Het goddelijke perspectief van Silicon Valley

Op maat gemaakt ongeluk

Er zijn tien argumenten om nu, meteen, uw sociale-media-accounts te verwijderen. Informaticus Jaron Lanier beschrijft ze in zijn nieuwe boek. In deze voorpublicatie leest u er twee.

Argument zes: sociale media gaan ten koste van je empathisch vermogen
Onderdeel c van Bummer – content door je strot geduwd krijgen – betekent dat algoritmen bepalen wat je te zien krijgt. Dat betekent dat je niet weet wat andere mensen zien, omdat onderdeel c andere resultaten voor hen berekent. Je weet niet hoezeer de kijk op de wereld van andere mensen is bevooroordeeld en gevormd door Bummer. Gepersonaliseerde zoekresultaten, feeds, streams enzovoort liggen aan de basis van dit probleem.

Stel je voor dat een gedragspsycholoog uit voorbije tijden een rij honden in kooien in een lab zette en dat elke hond iets lekkers of een elektrische schok kreeg, afhankelijk van wat hij zojuist had gedaan. Het experiment zou alleen werken als elke hond stimuli kreeg die gerelateerd waren aan het specifieke gedrag van die hond. Als de draden werden verward en de honden elkaars stimuli kregen, zou het experiment niet langer functioneren. Hetzelfde geldt voor mensen in een Bummer-platform. De gevolgen zijn voor mensen echter nog groter dan voor honden, omdat mensen niet in afzonderlijke kooien zitten en daarom in hoge mate afhankelijk zijn van sociale perceptie.

Dit betekent dat we naar elkaars reacties kijken om te weten wat we moeten doen. Als iedereen in je omgeving ergens nerveus over is, zul jij ook nerveus worden, omdat er wel iets aan de hand moet zijn. Als iedereen ontspannen is, ben je geneigd zelf ook te ontspannen. Een bekende grap die we uithaalden toen ik klein was, was ergens naartoe gaan waar andere mensen waren en dan gewoon naar de lucht gaan staan kijken. Al snel keek iedereen naar de lucht, ook al was er niets te zien.

Maar als we allemaal verschillende privéwerelden zien, verliezen onze hints aan elkaar aan betekenis. Onze perceptie van de werkelijkheid achter het Bummer-platform lijdt daaronder. Er zijn veel recente voorbeelden, zoals die keer dat iemand een schot loste in een pizzeria vanwege het overspannen online idee dat er vanuit de kelder kindermisbruik werd gefaciliteerd. Vóór Bummer werden er ook wel valse opvattingen verspreid als gevolg van massahysterie, zoals tijdens de heksenjachten, maar acute gevallen waren zeldzamer dan nu. De snelheid, de idiotie en de schaal van valse sociale percepties zijn zodanig toegenomen dat mensen vaak niet meer in dezelfde wereld, de echte wereld, lijken te leven.

Dit is nog zo’n probleem dat plotseling is opgedoken. De publieke ruimte heeft minder dimensie gekregen, maar de gemeenschappelijkheid in het algemeen is ook minder geworden. Een gedachte-experiment kan ons helpen begrijpen hoe vreemd onze situatie is geworden. Stel je voor dat Wikipedia aan elke bezoeker een andere versie van een artikel zou laten zien op basis van een geheim dataprofiel van die persoon. Pro-Trump-bezoekers zouden een volledig ander artikel te zien krijgen dan anti-Trump-mensen, maar er zou geen verantwoording zijn van wat er anders was, of waarom.

Dit klinkt misschien bizar, als een naargeestig toekomstbeeld, maar het is vergelijkbaar met wat je ziet in je Bummer-feed. Content wordt gekozen en advertenties worden voor jou gepersonaliseerd – en je weet niet hoeveel er voor jou veranderd is, of waarom.

