Migrantenkinderen doen het nooit goed

‘Op een gegeven moment houdt volhouden gewoon op’

In haar Volkskrant-essay ‘Ik ben geen Nederlander’ zegt Nadia Ezzeroili haar culturele Nederlanderschap vaarwel. Terwijl haar integratie toch meer dan geslaagd is te noemen. Is de Hollandse droom een leugen?

Medium hh 19344286

Soms heb je een pittig geschreven essay nodig zoals dat van journaliste Nadia Ezzeroili (de Volkskrant, 30 januari) om een bepaald maatschappelijk sentiment eens en voor altijd helder te krijgen. Samengevat komt Ezzeroili’s verhaal – ‘Ik ben geen Nederlander’ – erop neer dat ze haar culturele Nederlanderschap vaarwel zegt om zich te harnassen tegen het ‘wantrouwen en (de) achteloze afwijzing’ waar ze nog altijd mee te maken heeft. Jarenlang deed zij, een migrantenkind, haar best om voor een volwaardige Nederlander aangezien te worden. Maar telkens botsten haar inspanningen op grenzen van acceptatie. Het is een uitputtingsslag geworden waar ze de energie niet meer voor kan opbrengen.

Verbazingwekkend vooral was de opschudding die het essay veroorzaakte. Iedereen die de stroom van scp-rapporten van de afgelopen jaren bijhield moet geweten hebben dat Ezzeroili’s verslagenheid geen geïsoleerd geval is, maar al veel langer en breder leeft onder migrantenkinderen. Sla het scp-rapport Werelden van verschil er maar op na dat vorig jaar december verscheen. Daarin is ook sprake van een breed gevoel van uitsluiting onder Turkse en Marokkaanse jongeren die zich gestigmatiseerd voelen door media en politiek. Integratie hebben ze in de geest en in de praktijk ingeruild voor een terugtrekkende beweging uit de samenleving.

Quotes in het rapport die zijn opgetekend van jonge Turkse en Marokkaanse Nederlanders dienen ter illustratie: ‘De afgelopen keer heb ik niet meer gestemd. Ik vind het een kinderachtige zooi. Het is een spelletje geworden. (…) Ik ben het op dit moment gewoon zat.’ ‘Kijk, ik kan wel tegen een persoon zeggen: je moet gewoon volhouden, blijven volhouden. Maar op een gegeven moment houdt jouw volhouden gewoon op.’

In 2014 signaleerde het scp in zijn rapportages die somberte onder niet-westerse migranten ook al en vatte dat samen in grafiekjes die sinds 2002 een dalende lijn laten zien in de ervaren acceptatie.

Ezzeroili is dus slechts een van de velen die de maatschappelijke afwijzingen niet meer lusten en Nederland de rug toe keren. Zulke geluiden zaten verstopt in scp-rapporten die alle pijn en gekwetstheid begroeven onder taaie wetenschappelijke taal. Ezzeroili’s verdienste is dat ze die sentimenten in ongefilterd maar elegant proza op het bord smeet van denkend en lezend Nederland. De verslagenheid kreeg een specifiek gezicht, en een specifieke stem, en dat komt makkelijker en harder binnen dan een scp-rapport.

Een terugkerende kritiek op Ezzeroili’s betoog was dat ze zich in slachtofferschap zou wentelen. Was zoveel defaitisme niet een beetje potsierlijk voor iemand die alle kansen lijkt te hebben benut die Nederland te bieden heeft? De mbo-student van Turkse of Marokkaanse komaf die vanwege zijn achtergrond maar niet aan een stageplek kan komen, die mag met recht klagen over een gebrek aan acceptatie en tolerantie, niet mevrouw Ezzeroili.

