Strips. Of: de negende kunst

Op het scheidsvlak

Het werk van de graphic novelists op deze 25ste editie van Crossing Border is bruisend en grensoverschrijdend. De tekenaars springen uit de klassieke kaders van het beeldverhaal.

Medium scratches pagina3 hi
Illustraties uit Scratches van Tobias Tak © Scratches

Het graphic novelprogramma van Crossing Border heeft als hoofdredacteur niemand minder dan Joost Swarte en heeft als rode draad het Engelstalige jaartijdschrift Scratches‘on the paper highway between artist and reader’. Niet voor niets zijn er veel auteurs te gast uit de ‘Scratch-stal’. Scratches staat in de traditie van illustere voorgangers zoals het tijdschrift RAW (van Art Spiegelman), het Canadese Drawn & Quarterly en het Franse Lapin. Underground en grafische experimenten zijn gebundeld in een mooi vormgegeven, lekker dik periodiek.

Behalve dat veel tekenaars iets te maken hebben met Scratches, valt de veelzijdigheid op. Er zijn ‘klassieke’ striptekenaars, zoals Ulli Lust en Derf Backderf, die dikke graphic novels op hun naam hebben staan. Maar het leeuwendeel van de auteurs is op veel verschillende fronten actief. Ze maken illustratiewerk, wat doorklinkt in hun verhalende werk en ze combineren hun stripwerk met beeldende kunst. Ze zoeken de grenzen op van ‘de negende kunst’, zoals strips worden genoemd. De groep auteurs die dit jaar te gast is heeft één ding gemeen, hun werk bruist en springt uit de klassieke kaders van het beeldverhaal.

De bekendste Nederlander is waarschijnlijk Erik Kriek, wiens In the Pines, Amerikaanse murderballads, vorig jaar een striphit was. Door zijn kenmerkende en verzorgde penseelstijl, die is geïnspireerd door Amerikaanse culttijdschriften uit de jaren zestig, is hij al geruime tijd een veelgevraagd illustrator (onder meer in de VPRO-gids). Hij publiceerde meer boeken (Gutsman en H.P. Lovecraft, Het Onzienbare en andere verhalen), maar In the Pines is tot nu toe zijn beste werk. Daarin vertelt hij vijf afgeronde, puntige verhalen – vol drama en moorden – die je niet loslaten.

Tapdanser en tekenaar Tobias Tak loopt al lang mee in de stripwereld. Hij publiceerde in de jaren tachtig korte verhalen in diverse tijdschriften. Vorig jaar verscheen het prachtige boek Canciones waarin hij gedichten van de Spaanse dichter Federico García Lorca verstript. Door de dromerige, fraai ingekleurde tekeningen en de vrijheid die Tak zich veroorlooft door sprookjesachtige personages te gebruiken (eenhoorns, cyclopen, wandelende bomen) en grote, mysterieuze platen, die soms zijn geïnspireerd door Kandinsky en Dalí, is Canciones een bijzonder boek. Je moet er even voor gaan zitten en de gedichten en tekeningen op je laten inwerken, maar dan word je al snel meegenomen in Taks vreemde wereld.

Er zijn veel tekenaars die zich bewegen op het scheidsvlak van beeldende kunst en strip, zoals ook Tobias Schalken. Samen met Stefan van Dinther publiceerde hij het tijdschrift Eiland, waarin kunst en ongrijpbare verhalen perfect op elkaar aansloten. Korte verhalen hieruit werden gebundeld in de bundel CHRZ. Schalken exposeert regelmatig in galerieën met objecten en installaties die je vaak op het verkeerde been zetten. Sculpturen en beeldverhalen van Schalken zijn intelligent, grappig en ademen een mysterieuze sfeer. Net als veel tekenaars is Schalken illustrator en publiceerde hij in de eerste Scratches. Dat verhaal, ‘Pete’s Blues’, is juist een verrassend conventionele strip met kaders, tekstballonnen en een personage dat met zijn ezel door de wildernis zwoegt.

