Op een gammel bootje naar Europa

De Italiaanse marinier Marco Alanazio, die werkte op een marineschip van Mare Nostrum, vatte in een uitzending van EenVandaag vorig jaar het probleem van Europa en de bootvluchtelingen goed samen: ‘Vanaf de wal doet het mensen weinig. Ze zeggen: “We hebben zelf al zoveel problemen.”

Medium inhetnieuws

Maar dat komt doordat ze niet zien wat er aan de hand is. Als je het van dichtbij ziet, dan zie je een mens in moeilijkheden. Als je ook maar een greintje gevoel hebt, kan dat je niet onbewogen laten.’ Iets verderop in de uitzending huilde een andere marinier om wat ze aantrof op een van de boten.

Mare Nostrum was in oktober 2013 door de Italiaanse regering opgericht na de dood van ruim driehonderd mensen bij Lampedusa. De operatie bestond uit zes marineschepen en negenhonderd mariniers die met behulp van helikopters en drones de Middellandse Zee afspeurden op zoek naar bootvluchtelingen, soms zelfs tot aan de Libische kust. Ze redden er in een jaar tijd zo’n negentigduizend, maar het kostte de Italiaanse regering negen miljoen euro per maand. Vanaf 1 november vorig jaar nam Frontex, de Europese grensbewakingsorganisatie, de taak van de Italianen over met Operatie Triton. Triton heeft echter minder geld, minder mensen en minder schepen, die bovendien vlak bij de Italiaanse kust moeten blijven. De crux zit in het mandaat: de opdracht van Operatie Triton is het bewaken van de grens, niet het redden van mensen.

Terwijl de wereld rondom de Middellandse Zee in brand staat, mensen in gammele bootjes springen op zoek naar een veilig heenkomen, zet Europa in op extra grensbewaking. Afgelopen week kwamen meer dan driehonderd bootvluchtelingen om. Ze probeerden vanuit Libië in vier dinghy’s Europa te bereiken. Al eerder dit jaar stierven vijftig mensen bij de oversteek, stelt de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. In dezelfde periode vorig jaar was dat aantal nul. Het melden van het aantal doden op de Middellandse Zee krijgt iets sleets. Hoe vaker hoge aantallen worden genoemd, hoe minder het lijkt te zeggen. Toch even voor the record: in 2014 zijn – ondanks Mare Nostrum – bijna drieduizend mensen op de Middellandse Zee omgekomen, volgens cijfers van de unhcr. Dat zijn gemiddeld negen tot tien mensen per dag. Naar schatting haalden 218.000 mensen de overtocht wél.

Ik spreek wel eens iemand die in zo’n bootje heeft gezeten. Zoals Aho, een christelijke Syriër, die ik ken uit een klasje met mensen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en die nu een ‘participatiecursus’ volgen. Aho vertelde vorige week dat hij met zijn familie via Libanon en Egypte naar Europa vluchtte. De overtocht, waar hij tienduizend euro voor betaalde, duurde tien dagen. Het was een nachtmerrie, vertelde hij. Ze kregen enkel oud brood en wat rijst te eten, moesten midden op zee in andere bootjes klauteren. Eenmaal in Nederland kreeg hij direct asiel.

Dit laat zien hoe cru de gecreëerde situatie is. Vroeger zaten op de boten vooral mensen die om economische redenen naar Europa wilden, tegenwoordig is zestig procent van de opvarenden politiek vluchteling, aldus de UNHCR. Toch zegt de staatssecretaris van Justitie, Fred Teeven, dat ‘het redden van vluchtelingen uit wrakke bootjes geen taak van Europa is’. Schandalig. De Europese Unie spreekt andere landen herhaaldelijk aan op het schenden van mensenrechten, maar zelf laat ze vluchtelingen in de Middellandse Zee verzuipen door geen reddingsoperatie op te zetten. Hiermee verloochent de EU, Nederland incluis, haar eigen grondrechten.