Sylvia Kristel Naakt: Een autobiografie

Op een troon van riet

Voor diegenen die aan het begeerd worden hun raison d’être ontlenen – en wie doet dat niet – is het moeilijk, zo niet onmogelijk, zich te verhouden tot het ouder worden. De mannelijke soort heeft dan nog het geluk dat hij er met het klimmen der jaren alleen maar aantrekkelijker op zou worden.

Medium boek20

Er zijn vast wereldomspannende theorieën voorhanden waarom dit zo’n hardnekkige ‘waarheid’ is, teruggaande op het voortplantingsgedrag van de Cro-Magnon-mens, maar ondertussen is het vrouwenleed niet te overzien. Schrijfster/actrice Annemarie Oster, naar eigen zeggen ‘leuk meisje van beroep’, ontleedde dit fenomeen feilloos en vol zelfspot in haar memoires onder de veelzeggende titel Sjans! (2002). Filmster Sylvia Kristel moet het zonder zo’n vilein pennetje stellen. Ze liet haar levensverhaal door een ander optekenen, en onderstreepte daarmee andermaal haar kwetsbaarheid. De goede verstaander hoort weliswaar tussen de vele witregels door haar zweverige ironie, bijvoorbeeld als ze de aanloop naar haar eerste publieke succes beschrijft, de uitverkiezing tot Miss Televizier (‘Ik trek mijn rok een stukje omhoog. (…) Ik glimlach, ik spreek zachtjes’), maar de fragmentarische, niet-chronologische aanpak heeft af en toe ook iets hinderlijk gemaniëreerds en quasi-diepzinnigs. Iets Frans zou ik bijna zeggen, en wat dat betreft ook wel weer toegesneden op de figuur van Kristel. Naakt is vóór alles een studie van het verlangen gezien te worden. Zogauw de jonge Sylvia de camera ontdekt als een vergrotende spiegel voor haar geliefde, fluwelige uiterlijk, weet ze: ‘Ik ga acteren en men zal mij kiezen, het publiek zal me daar, in het licht, tot een ster maken.’ Achterliggende gedachte is meteen dat dan ook iedereen, haar vader (die zijn ‘mooie vogel’ in de steek liet voor ‘een hoer’) voorop, van haar zal houden. De zelfliefde die ze tentoonspreidt is grenzeloos (‘Kind’, zegt haar moeder die ziet hoe ze in bad haar eigen spiegelbeeld kust, ‘ik ken niemand die zoveel van zichzelf houdt als jij…’), maar is – gegrondvest als die is op het vege lijf – evenzeer van meet af aan fragiel. Als dan ook nog eens de eerste film waarin ze de titelrol vertolkt een succès scandaleuse is, zozeer dat haar naam voorgoed verkleefd raakt met die van de lichtzinnige Emmanuelle, is het lot van de actrice-in-wording bezegeld. Dertien jaar troont de halfnaakte Kristel op haar rotanfauteuil aan de Champs Elysées, op een levensgroot bioscoopaffiche. Emmanuelle levert haar roem op, maar ook schaamte en onzekerheid. Ze heeft haar preutsheid moeten overwinnen met behulp van vele glazen champagne, voor en tijdens de opnamen, en blijft haar leven lang kwetsbaar voor scheldkanonnades en twijfels aan haar acteertalent. Een van de meest deernis opwekkende scènes in het boek is een voorval, jaren later (in precieze dateringen munt deze autobiografie niet uit), als Kristel is uitgenodigd om te komen jureren bij een Frans filmfestival. Ze is net aan het opkrabbelen van een relatie met een oplichter, met een faillissement tot gevolg, en ziet er tot teleurstelling van de organisatie minder glamourous uit dan verwacht. Gelukkig zitten er ook wat ‘jonge ambitieuze actrices in sexy kledij’ in de jury, merkt Kristel fijntjes op. In de toiletten luistert ze muisstil toe hoe haar seksegenoten haar vonnis vellen – ‘Wat moet Emmanuelle hier? Ze is niet eens een echte actrice…’ – en slaat daarna op de vlucht. ‘Ach’, zal een agente in Los Angeles tegen haar zeggen: ‘Jij bent veel meer dan een actrice, je bent een liefdesgodin!’

Liefdesgodin of actrice, een echt gelukkige hand van films en/of regisseurs kiezen heeft Kristel niet gehad, om van mannen maar te zwijgen. Qua films zijn er de regelrechte flops en de onbegrepen meesterwerken, en qua mannen is de goeiige Hugo Claus achteraf gezien een heilige. Iedere film betekent wel een nieuwe verleiding, in de persoon van types als Gérard Depardieu, Roger Vadim, Warren Beatty en Alain Delon. ‘Ik laad me op aan dat gelukzalige gevoel begerenswaard te zijn en begeerte te wekken, ik ga erin op om het te kunnen geloven.’

Ze gaat erin op, maar ze gaat er vooral in ten onder. Haar definitie van een ster is niet iemand die ergens in excelleert, maar ‘een vrouw die verslaafd is aan liefde’. Die daar blijkbaar zo ver in gaat dat ze zich laat aftuigen door een derderangs acteur die zijn frustratie over zijn lichaamslengte en wat al niet op haar afreageert. Met deze Engelse Ben woont ze in Los Angeles, waar ze verslaafd raakt aan alcohol en cocaïne. Haar zoontje wordt door haar moeder en zus mee terug genomen naar Nederland, en het ontbreekt er nog maar aan dat ze in de porno-industrie verzeild raakt. ‘De party’s zijn legio en lijken allemaal op elkaar, ik neem een lijntje, trek mijn met zijde gevoerde Chanel-pakjes aan, ik drink en val om’, vat ze deze periode adequaat samen.

Naakt is het verhaal van een vrouw die niets liever wilde dan collectief begeerd worden, en daarvoor een prijs betaalde. Hoe mooier je in het verleden was, des te gemener men tegen je zal doen, luidt de stelregel van Kristel. Dat ze zich met dit boek desondanks opnieuw naakt uitlevert aan het veelkoppige monster is een vorm van triomf. Het meisje in haar dat begin jaren zeventig naar Londen toog en zeker wist uitverkozen te worden, is ondanks alles nooit verslagen.


Sylvia Kristel
Naakt: Een autobiografie
Geschreven samen met Jean Arcelin. Vertaald uit het Frans door Truus Boot en Eveline van Hemert
De Bezige Bij, 303 blz., € 17,90