De Franse tekenaar Blexbolex (Bernard Granger) is ook zo’n veelzijdige kunstenaar, illustrator en striptekenaar. Als eerste buitenlander won hij voor Seizoenen in 2011 de Gouden Penseel voor het mooist geïllustreerde kinderboek. Blexbolex werkte in het verleden mee met de groep kunstenaars rondom het culttijdschrift Ferraille. Blexbolex’ ‘klare lijn’-stijl is direct herkenbaar door de manier waarop hij oude druktechnieken gebruikt. Het lijkt door de grote, kleurige vlakken op houtsnedekunst, maar dan in een modern jasje. Zijn schitterende, maar redelijk ontoegankelijke boek No Man’s Land (een man verdwaalt in zijn eigen droomwereld) won talloze prijzen.

De Oostenrijkse Ulli Lust verraste met haar boek Vandaag is de laatste dag van de rest van je leven dat in Duitsland een regelrechte sensatie was. Lust haalt in dat boek herinneringen op aan de jaren tachtig, toen ze als punkmeisje rondzwierf. Zonder geld en duidelijk doel, maar met een slaapzak en een avontuurlijke vriendin belandt ze uiteindelijk in Italië. Overal waar ze rondhangt, op zoek naar geld en een slaapplek, maken ze vrienden. Niet altijd de goede, want op Sicilië komen ze in aanraking met de maffia en de alomtegenwoordige drugs. Haar vriendin wordt een maffialiefje en Ulli staat er een tijdje alleen voor. Dan voelt ze hoe vijandig de (Italiaanse) maatschappij staat tegenover een alleenstaand punkmeisje zonder geld of slaapplaats.

Haar doel was om te leven alsof elke dag de laatste dag was en als je het boek leest, krijg je het gevoel dat ze daarin is geslaagd. Het is getekend in een rauwe, wat naïeve stijl en geeft een fraai tijdsbeeld van punks die in kraakpanden en op straat hangen, soms vechten met groepjes skinheads en zichzelf tatoeëren.

Medium ulli lust bw nl p201
Een fraai tijdsbeeld van punks die in kraakpanden en op straat hangen en soms vechten met skinheads

In de opvolger, Wie ich versuchte, ein guter Mensch zu sein, dat recentelijk in Duitsland is verschenen, is Ulli een paar jaar ouder, heeft ze een kind overgehouden aan haar avonturen en probeert ze als kunstenaar aan de bak te komen. Haar zoontje wordt op het platteland opgevoed door Ulli’s ouders, terwijl Ulli aanrommelt in Wenen. Ze heeft een vriend, maar die heeft last van relatiesleur. Ze mag van hem met andere mannen uitgaan en gedreven door een stevig libido, wordt ze verliefd op de Nigeriaanse Kimata. Deze ménage à trois loopt uit de hand, maar de overlever Ulli redt zich er weer heelhuids uit. Dit boek verschijnt acht jaar na Vandaag is de laatste dag van de rest van je leven en ziet er qua tekenwerk rijper en minder rafelig uit.

Een van de bekendste auteurs op Crossing Border is de Amerikaan Derf (John) Backderf. Hij won prestigieuze prijzen met zijn grimmige boek My Friend Dahmer. Hoofdpersoon is een jongen op de middelbare school in Ohio, die later seriemoordenaar werd. Backderf putte uit eigen ervaringen, want hij zat bij Dahmer op school. Dahmer is een buitenbeentje die de epileptische aanvallen van zijn moeder imiteert, raar praat en stinkt. Zijn homoseksuele gevoelens weet hij te verbergen door alcohol te drinken. Dahmer vermoordde zeventien jongemannen voordat hij werd gepakt en in 1994 in de gevangenis werd vermoord. Op dat moment besloot Backderf dat hij een boek wilde maken over hoe het zo ver kan komen. Hij windt zich erover op dat niemand op school ingreep, terwijl ze allemaal zagen (en roken) dat het mis ging.

Die betrokkenheid toont Backderf ook in zijn volgende boek: Trashed. Daarin vertelt hij over zijn tijd als vuilnisman. Pagina’s lang weet Backderf zijn tijdelijke baan vermakelijk te verbeelden. Van alles komt voorbij: chagrijnige collega’s, ontploffende luierzakjes, ‘gele torpedo’s’ (flessen met urine die automobilisten uit het raam gooien en door grasmaaiers worden weggeschoten). Hij voegt er nog een pamflet aan toe over duurzaamheid en de hoeveelheid afval die we produceren. Backderf maakt zich zorgen en haalt er flink wat statistieken bij. Die zijn overtuigend, maar dat zijn Backderfs verhalen zeker ook, mede door de underground-stijl die hij gebruikt. Inspiratiebronnen zijn Mad en Robert Crumb en dat zie je inderdaad terug.

