Profiel: Megawati Soekarnoputri

Op de vleugels van vader

Het ziet ernaar uit dat Megawati Soekarnoputri het presidentschap van Indonesië op dezelfde wijze zal verwerven als haar vader het is ontnomen: via een impeachment-procedure. In 1968 riep het Indonesische parlement (DPR) een bijzondere zitting van het volkscongres (MPR) bijeen die Soekarno zijn nog resterende presidentiële macht ontnam en Soeharto tot president benoemde. Op 30 mei jongstleden kondigde het parlement voor aanstaande augustus een bijzondere zitting van de MPR aan waarbij, als alles volgens plan verloopt, president Abdurrahman Wahid zal worden onttroond en vice-president Megawati hem zal opvolgen.

Ik heb Megawati twee maal ontmoet. De eerste keer was op 10 januari 1997, in Jakarta tijdens een politieke bijeenkomst op het landgoed van Megawati en haar man, de gefortuneerde zakenman Taufik Kiemas. De bijeenkomst gold de herdenking van de oprichting van de PDI. Het was een alternatieve herdenking; op dezelfde dag werd in Makassar de officiële herdenking gehouden. De PDI was een partijenfederatie die door het Soeharto-bewind werd geduld, maar onder strenge controle stond. Megawati was in 1992 voorzitter van de PDI geworden, maar drie jaar later door machinaties van het Soeharto-bewind vervangen door de regeringskandidaat Soerjadi. Een groot deel van de leden van de PDI beschouwde «mbak» (zus) Mega nog steeds als partijvoorzitter; zij noemden zich de ProMeg-PDI.

Het was deze alternatieve PDI, vooral bestaande uit militante jongeren, die zich op 10 januari in de ruime tuin van zus Mega had verzameld voor de alternatieve herdenking van de verjaardag van hun partij. De vraag was of de politie zou ingrijpen en de bijeenkomst uiteenjagen. Gelukkig was een van de genodigden de Amerikaanse ambassadeur. Wellicht heeft zijn aanwezigheid de autoriteiten ervan weerhouden een inval in Megawati’s tuin te doen.

Het was die vrijdag 10 januari de eerste dag van de ramadan. De op knetterende bromfietsen toegestroomde jongeren bogen zich eerst in vroom gebed richting Mekka. Na zonsondergang hield de gastvrouw een toespraak. Het verschil met haar vader was overduidelijk. Bung Karno was een begenadigd spreker, die bij voorkeur voor de vuist sprak, zijn redes doorspekte met grappen en grollen, en met alle modulaties waarover zijn stem beschikte zijn gehoor bespeelde. Megawati sprak met schrille stem en op strenge toon, terwijl haar gezicht schuilging achter het papier waarvan ze haar tekst oplas. Het deerde de getrouwen niet. Vrijwel na ieder zin die Mega uitsprak, ging een gejuich op.

Na de rede bleven de jeugdige aanhangers van de ProMeg-PDI achter in de tuin, waar ze de saté en lontong verorberden die waren rondgedeeld. Wij, de genodigden, werden binnenshuis vergast op een rijsttafel. Als biograaf van haar vader werd ik aan Megawati voorgesteld. Veel tijd had ze niet voor mij. Terwijl wij in de eetzaal tafelden, confereerde Megawati in haar werkamer met haar adviseurs.

De dag erna kreeg ik gelegenheid Megawati te interviewen voor mijn Soekarno-biografie. Het was een heel andere vrouw die ik die zaterdag trof dan de verkrampte politica die ik daags daarvoor had gezien. Gekleed in een tuinpak, de hegschaar in de hand, kwam ze me tegemoet en nam me mee naar een serre van de villa. Ondanks de ontspannen sfeer was mijn gesprekspartner niet erg spraakzaam. Het leek of zij bang was tegenover de biograaf van haar vader ook maar iets los te laten dat als negatief kon worden opgevat. Om haar wat te ontdooien vroeg ik of zij met haar vader weleens Nederlands sprak. Nee, Nederlands was verboden, want dat was de taal van de onderdrukker, had haar vader zijn kinderen voorgehouden. Haar wedervraag was wat de Nederlandse uitdrukking «Godperdomme» eigenlijk betekende; ze had haar vader dat vaak horen roepen als hij boos was.

Afgezien van deze en dergelijke anekdotische herinneringen uit haar jeugd heeft Megawati me bij het interview twee dingen verteld die voor de toekomst van betekenis kunnen zijn.In de eerste plaats vertelde ze dat haar vader op zijn sterfbed haar een boodschap had gegeven en dat die boodschap haar had doen besluiten in de politiek te gaan. Mijn nieuwsgierige vraag wat de boodschap inhield, vond ze kennelijk impertinent. Zij zou deze wereldkundig maken als het moment daar was. Misschien horen we Soekarno’s boodschap aan zijn oudste dochter in augustus aanstaande.

