De slimme meid van 25 jaar geleden

Op haar toekomst voorbereid

Ingenieurs werden we, mijn Delftse jaarclubgenoten en ik. En goede ook. Na ons afstuderen kwamen we in dienst bij TNO, BT, Capgemini, ING, Rijkswaterstaat, Philips en Haskoning. Waar staan we anno 2014? En wat adviseren we onze dochters?

Medium rc20140411 vrouwelijke ingenieurs 02

Vrouwen in de techniek. We zijn met veel te weinig en het tij lijkt moeilijk te keren. Er zijn geen speciale landelijke campagnes meer om meisjes voor techniek te interesseren terwijl het volgens eurocommissaris Neelie Kroes de hoogste tijd is dat bèta-vrouwen de macht overnemen omdat de haantjes het lang genoeg voor het zeggen hebben gehad. Maar ook zij erkent dat we nog zeker honderd jaar op die revolutie kunnen wachten als er niet heel snel iets verandert. Terwijl er een groot tekort is aan technici heeft ook een aantal van ons de techniek al weer verlaten en zijn we bijna allemaal parttimers. Volgens Gerdi Verbeet van ‘Talent naar de Top’ zouden we naar de top moeten doorstoten omdat inmiddels alom erkend wordt dat diversiteit een positief effect heeft op het bedrijfsresultaat en daarmee op de BV Nederland en we op die plek ook rolmodellen zouden zijn voor volgende generaties bèta-meiden.

Om een valse start te voorkomen meteen maar even wat feiten: de dertien jaarclubgenoten die elkaar nog regelmatig zien, hebben allen leuk en uitdagend werk en verdienen gemiddeld twee keer modaal met een baan van zo’n dertig uur in de week. Er zijn uitschieters naar beneden van een half keer modaal (net een nieuwe onderneming gestart), en naar boven van vier keer modaal (meer dan fulltime baan bij een multinational). We zitten met 2,5 kind per persoon ver boven het Nederlands gemiddelde (1,8) en zijn – als het ooit nodig mocht zijn – moeiteloos financieel onafhankelijk. Het leven wordt gegrepen en genoten en alle 32 kinderen doen het goed op school. Met die toekomst van ons is het dus wel goed gekomen. Maar was techniek de juiste keuze en gaan we onze dochters hetzelfde pad op sturen?

‘Ik heb cement staan storten toen ik in 5-vwo zat en het jaar daarop ben ik weer gegaan, maar toen om bij mijn latere keuze wiskunde te kijken’, zegt Saskia (projectleider/senior software engineer bij WorthIT). Ons leven in de techniek begon met de ‘Thea studeert Techniek’-dagen, zoals de speciale voorlichtingsdagen voor meisjes eind jaren tachtig en begin jaren negentig heetten. We kregen twee dagen vrij van school om rond te kijken op een technische universiteit. We waren zestien of zeventien, goed in wiskunde, natuurkunde en scheikunde en werden die dagen verleid door bootjes op de golven in sleeptanks, spannende proefjes, mooie maquettes en leuke jongens die hun geluk niet op konden met deze jaarlijkse invasie. ‘Als je het goed aanpakte hoefde je vast niet in die sporthal te slapen’, grapt Lonneke (zelfstandig projectleider en adviseur in sportbeleid) als we 25 jaar na dato herinneringen ophalen. Zij ontdekte die eerste avond al discotheek Lorre, in de kelder van de sociëteit van het Delftsch Studenten Corps. We zouden daar later nog veel nachten doorbrengen, maar dat eerste nachtje sliepen we nog braaf met honderden tieners tegelijk matje aan matje in de sporthal.

