Interview met Ensemble Modern

‘Op het goede moment op de juiste plek’

De twintig musici van het Duitse Ensemble Modern werkten samen met alle iconen van de hedendaagse muziek – Cage, Nono, Stockhausen, Reich, Zappa, enzovoort. Op 29 september komt het ensemble onder leiding van Pierre Boulez voor het eerst in orkestformatie naar Amsterdam.

De musici van het in 1980 opgerichte Ensemble Modern zijn artistiek en zakelijk eigen baas, beslissen democratisch over nieuwe projecten en werken zonder vaste dirigent. Met recht kunnen de leden zich een beetje cultuurpolitici voelen. ‘Iedereen in het ensemble heeft een eigen stem en is voor het succes van een project financieel verantwoordelijk’, zegt pianist Hermann Kretzschmar. ‘Op die manier gebeuren soms dingen die anders niet zouden gebeuren.’ Het Zappa-project en de spraakmakende opname van Conlon Nancarrows Studies for Player Piano waren zonder de risicobereidheid van het ensemble nooit tot stand gekomen. Dit jaar boekte het ensemble nog succes in het Holland Festival met George Benjamins mini-opera Into the Little Hill, en het heeft de hoogbejaarde Hans Werner Henze een operaopdracht gegeven, misschien wel diens laatste werk.

Waar haalt het ensemble zijn ideeën vandaan? ‘Allereerst hadden we gewoon het geluk dat wij zeker in Duitsland de eersten waren die in deze formatie hebben opgetreden’, meent fluitist Dietmar Wiesner. ‘Alleen al het werk van Webern maakte de oprichting van een ensemble als het onze noodzakelijk. De uitvoering van Weberns gehele oeuvre was een van onze eerste projecten. Voor de rest hebben we gewoon gekeken naar wat ons interessant leek. Ideeën ontstaan altijd in een dialoog tussen het ensemble en buitenstaanders – componisten, regisseurs, schrijvers, noem maar op. Je kunt het toeval noemen, maar er is ook steeds een noodzaak dat bepaalde dingen in een bepaalde tijd gebeuren.’

In het begin van de jaren negentig beschouwde het ensemble het als een ‘noodzaak’ om een brug te slaan tussen de klassieke en de zogeheten ‘lichte’ muziek, waarmee het al vroeg op de trend van fusion en crossover reageerde. Er kwam een project met Frank Zappa tot stand. Maar er moest wél een kloof worden gedicht.

Kretzschmar over de samenwerking met Zappa: ‘Toen we ’s morgens in zijn studio arriveerden, deelde hij een stuk uit met de titel This Is a Test. Het stuk bestond uit slechts een paar maten en we wisten niet wat we ermee moesten. In de studio was ook iemand die af en toe enkele noten op een bord schreef waarop we moesten improviseren. Zappa gaf aanwijzingen met handgebaren, waarvan hij ons de betekenis had bijgebracht. Hij was onvermoeibaar, een workaholic, al was hij toen al heel ziek. Tijdens de sessies liep er voortdurend een camera, want Zappa liet altijd alles registreren. Zo ging dat een, twee weken lang. Soms kwamen we ’s avonds tamelijk gefrustreerd thuis. Gelukkig hadden we een arrangeur meegenomen, Ali Askin, die alles heeft opgeschreven. Op het laatst is toch een flink aantal stukken bij elkaar gekomen en werd het geheel uiteindelijk een groot succes.’

Verdere hoogtepunten in de geschiedenis van het Ensemble Modern waren concerten met Cage, kort voor diens dood, de wereldpremière van Nono’s Prometeo en de samenwerking met Stockhausen en Reich. Wiesner: ‘Stockhausen heeft een enorm euforische uitstraling en is gewoon gelukkig wanneer hij op een goede manier aan zijn stukken kan werken. Bovendien is hij een fantastische dirigent met uitstekende oren en een sensationeel gevoel voor tempo: hij raakt zijn eigen metronoomaanwijzingen tot op de honderdste seconde – verbazingwekkend hoe hij zijn muziek zo met zich meedraagt.’ Men is er nog altijd trots op dat Reich met het Ensemble in zee ging. Kretzschmar: ‘Ons eerste contact kwam tot stand in het midden van de jaren negentig. Toen brachten we samen met het Ensemble Intercontemporain in Parijs City Life in première. Een goed gesprek met Reich over fundamentele muzikale kwesties resulteerde in een vriendschappelijk en duurzaam contact. Een paar jaar later hebben we zijn opera Three Tales en de cantate You Are in Europe in première gebracht.’ Dankzij een voorstel van het Ensemble Modern bestaat er nu overigens een partituur van Music for Eighteen Musicians, want Reichs eigen ensemble werkte met kladblaadjes waarop stond wie wanneer met een volgend motief moest beginnen. Sindsdien wordt het werk door diverse ensembles overal in de wereld uitgevoerd.