Er zijn nog altijd resten van de oude gemeenschappelijke wereld. Je kunt naar het ouderwetse tv-nieuws kijken dat mensen graag willen dat je ziet, of dat mensen zien die anders zijn dan jij. Ik kijk in de Verenigde Staten bijvoorbeeld niet graag naar Fox News, omdat ik het te paranoïde, partijdig en chagrijnig vind. Maar soms kijk ik ernaar en dat helpt me begrijpen wat andere mensen die ernaar kijken denken en voelen. Ik koester die mogelijkheid.

Maar je sociale-mediafeed kan ik niet zien. Ik ben daardoor minder in staat me te verplaatsen in wat je denkt en voelt. Nu hoeven we niet allemaal hetzelfde te zien om elkaar te begrijpen; alleen ouderwetse autoritaire regimes proberen iedereen daartoe te dwingen. Maar we moeten wel af en toe een blik kunnen werpen op wat andere mensen zien.

Empathie is de brandstof die een fatsoenlijke samenleving gaande houdt. Als die er niet is, blijven alleen droge regels en machtsstrijd over. Misschien ben ik wel verantwoordelijk voor het introduceren van de term ‘empathie’ in de hightechmarketing, omdat ik in de jaren tachtig van de vorige eeuw voor het eerst over virtual reality sprak als instrument voor empathie. Ik geloof nog altijd dat het mogelijk is om technologie in te zetten om empathie te bevorderen. Als er in een betere toekomst überhaupt sprake is van betere technologie, zal empathie daar een rol in spelen. Maar Bummer is juist afgesteld om ons empathisch vermogen te vernietigen.

Een gebruikelijke en terechte kritiek op Bummer is dat het ‘filterbubbels’ creëert. Je eigen opvattingen worden soepeltjes bekrachtigd, tenzij je wordt geconfronteerd met de meest irritante tegengestelde opvattingen, zoals berekend door algoritmen. Ze kunnen geruststellend zijn of verontrustend: wat je aandacht maar het beste vasthoudt.

Je wordt samen met andere mensen in een categorie ondergebracht waar jullie als groep maximaal kunnen worden aangesproken. Bummer-algoritmen neigen er intrinsiek naar mensen samen te brengen in bubbels, omdat het effectiever en goedkoper is om de aandacht van een groep vast te houden dan van afzonderlijke mensen. (Maar zoals je misschien weet, is de juiste term ‘manipuleren’ en niet ‘aanspreken’, omdat het gebeurt in dienst van onbekende externe partijen die Bummer-bedrijven betalen om jouw gedrag te veranderen. Waar betalen ze anders voor? Waarvoor anders kan Facebook zeggen dat het tientallen miljarden dollars betaald krijgt?)

Op het eerste gezicht zijn filterbubbels slecht, omdat ze je een tunnelvisie op de wereld bezorgen. Maar zijn ze wel zo nieuw? Er waren toch voorafgaand aan Bummer ook al schadelijke en irritante vormen van sociale communicatie waardoor groepen werden buitengesloten, zoals het gebruik van racistische zogenoemde ‘hondenfluitjes’ in de (Amerikaanse) politiek (het aanspreken van een bepaalde groep door middel van gecodeerde boodschappen). Tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1988 bijvoorbeeld maakten politici gebruik van het verhaal van een zwarte man genaamd Willie Horton, die tijdens zijn verlof misdaden had gepleegd, om latent racisme onder kiezers uit te lokken. Maar iedereen kreeg toen dezelfde advertentie te zien, zodat je in elk geval wist waarom iemand anders daar racistisch op reageerde, zelfs al was je het er absoluut niet mee eens.

Maar nu zie je die racistische advertenties niet altijd meer. Dat komt soms doordat het om zogenoemde dark ads (gepersonaliseerde, niet voor iedereen zichtbare advertenties) gaat die mensen in hun nieuwsfeeds krijgen, ook al zijn ze technisch gesproken niet echt als nieuws gepubliceerd. Veel extremistische dark ads op Facebook kwamen pas aan het licht bij forensisch onderzoek naar wat er tijdens de verkiezingen van 2016 was gebeurd. Ze waren schreeuwerig en venijnig en Facebook heeft plannen aangekondigd om de schade die ze aanrichten te beperken. Buiten – of misschien ook binnen – Facebook weet niemand hoe gebruikelijk of effectief dark ads en vergelijkbare boodschappen zijn. De meest gebruikelijke vorm van online bijziendheid is echter dat mensen alleen maar tijd hebben om te lezen wat er door algoritmische feeds onder hun neus wordt geschoven.

