Margaret Atwood: Alias Grace

Op een dag

Sarah Gadon als Grace Marks in de serie © Sabrina Lantos / Netflix

We vertellen onszelf verhalen, en we ontnemen anderen verhalen. Heel soms blijkt het mogelijk iets nieuws te vertellen.

1.
Een dienstmeid en een stalknecht vermoorden hun werkgever en diens maîtresse. De dienstmeid is kwaadaardig, de stalknecht dociel. De dienstmeid is zestien. De stalknecht is kwaadaardig, de dienstmeid dociel. De dienstmeid is knap. De stalknecht wordt publiekelijk opgeknoopt, de dienstmeid krijgt levenslang. Ze is een beroemde moordenares, totdat iedereen haar vergeet. Ze is een voorbeeldige gevangene. Na dertig jaar verleent men haar gratie. Ze vertrekt naar het noorden van de staat New York. Op een dag sterft ze.

2.
In de vroege jaren dertig van de negentiende eeuw emigreerde schrijver Susanna Moodie met haar jonge gezin van Engeland naar de Britse kolonie Canada. Ze publiceerde twee memoires over haar ervaringen als pionier: Roughing it in the Bush (1852), over het ruige binnenland van Ontario, en Life in the Clearings (1853) over het meer geciviliseerde Belleville, waar ze later kwam te wonen. In dat laatste boek las Margaret Atwood voor het eerst over de beruchte moordenares Grace Marks, die haar werkgever en zijn maîtresse zou hebben vermoord, tegenstrijdige verklaringen gaf in de rechtszaal, haar geheugen zei te hebben verloren en vervolgens zweeg als het graf. Moodie bezocht haar in de gevangenis en later in het krankzinnigengesticht, plekken die toen waren te bezichtigen als dierentuinen.

In Moodie’s verbeelding, en die van vele anderen, was Marks een doortrapt, duivelachtig wezen dat de stalknecht, James McDermott, die hopeloos was verstrikt in haar netten, had verleid tot het plegen van de moorden. Ze zou verliefd zijn op haar werkgever, jaloers op de maîtresse en zeer manipulatief. Maar er was ook een andere lezing die populariteit genoot: die van Grace als willoos slachtoffer, als arm maar fatsoenlijk Iers immigrantenmeisje dat in een onfortuinlijke situatie was terechtgekomen, tijdelijk ontoerekeningsvatbaar was en nu moest boeten voor andermans zonden. Decennialang polariseerde de zwijgzame Grace Marks de Canadezen. Een groepje invloedrijke personen, waaronder geestelijken, bleef onvermoeibaar strijden voor haar vrijlating – Grace was beleefd, intelligent, kon lezen en schrijven, draaide overdag keurig mee als dienstmeid in het huishouden van de gevangenisdirecteur. Na dertig jaar van petities en lobbyen liet de rechter haar gaan. Onder begeleiding vertrok ze naar een ‘home provided’ in de VS. And that was the end of it.

3.
‘We tell ourselves stories in order to live’, schreef Joan Didion in The White Album (1968-1978). De zin werd een verhaal op zich, een samenvatting van haar carrière, een citaat dat, losgezongen van de context, te pas en te onpas wordt gebruikt om de kracht en goedheid van verhalen te verdedigen.

4.
Wat gebeurt er met iemand die andermans verhaal is geworden? Hoe kun je voor jezelf spreken wanneer je geen stem hebt die wordt gehoord? Wat te doen met al je woede?

Het zijn zulke vragen die het hart vormen van Alias Grace, de roman (1996) en Alias Grace, de serie (2017, Netflix). De kracht van Atwoods vertelling (en de adaptatie van Sarah Polley, die opvallend trouw is gebleven aan het boek, met een voice-over die veel passages woordelijk citeert) zit ’m in de frustratie van het narratief: er worden geen hoe- of waaromvragen beantwoord, en tegenover elke reductie die Grace wordt aangedaan door de buitenwereld staat een weigering van haar om te buigen voor hun vermeende waarheden.