Op 29 september brengt het Ensemble Modern in een vergrote formatie en onder leiding van Pierre Boulez diens Notations I, II, III, IV, VII en Varèses Amériques, en daarnaast werken van drie jonge componisten, de Fransman Mark André en de Duitsers Enno Poppe en Matthias Pintscher. Het concert belooft alleen al door het massale klankapparaat, 125 musici op de bühne, een enorme slagwerkbatterij – in Varèses ode aan een nieuwe wereld vergezeld door een sirene – een belevenis te worden. Roland Diry, klarinettist en zakelijk leider van het ensemble, legt uit hoe het programma tot stand kwam: ‘Boulez heeft ons al eerder in deze formatie gedirigeerd en dat is goed bevallen. Hij straalt een grote autoriteit uit, bezit een indrukwekkend charisma, de repetities zijn hoogst geconcentreerd en tot op de laatste seconde precies gestructureerd.’ Kretzschmar vindt: ‘Boulez heeft een hele generatie dirigenten beïnvloed. Zonder dirigeerstok, met zijn handen, de ongelooflijke manier waarop hij zich vóór het orkest beweegt en toch duidelijk. Zijn handen zijn altijd aanwezig, maar nooit opdringerig, hij laat iedere musicus de ruimte. Naar mijn ervaring zijn die dirigenten die ook componist zijn de beste. Op compositorisch gebied legt hij voor zijn leeftijd nog een verbazingwekkende openheid aan de dag. Wanneer je naar zijn Notations luistert, kun je je bijna niet voorstellen dat hij ooit zo’n rebel en strenge serialist is geweest.’

Diry: We hoopten natuurlijk dat er voor dit programma nog een nieuw deel van Notations, dat werk-in-wording, af zou zijn. Helaas niet. Varèse is een van Boulez’ favoriete componisten. Daarnaast wilden we ook jongere componisten een kans geven. We hebben Boulez een stuk of tien partituren toegestuurd en hij heeft er drie uitgekozen. Mark André was vanaf het begin zijn voorkeurskandidaat. Toevallig hoorde ik dat Mark voor zijn stuk voor cello solo een prijs heeft gekregen en dat Boulez in de jury zat. Dus dat is zeker een componist die hij waardeert. Wat Poppe en Pintscher betreft: Boulez is iemand die partituren bij het lezen kan horen, en hij vond dat die stukken kwaliteit bezitten, ongeacht of ze nou muzikale raakvlakken met zijn eigen werk hebben of niet.’

Kretzschmar ziet wél bepaalde overeenkomsten tussen Boulez en de drie jongere componisten: ‘Boulez heeft specifieke esthetische opvattingen. Enno Poppe is een van de meest interessante jongere Duitse componisten die met een zekere Rücksichtslosigkeit systemen op elkaar loslaat, met honderden microtonale Skalen werkt. Pintscher komt Boulez’ esthetiek tegemoet omdat hij vaak een literaire ingang tot het componeren zoekt – denk aan bijvoorbeeld Marteau sans maitre. Mark André werkt heel sterk met reducties, vanuit kiemcellen. Hij is iemand die het geluidsvocabulaire van Lachenmann, wiens leerling hij was, op originele wijze op de spits drijft.’

Het wordt ongetwijfeld een intrigerend concert. Toch krijg je de indruk dat het ensemble de laatste jaren minder zijn nek uitsteekt dan vroeger. Wiesner: ‘Het is tegenwoordig veel moeilijker geworden. Er is al ontzettend veel gedaan en er zijn heden ten dage natuurlijk meer ensembles die de ultieme slag willen slaan. Wij hebben in het verleden enkele deuren open gezet, maar je kunt niet om de paar weken een mijlpaal in het landschap neerzetten. Soms moeten dingen bezinken. Maar ik weet zeker dat er weer een nieuwe noodzaak zal ontstaan om de muzikale parameters te verruimen of anders te bekijken. We kunnen alleen maar hopen dat we er dan bij zijn, op het goede moment op de juiste plek zijn.’

Ensemble Modern Orchestra onder leiding van Pierre Boulez

Mark André, …auf II…; Edgard Varèse, Amériques; Enno Poppe, Obst; Matthias Pintscher, Towards Osiris; Pierre Boulez, Notations I, II, III, IV, VII.

Zaterdag Matinee, 29 september, Concertgebouw, Amsterdam