Interview met Kamagurka

Op het randje van totale gekheid

Kamagurka is onlangs opnieuw gelauwerd om zijn schilderijen en strips. ‘Ik kan er ook niks aan doen dat ik geen mislukte cartoonist ben.’

KAMAGURKA (1956) is zo actief op diverse fronten dat zijn biograaf een paar decennia zal moeten reserveren voor grondig speur- en schrijfwerk. Een kunstenaar met schokeffecten die mateloos kan registreren met een grote scheut sarcasme. Dit najaar werd hij overal geëerd en gelauwerd. Een tentoonstelling van zijn schilderijen was op verscheidene plekken te zien, onder meer in het Cobra-museum; op de Frankfurter Buchmesse, eind november, kreeg hij de Bernd-Pfarr-Sonderpreis in de categorie stripverhalen. Onlangs verscheen het Kamalmanak, een overzicht van zijn oeuvre. We zitten in een café in Sint-Martens-Latem. Een paradijselijk oord?
‘Je kan op slechtere plekken belanden. Dit dorp is centraal gelegen, wat heel belangrijk is. Dit is een plek in België waar iedereen tamelijk dicht bij elkaar zit. Toevallig heeft Guy Pieters hier ook een van zijn belangrijke galerijen.’
Nu publiceer je internationaal. Je bent actief in diverse buitenlandse tijdschriften en dagbladen.
'Moet ik die even op een rijtje zetten? Titanic in Duitsland, Charlie Hebdo in Frankrijk, Marg Magazine, een Noors maandblad, The Spectator in Engeland, NRC Handelsblad, en ook nog het Belgische populistische blad Het Laatste Nieuws (elke dag), én de Humo. Ik moet wel zeggen dat ik mijn tekeningen minder probeer te exporteren dan vroeger. Publiceren in The New Yorker, dat gaf me vroeger een enorme kick.’
Toch kan jij als enige in Het Laatste Nieuws en NRC present zijn. Twee dagbladen die inhoudelijk mijlen uit elkaar liggen. Neemt niemand je dat kwalijk?
'In Het Laatste Nieuws doe ik de dingen op mijn manier, in NRC Handelsblad opteer ik voor een andere stijl. De tekeningen zijn niet inwisselbaar. De onderwerpen zijn anders, de kijk is de mijne. Ik vind het juist boeiend om in twee verschillende werelden binnen te dringen en eraan deel te nemen.’
Je bent strikt aan timing en actualiteit gebonden. Haal je zoiets elke dag, of heb je cartoons op voorraad?
'Een krant, bijvoorbeeld de NRC, “zakt” om 13.00 uur op vrijdagmiddag en rond 03.00 uur op zaterdagmorgen. Ik moet vrijdags voor 13.00 uur ’s middags en zaterdags vóór 03.00 uur ’s morgens een tekening hebben. Ik bel bijvoorbeeld op zaterdagnacht tussen 00.00 en 01.00 uur met de redacteur van dienst. Het meest recente nieuws overvalt me en tijdens het gesprek heb ik vaak al een idee voor mijn cartoons.’
De tekeningen zijn maar een onderdeel van je creativiteit?
'Ik ben nu ijverig met schilderkunst bezig, ik heb tv gemaakt, ik zal in de toekomst ook nog tv maken én schilderen. Dat zijn telkens andere werelden. Het boeit mij iedere keer in de wereld van die mensen te komen - dat inspireert me. Ik heb als kind judo in Oostende beoefend. Daarna ben ik in Gent terechtgekomen en ben ik tot mijn dertigste in de judo actief geweest. De grepen zijn dezelfde, de kimono’s, de mat… Maar het Japans is totaal verschillend. In Oostende wordt het gekleurd door het Oostendse dialect en in Gent door de Gentse streektaal. Zo heb ik als Oostendenaar Gents geleerd via de Japanse technologie. Het woord “katame” klinkt helemaal anders aan de kust dan in het binnenland.’

