Een jaar als conducteur

Op de tram

Een brief als je 28 seconden te vroeg vertrekt, op het matje als je voor de vierde keer ziek bent, gehannes met de ov-chipkaart. Een inkijkje bij het Amsterdamse Gemeentevervoerbedrijf.

OP DE DAM staan twee jongens te wankelen op de halte. Het lukt ze nauwelijks om de tram binnen te stappen als we voor ze stoppen. ‘Goeiemorgen mevrouw!’ roept de jongen met halflang blond haar dat ooit misschien in model zat, maar nu alle kanten op staat. Glazig kijkt hij me aan terwijl hij in z'n broekzak zoekt naar z'n vervoerbewijs. 'Heeft u lekker geslapen? Nou, wij niet!’ Triomfantelijk slaat hij z'n vriend op de schouder. In zijn hand houdt hij een afgekloven broodje gezond van de Albert Heijn to go, de sla en komkommer vliegen alle kanten op. Het is iets na zevenen, vrijdagochtend.
?Shit man, wat is dit nou?’ Het lampje van het chipapparaat springt op rood als de jongen z'n ov-studentenkaart ertegenaan houdt, ook bij de tweede en derde poging. 'Jezus, te weinig saldo. Meen je niet!’ Wijdbeens probeert hij z'n evenwicht te bewaren terwijl we over het Rokin richting het Spui rijden. Hij graait in z'n broekzak, maar treft daar alleen wat kleine muntjes aan, nooit genoeg voor een kaartje. Z'n vriend heeft inmiddels ingecheckt en zit even verderop met z'n telefoon te spelen. De blonde jongen buigt zich voorover naar het luikje van m'n cabine. 'Mag ik niet even gratis meereizen naar het Rembrandtplein?’ Hij probeert lief te glimlachen.
'Dit is lijn 25, jongeman’, zeg ik. 'Wij komen helemaal niet op het Rembrandtplein.’
Geschrokken kijkt de jongen van mij naar z'n vriend en dan weer terug naar mij. 'Fuck man, dan moet ik er hier uit!’ Op de halte Muntplein tuimelt hij bijna naar buiten omdat hij het afstapje niet heeft opgemerkt. Vlak voordat de deuren sluiten, draait hij zich nog even om naar z'n vriend. 'Hou ’m in de broek hè!’ roept hij en gebaart naar z'n kruis. Dan steekt hij z'n duim op. Z'n vriend gebaart ook wat en verdiept zich dan weer in z'n telefoon. Twee minuten later ligt hij met z'n hoofd tegen het raam te slapen.
?Tja, het is vrijdagochtend hè’, zegt Ko door de intercom. 'Dan krijg je van dat soort figuren. Studenten. Vanaf donderdag hebben ze al weekend, als het niet al woensdag is. Zolang ze m'n tram maar niet onderkotsen vind ik alles best.’ Ko werkt al dertig jaar bij het GVB. In die drie decennia heeft hij het bedrijf enorm zien veranderen, vertelt hij terwijl we over de Vijzelgracht razen. 'Vroeger was het veel mooier. Toen waren wíj de baas. Goed beschouwd kon je werken wanneer je zin had. Het was heel makkelijk om je ziek te melden, en een hele tijd te blijven ook. Geen chef die opbelde of je al weer eens beter was, geen bedrijfsarts die informeerde wat er eigenlijk precies aan mankeerde.’ Eén collega spande de kroon. 'Wat een verhaal was dat, zeg! Die meldde zich ziek in april en kwam in september weer eens een keer opdraven. Had-ie ondertussen een camping gerund ergens in Noord-Holland.’
Remisediensten waren in zijn beginperiode ook heel anders dan nu. 'Je zat regelmatig met vijftig man in de remise te wachten tot je wat moest doen. Hele klaverjascompetities werden er gehouden, kapitalen gingen over tafel. En allemaal geld van het GVB hè, gewoon uit je depot. Moest je later dan weer ergens anders zien op te hoesten. Sommige collega’s wisten het zo te ritselen dat ze hele avonden door konden kaarten, zonder ooit te worden opgeroepen om ergens een ritje te gaan maken.’ Volgens Ko mocht je ook regelmatig eerder naar huis, of later beginnen, terwijl je gewoon voor de hele dag werd uitbetaald. 'En als er ’s avonds voetbal op tv was, kon je er zeker van zijn dat een hele rits collega’s zich de volgende ochtend ziek meldde. Zo werkte dat gewoon in die tijd.’