De Belgen zijn goed vertegenwoordigd op Crossing Border. Maar liefst vijf tekenaars zijn present. Een van de nieuwkomers is Lukas Verstraete. Met behulp van crowdfunding werd het ‘buitensporig grote formaat’ van het debuut van deze veelbelovende Belg gefinancierd. Een boek waarmee men vrienden maakt is zo groot en dik als een Bosatlas. Daarmee houdt de vergelijking op, want het is een bizar en origineel getekend verhaal. Verstraete gebruikt als een van de weinige tekenaars alleen kleurpotlood. Het maakt soms een wat ruwe indruk, maar als hij werk maakt van de details in een plaat, doet het denken aan illustraties van Peter Pontiac.

Het verhaal verloopt als in een droom: twee boeven met een muizenmasker overvallen een man met een koffertje. Als die later wordt besnuffeld door een hond, krijgt die het gezicht van de man. Het gezicht migreert telkens naar andere personages. Ondertussen wil dit gezicht (ziel?) van de man het koffertje terug, zodat hij weer lichaam en geest kan samenvoegen. Het verhaal wordt steeds gekker, totdat de tekenaar ingrijpt en de hand van God ten tonele voert. Er bestaan vermoedens dat de tekenaar psychedelische drugs gebruikte toen hij dit verhaal tekende – het zou me niets verbazen.

Medium dahmer p27
Uit de graphic novel Mijn vriend Dahmer van Derf Backderf © Scratches

Brecht Vandenbroucke’s boek White Cube lijkt door de drukke cover met felle kleuren op dat van Verstraete, maar zijn strips zijn iets conventioneler. Twee kale roze mannen beleven maffe avonturen in de wereld van de kunst. Het sterkst zijn de paginagrote gags, waarin één grap wordt uitgebeeld als een cartoon. Dan blijkt duidelijk dat Vandenbroucke van huis uit een illustrator is (onder ander voor The New York Times) en zich beweegt op het gebied tussen illustratie en strip. Qua tekenstijl lijkt zijn werk op dat van Herr Seele. Niet alleen de grote, bolvormige schoenen van zijn personages lijken op het schoeisel van Cowboy Henk, ook de absurditeit van de grappen en retro-inkleuring doen denken aan de koning van de absurde strip – die overigens ook aanwezig is op Crossing Border.

Kristina Tzekova’s zesluik Sea Dance, dat in de eerste Scratches stond, zou ook in een museum kunnen hangen. Ze tekent een hert dat in de branding danst; pagina’s lang gaat het door, zonder dat er sprake is van een verhaal. Je kijkt naar de details van de branding en hoe het hert daarmee omgaat. Tzekova maakte tot nu vooral potloodtekeningen van scènes uit films en videoclips, waarmee ze die uit hun context haalde en een andere betekenis gaf.

Judith Vanistendael illustreert (kinder)verhalen en tekent stripboeken. Het bekendst is haar debuut: De maagd en de neger. Met het verhaal over de liefde tussen een Belgische economiestudente en een Afrikaanse politiek vluchteling bereikte ze een groot publiek. Haar recentste stripboek is het indringende Toen David zijn stem verloor. Hoofdpersoon David heeft kanker aan de larynx en heeft niet lang meer te leven. Opvallend is de tekenstijl van Vanistendael, die steeds meer aquarellen maakt, net als in haar kinderboekillustraties.


Scratches, Scratch Books, 112 blz., €29,99; Ulli Lust, Vandaag is de laatste dag van de rest van je leven, Scratch Books, 446 blz., €39,90; Derf Backderf, Mijn vriend Dahmer, Scratch Books, 228 blz., €19,90; Lukas Verstraete, Een boek waarmee men vrienden maakt, Bries, 208 blz., €35,-


De tekenaars worden vrijdag 3 en zaterdag 4 november geïntroduceerd door Joost Swarte en geïnterviewd door uitgever Mara Joustra, in The Grey Space in the Middle