De speciale voorlichtingsdagen voor meisjes waren in die jaren een groot succes, tenminste, in de zin dat er veel meiden op af kwamen. De drie technische universiteiten zijn er halverwege de jaren negentig mee gestopt. Uit de inschrijvingscijfers over drie decennia blijkt dat noch de Thea-dagen, noch de overheidscampagnes ‘Kies Exact’ en ‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’ waaraan in die jaren miljoenen werden uitgegeven enig aantoonbaar effect hadden. Het aandeel meisjes dat zich inschreef in Delft steeg weliswaar gestaag van een magere acht procent in 1982 naar vijftien procent in ons jaar en 23 procent in 2013, maar die stijging houdt min of meer gelijke tred met de toenemende emancipatie van meisjes in het hoger onderwijs in het algemeen. Techniek is nog steeds matig populair. Voor de meeste studies in Delft is dit percentage meisjes bovendien ernstig geflatteerd doordat bij bouwkunde en industrieel ontwerpen de verhouding vijftig-vijftig is.

De overmacht aan testosteron en een zekere mate van autisme was me op den duur te veel geworden

‘We hadden toch geen benul van wat we daar gingen doen?’ zegt Marieke (manager bij de IT-consultancy-tak van kpmg). ‘Ik koos voor industrieel ontwerpen omdat ik dacht dat iedereen die naar Delft ging heel slim was en ik dus maar voor de makkelijkste studie moest gaan. Ik wil mijn kinderen echt beter voorbereiden straks.’ Cindy (zelfstandig trainer/coach voor professionals in het bedrijfsleven): ‘Ik was zó groen! Ik dacht dat het corps een zanggroepje was en toen ze me bij bouwkunde vroegen naar mijn favoriete architect kon ik alleen Frank Lloyd Wright noemen omdat mijn vader altijd een liedje zong van Simon Garfunkel waarin die naam voorkwam en hij me had verteld dat dat een architect was.’ Zelf werd ik verleid door een intrigerende rondleiding bij werktuigbouwkunde waarvan vooral de demonstratie van een armprothese me is bijgebleven die door middel van een elektrisch stroompje naar mechanische vingers echt iets kon oppakken. Dat vond ik prachtig. Helaas bleek het later het hele eerste studiejaar om onduidelijke redenen voornamelijk over de verbrandingsmotor te gaan, maar goed: ‘In Delft studeren was stoer’, wist ook Lenneke (directeur/eigenaar van roeibotenproducent Volans Rowing).

We leerden elkaar kennen tijdens de ontgroening van de Katholieke Studentenvereniging Sanctus Virgilius – Virgiel in de volksmond – en vormden jaarclub ‘Onvermeidelijk’. Met een korte ei inderdaad. Niemand kon om ons heen. We zaten in vele commissies en besturen, stonden tot laat aan de bar, werden de liefjes van ouderejaars en corpsballen, verzorgden de aankleding van feesten, dienden het eten op in de eetzaal, gingen samen op skivakantie én braaf naar college. Zonder hun gezelschap had ik de eindstreep niet gehaald. Ik heb me altijd prima thuis gevoeld tussen jongens, maar bij werktuigbouwkunde begonnen we met slechts twaalf meisjes van de 470 eerstejaars van wie er al snel een aantal afviel. Als ik in een uithoek van het gebouw naar het toilet ging, durfde ik de deur niet op slot te draaien uit angst dat die niet meer open zou gaan en er dagenlang geen vrouw meer het toilettenblok zou betreden. De overmacht aan testosteron en een zekere mate van autisme was me op den duur te veel geworden. Op de sociëteit was het altijd gezellig.

We kijken allemaal met veel plezier terug op onze studententijd. Op de faculteit leerden we omgaan met alledaags seksisme, zoals flauwe grappen en posters van blote vrouwen bij het las-, frees- en boorpracticum in de machinehal, maar ook gebruik te maken van onze uitzonderingspositie door stronteigenwijze professoren geraffineerd naar de mond te praten om onze zin te krijgen. De studies waren taai en ietwat ouderwets en van sommige tentamens (analyse, mechanica, fysische transportverschijnselen) kunnen we nog ’s nachts wakker schrikken, maar over de kwaliteit van de basis die met die vakken gelegd werd, zijn we het roerend eens. ‘Ik ben analytischer dan collega’s die niet in Delft hebben gestudeerd’, zegt Cindy. ‘Ik verkrijg snel het overzicht en schiet niet in de stress van ogenschijnlijk complexe problemen.’ Tess (management consultant bij PA Consulting): ‘Ik merk dat ik net iets creatiever denk en problemen van verschillende kanten bekijk. De eerste oplossing die je bedenkt, is niet per se de beste.’