Ik ben banger voor de subtiele algoritmische afstemming van feeds dan voor schreeuwerige dark ads. Het was niet eerder mogelijk om miljoenen mensen tegelijk berichten op maat te sturen. Ook het testen van massa’s op maat gemaakte boodschappen en ontwerpen, op basis van gedetailleerde waarneming en feedback van nietsvermoedende mensen die voortdurend in de gaten worden gehouden, was vroeger niet mogelijk.

Dit is een van de redenen waarom Bummer vanzelfsprekend tribalisme promoot en de samenleving verscheurt, ook al bedoelen de technische jongens bij een Bummer-bedrijf het goed. Bummer-code grijpt automatisch elke vorm van latente stammenstrijd en racisme aan, want dat zijn de neurale hashtags in ieders geest die kunnen worden getriggerd om het aandachtsmonopolie op te eisen.

Je wereldbeeld wordt niet alleen vervormd, maar je bent je ook minder bewust van het wereldbeeld van andere mensen. Je wordt uitgesloten van de ervaringen van andere groepen die op een andere manier worden gemanipuleerd. Hun ervaringen zijn voor jou net zo ondoorzichtig als de algoritmen die je ervaringen aansturen. Deze ontwikkeling is van grote betekenis. De versie van de wereld die jij ziet is onzichtbaar voor de mensen die je niet begrijpen, en vice versa.

Het vermogen om je in iemand anders te verplaatsen om die ander beter te begrijpen, wordt theory of mind (ToM) genoemd. Een theory of mind hebben betekent dat je in gedachten een verhaal maakt over wat er in iemands hoofd gebeurt. Theory of mind ligt aan de basis van elk gevoel van respect of empathie en is een voorwaarde voor elke vorm van intelligente samenwerking, burgerschap of zinvolle politiek. Het is de reden waarom verhalen bestaan.

Je kent de uitdrukking wel: niet graag in iemands schoenen staan. Je kunt mensen niet begrijpen als je niet een heel klein beetje weet wat ze hebben doorgemaakt. Als je alleen ziet hoe iemand anders zich gedraagt, maar niet welke ervaringen zijn gedrag hebben beïnvloed, wordt het moeilijker om een theory of mind over die persoon te hebben. Als je iemand ziet die iemand anders slaat, bijvoorbeeld, maar je weet niet dat hij dat doet om een kind te beschermen, kun je wat je ziet verkeerd interpreteren.

Als je de dark ads, de geruchten, de harteloze memes en de bespottelijke, gepersonaliseerde feed niet ziet die de ander wel ziet, denk je dat die persoon gewoon gek is. En zo ziet onze nieuwe Bummer-wereld eruit. We denken van elkaar dat we gek zijn omdat Bummer ons van onze theorieën over elkaars mind berooft. Zelfs als de ervaringen van anderen openhartig worden vastgelegd op camera, misschien door een smartphone of een dashcam, genereert Bummer genoeg ruis om elke saamhorigheid te vernietigen. Ondoorzichtigheid als gevolg van Bummer zie je voortdurend online. Een video laat bijvoorbeeld het moment vlak voor een schietpartij door de politie zien, maar Bummer laat mensen eindeloos veel versies van de video uploaden met verschillende edits, beelden-in-beelden en afschermingen. Empathie gaat verloren in de ruis.