Het tweede geheim dat ze mij verklapte (dat ze overigens ook Newsweek heeft toevertrouwd) was dat ze dagelijks met haar vader in contact staat. Ze bedoelde het letterlijk. De uitleg is nogal bizar. Soekarno had zijn kinderen verteld dat hij afstamde van Wali Soenan Kali Jaga van Demak, een van de Wali Sanga, de negen heiligen die de schakel vormen tussen het hindoeïstische en islamitische Java. De Wali Sanga bezitten het vermogen om buiten hun stoffelijke resten te treden en met uitverkorenen op aarde te communiceren. Soekarno bezit dit vermogen eveneens, zo begreep ik van Megawati, en zij is de uitverkorene met wie hij communiceert.

Het ziet er dus naar uit dat, mocht Megawati president worden, Soekarno een belangrijke adviseur van haar zal worden. Zij heeft al laten merken dat de politieke nalatenschap van haar vader vrijwel haar enige politieke bagage is. Wat houdt die politieke erfenis in? In de eerste plaats de grondwet van 1945. Deze oorspronkelijke grondwet van Indonesië is bij de soevereiniteitsoverdracht in 1949 vervangen door een liberale constitutie met een parlementair stelsel, maar is op 4 juli 1959 door president Soekarno hersteld toen hij zijn «Geleide Democratie» afkondigde.

De Indonesische grondwet, die op het eind van de Japanse bezetting inderhaast is opgesteld, vertoont fascistoïde trekken. De eigenlijke opsteller ervan, de Leidse jurist Soepomo, hield de grondwetgevers voor dat liberalisme het individuele egoïsme diende, marxisme het collectieve egoïsme. Hij stelde als grondslag van de Indonesische staat het integralisme voor, omdat daarin volk en leider één zijn. Soepomo gaf als lichtend voorbeeld het keizerlijke Japan, het fascistische Italië en de Blut und Boden-theorie van Hitler. De founding fathers hebben unaniem met Soepomo’s voorstel ingestemd. De invloed van het integralisme in de Indonesische grondwet van 1945 is terug te vinden in het leidersprincipe, belichaamd in een almachtige president, en in het corporatisme van de «functionele groepen», waaruit ingevolge de constitutie een deel van het volkscongres wordt samengesteld.

De grondwet-45 alsmede Soekarno’s Geleide Democratie zijn door Soeharto onverkort gehandhaafd. Na zijn val is men zich gaan bezinnen op de noodzaak de grondwet aan te passen aan de nieuwe tijd. Een vijftal grondwetcommissies uit het volkscongres heeft zich gebogen over een grondwetsherziening. Slechts enkele van hun voorstellen hebben de plenaire vergadering van het volkscongres gehaald. De discussies liepen vast op een aantal fundamentele vraagstukken waarover men niet tot overeenstemming kon komen. In arren moede heeft het volkscongres op de zitting van augustus 2000 de grondwetsherziening voor zich uit geschoven.

Een van de vraagstukken is of het leidersprincipe in de constitutie gehandhaafd moet worden. Tot voor kort overheerste het standpunt dat Indonesië de weg op moest naar een parlementaire democratie volgens westers model. Tot grote ergernis van president Wahid heeft het parlement daarop al menigmaal een voorproefje genomen. Er zijn echter sterke tegenkrachten die Soekarno’s stelling herhalen dat een parlementaire democratie niet past bij de Indonesische identiteit. Megawati, die zich bij voorkeur verschanst in een diep stilzwijgen, heeft zich over de controverse nog niet uitgelaten. Het ligt echter voor de hand dat zij zich, wanneer het erop aankomt, aan de kant van haar vader zal scharen.

Een andere erfenis van Soekarno zijn de Pancasila, de vijf zuilen waarop hij zijn staatsfilosofie heeft gebaseerd, die zijn opgenomen in de preambule van de grondwet-45. Ook de Pancasila zijn door Soeharto overgenomen en zelfs wettelijk tot staatsdoctrine van Indonesië verheven. De eerste zuil van de Pancasila, die iedere Indonesiër zijn eigen godsbegrip laat, is tijdens het presidentschap van Soekarno een waarborg geweest voor godsvrede. Dit veranderde tijdens het bewind van Soeharto. Elk jaar vielen meer protestantse en katholieke kerken ten prooi aan vernielingen en brandstichtingen door fanatieke moslims (tussen 1965 en 1994 in totaal 336 kerken, de meeste op Java, doch ook 95 in de buitengewesten).