Maar het grootste voordeel van een ingenieursdiploma uit Delft is dat alle deuren opengaan. Ook buiten de techniek en in het buitenland. Lonneke: ‘Ik begon in de strategy consulting en de meeste van mijn collega’s hadden economie of bedrijfskunde gestudeerd. Ze verbaasden zich erover dat ik niks wist van marketing, maar dan zei ik altijd: “Maar ik doe toch maar mooi met jullie mee. Ik snap het in één keer. Mooi toch?” Geeke (senior business manager bij ING Insurance) heeft dezelfde ervaring. Ze reageert vanuit het Midden-Oosten waar ze momenteel samen met haar man doorheen fietst op de Zijderoute naar Peking. Ze zijn op sabbatical na jarenlang meer dan fulltime werken. ‘Een studie bedrijfseconomie had meer voor de hand gelegen dan bouwkunde voor de onderwerpen die ik bij ing op mijn bordje krijg, maar logisch nadenken en analyse komen altijd van pas.’ Zelfs de kranten wilden wel eens een echte bèta op de burelen, bleek toen ik me bij hun postdoctorale opleiding aanmeldde na een jaar te hebben gewerkt als civieltechnisch consultant bij het Rotterdamse Ingenieursbureau Havenwerken.

‘De kinderen moeten het wel leuk vinden natuurlijk, maar ik heb liever dat ze techniek studeren dan Engels’

Dat alle deuren opengaan, geeft een keuzevrijheid die we als een enorme luxe ervaren. Het zou volgens ons het belangrijkste argument mogen zijn tijdens de studievoorlichting aan zowel jongens als meisjes. ‘Scholieren die niet weten wat ze willen worden, kiezen vaak rechten of economie’, zegt Hella (engineering manager bij chemiebedrijf Avantium). ‘Maar wat heb je aan Nederlands fiscaal recht in een internationale omgeving? Met een ingenieursdiploma uit Delft kun je overal ter wereld terecht, ook bij financiële instellingen.’ Haar dochter van negen is nu al vast voornemens papa’s en mama’s voetsporen te volgen naar Delft. En ook Marieke ziet haar kinderen later graag naar Delft vertrekken: ‘Ze moeten het wel leuk vinden natuurlijk, maar ik heb liever dat ze techniek studeren dan Engels.’ Lonneke, gruwelend: ‘Of culturele antropologie. Wat ga je dan doen?’

Alleen Babet (senior projectleider bouwkunde bij de gemeente Barendrecht) wil het haar dochter niet aandoen. ‘Het is toch echt een mannenwereld! Ik vond dat een heel moeilijke start. Al vond ik mijn studietijd en de studie bouwkunde nog zo leuk.’ Babet begon haar carrière bij een groot adviesbureau en stapte later over naar een bouwmanagementbureau. ‘Het werk was leuk, maar je was altijd aan het rennen, altijd gejaagd’, aldus Babet. ‘Er gold het recht van de sterkste: “We gaan het zo doen. Punt.” Niemand maakte echt contact met elkaar. Ik ook niet!’ Bij de gemeente Barendrecht ontdekte ze dat het ook anders kan. ‘Er wordt veel meer samengewerkt. In tegenstelling tot bij die eerdere werkplekken werken er bij de gemeente veel leuke, sterke vrouwen en is er veel meer interactie. Ik kan mijn kwetsbaarheid tonen en ik krijg nog meer voor elkaar ook! Dat was echt een openbaring. Laatst zei ik tijdens een vergadering: “Ik weet het eigenlijk ook niet.” En toen kwamen we gezamenlijk op een heel ander spoor.’

Ze was niet de enige die zichzelf voorbij rende en een goede werksfeer miste in die eerste jaren. Saskia: ‘Ik bedacht schema’s voor één-dimensionale simulatiemodellen van Rijkswaterstaat. Inhoudelijk was het heel leuk, echt wiskunde. Maar ik kon geen nee zeggen en liep al snel over van het werk.’ Ze kreeg rsi en zat een half jaar in de ziektewet. ‘Ik heb echt moeten leren mijn mond open te doen en dat gaat nog steeds met vallen en opstaan’, aldus Saskia. Wat op een volgende werkplek niet hielp was dat het daar ontbrak aan goed contact met haar voornamelijk mannelijke collega’s. ‘We werkten aan een lange gang, ieder voor zich. Dan keek ik op en was ineens iedereen weg. Bleken ze te zijn gaan lunchen. Zonder iets te zeggen.’

