Televisie

OP DE VUIST VOOR OVERWERK

TELEVISIE Aan ons den arbeid

Beschuitfabriek Hooimeijer in Barendrecht had in de jaren zestig een maandagprobleem. Verloor Feyenoord, dan waren de jongens uit Zuid ziek, letterlijk en figuurlijk. Had Feyenoord gewonnen, dan waren ze (nog) dronken. De enige kans dat ze op hun werk verschenen was een gelijkspel.

Maar eigenlijk was die maandag onderdeel van een veel groter probleem: hoe überhaupt aan arbeiders te komen? De economie knalde, werknemers konden kiezen en vacatures voor zwaar werk in hitte en ploegendienst waren moeilijk op te vullen met Hollanders.

Vandaar Marokkanen. Die waren ‘heel gedienstig’, zegt een chef, en ‘je kon ze altijd pakken’. Letterlijk welteverstaan: Hooimeijer had als een van de eerste werkgevers een voormalige directeursvilla op het fabrieksterrein als pension ingericht. Een kennelijk zo nette voorziening dat het nieuws als een lopend vuur onder Marokkanen in Rotterdam ging en werving een eitje werd. Kwam je een man te kort voor een ploeg, dan liep je naar het pension en trok aan de voet van een slapende: die stond dan een kwartier later aan de machine. Ze waren hier immers om binnen zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk geld te verdienen.

De enige vechtpartij tussen Marokkanen waarvan in de mooie documentaire Aan ons den arbeid van Jeroen van Bergeijk wordt gerept gaat dan ook om overwerk: wie dat mocht doen. En dat ging niet om een uurtje: de fabriek kende alleen 8-uursdiensten, dus wie overwerkte maakte er 16! Onverantwoord, vindt iedereen achteraf, arbeiders en chefs – maar als iedereen er baat bij denkt te hebben, dan gebeurt het dus gewoon. Aan ons den arbeid is gemaakt door een journalist die zelf als jongen vakantiewerk deed in die fabriek, waar zijn vader directeur was. En die zich afvroeg hoe het zou zijn met de Marokkaanse mannen waar hij tussen stond en hoe die terugkijken op die periode.

Je ziet ze nauwelijks op de televisie, die eerste generatie. De laatste keer was bij Ab en Sal, die in een blikfabriek een arbeider bezochten die daar 34 jaar werkte. Respectloze vertoning waarin de man gehoond werd vanwege zijn plezier in het eenvoudige werk en vanwege zijn erkentelijkheid voor het sociale beleid van de directeur, die rekening hield met zijn geloof en cultuur.

Ze lagen in een deuk toen hij zei dat hij zijn werk niet gedaan had ‘om dit land op te bouwen’ (term die ze hem zelf in de mond legden) maar voor zijn salaris. Had die sukkel gelukkig die stomme Hollanders toch te pakken. In Aan ons den arbeid juist volop respect voor de drie oudere mannen die, staand in de lege fabriek, in mooie verhalen de geschiedenis van hun migratie vertellen. Afgewisseld met getuigenissen van Hollandse werknemers die een scherp beeld geven van de manier waarop tegen die vreemdelingen werd aangekeken. Het grootste verdriet van de Marokkanen schuilt in de verharding van de Nederlandse cultuur.

Overigens is de film gemaakt voor TV Rijnmond: regionale televisie biedt steeds betere documentaires.

Aan ons den arbeid, op 1 mei in HollandDoc