Na Soeharto’s val is de godsvrede niet teruggekeerd, integendeel. Een discussie die dateert uit de tijd van Soekarno, maar die ten tijde van Soeharto werd onderdrukt, is weer volop opgelaaid: de vraag of Indonesië een Pancasila-staat of een islamstaat behoort te zijn. In het volkscongres heeft men zich tot dusver niet gewaagd aan een discussie over dit netelige vraagstuk. Orthodoxe moslims willen echter dat in de grondwet de sharia wordt opgenomen, zodat Indonesische moslims formeel gebonden zullen zijn aan de wetten van de koran.

Megawati is uiteraard een vurige verdedigster van haar vaders Pancasila, maar het is de vraag of zij het drijven van de orthodoxe moslims die in Indonesië een niet te veronachtzame politieke macht vertegenwoordigen, volledig zal kunnen negeren.

Een lastig deel van Soekarno’s politieke erfenis is de zogenaamde dwi-fungsi, van oorsprong een idealistisch concept van de toenmalige bevelhebber van het leger, generaal Nasution. Hij verkondigde dat, zoals tijdens de Revolusi guerrillastrijder en Javaanse boer schouder aan schouder hadden gevochten voor de vrijheid van hun land, zij na de onafhankelijkheid samen de bevochten vrijheid dienden te beschermen. Hij eiste daarom voor het leger naast een militaire een politieke functie op. Soekarno, die de semangat revolusi, de spirit van de revolutie, koesterde als een kostbaar goed uit de onafhankelijkheidsstrijd, steunde de dwi-fungsi van harte. In 1957 kwam er een economische functie bij, toen het leger de lucratieve buit van geconfisqueerde Nederlandse bedrijven in de schoot viel. De dwi-fungsi werd in feite een «tri-fungsi». Het leger verwierf daarmee een invloedrijke positie in zowel de politiek als de economie van het land, en het laat zich die niet gemakkelijk ontnemen.

President Wahid ondervindt dit tot zijn schade, nu de militairen hem in zijn strijd om handhaving in het ambt in de steek laten. Waarnemers in Indonesië beweren dat de militaire top in Megawati de garantie ziet voor het behoud van de tri-fungsi. Zeker is dat zij geen kans maakt Wahid op te volgen als zij het leger niet bepaalde garanties biedt.

De belangrijkste politieke erfenis van Soekarno is de eenheidsstaat. Soekarno is een historische figuur geworden doordat hij als enige in staat was het land onafhankelijk te verklaren, dat zich conform een van zijn geliefde leuzen (uiteindelijk) uitstrekte «Van Sabang tot Merauke».

De Indonesische eenheid heeft vanaf het begin onder Javaanse hegemonie gestaan. Daardoor kwamen er vanaf het midden van de jaren vijftig in de buitengewesten allerlei afscheidingsbewegingen. Het separatisme dat tijdens Soeharto met harde hand werd onderdrukt, stak na zijn val opnieuw de kop op: in Atjeh, dat zich het liefst tot islamstaat zou uitroepen; in West-Nieuw-Guinea, dat zich beroept op Nederlandse beloften en zich tegenwoordig Papoea noemt; in de Molukken, waar naar het schijnt de vlag van de RMS al eens is uitgestoken; in de Riauw-archipel, waar men afgunstig lonkt naar de positie van de rijke over buur Singapore; in Kalimantan, waar Javaanse immigranten hun leven niet meer zeker zijn.

Het streven naar onafhankelijkheid heeft een flinke impuls gekregen nadat op 5 september 1999 de Indonesische provincie Oost-Timor, gesteld voor de keuze tussen grotere zelfstandigheid binnen het Indonesische gemenebest dan wel onafhankelijkheid, voor het laatste koos. In een van de grondwetscommissies uit de MPR is gesproken over een federalisering van de omvangrijke Indonesische archipel, die zich uitstrekt over eenzelfde afstand als die van Ierland tot de Kaukasus en die met zijn 225 miljoen inwoners thans de vierde volkrijkste natie ter wereld is. De discussie heeft tot dusver geen concrete voorstellen opgeleverd. Men is blijven steken in het voornemen bestuur en economie van de archipel wat sterker te decentraliseren. Voor velen is het woord «federatie» nog steeds taboe omdat het als verraad wordt beschouwd aan de Revolusi.

De belangrijkste tegenstander van een federaal Indonesië is Megawati. Zij behoedt de erfenis van haar vader, die op 17 augustus 1950 in plaats van de Verenigde Staten van Indonesië, welke bij de soevereiniteitsoverdracht tot stand waren gekomen, de eenheidsstaat Indonesië uitriep. Mocht Megawati in augustus president worden, dan staat ze meteen voor de taak de voorspelling van Wahid te logenstraffen. Wahid heeft gezegd dat als hij wordt afgezet Indonesië uiteenvalt omdat hij de enige is die het land bijeen kan houden.

Van Lambert J. Giebels verscheen deze week het tweede deel van zijn Soekarno-biografie

President: 1950-1970 bij Bert Bakker.