Dat het er niet altijd even koosjer aan toe ging, dat erkent Ko wel. En ook dat de situatie misschien een beetje uit de hand was gelopen. Maar nu alle regels zijn aangescherpt en er geen enkele rek meer over is, heeft dat niet alleen negatieve gevolgen voor het personeel, denkt hij. Ook voor het GVB is de situatie er volgens Ko op achteruitgegaan, omdat alle flexibiliteit eruit is. 'Vroeger hing er een sfeer van “ik doe wat voor jou, jij doet wat voor mij”. We kenden elkaar allemaal. Dus als iemand van de afdeling indeling je een keer had gematst, kon hij op een ander moment weer een beroep op jou doen. Op een vrije dag kwam ik zo opdraven als dat nodig was. We hadden wat voor elkaar over. Dat is nu helemaal weg. Wie krijgen we aan de telefoon als we indeling bellen? Geen idee, we kennen niemand meer. En degenen die er nu zitten zijn nooit bereid even iets voor je te regelen. Nou, ze hoeven bij mij niet meer aan te komen. De sfeer is totaal veranderd.’
En volgens Ko wordt het alleen maar erger, nu er nieuwe bezuinigingen aan staan te komen. Eind februari heeft Stadsregio Amsterdam bekendgemaakt aan welke eisen het GVB moet voldoen om het openbaar vervoer via een onderhandse gunning voor de periode 2012-2017 te mogen uitvoeren. 'Meer doen voor minder geld’, vat Ko de eisen samen. In het bedrijfsblad heeft de directie alle medewerkers op de hoogte gesteld. Het GVB krijgt een paar maanden de tijd om uit te rekenen hoe het ondanks fikse bezuinigingen - 28 miljoen euro - toch nog 'kwalitatief hoogwaardig openbaar vervoer’ kan leveren. 'Voorlopig hebben we er goede hoop op’, schrijft de directeur vervoer in een nieuwsbrief. 'Maar er zullen dingen veranderen en we moeten ons er vast op voorbereiden dat de eisen blijvend hoger zullen worden.’

EEN PAAR weken later stapt om kwart over acht een grijze man de wachtruimte van de remise Lekstraat binnen. Hij heeft geen uniform aan en in zijn hand houdt hij een zwarte leren tas. 'Zo, kom je de boel inleveren?’ vraagt een bestuurder die remisedienst heeft. De man gaat bij hem aan tafel zitten. 'Ja, de laatste dingen. M'n uniform heb ik al teruggebracht, nu alleen nog m'n depot, stempel en tas.’ Hij vertelt dat hij met FLO is, functioneel leeftijdsontslag. Via het uitzendbureau blijft hij een paar dagen in de maand werken voor het GVB. Het liefst zoveel mogelijk, hij kan het geld goed gebruiken.
'Waarom breng je dan je spullen hiernaartoe, je hebt het straks toch weer nodig?’ vraagt de bestuurder.
'Geen idee. Van het uitzendbureau krijg ik alles terug, dus het slaat nergens op. Maar ik krijg een paar uur uitbetaald voor deze afspraak, dus ik vind het allemaal wel best.’