Als je zulke materiële maatstaven hanteert om iets te zeggen over de mate van acceptatie en tolerantie in Nederland, dan heeft Ezzeroili inderdaad weinig te klagen. Maar misschien valt haar aanklacht beter te begrijpen aan de hand van wat in de wetenschappelijke literatuur de ‘integratieparadox’ heet. Die paradox komt er grofweg op neer dat het gevoel van uitsluiting des te sterker wordt gevoeld bij migranten(kinderen) die maatschappelijk klimmen en een toonbeeld van integratie zijn, en desondanks nog altijd met uitsluiting en vooroordelen te maken krijgen.

In haar essay geeft Ezzeroili een klein overzicht van zulke paradoxale gevallen, van zwarte Oranje-spelers die op sociale media met racistische troep worden overladen, tot succesvolle Marokkaans-Nederlandse politici die altijd op hun afkomst gepakt worden en als wolven in schaapskleren afgeschilderd worden. Dit zijn mensen zoals Ezzeroili, wier integratie in Nederland meer dan geslaagd is te noemen, maar die nog altijd met ‘wantrouwen en achteloze afwijzing’ te maken hebben.

Van het onversneden racisme waar de zwarte Oranje-spelers en de Marokkaans-Nederlandse politici mee te maken hebben, heeft Ezzeroili geen last. Maar in het linkse en ruimdenkende milieu waar ze naar opgeklommen is, lijkt acceptatie ook niet onvoorwaardelijk. Die is alleen mogelijk als anderen zo weinig mogelijk meekrijgen van haar Marokkaanse achtergrond. ‘Die moet je tot moes stampen, verzwijgen’, schrijft Ezzeroili, want anders zou er zomaar aan haar loyaliteit getwijfeld kunnen worden.

‘Ik krijg meer een trilling bij de Turkse vlag dan bij de Nederlandse vlag, maar dat had ik eerst niet’

Nog steeds kan betoogd worden dat Ezzeroili geen gevoel voor proportie heeft. Wat stelt de afwijzing van de grachtengordel voor in vergelijking met de Turks/Marokkaans-Nederlandse mbo-student die al gedwarsboomd wordt voordat hij aan zijn klim op de maatschappelijke ladder moet beginnen? Maar Ezzeroili’s eigen ervaringen zijn slechts een deel van de verklaring voor haar verslagenheid. Wat ook op haar drukt zijn de ervaringen van migranten(kinderen) die het niet zo goed getroffen hebben als zij, de kinderen die te horen krijgen dat ze discriminatie op de arbeidsmarkt moeten dulden en zich maar moeten ‘invechten’, de moskeegangers die geregeld het varkensbloed van hun stoep moeten wassen, de vluchtelingen die een Trojaans paard heten. Ezzeroili’s afwijzing van het Nederlanderschap gebeurt ook uit solidariteit met hen die nog veel duidelijker te horen krijgen dat ze geen Nederlander zijn of ooit zullen worden.

Meer dan anekdotisch materiaal heb ik niet, maar die verslagenheid uit solidariteit, om het maar zo te noemen, is iets wat ik steeds vaker tegenkom bij migrantenkinderen die op het eerste gezicht niks te klagen te hebben. Het is bijvoorbeeld terug te zien in de toneelvoorstelling De radicalisering van Sadettin K. van de gevierde Turks-Nederlandse theatermaker Sadettin Kirmiziyüz. Daarin staat hij stil bij de grieven die hij te verduren heeft binnen zijn linkse, artistieke milieu. Dat verbindt hij met het grovere racistische geschut waar bijvoorbeeld zijn maatschappelijk minder succesvolle familieleden mee te maken hebben. Wat stelt zijn geslaagde integratie precies voor als zijn vader op het werk nog altijd krijgt te horen dat hij er niet bij hoort?

‘Ervaren ongelijkheid’ hoeft niet op de persoon zelf te slaan, maar kan ook voortvloeien uit sterke identificatie met de uitgesloten groep, stelde het scp vast in rapporten (zoals Segmentatie langs etnische grenzen, 2014). Vooral voor hoger opgeleide niet-westerse migranten is die brede opvatting van ervaren ongelijkheid aanleiding pessimistische toekomstverwachtingen te koesteren over ‘interetnische verhoudingen’.