Inmiddels werkt Saskia op een van de leukste werkplekken van Nederland bij een ambitieus IT-bedrijf dat onder meer een softwaresysteem bouwt voor het Britste ministerie van Binnenlandse Zaken. Als ik haar opzoek in de oude Caballero-fabriek in Den Haag die een verzamelplek is geworden voor hippe, innovatieve bedrijfjes springt er net een werknemer op zijn skateboard om naar een van de koffietentjes in het gebouw te glijden. Op verschillende vloeren kan flexibele, kleurrijk ingerichte vergader- en presentatieruimte worden gehuurd. Maar ook hier weer voornamelijk mannen. ‘Ik heb inmiddels wel geleerd dat je de gezelligheid zelf moet brengen als vrouw. Zo tegen Pasen zal geen man eraan denken om een schaal met paaseitjes neer te zetten, dus dan doe ik dat zelf gewoon.’

‘Zo tegen Pasen zal geen man eraan denken om een schaal met paaseitjes neer te zetten, dus dan doe ik dat zelf gewoon’

Saskia zegt nog altijd het gevoel te hebben dat ze zich als vrouw eerst moet bewijzen voordat mannen iets van haar aannemen. Door een baas die haar steunt en positieve feedback geeft, heeft ze nu genoeg zelfvertrouwen om ook projecten te leiden en dat gaat haar prima af. ‘Maar ik kan niet bluffen en heb ook moeite om door bluf heen te kijken. Een man steekt al zijn vinger op als hij iets een keer gegoogled heeft. Terwijl ik pas zal zeggen dat ik ergens verstand van heb als ik er uitgebreide ervaring mee heb.’ Ook Lonneke liet zich meer dan eens de kaas van het brood eten. ‘Mannen hebben vaker een grote bek. En dat werkt! Maar het gaat mij gewoon niet lukken om me ook zo op te stellen, dus ik laat het maar gaan.’ Lenneke: ‘Ik verdien mijn krediet wel met mijn trackrecord. Op een gegeven moment krijgen ze wel door: als zij iets zegt, dan is het menens, dan moeten we luisteren.’ Maar het maakt natuurlijk een groot verschil of er direct naar je geluisterd wordt of dat je dat in de loop van de tijd moet verdienen. Stuk voor stuk hebben we een keer meegemaakt dat een minder capabele collega meer bleek te verdienen. Cindy: ‘Bij een projectontwikkelaar werd ik tegelijk aangenomen met een jongen die geen jota van de bouw afwist. Hij werd direct senior projectontwikkelaar en verdiende twee keer zo veel! Hij kwam aanrijden in een Audi A5 en ik had een Peugeotje uitgezocht.’ De mannelijke collega bakte er niks van en was na twee jaar verdwenen, terwijl Cindy complimenten kreeg, maar zo’n valse start is – zeker financieel – niet gemakkelijk ingelopen.

Medium techniek oude foto001

Een vorig jaar in PNAS gepubliceerd ‘implicit bias’-onderzoek aan onder meer Columbia University in New York bevestigt dat vrouwen in de techniek ergens tegen opboksen. Uit het onderzoek bleek dat een grote meerderheid, zowel mannen als vrouwen, onbewust aanneemt dat mannen beter zijn in exacte vakken. Ook bleken mannen hun eigen prestaties te hoog in te schatten. Uit de simulatie van een sollicitatieprocedure voor een wiskundige bleek dat zélfs na het zien van de slechtere resultaten van de mannelijke kandidaat ten opzichte van de vrouwelijke kandidaat een meerderheid nog altijd liever de man dan de vrouw aannam als de man ten onrechte hoog had opgeven over zijn prestaties. Dus zelfs na bewezen bluf had de vrouw nog last van het vooroordeel. Organisaties die zich bezighouden met het terugdringen van het tekort aan technici vrezen dat dit vooroordeel meisjes belemmert in hun keuze voor een bèta-studie en degenen die het wel aandurfden in hun loopbaan.