De FLO'er rommelt in zijn tas, op zoek naar iets wat hij aan de bestuurder wil laten zien. 'Afgelopen week nog een brief thuis ontvangen’, schampert hij als hij het niet kan vinden. 'Dat ik niet functioneerde. Een paar keer te vroeg vertrokken vanuit de remise. Een hele uitdraai zat erbij van m'n uitrijtijden. Blijkbaar houden ze dat allemaal bij, tegenwoordig.’ Hij schudt z'n hoofd, had liever op een andere manier afscheid genomen. 'Het bedrijf lijkt wel gek geworden. Een week voor je vertrek een brief over dat je 28 seconden te vroeg bent weggereden bij de Pretoriusstraat. Na bijna dertig jaar dienstverband. Nooit ziek geweest, altijd hard gewerkt. “U functioneert niet”, zeggen ze dan. Belachelijk.’ De FLO'er vermoedt dat de brief automatisch is verzonden, hij heeft al van meer mensen gehoord dat zij zo'n uitdraai hebben ontvangen. 'Ik kan me niet voorstellen dat mijn chef me dit nu zou sturen, terwijl hij weet dat het m'n laatste dagen zijn. Ik zal het hem straks eens even vragen.’
Om kwart voor negen komt een logemedewerker binnen met een vel papier in z'n hand. 'Jermaine, ik heb een dienstje voor je.’ Hij geeft het A4'tje aan de Surinaamse bestuurder die bij mij aan tafel zit. Als die de dienst ziet die hij van dagreserve heeft gekregen, verschijnt een glimlach op zijn gezicht. 'De 14-5 naar Flevopark brengen. Pauze. En dan nog twee ritjes. Niet verkeerd.’ De logemedewerker kijkt mij aan. 'Jij mag met hem mee.’ Tevreden neemt Jermaine nog een bekertje koffie, we hebben nog twintig minuten voordat we moeten uitrijden. Als we uiteindelijk vertrekken hebben we ruim drie uur lang in de remise gehangen. Op ons dooie akkertje rijden we naar Flevopark, waar de 14-5 direct wordt overgenomen door twee collega’s. Nu hebben we officieel pauze, bijna een uur. Ik kan het haast niet geloven.
?Ik vraag het me af, hoor’, zegt Jermaine even later. 'Het zou mij niet verbazen als de chef van die FLO'er die brief wel zelf heeft verstuurd. Die gasten willen allemaal scoren, omdat ze bang zijn dat ze anders binnenkort hun baan verliezen.’ De chefs, assistent-lijnmanagers in GVB-jargon, hebben niet lang geleden te horen gekregen dat hun functie aan het eind van dit jaar niet meer bestaat. Voor hen in de plaats komen zogenaamde 'teammanagers’, en als zij voor die functie in aanmerking willen komen, zullen ze opnieuw moeten solliciteren. De aankomende reorganisatie onder onze direct leidinggevenden is onder mijn collega’s al een tijdje het gesprek van de dag. Bestuurders en conducteurs menen dat de gevolgen nu al voelbaar zijn. 'Zeker weten zullen er een paar chefs uit vliegen’, denkt Jermaine. 'Daarom zitten ze zich nu zo krampachtig te bewijzen met al die brieven. Ratten zijn het. Echt uitkijken voor die gasten.’
Een conductrice met blonde krulletjes vist een brief uit haar tas en laat die rondgaan in het huisje. 'Vorige week ontvangen. Te vaak ziek geweest.’ Het A4'tje gaat van hand tot hand, collega’s schudden hun hoofd.
'Drie keer per jaar mag je ziek zijn’, legt Jermaine uit. 'Bij de vierde keer krijg je een waarschuwing en een gesprek, bij de vijfde keer dus een officiële waarschuwingsbrief.’ Volgens Jermaine hebben 25 collega’s van de lijnen 7 en 14 inmiddels zo'n brief thuis ontvangen. 'Het GVB vraagt zich af of je wel geschikt bent voor dit werk als je zo vaak per jaar ziek wordt, staat erin. Dat je maar beter naar ander werk kunt uitkijken.’

'KAART ONGELDIG?’ vraagt een meisje dat een paar maanden later in Amsterdam-Oost de tram instapt. Ze houdt haar ov-studentenkaart voor de automaat, en nog eens en nog eens. Telkens een rood lichtje en twee bliepjes. 'Hoezo kaart ongeldig? Deze kaart is gewoon goed!’
?Misschien heb je een weekend-ov?’ vraag ik. 'Als je er geen geld op hebt gezet, kun je er op een doordeweekse dag niet op reizen.’