‘[I’m] trying in vain to open her up like an oyster’, verzucht de (fictieve) dokter Jordan die haar op pseudo-psychotherapeutische wijze in contact wil brengen met haar verdrongen herinneringen. Net als iedereen – de lezer niet uitgesloten – verlangt hij van haar een ondubbelzinnige waarheid. En net als de rechters, advocaten en artsen voor hem meent hij dat hij degene is die die waarheid zal ontsluiten.

Atwood heeft Grace een stem gegeven die weliswaar spreekt maar nauwelijks iets ontsluit. Iedere middag komt dokter Jordan langs voor een sessie, en als een Sheherazade houdt ze hem in de greep van haar verhalen – over haar emigratie van Ierland naar Canada, haar drankzuchtige vader, haar eerste jaren als dienstmeisje (‘only the usual poverty and hardships, etc.’, schrijft de dokter gefrustreerd in een brief aan een vriend).

Naast de Grace die vertelt, is er een Grace die vanuit de eerste persoon denkt en observeert. Soms is het onderscheid tussen het uitgesprokene en het (al dan niet bewust) onuitgesprokene helder, maar vaak ook niet helemaal: wanneer Grace spreekt, staat haar tekst niet tussen aanhalingstekens. De ingreep zorgt voor een vervaging van de grenzen tussen binnen- en buitenwereld, en deconstrueert daarmee impliciet het beeld van de vrouw als een gesloten oester die alleen nog geopend hoeft te worden (dit is meteen het grote voordeel van het boek ten opzichte van de serie). En hoewel we ook te lezen krijgen wat ze allemaal níet vertelt aan de dokter is het maar de vraag in hoeverre dat iets blootlegt over de ‘echte’ Grace. Haar toon is openhartig, intelligent maar naïef, met een schoolmeisjesachtige verbazing over de wereld. Maar is dit daadwerkelijk een weergave van haar gedachten, of gewoon een volgende vertelling, bedoeld om ons, lezers, te vermaken en om de tuin te leiden?

Cardi B liet zien hoe je kon winnen, als niet-witte vrouw, zonder zichzelf ook maar íets kleiner te maken dan ze is

Atwood gaf Grace een stem, en met die stem het recht een mysterie te blijven. Dat is, voor een lezer anno 2017, frustrerend weinig.

6.
In de zomer van 1968 bezocht Joan Didion de psychiatrische polikliniek van het St. John’s Hospital in Santa Monica, na een hevige aanval van duizeligheid. Na het afnemen van diverse psychologische tests zag de behandelend arts in haar een ‘personality in process of deterioration with abundant signs of failing defenses and increasing inability of the ego to mediate the world of reality’. Ze werd emotioneel vervreemd bevonden, en kon zich alleen staande houden door haar situatie te intellectualiseren. ‘In her view’, concludeert de arts, ‘she lives in a world of people moved by strange, conflicted, poorly comprehended, and, above all, devious motivations which commit them inevitably to conflict and failure.’

Medium ag ep02 d02 00042
Margaret Atwood op de set van Alias Grace © Sabrina Lantos / Netflix

Het was een dieptepunt in een verwarrende periode in Didions leven, die zo’n twee jaar eerder was begonnen met een fundamentele twijfel aan alle verhalen die ze zichzelf tot aan dat moment – ze was 32 – had verteld. Afgezien van de nervous breakdown in ’68 functioneerde ze in die jaren uitstekend: ze publiceerde boeken, nam deel aan panels, voedde een jong kind op, kookte soep voor vrienden en werd door de LA Times uitgeroepen tot ‘Vrouw van het Jaar’. Het was een adequate performance, schrijft ze in The White Album, een degelijke improvisatie. Het probleem was alleen dat ze tot dan toe had gedacht dat er een script bestond, een plot, een bedoeling. In plaats daarvan bleek haar leven eerder een verzameling verhaspelde scènes in een montagekamer; voorzover er een patroon bestond, was het bij de gratie van de worp van een dobbelsteen. Het waren de jaren waarin ze een vorm van vriendschap sloot met Linda Kasabian, eerst verdachte en daarna kroongetuige in de Manson-zaak; waarin ze een bevreemdende opnamesessie met The Doors bijwoonde; in een gewelddadig gedeelte van Hollywood woonde; de voor moord veroordeelde Black Panther-oprichter Huey Newton bezocht in de gevangenis, en altijd een anonieme outfit had klaarliggen voor een onverwachte werkreis, ‘as if she had the script, heard her cues, knew the narrative’.