Vrouwen in de techniek kunnen dus wel een steuntje in de rug gebruiken. Babet: ‘Toen mijn man en ik net werkten, kwam hij iedere dag thuis met het idee van: zo, dat heb ik weer fantastisch gedaan allemaal. Terwijl ik aan alles twijfelde!’ Lonneke: ‘Ik heb lang gedacht dat je vanzelf wel op waarde geschat zou worden, maar zo werkt het dus niet.’ Cindy: ‘Mannen zijn veel meer financieel gedreven, willen gewoon per se een bepaald salaris. Terwijl ik daar nooit mee bezig ben geweest.’ Tess: ‘Mannen weten zich ook veel beter te verkopen: “En dit heb ik zo fantastisch gedaan en dit…” Terwijl de meeste vrouwen gewoon bescheiden doorstomen.’ Geeke: ‘Ik vind dat ik absoluut gezien genoeg verdien en heb in mijn carrière maar één keer over geld onderhandeld. Ik kan me niet voorstellen dat dat ook voor mijn mannelijke bankcollega’s geldt.’ Marieke ontdekte eens dat een ‘oliedomme’ collega met wie ze samen een project deed meer verdiende dan zij. ‘Woest was ik! Ja, en dan is het ineens heel makkelijk en heb je die salarisverhoging zo geregeld.’ Sommigen hebben zichzelf aangeleerd met enige regelmaat salarisverhoging te eisen. ‘Ik heb er net weer een schaal bij gekregen’, zegt Karen (informatiearchitect bij NS Reizigers). ‘Je moet ze af en toe wel vertellen hoe goed je bent. Ik ga echt zorgen dat mijn dochter leert voor zichzelf op te komen.’

‘Als ik later thuis ben dan hij denk ik vaak: waarom ben je nog niet aan het eten begonnen?’

Dat vrouwen nog altijd in inkomen achterblijven – over een loopbaan gemiddeld zo’n driehonderdduizend euro in vergelijking met mannen – ligt echter voornamelijk aan het parttime werken. Aan het begin van onze loopbaan verdienden we – net als de huidige generatie jonge vrouwen – nog meer dan onze mannen. Inmiddels is dat omgedraaid en laten ook de meesten van ons dat bedrag gemakkelijk liggen. ‘Begin dertig begint het te schuiven’, zegt Tess. ‘Je bent dan pas vijf jaar op weg, maar je kunt nu eenmaal niet op je vijftigste moeder worden.’ Op het niveau waarop Tess bij PA Consulting opereert, zijn nog veel vrouwen actief, maar de volgende stap wordt in vergelijking met mannen veel minder vaak gemaakt.’ Tess heeft drie jongens onder de tien en vindt 32 uur werken wel even genoeg. ‘kpmg doet er echt alles aan om vrouwen te laten doorstromen’, zegt Marieke, die 28 uur werkt. ‘Ik word zelf ook gevraagd en aangemoedigd om door te groeien, maar ik wil dat niet. Mannen snappen daar helemaal niets van, maar ik vind de projecten die ik nu doe hartstikke leuk.’ Ook kpmg lukt het nauwelijks om meer vrouwen hogerop te krijgen. Marieke: ‘Ik krijg soms het idee dat je alleen succesvol partner kunt worden als je dag en nacht wilt werken en met weinig slaap toe kunt.’ Een geschreven wet is het niet, maar allen zien dat het daarop neerkomt. ‘Het is gewoon niet te doen’, zegt ook Lonneke. ‘Toen ik nog in de consultancy zat, zag ik dat het ook die kant op ging en ik heb snel besloten dat ik dat niet wilde.’ Hella: ‘Als ik mocht kiezen, zou ik vijf dagen werken. Ik doe het voor de kinderen. Ik vind het belangrijk dat ik in ieder geval één dag in de week thuis ben.’