?Onzin! Ik heb deze kaart gisteren nog opgeladen.’ Ze gooit haar pasje op m'n toonbank. 'Kijk maar na, er staat twintig euro op.’
Ik pak de chipkaart, maar weet dat dit zinloos is. Met het blote oog kan ik als conducteur nooit achterhalen wat er met een kaart aan de hand is, of hoeveel saldo er nog op staat. 'Ga maar zitten’, zeg ik tegen het meisje, geen zin in verdere discussie. 'Op eigen risico. Als er controleurs in de tram komen kunnen zij checken of je verhaal klopt. En als je kaart het straks in andere trams ook niet doet, zou ik als ik jou was even contact opnemen met de klantenservice.’ Ze bedankt me en stopt haar pasje weer in haar portemonnee. 'Wat een fucking kutsysteem.’
?Ik moet er nog steeds aan wennen, aan dat hele chipgebeuren’, verzucht Remko als ik hem vertel over de studente. 'Met die vorige studentenkaarten kon je gewoon zien of-ie geldig was. Je hoefde alleen maar te kijken of het weekend was, of week. Natuurlijk probeerden ze daarmee te sjoemelen, maar dat had je meestal wel in de gaten. Nu kunnen we niks meer controleren op zo'n kaart, en we kunnen ze ook nergens mee helpen.’ Als er problemen zijn moeten we passagiers doorverwijzen naar de klantenservice, die telefonisch vaak ook weinig uit kan richten, of naar een van de Tickets & Info-punten, waar altijd lange rijen staan. Doe Remko maar gewoon het oude systeem, met de strippenkaart en 'zichtkaarten’ voor studenten en abonnementhouders. Toen was het tenminste helder, voor ons en voor de passagiers. 'En niet de hele dag dat stomme gepiep. Niemand groet ons meer. Piep, piep, piep, dat is het enige wat je hoort. Gek word ik ervan.’
Het is prachtig weer en in Diemen Sniep zitten m'n collega’s op tuinstoelen voor het huisje. 'Ik moet wat overleggen met een chef, maar er is weer eens niemand’, zegt een conducteur met een grijs baardje. 'Het is ook in alle bedrijven hetzelfde, hè. Als het mooi weer is, zie je ze niet, en als ze extra kunnen verdienen, met de feestdagen bijvoorbeeld, zijn ze er opeens allemaal. Of als je iets doet wat niet mag, dan duiken ze op uit het niets en krijg je een waarschuwing aan je broek.’
Remko vindt het knap dat de collega nu al weet hoe het werkt bij het GVB. De man is pas sinds mei in dienst. 'Bij welk bedrijf zat je hiervoor eigenlijk?’ vraagt hij terwijl hij een extra tuinstoel uitklapt. 'Bij PTT Post’, zegt de conducteur. 'Ze hebben me eruit geknikkerd vanwege de bezuinigingen. Na 36,5 jaar dienstverband. Altijd keurig gewerkt, nooit ziek, nooit geen aanmerkingen.’
Remko knikt, we hebben allemaal gehoord over de reorganisatie bij de post. 'Wie weet liggen wij er straks ook allemaal uit, als het openbaar vervoer in Amsterdam toch moet worden aanbesteed’, zegt hij. Na een motie in de Tweede Kamer leek het er lange tijd op dat de drie grote steden (Amsterdam, Rotterdam en Den Haag) hun openbaar vervoer onderhands mochten blijven gunnen, en hiermee een uitzonderingspositie zouden krijgen op de Wet Personenvervoer 2000. Daarin staat dat het openbaar vervoer in Nederland vanaf 2012 openbaar moet worden aanbesteed. Maar sinds de val van het kabinet-Balkenende II is de beslissing over het lot van de drie grote steden op losse schroeven komen staan.
