Televisie - De strijd

Op een arbeidersbrommer

Mijn grootvader was stukadoor, mijn vader ziekenfondsbode. Mijn oma was dienstbode, mijn moeder een generatie later ook.

Als arbeid adelt ben ik van Hoge Afkomst. Ik mocht naar voortgezet onderwijs en ken zowel de schaamte voor eenvoudige afkomst als latere schaamte voor die schaamte. Zoals ik zowel trots ken op eenvoudige afkomst als het besef dat die onzin is omdat afkomst en klasse zo min verdienste zijn als sekse, huidskleur, leeftijd, nationaliteit, geaardheid of IQ. Maar trots is wel een nuttig onderdeel van emancipatiestrijd, het wapen van de achtergestelde. Ook op dat gebied heb ik adelbrieven: opa ruilde Jezus in voor Domela en schopte de pastoor eruit, en papa bekende zich tot de osp, tegen de revisionistische sdap, tegen Moskou’s stalinisme en tegen opkomend fascisme (lees Joosje Lakmakers prachtboek Voorbij de Blauwbrug). Al ken ik hem alleen als partijloze Drees-stemmer en _Parool-_lezer – illusies kwijt door de oorlog.

Vanwaar deze sociale familiegeschiedenis? Als er toch stiekeme trots uit spreekt, dan gepaard met het besef dat mijn sociale stijging van lang geleden sindsdien die van honderdduizenden is en peanuts vergeleken met die van collega en vriend Hamid uit zijn Berberdorp en die van ontelbare van mijn overzeese studenten. En gepaard met het besef dat trots op hoogstpersoonlijke mazzel op de goede plek en tijd geboren te zijn minder gepast is dan trots op ons collectief systeem van wetten, rechten en voorzieningen die voor elke burger gelden. Bij de totstandkoming waarvan de arbeidersbeweging een grote rol speelde. Over die beweging en over de aard van arbeid sinds de industrialisatie gaat de tiendelige serie De strijd.

Wat ik ook aan detailkritiek zou kunnen hebben op de eerste aflevering, die valt in het niet bij het besluit van de Vara dit belangrijke, inmiddels veronachtzaamde thema zo uitgebreid aan de orde te stellen. Eigen identiteit serieus nemend met het risico ‘ouderwets’ gevonden te worden. Historisch besef is dun gezaaid en daarbinnen legt iets abstracts als ‘de factor arbeid’ het dik af tegen de biografie en meer ‘sexy’ onderwerpen.

Het raamwerk van de serie wordt gevormd door inleidende, verbindende en afsluitende teksten van een nazaat van ‘Vadertje Drees’. ‘Moedertje Verbeet’ is tegenwoordig het gedegen, betrouwbare en populaire tv-gezicht van de sociaal-democratie. Bemiddelaar door alle afleveringen heen is Erik Dijkstra, wereldberoemd als nogal irritante ‘Jakhals’ uit DWDD en afkomstig uit een Glanerbrugse textielarbeidersfamilie. Op een arbeidersbrommer trekt hij door stad en land, sterker, hij rijdt vanuit het Binnenhof zomaar autostad Detroit binnen, om daar door historici en Ford-medewerkers ingelicht te worden over invoering en sociale gevolgen van de lopende band.

Alleen al die eerste aflevering over ‘De fabriek’ bevat een schat aan deelonderwerpen en informatie, en niet te vergeten prachtige archiefbeelden, zonder dat het je gaat duizelen. Fascinerend in deze aflevering is de spanning tussen verontwaardiging over onrecht, uitbuiting en verlies van vakmanschap door machinale productie enerzijds en de verknochtheid aan fabrieksarbeid in het algemeen en hun bedrijf (Heemaf, Verkade) bij arbeid(st)ers zelf. Er is niet alleen onhistorische afkeer van industrie, maar ook waardering voor de welvaartsstijging die die meebracht.

Ik heb Gerdi trouwens bij geschiedenis nog in mijn klas gehad. Leuke, slimme meid. Altijd goed opgelet ook.

Kees Driehuis (eindredactie), De strijd, Vara, tien delen vanaf vrijdag 9 oktober, NPO 2, 21.05 uur