Dat het niet te doen is, ligt niet alleen aan de drang om de beste moeder mogelijk te zijn, maar ook aan hoe in Nederland de kinderopvang en school geregeld zijn. Saskia woonde een paar jaar in Spanje en zag dat het anders kan. ‘Je hebt daar helemaal niks te kiezen: kinderen gaan vijf dagen naar crèche of school. Iedereen doet het waardoor het doodnormaal wordt en je helemaal geen last hebt van een schuldgevoel. Je kon de kinderen al om acht uur op het schoolplein afzetten en als ik ze om zes uur ophaalde, hadden ze al warm gegeten. Mijn zoons werden er absoluut niet ongelukkig van.’ Lonneke: ‘Kijk naar Maaike, die wilde altijd moederen, maar sinds ze in Singapore een kindermeisje aan huis heeft, doet ze niet anders dan keihard werken en is ze daar helemaal happy mee.’

Nederlandse scholen verwachten veel inzet van ouders. Hella: ‘Je moet rijden naar voorstellingen, meedoen met sportdagen, paasontbijtjes begeleiden… En omdat andere moeders ook meehelpen op school vragen je kinderen al snel wanneer jij er weer bent.’ Saskia: ‘In Barcelona werd zelfs het schoolzwemmen twee keer per week door school geregeld.’ En waar zijn de mannen? ‘Die werken en voelen zich nooit schuldig!’ aldus Babet. ‘Vrouwen en mannen zijn gewoon niet hetzelfde. We denken dat we alles kunnen beïnvloeden met campagnes, maar dat is gewoon niet zo.’ Nathalie (zelfstandig adviseur in de textielindustrie/ontwerper van laptoptassen en textiel/docent aan de TU Delft): ‘Dit is een slechte tijd voor emancipatie: vrouwen willen én werken, én kinderen, én het huishouden doen, én straks nog voor onze ouders zorgen.’ Cindy: ‘Mijn man en ik willen een gelijkwaardige relatie, waarin we allebei evenveel werken en evenveel zorgen.’ Maar ook haar man denkt soms dat het thuis allemaal vanzelf op rolletjes loopt. ‘Hij ziet het vaak niet, waardoor ik toch ongewild de manager van het huishouden ben geworden. Als ik later thuis ben dan hij denk ik vaak: waarom ben je nog niet aan het eten begonnen? Drie van de mannen zijn meer bij de kinderen dan hun vrouw. Ook die van Saskia: ‘Maar ik wil niet terug naar vijf dagen. Ik wil ook andere dingen doen.’ Saskia organiseert in haar vrije tijd workshops voor jongens en meisjes tussen de tien en veertien jaar om hen te interesseren voor programmeren. Geen slecht idee nu uit onderzoek blijkt dat op die leeftijd de interesse van zowel meisjes als jongens voor techniek nog even groot is. ‘Aan het eind van een middagje Devoxx4Kids kunnen ze hun ouders een zelf geprogrammeerde explosie in het spelletje Minecraft laten zien of een robot een eenvoudige handeling laten uitvoeren’, aldus Saskia.

Campagnes als ‘Talent naar de Top’ van Gerdi Verbeet die bedrijven aanspoort – vooralsnog zonder wettelijk afgedwongen quotum – te streven naar dertig procent vrouwen in de top wekken bij sommigen vooral irritatie op. ‘Hou toch op met die onzin! Laat die mannen het lekker doen. Die willen het graag. Die enkele vrouw die naar de top wil, komt er echt wel.’ Babet: ‘De kans is groot dat je tussen haantjes komt te zitten. Ik ben niet jaloers op die mensen.’ Maar anderen zijn wel positief: ‘Ik heb echt gezien dat een diverse benadering essentieel is voor duurzame besluiten’, aldus Geeke. ‘Als je in de top van een beursgenoteerd bedrijf wilt meedraaien, heb je een grote, complexe portefeuille en dat is heel hard werken. Veel vrouwen hebben dat er niet voor over, maar zij die dat wel hebben, mogen van mij wel een steuntje in de rug krijgen.’