STAK HET JE, dat andere beeldend kunstenaars je niet au serieux namen toen je als cartoonist werkte?
'Dat is ook zo. Je kan meer met schilderkunst dan met cartoons. Ik ben serieus begonnen met schilderen in de jaren 97-98. Ik heb in die periode het portret van Raveel geschilderd. Kijk, dat is zijn hand. Hier zijn hoofd. Toen zei Raveel: “Mag ik hier wat geel aan toevoegen?” Hij had twee jaar niet meer geschilderd en toen is hij opnieuw begonnen. Hij toonde mij het doek dat hij toen wilde afwerken.’
Zijn je cartoons geëvolueerd door het feit dat je zoveel schilderde?
'Toch wel. Het gaat om een wisselwerking. Ik vroeg mij eens af: hoe kotst een giraf? Ik dacht aan lottoballen. Die giraf kotst het winnende nummer. Soms vraag ik me af: what the hell am I doing here?’
Overal blijft sarcasme primeren?
'Het is sterker dan mezelf. Er is één schilder zonder humor en die moeten we nog tegenkomen. Dat is Poetin die Solzjenitsyn bezoekt.’
Je hebt natuurlijk ook wel moeilijke dagen, je vader is gestorven, je ex-vrouw verongelukt… Denk je op die momenten: foert met die schilderijen?
'Ik heb op een ultiem dieptepunt in mijn leven toch een schilderij gemaakt. Het atelier was leeg. Ik heb naar een doek gegrepen en het op de grond gelegd en in twintig minuten was dat schilderij af. Ik was compleet kapot. Ik heb een kind geschilderd dat zijn moeder naar de hemel zag gaan.’
Heb je dan geen behoefte je compleet terug te trekken?
'Ik heb een week bijna immobiel in mijn stoel gezeten. Ik heb toen nog één schilderij gemaakt. Ik ging voor een wit doek staan, heb een projector achter mijn rug gezet en mijn contouren geschilderd, mijn eigen schaduw. Je ziet mij daar zo staan. Dan wat gekleurde bollen op mijn borst. De achterzijde is blanco. Ik gaf dat werk de titel Someone is missing. En precies die dag werd er een schilderij besteld door mensen die twintig jaar waren getrouwd. Toen die mensen dat schilderij in huis hadden, hebben ze een week zitten piepen omdat toevallig een van hun broers gestorven was. Dat was echt heel straf. Op dat moment voelde ik mij als een mitrailleur die in een bommenwerper zit terwijl de piloot roept: “We zijn geraakt maar de mitrailleur blijft schieten.”’
Je hebt met Marc Coucke, de ceo van een groot Belgisch farmaceutisch bedrijf, een contract getekend om elke dag een schilderij te maken. De meeste schilders zouden zich ophangen. Jij gaat ervoor.
'Wat ik enorm fascinerend vind, is het surrealistische aspect van het leven zelf. Dat vind ik onweerstaanbaar. Daarom heb ik vaak in mijn leven zulke vreemde dingen gedaan - hoe zotter, hoe beter. Met De grens, een Vlaams tv-programma dat de grens tussen België en Nederland met een krijtlijn uittekende, zat ik op het randje van de totale gekheid.’
Blijft het moeilijk om de rebel uit te hangen, of ben je geen rebel meer?
'Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik de rol van een rebel moest spelen. Soms bots je wel eens, maar ik ben gewoon wie ik ben. Op een bepaald moment ben je op jezelf wel uitgekeken. Je denkt, ik ga eens een andere weg inslaan, een andere toon aanslaan. Dat is ook het leuke van het kunstenaarschap. Je kan spelen met vooroordelen, imagoproblemen. Maar een rebel, wat is dat? Nu vind ik het heel plezant dat ik kan schilderen. Ik ga een voorbeeld geven: door het feit dat ik elke dag een schilderij moest maken, heb ik elke dag een nieuw “beeld” ontworpen. Maar de dag erna moest ik weer verder. Tijdens die opdracht kon ik verrassende ervaringen opdoen. Ik ben bijvoorbeeld op het kubisme gestoten. Hoe komt het dat niemand nog kubistisch schildert? Dat was eigenlijk wel een interessante stroming. Maar dan merk je dat ze kubistisch geschilderd hebben van 1914 tot 1919. In dat laatste jaar zijn ze ermee gestopt en niemand probeert nog zo te schilderen. Ik vraag mij dan af: waarom doe ik dat nu eigenlijk? Omdat ik wou weten hoe de kubisten een blackberry zouden schilderen. Hoe zouden de kubisten Fred Flintstone geschilderd hebben?’
Ben je nog verrast geweest tijdens die reuzenopdracht elke dag een werk te schilderen?
'In een krant stond een man die een schilderij had gevonden van Adolf Hitler dat de Duitser had geschilderd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ik knip die foto eruit. Ik denk, hier zit iets in. Soms laat ik eerst de achtergronden op canvas printen, dan heb ik blurry achtergronden. Ik schilder daar iets heel scherps op, zodanig dat het een effect van een viewmaster sorteert. Je bekomt dan een dimensie die veel sterker is. Ik dacht, stel dat ik een schilderij van Hitler naschilder maar er dan een viewmaster painting van maak. Dat ziet er heel psychedelisch uit. Terwijl ik dat aan het schilderen was, merkte ik dat Hitler een beeld van Passendale, een dorp in West-Vlaanderen, had geschilderd. Mijn grootvader heeft in de Eerste Wereldoorlog tegen de Duitsers gevochten, onder andere in die streek. Ik dacht: misschien zat mijn grootvader wel in een van die dorpshuizen met een geweer in zijn handen en zag hij daar een pipo zitten schilderen. Maar die schilder neerschieten, neen. Dertig jaar later besloot die schilder Passendale te bombarderen. Als je schildert krijg je vaak een onverwachte story cadeau.’
Dus vanuit elk schilderij kun jij evolueren naar een verhaal?
'Ja, dat klopt. Die “spiegeleieren” zijn ontstaan uit het feit dat ik mij afvroeg: wat was er nu eigenlijk eerst, de kip of het ei? En toen had ik het antwoord, een spiegeleitje.’

EEN BEKLEMMENDE stilte. Kamagurka geeft de indruk dat hij iets belangrijks wil prijsgeven. Het resultaat van een jaar intens schilderen in opdracht.
'Kijk, dit is mijn boek. Een jaar schilderen, dag na dag.’
Je bespeelt duidelijk alle mogelijke stijlen.
'Omdat ik stijl ervaar als een mogelijkheid nieuwe ontdekkingen te doen. Ik had mij eens afgevraagd of ik een stilleven zou kunnen schilderen dat ik nog nooit gezien had. Kijk, dat is het: Valentijn, het hart.’
Het gaat van heel kleine thema’s tot wereldproblemen?
'Ja, een heel jaar elke dag een schilderij maken… Dan zoek je een beetje de wereld af. Uiteindelijk zijn er veel cartoonisten die schilder geworden zijn. Laatst zat ik in Frankfurt en ik heb daar tekeningen gezien van een mij eerder onbekend fenomeen. Werk van een mislukte striptekenaar die begon te schilderen en die een fantastische schilder is geworden. Ik ben nu een goede cartoonist, ik kan er ook niets aan doen dat ik geen mislukte ben.’

Onlangs verscheen de Kamalmanak bij uitgeverij De Harmonie (764 blz., vijftig euro)

Kamagurka, 2009. Wat een jaartje!. € 4,90