?Ah joh, we krijgen die concessie wel’, gokt Remko. Bedrijven als Connexxion riepen maanden geleden al in Het Parool dat zij het openbaar vervoer in Amsterdam beter en goedkoper kunnen verzorgen, maar volgens hem zal het zo'n vaart niet lopen. 'Wij hebben alle kennis in huis, wij verzorgen het vervoer al sinds mensenheugenis. Dan gaan ze het toch niet opeens door een ander bedrijf laten doen?’ Toch is niet iedereen zo vol vertrouwen. Private bedrijven hebben laten weten dat zij bezwaar zullen aantekenen als de concessie opnieuw onderhands wordt gegund aan het GVB. De kranten schrijven er regelmatig over, en ook op het intranet en in het bedrijfsblad verschijnen alarmerende berichten.
?En wat dan nog?’ vraagt een bestuurder die aan de tuintafel een sjekkie zit te draaien. 'Ook al neemt Connexxion het vervoer over, dan gaan we gewoon allemaal mee. Trams zullen altijd bestuurd moeten worden, toch? Het enige is dat we dan in een ander pakkie moeten lopen. Dan zijn we niet meer wit-blauw, maar grijs-groen. Nou ja, kan mij het schelen.’

DE PRETORIUSSTRAAT, maandagochtend 5.54 uur. Tom zet de tram stil, maakt de deur open en steekt een sigaret op. 'Zo, nu gaan we even doen wat de baas wil.’ De vertrektijd bij de halte Pretoriusstraat wordt gemeten op het moment dat de tram over een sensor heen rijdt. Als je twee seconden te vroeg van de halte vertrekt, staat dat direct genoteerd. Te vroeg vertrekken is een doodzonde; als het te vaak gebeurt krijgt het GVB een boete van Stadsregio Amsterdam. Ook bij te laat vertrekken, maar dat wordt pas genoteerd als de vertraging meer dan twee minuten is. Beter anderhalve minuut te laat dan twee seconden te vroeg, is daarom het credo. Om de punctualiteit te stimuleren geeft Stadsregio een bonus als meer dan 82 procent van de trams op tijd rijdt - tussen de nul en plus twee minuten dus. In de eerste helft van 2010 vertrok 84,5 procent van de trams op tijd. Dit leverde het GVB een bonus op van ruim een miljoen euro.
'Ik rijd bovengemiddeld op tijd’, pocht Tom. '86,7 procent. Goed beschouwd lever ik het GVB dus geld op. Maar daar zie je natuurlijk nooit wat van terug. Je hoort pas wat als je onder de 82 procent rijdt, want dan kost je ze geld. Schijnen de chefs wel eens tegen een bestuurder te hebben gezegd: jij kost ons zoveel honderd euro per maand. Ze zijn keihard, hoor. En dan hoef je niet aan te komen met een verhaal dat je veel vertraging hebt gehad omdat er weet ik veel wat is gebeurd, want dan zeggen ze: waarom hebben je collega’s daar dan geen last van gehad? Die rijden toch ook op tijd?’
Zodra het klokje op het dashboard van 5.54 uur naar 5.55 uur springt, klimt Tom weer in z'n cabine. 'Zo, en nu blazen naar de koffie.’ Met 75 kilometer per uur vliegen we over de Middenweg richting Diemen. 'Harder gaat-ie niet, dan krijgen we geen elektriciteit meer.’ Heerlijk vindt Tom dit, scheuren met zo'n 32-tonner. '32,5 ton om precies te zijn. Wie kan nou zeggen dat hij dat onder z'n kont heeft? Je kunt wel tof in een sportwagen gaan zitten, maar dit is veel beter.’
Tom is sinds een paar maanden bestuurder, daarvoor was hij conducteur op lijn 12. Saai vond hij het, conducteur zijn. 'Sorry hoor, ik hoop dat je je niet aangevallen voelt, maar ik viel erbij in slaap. De helft van de tijd niks te doen, passagiers die lopen te zeuren, en altijd die afhankelijkheid van de bestuurder.’ Nee, laat Tom maar voorop zitten. 'Zelf het tempo bepalen, lekker een beetje kijken naar alles wat er op straat gebeurt. En vervelende passagiers kan ik nu mooi doorsturen naar achteren. Want daar zitten me een stelletje asbakken tussen!’ Even is hij stil, en dan begint hij een versje te reciteren: God schiep mens en dier,/ behalve de passagier./ Dat creatuur/ brouwde de duivel in z'n vrije uur.