Het lange essay, dat een decennium nodig had om geschreven te worden, is geen zoektocht naar logica, maar naar een manier van denken en schrijven wanneer de logica, die eerder onwankelbaar leek, implodeert. Niet alleen lukt het Didion te ontsnappen aan verhalen die ontoereikend en onderdrukkend zijn, het lukt haar ook een alternatief verhaal te vertellen, dat veelvormiger en opener is dan het script dat ze daarvoor meende te kennen.

5.
Op een dag in 2011 besloot Belcalis Almanzar, negentien, dat ze niet langer andermans verhaal wilde zijn. Ze woonde in een kleine kamer in The Bronx, met een gewelddadige vriend en twee bulldogs. Met school was ze al lang gestopt, en ze verdiende een minimumsalaris als caissière in een supermarkt. Als ze uit deze situatie wilde raken, zou ze meer geld moeten gaan verdienen. En dus ging ze strippen in een nachtclub. Toen ze genoeg geld had, verliet ze haar vriend. Ze ging terug naar school. Op Instagram begon ze filmpjes te posten onder de naam Cardi B waarin ze vrijpostig en zonder enige schaamte praatte over haar leven als stripper (‘it feels so good to have money thrown at me, like warm pee’), haar opgespoten tieten en kont (‘I don’t really know what’s in my ass right now, you know what i’m sayin?’), bitches die haar bekritiseren (‘why are y’all clocking my pussy, why don’t you worry about what your pussy can do for you?’). Ze werd opgepikt door de televisieshow Love and Hip Hop: New York, die ze begin 2017 verliet om muziek te gaan maken. Aan het einde van datzelfde jaar lukte het haar als eerste vrouwelijke rapper in twintig jaar – de vorige was Lauryn Hill – om met haar single Bodak Yellow op nummer 1 in de Billboard top 100 te raken (en daar in één beweging de arische popprinses Taylor Swift vanaf te wippen – look what you’ve made me do). Inmiddels staat ze, als eerste sinds The Beatles en Ashanti, met haar eerste drie nummers in de top-tien.

De aantrekkingskracht van Cardi B zit ’m in haar idiosyncratische stem, doorspekt met New Yorks slang en een vet Dominicaans accent. Het zit ’m in haar directheid, haar onbevreesdheid, haar ongecultiveerde intelligentie. De combinatie van woede, strijdbaarheid en pure levensvreugde. Ze is niemands slachtoffer, en staat bij niemand in het krijt. ‘Cardi B is not just a rapper; she’s everything we needed, just when we needed it’, schreef de (elitaire) muzieksite Pitchfork eind 2017, toen ook zij Bodak Yellow uitriepen tot song van het jaar: ‘It’s an unignorable antithesis to a political landscape built around xenophobia, racism and sexism.’

Ja, Cardi B liet het afgelopen jaar zien hoe je kon winnen, als niet-witte vrouw, zonder zichzelf ook maar íets kleiner te maken dan ze is.

6.
We vertellen onszelf verhalen om te kunnen leven. De dienstmeid die ons interesseert omdat ze mogelijk een moordenares is. De medeplichtige die kroongetuige wordt en daarna uit de wereld verdwijnt. De intellectuele vrouw met een overwerkt zenuwstelsel, de rapper-stripper-vuilbek vrouw die rijk werd, de stille vrouw in de oostvleugel van het Witte Huis. We vertellen onszelf verhalen, en we ontnemen anderen verhalen. Vaak gebeurt dit gelijktijdig. En heel soms blijkt het mogelijk eruit te breken, iets nieuws te vertellen, en te kunnen zeggen: dit is van mij. You can’t fuck with me/ if you wanted to.


Alias Grace is te zien op Netflix