Op de toppen van valsheid

De personages in Les liaisons dangereuses lijken net zo verveeld als hun schepper was toen hij ze in het leven riep. Maar ze zijn een stuk slechter dan hij.

Het nieuws over een nieuwe vertaling van Les liaisons dangereuses bezorgde me in eerste instantie enige weemoed – omdat daarmee de iconische vertaling van Adriaan Morriën onherroepelijk in de vergetelheid zal belanden. Terwijl deze libertijnse brievenroman over verleiden en verlangen zo goed bij Morriën paste. Morriën, die vrouwen stratenlang achtervolgde door de stad, die na een ontmoeting bij wijze van eerste vraag informeerde of iemand regelmatig masturbeerde en wiens dochter een tijdje in een bordeel werkte: als liefhebbende vader bracht hij haar een keer een pannetje soep, maar hij bezocht haar ook een keer als klant.

Small gettyimages 520718145
Pierre Choderlos de Laclos, ca 1770 © Fine Art Images / Heritage Images / Getty Images

Weemoed over het verdwijnen van een vertaling is tegelijkertijd natuurlijk een beetje onzin en bovendien onnodig. Vertalingen kunnen uitstekend naast elkaar bestaan, al ‘overwint’ in de praktijk de nieuwste. Bij Les liaisons dangereuses was dat tot dusver nog niet het geval. Na Morriëns Gevaarlijk spel met de liefde uit 1954 verschenen er nog twee andere vertalingen: Gevaarlijke liefde uit 1966 en Gevaarlijke hartstochten uit 1972 – maar de vertaling van Morriën bleef in de winkel liggen.

Meer dan zestig jaar later zal hij het toch eindelijk gaan verliezen van Riskante relaties, de nieuwe vertaling van Martin de Haan. De titel is enigszins gewaagd. Michel Krielaars schreef al in NRC Handelsblad dat Choderlos de Laclos zich zou omdraaien in het graf als hij hoorde hoe zijn boek anno 2017 aan de Nederlandse lezers werd gepresenteerd. Maar hoewel ik er ook even aan moest wennen, denk ik dat deze titel – ondanks de Suske en Wiske-alliteratie – juist erg goed getroffen is. Want, zoals De Haan uitlegt op de website hofhaan.nl, liaison betekende in de achttiende eeuw nog gewoon ‘sociale betrekking’ en niet zozeer ‘liefdesverhouding’. En het boek gaat over het risico dat de omgang met bepaalde types aankleeft.

Beoogd hervertaler was eigenlijk Theo Kars, van wie sommige libertijnse opvattingen stroken met die van de hoofdpersonages. Neem bijvoorbeeld Kars’ opvatting over verliefdheid uit zijn nonconformistische handboek Praktisch verstand (een boek dat als een bijbel naast mijn bed ligt): ‘Verliefdheid is niets anders dan tijdelijke overschatting van de waarde van een ander, en komt voort uit gebrek aan mensenkennis.’ Dit had net zo goed in een van de brieven in Riskante relaties kunnen staan. Maar Kars maakte geen werk van de vertaling en zo ging die naar de vertaler van onder anderen Michel Houellebecq.

Pierre Choderlos de Laclos (1741-1803) was een soldaat die Les liaisons dangereuses is begonnen te schrijven uit verveling met het legerleven. Hij had veel liever een militaire dan een literaire carrière gewild, maar omdat hij niet tot de hoge adel behoorde (wat zijn kansen op promotie beperkte) en omdat er bovendien vanwege langdurige vrede weinig te vechten viel, verschoven zijn ambities. Hij schreef enkele gedichten en een libretto voordat hij zich waagde aan zijn enige roman, die uitkwam in 1782.

De meeste mensen kennen het verhaal wel, al was het maar omdat ze een van de verfilmingen hebben gezien: vicomte de Valmont en marquise de Merteuil zijn twee tamelijk verdorven figuren, die verleiden en vervolgens dumpen. Aan het begin van het boek stellen ze zich twee doelen: het veroveren (en vervolgens dus dumpen) van de uiterst naïeve vijftienjarige Cécile, die net uit het klooster komt, en de zeer fatsoenlijke vrouw van de rechtbankvoorzitter, présidente de Tourvel.

Cécile moet beschadigd worden omdat ze gaat trouwen met comte de Gercourt, een ex van de markiezin, die voor de verandering eens door hém was gedumpt. Via Cécile wil ze zich op hem wreken. De Gercourt heeft een voorkeur voor blondines (en Cécile is blond), want hij denkt opvallend genoeg dat die ingetogener zijn dan bruin- of zwartharige vrouwen. Dat ze net uit het klooster komt, spreekt hem ook aan, aangezien hij de eerste en enige man in haar leven wil zijn.

Er wordt in deze brievenroman geappelleerd aan het genot van gemeenheid, bedrog, onoprechtheid en ­egoïsme

Waarom vicomte de Valmont zo graag présidente de Tourvel wil hebben, is wat diffuser of eigenlijk ook niet: veroveren is nu eenmaal zijn lot, zo schrijft hij de markiezin. Haar zedigheid vormt een mooie uitdaging. ‘Ik moet die vrouw hebben om mezelf een lachwekkende verliefdheid te besparen, want waar leidt een gedwarsboomd verlangen niet toe?’ Je zou kunnen zeggen dat de Valmont haar wil hebben om dezelfde reden als waarom Choderlos de Laclos Les liaisons dangereuses is gaan schrijven: uit verveling.