‘Ik ben dus wel gewoon al ceo hè!’ roept Lenneke die na jaren als projectmanager in de research bij tno en de TU Delft samen met een partner zelf ontworpen roeiboten aan de man brengt. ‘… en ontwerper, en boekhouder en secretaresse…’ Ze maakt er een grap van, maar voor veel van ons is een totaal nieuwe uitdaging aangaan een aantrekkelijke stap als alternatief voor die minder aantrekkelijke stap naar de top van het bedrijfsleven. De kinderen van Lenneke zijn al weer tieners, waardoor ze een volle werkweek aan de slag kan om bij roei-evenementen en op beurzen te staan. ‘Ik heb nog nooit zo veel geleerd als in de afgelopen jaren als ondernemer’, aldus Lenneke. ‘Het mooie is dat alles wat je doet direct te maken heeft met het succes van je eigen onderneming. Maar ik heb er vooral enorm veel plezier in.’ Ook Maaike (operationeel directeur bij Kranji Solutions en directeur/aandeelhouder bij MySep) die met man en kinderen in Singapore woont, is inmiddels ondernemer, maar wel nog altijd trouw aan de olie- en gasindustrie. ‘Het leukste vind ik dat ik met jonge, gemotiveerde mensen werk’, aldus Maaike. ‘Het beste uit mensen halen is een heel leuk deel van mijn werk.’

Van de dertien clubgenoten zijn er inmiddels zes zelfstandig ondernemer of directeur van een eigen bedrijf, de helft buiten de techniek. Van de anderen twijfelt een aantal hoe lang ze nog kunnen blijven zitten waar ze zitten. Hoe lang blijft hetzelfde werk nog leuk en wat als straks je leidinggevende twintig jaar jonger is? Uit cijfers van vhto, het landelijk expertisebureau ‘Meisjes/vrouwen en bèta/techniek’, blijkt dat 57 procent van de vrouwen de techniek uiteindelijk verlaat, terwijl dit percentage bij mannen 29 is. Volgens vhto haken vrouwen af omdat techniekbedrijven te weinig aandacht hebben voor personeelsbeleid en vrouwen te weinig mogelijkheden zien om zich verder te ontwikkelen. Al zijn er ook succesverhalen. ‘Bij de NS is hier juist heel veel aandacht voor’, zegt Karen. ‘En het lukt ook steeds beter vrouwen vast te houden en te laten doorstromen.’

Zelf weten we door al die jaren ervaring tussen de techneuten zeer goed wat – naast onze vakkennis en ervaring – de meerwaarde van onze inbreng is. Marieke: ‘Soms zit ik bij een overleg met de klant en dan zeg ik naderhand: “Hadden jullie nu helemaal niet door dat de klant iets heel anders in zijn hoofd had dan jullie hier presenteerden?”’ Babet: ‘Als ik leiding geef, durf ik ook ruimte te geven aan andere meningen dan die van mijzelf.’ Cindy: ‘Het menselijke aspect. Als projectontwikkelaar presenteerde ik met het ontwerpteam eens een groot project met een appartementencomplex aan omwonenden. De architect hield een perfect praatje. Maar niet voor die omwonenden! Die wilden horen hoeveel geluidsoverlast ze zouden ondervinden en of ze straks nog zon zouden hebben in hun tuin. Niet op welke filosofie het ontwerp was geïnspireerd! Dat voelen mannen soms totaal niet aan.’

Steeds meer bedrijven nemen kennis van de resultaten van onderzoek, dat ook Gerdi Verbeet steeds aanhaalt, waaruit blijkt dat gemengde teams beter samenwerken, creatiever en innovatiever zijn en betere beslissingen nemen. Dat in die teams minder ziekteverzuim optreedt en de werksfeer verbetert. Wij weten dat al jaren.


Beeld: (1) Herinneringen ophalen aan de ontgroening, bizarre themafeesten en het bierkratje dat mee op weekend ging en vol weer mee terug (niet cool). Zittend: Hella, Saskia, Marie-José, Marieke, Cindy. Staand: Lonneke, Lenneke (Roger Cremers). (2) December 1990. We kenden elkaar een paar zeer intensieve maanden . Ongetwijfeld hadden we die avond weer felle discussies over het ontwerp van het club-rugbyshirt.