Drie minuten te vroeg komen we aan op eindpunt Diemen. 'Maakt niet uit, op de rit van de remise naar het eindpunt meten ze alleen de Pretoriusstraat’, glimlacht Tom. Met een bakje koffie loopt hij even later weer terug naar de wagen, een sigaret nog op de lip. 'Kom schat, dan gaan we eens even kijken of Amsterdam al wakker is.’

OP DE DELFLANDLAAN komt een maand later een vrouw bij mijn cabine staan. 'Volgens mij is jullie apparaat kapot’, zegt ze en wijst naar de kaartlezer bij de achterste deur. Vanuit m'n cabine zie ik inderdaad een rood lampje branden. Ik bedank haar voor de melding en zeg dat ik er op het eindpunt met de bestuurder naar zal kijken. 'Dat is dan mooi te laat’, zegt de vrouw. 'Bij die deur zijn net al ik weet niet hoeveel mensen uitgestapt. Zijn die nu allemaal hun borg kwijt?’ Ik knik; ik vrees dat dit inderdaad het geval is. 'Da’s ook een mooie!’ roept de vrouw uit. 'Jullie systeem werkt niet, maar de klant is de dupe. Laatst kon ik ook al een keer niet uitloggen omdat zo'n apparaat stuk was. Ik rende via de halte terug naar de conducteur, maar die deed z'n deur al dicht en toen reed de tram weg. Weer vier euro kwijt. Het gaat wel hard zo.’
Sinds een paar maanden kunnen passagiers een formulier invullen als er te veel geld van hun chipkaart is afgeschreven omdat een apparaat niet goed functioneerde of ze vergeten zijn uit te checken. Het restbedrag krijgen ze dan teruggestort op hun rekening. 'Wat een gedoe’, zegt de vrouw als ik haar uitleg hoe het in z'n werk gaat: contactgegevens invullen, transactieoverzicht uitprinten, uitleggen wanneer, hoe en waarom er niet is uitgecheckt, opsturen - voor iedere claim een nieuw formulier. 'En hoeveel krijg ik dan terug? 3,22 euro? Laat maar, daar ga ik m'n tijd niet mee verdoen.’
Uit onderzoek van Het Financieele Dagblad blijkt dat slechts een tiende van alle reizigers die om welke reden dan ook niet hebben uitgecheckt zijn geld terugvraagt via een restitutieformulier. Volgens de krant verdienen de vervoerbedrijven op dit moment gezamenlijk een half miljoen euro per maand aan de rest van de reizigers. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat benadrukt in een reactie dat het niet de bedoeling is dat de vervoerbedrijven aan deze situatie verdienen. Afgesproken is dat het geld terugvloeit naar de reiziger. 'En dat moeten wij geloven?’ vraagt mijn bestuurder als ik hem vertel over het bericht. 'Kijk maar eens naar hoeveel bonussen al die mensen aan de top krijgen. Het geld gaat helemaal niet terug naar de reiziger. Of naar ons. Niemand ziet er iets van terug.’


Roerige tijden
Journaliste Jorie Horsthuis liet zich omscholen tot conductrice van het Amsterdamse Gemeentevervoerbedrijf (GVB) en schreef een boek over haar ervaringen. Op de tram: Een jaar als conducteur in Amsterdam is een uniek portret van de grote stad, gezien vanuit de conducteurscabine. Daarnaast is het een bijzonder inkijkje in de wereld van het GVB, dat in 2010 roerige tijden doormaakte: niet alleen werd de ov-chipkaart definitief ingevoerd, ook besloot het kabinet-Rutte dat het GVB de concurrentie met commerciële bedrijven aan moet gaan. De toekomst van het GVB en zijn medewerkers is sindsdien onzeker.


Op de tram: Een jaar als conducteur in Amsterdam van Jorie Horsthuis verschijnt op 28
oktober bij Ambo (256 blz., € 17,50)