juist dat ethiek iets moet zijn van het gezond verstand, maar gezond verstand en ethiek hebben regelmatig ruzie met elkaar. Denk bijvoorbeeld aan het euthanaseren van doodzieke kinderen. Gezond verstand zegt: doen. Gevoel zegt: nee.

Wat moet ik met mijn rommelzolder van eigen normen en waarden?

Rationalisten – ik hoop dat ik er een ben – hebben altijd het probleem dat ze ook hun eigen intelligentie relativeren. Mijn verstand zegt: we moeten ten strijde trekken, maar ben ik wel verstandig genoeg om dit te kunnen vaststellen? In ieder geval weet ik dat een beslissing op gevoel me tegenstaat, hoewel ik, paradoxaal genoeg, zeker tachtig procent van mijn beslissingen gedwongen ben intuïtief te nemen. Gedwongen door wie? Door mijn gemakzucht onder meer.

Toen mijn ouders uit de Tweede Wereldoorlog kwamen, hadden ze God in het jappenkamp achtergelaten. Op de nieuwe totempaal werd ‘twijfel’ geschreven, en met die twijfel ben ik opgevoed.

En dat is gelukt.

Ik twijfel aan alles, maar omdat twijfel snel een teken van slapte wordt (‘bij twijfel niet doen’) moet ik me verlaten op mijn eigen normen en waarden.

Ik zou wel eens willen weten bij wie die normen en waarden geen rommeltje zijn.