Popmuziek

OP EEN OCHTEND IN HET HEELAL

POPMUZIEK _ Spinvis_

Met een beetje goede wil kun je Spinvis (Erik de Jong) de Haruki Murakami van de Nederlandse popmuziek noemen. Net als de Japanse schrijver laat hij fantasie en werkelijkheid moeiteloos in elkaar overlopen en vermengt hij het alledaagse met het bijzondere. Zo beschrijft hij in het nummer Bagagedrager van zijn debuut Spinvis (2002) de gebeurtenissen op een feest in een droom. Deze zijn herkenbaar, maar juist de beschrijving van het wakker worden geeft er een abnormale wending aan, die je toch zonder morren accepteert. De logica van Spinvis is niet helemaal lineair, maar ook niet onlogisch. Hij verwoordt de dingen helder, maar op zijn eigen manier.

Het allegaartjesalbum Goochelaars en geesten vormt de afsluiting van Spinvis’ eerste lustrum en is grotendeels gevuld met eerder verschenen nummers uit die laatste vijf jaar. Een periode waarin hij van zoldermuzikant en postbode uitgroeide tot een gewaardeerd muzikant, tekstschrijver en troetelkind van de culturele elite. In 2004 kreeg hij samen met de cabaretière Lenette van Dongen zelfs de Annie M.G. Schmidtprijs voor Voor ik vergeet. Ook ontving hij begin 2007 de Buma Cultuur Popprijs op het Noorderslag Festival. Het succes heeft hem niet lui gemaakt. Behalve uitgebreide tournees en een nieuw album (eind 2005) was er vorig jaar het project Ja!, met Simon Vinkenoog. De opnames voor het derde reguliere album, dat ook in stripvorm moet uitkomen, staan gepland voor 2008.

Goochelaars en geesten bevestigt nogmaals dat Spinvis behoort tot een buitencategorie. Zijn teksten behandelen onderwerpen vanuit een aparte invalshoek en hij legt accenten op opvallende details, zonder dat dit geforceerd overkomt. In een nummer voor de vereniging van Belgische psychiatrische ziekenhuizen zingt hij over ‘wespen op de appeltaart’ en hij ‘zou niet weten wie er jarig is’ of ‘hoe het nou toch verder moet met mij’. Zijn terloopse beschrijvingen en warme, zachtmoedige stem klinken oprecht. Hij wekt sympathie op, is grappig en weet te ontroeren.

Een romanschrijver heeft alleen de taal als uitdrukkingsvorm, maar bij Spinvis is deze onlosmakelijk verbonden met de muziek. Dat is de carrousel waar zijn woorden in meedraaien. Met band werkt hij in diverse stijlen, met verschillende instrumenten en geluiden en niet binnen strak omlijnde kaders. Geen nummer is dan ook hetzelfde. Het luchtige Dag 1 zou zo op Damon Albarns laatste Gorillaz-album kunnen staan. Mare Frigoris lijkt geschreven voor een dramatische filmontknoping en de verrassende Gainsbourg-bewerking Was klinkt onheilspellend donker.

De liedjes zijn vaak kleine verhaaltjes die zomaar ergens beginnen en weer eindigen. Door het beeldende taalgebruik kan iedereen zich er wat bij voorstellen. Neem bijvoorbeeld: ‘Op een ochtend in het heelal/ De burgemeester schraapt zijn keel/ Uit zijn mond komen woorden vrij/ Ze stijgen op, het zijn er veel’ (uit: Op een ochtend in het heelal). Mooie woorden en mooie zinnen met veel zeggingskracht. Maar het is net zo onzinnig ze aan diepgravende tekstanalyses te onderwerpen als Bob Dylan te willen voordragen voor de Nobelprijs voor literatuur. Naar Spinvis moet je gewoon luisteren.

Spinvis, Goochelaars en geesten (Excelsior)