Al sinds het schandaal bij de verschijning heeft men zich afgevraagd of Choderlos de Laclos met dit boek een aanklacht tegen onzedelijk, libertijns gedrag voor ogen had of dat hij dat juist verheerlijkte, net als De Sade. Volgens Morriën was het dat eerste. In 1989 schreef hij in de Haagse Post: ‘Men mag veronderstellen dat Laclos zijn roman werkelijk als een waarschuwing heeft geschreven of, op z’n minst, als een vorm van kritiek op de handel en wandel van mensen in wier gezelschap hij had verkeerd.’

Toch heb je tijdens het lezen bepaald niet het idee dat de schrijver je probeert duidelijk te maken dat je maar beter niet vreemd kunt gaan en een fatsoenlijk, zedig leven dient te leiden. En gelukkig ook maar. Cécile’s naïviteit en présidente de Tourvels zedigheid worden dermate karikaturaal neergezet dat je wel medelijden met ze kunt hebben maar ze toch vooral ook een beetje belachelijk vindt. Het zijn niet bepaald rolmodellen voor fatsoen of onbevangenheid. In een van de gemeenste brieven schrijft de Merteuil aan Cécile dat ze moet ophouden met het schrijven van die kinderlijke brieven, waarin ze als ‘een dom gansje’ overkomt.

Ook de brieven van de Tourvel maken geen deel uit van de boeiendste passages in Les liaisons dangereuses. De Valmont geeft er een treffende omschrijving van in een brief aan de Merteuil: ‘Dat eeuwige gezanik, waar ik zelf ook al niet bijzonder vrolijk van word, moet voor een buitenstaander behoorlijk zouteloze kost zijn.’

Nee, de aantrekkelijkheid van Les liaisons dangereuses zit ’m in de brieven van de Valmont en de Merteuil, en dan voornamelijk in de brieven die ze elkáár sturen. Hun epistels naar andere personen druipen van de onoprechtheid, die voor hun ontvangers niet maar voor de lezer overduidelijk zijn. Hoogtepunt in die laatste categorie, en een absoluut toppunt van valsheid, is een brief van de Valmont aan de Tourvel. De arme présidente probeert hem lange tijd van het lijf te houden en doet dat onder meer door hem de voordelen van een zedig leven voor te spiegelen (die zijn uiteraard aan dovemansoren gericht): ‘Wat is er heerlijker dan (…) sereen door het leven te gaan, rustig in slaap te vallen en zonder wroeging wakker te worden? Wat u geluk noemt is niets anders dan een opschudding van de zinnen.’ Maar uiteindelijk is ze weerloos tegen zijn epistolaire verleidingsbombardement. In zijn allergemeenste brief schrijft hij haar over een ‘stormachtige nacht’, waarin hij geen oog heeft dichtgedaan, suggererend dat dat komt doordat hij zo verteerd werd door zijn liefde voor haar. ‘Nooit heb ik u met zoveel genoegen geschreven, nooit voelde ik daarbij zo’n zachte en toch bruisende emotie. Alles lijkt mijn vervoering te vergroten: de lucht die ik inadem gloeit van wellust, en zelfs de tafel waarop ik u schrijf, die voor het eerst dat doel dient, wordt voor mij het heilig altaar van de liefde. Hoeveel mooier zal ze voor me zijn nadat ik u er mijn eed van eeuwige liefde op heb gezworen!’ De lezer weet dan al dat die stormachtige nacht heeft plaatsgevonden in het bed van een andere vrouw en dat haar naakte rug de tafel was waar hij het over heeft. Hij vond het wel een aardig idee om het schrijven aan zijn ‘lieftallige vroompje’ af te wisselen met ‘een daad van totale ontrouw’.

Het interessante aan Les liaisons dangereuses is dat Choderlos de Laclos het voor elkaar krijgt dat je je als lezer lange tijd verkneukelt om de slechtheid van de Valmont en de Merteuil. Er wordt, zou je kunnen zeggen, in deze brievenroman geappelleerd aan het genot van antiwaarden als gemeenheid, bedrog, onoprechtheid en egoïsme.

De kentering komt halverwege, als de Valmont ’s nachts Cécile opzoekt in haar kamer na haar arglistig de sleutel te hebben afgetroggeld. Ze stribbelt tegen maar hij overmeestert haar. Als ze vervolgens marquise de Merteuil in vertrouwen neemt, antwoordt die dat ze niet zo moet zeuren en blij moet zijn met wat haar overkomen is. In deze scènes worden de Valmont en de Merteuil pas echt kwaadaardig en wordt het verkneukelen van de lezer op de proef gesteld. Dan blijkt ook hoe verkeerd gekozen Morriëns typering van hem was. In zijn vertaling noemde hij de Valmont namelijk liefkozend een ‘losbol’.

De roman eindigt met een slagveld: iedereen is dood, verminkt, gevlucht, emotioneel verpletterd of teruggetreden in het klooster. Toch doet Choderlos de Laclos aan het einde alsof het boek nog niet af is. Hella Haasse beschouwde deze laatste woorden van de schrijver als een uitdaging en schreef een vervolg op het boek: Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven (1976). Maar een open einde heeft Les liaisons dangereuses helemaal niet. De boodschap is in de slotpagina’s maar al te duidelijk: lieden zoals de Valmont en de Merteuil moet je uit de weg gaan. Oftewel: je kunt maar beter geen riskante relaties hebben.