Iets wat die verslagenheid misschien nog meer kan verklaren is het woord ‘droom’ dat Ezzeroili gebruikt. ‘De Hollandse droom’ noemt ze het, en daarmee bedoelt ze het vooruitzicht op acceptatie dat migrantenkinderen wordt voorgespiegeld als ze maar klimmen. Maar dat beloofde dromenland is een leugen, beseft Ezzeroili. Je kunt het wel bereiken door flink je best te doen, maar het is geen beveiligde vesting. De deuren staan er wijd open voor de ronduit racistische hordes en voor de ruimdenkende goegemeente die op subtielere wijze uitsluit en vernedert.

Dat vernietigende oordeel over de Hollandse droom keert ook terug in de laatste voorstelling van Kirmiziyüz en in de uitlatingen van vele anderen die ‘integratie’ alleen nog maar met een cynische ondertoon kunnen uitspreken. ‘Ik weet niet wat het is’, zegt een anonieme Turks-Nederlandse jongen in het scp-rapport Werelden van verschil. ‘Ik krijg meer een trilling bij de Turkse vlag dan bij de Nederlandse vlag, maar dat had ik eerst niet. Door die negatieve dingen heb ik het idee gekregen van: “Zij willen ons niet. Wij zijn hier eigenlijk niet gewild.”’

‘Ik ben nu 26’, zegt een Marokkaans-Nederlandse in hetzelfde rapport. ‘Tien jaar geleden voelde ik me echt Nederlander. En dat Marokkaanse, daar had ik heel weinig mee. Ik wist dat ik er vandaan kwam, ik ging er elk jaar op vakantie heen. Maar hoe mij dat vormde, viel eigenlijk best mee. Maar dat is in de loop der jaren echt helemaal omgeslagen naar tachtig procent Marokkaans en twintig procent Nederlands.’

‘Het maatschappelijk klimaat heeft daar ook gewoon aan bijgedragen’, reageert een andere Marokkaans-Nederlandse die het sentiment herkent. ‘Zeer zeker. Je wordt in een bepaald hoekje gedouwd. Als je toch altijd als Marokkaan wordt gezien… prima, dan ben ik het ook.’

Nadia Ezzeroili gooide met haar essay nogal een knuppel in het hoenderhok. De enorme herkenning die het opriep bij zoveel migrantenkinderen legde bloot dat de door haar vertolkte verslagenheid niet langer alleen leeft onder een perspectiefloze onderklasse, maar ook omhoog kruipt naar mensen die voor postergirls en -boys van integratie kunnen doorgaan. Het verhaal maakte ook duidelijk hoe het lot van perspectieflozen doorwerkt op het lot van de perspectiefrijken. Wat valt er voor de sociale klimmer te juichen als mensen in zijn directe omgeving met minder maatschappelijk succes constant in het vizier van intolerantie moeten leven?

Toch roept het essay ook vragen op. Is de Hollandse droom een onherroepelijke leugen? Het debat over integratie – wat is het eigenlijk? wanneer is het geslaagd? – is niet zo’n heel oud debat. We voeren het misschien net een decennium of twee. Dat maakt de Hollandse droom die aan dit debat verbonden is – integreer en onvoorwaardelijke acceptatie is je deel – tot een work in progress waar nog het nodige aan te sleutelen valt. Maar dat vraagt om engagement. De Hollandse droom is nog niet een gestold concept zoals The American Dream dat is. Dat laat de mogelijkheid open om van de Hollandse droom iets te maken wat echte inclusiviteit en tolerantie impliceert.

Er is hoe dan ook een vergezicht nodig, een droom, want er moet een manier gevonden worden om te ontsnappen aan de steeds scherper wordende religieuze en etnische tegenstellingen van de afgelopen jaren.


Beeld: Campagneposter van de Rotterdamse VVD, maart 2014 (PETER HILZ / HH )