Ik vind Trump-aanhangers gestoord en zij vinden progressievelingen gestoord. Maar het klopt niet dat we uit elkaar zijn gegroeid en elkaar niet begrijpen. Wat er echt aan de hand is, is dat we minder dan ooit tevoren zien wat anderen zien, dus krijgen we minder de kans om elkaar te begrijpen. Natuurlijk kun je wel íets volgen van de doorsnee content die andere mensen waarschijnlijk zien. Ik houd bijvoorbeeld conservatieve websites bij. Ik zoek altijd persoonlijk contact met mensen die het niet met me eens zijn, als ze daartoe bereid zijn.

Als mensen nerveus zijn over de vraag of ze wel populair genoeg zijn, dan moeten ze wel online blijven

Hoe groot het verschil is tussen wat iemand anders te zien krijgt en wat ik kan raden dat iemand anders te zien krijgt, kun je nooit weten. De ondoorzichtigheid van onze tijd is nog groter dan strikt noodzakelijk, omdat de mate van ondoorzichtigheid op zich ondoorzichtig is. Ik weet nog dat we vroeger dachten dat het internet een transparante samenleving zou opleveren, maar het tegenovergestelde is gebeurd.

Argument zeven: sociale media maken je ongelukkig
De vrolijke retoriek van de Bummer-bedrijven draait helemaal om vrienden maken en meer onderlinge verbondenheid in de wereld. En toch laat de wetenschap ons iets anders zien. Onderzoek toont ons een wereld waarin de onderlinge verbondenheid niet is toegenomen, maar waar juist een groter gevoel van isolement heerst. Het patroon is zo duidelijk geworden dat zelfs onderzoek dat wordt gepubliceerd door sociale-mediabedrijven aantoont dat ze je verdrietig maken. Facebook-onderzoekers schepten zo ongeveer op over het feit dat ze mensen ongelukkig konden maken zonder dat ze beseften waarom.

Waarom zou je zoiets naar buiten brengen als een geweldig onderzoeksresultaat? Zou dat niet schadelijk zijn voor het imago van Facebook? De reden zou kunnen zijn dat het geweldige publiciteit was waarmee ze hun echte klanten konden bereiken, degenen die betalen om te manipuleren. Degene die wordt gemanipuleerd, jij, is het product, niet de klant.

Meer recentelijk hebben Facebook-onderzoekers eindelijk toegegeven wat andere onderzoekers al hadden ontdekt: dat hun producten echte schade kunnen berokkenen. Wat me vooral dwarszit aan de manier waarop sociale-mediabedrijven over dit probleem praten, is dat ze zeggen: ‘Ja, we maken je ongelukkig, maar we doen meer goed dan kwaad in de wereld.’ Maar de goede dingen waar ze vervolgens over opscheppen zijn allemaal dingen die intrinsiek bij internet horen, die – voor zover we weten – ook mogelijk zouden zijn zonder de slechte dingen, zonder Bummer. Ja, natuurlijk is het geweldig dat mensen met elkaar worden verbonden, maar waarom moeten ze manipulatie door derden accepteren als prijs voor die verbinding? Wat als de manipulatie en niet de verbinding het echte probleem is?

Aangezien de kernstrategie van het Bummer-businessmodel inhoudt dat het systeem zich automatisch aanpast om zo veel mogelijk je aandacht te trekken en aangezien negatieve emoties gemakkelijker kunnen worden opgeroepen, zal zo’n systeem er uiteraard toe neigen je een negatief gevoel te bezorgen. Maar het deelt tussen de depressies door ook schaarse lichtpuntjes uit, omdat de automatische piloot die je emoties aanstuurt tot de ontdekking komt dat het contrast tussen straffen en belonen beter werkt dan alleen straffen of belonen. Verslaving wordt geassocieerd met anhedonie, een verminderd vermogen om plezier te beleven aan allerlei dingen, behalve aan datgene waaraan men verslaafd is, en sociale-mediaverslaafden lijken geneigd te zijn tot langdurige anhedonie.

Natuurlijk word je ongelukkig van Bummer. Maar hoe gaat dat in zijn werk? De specifieke vorm van ongelukkig zijn wordt vanzelfsprekend op maat voor je gemaakt. De mensen van het Bummer-bedrijf hoeven er nooit achter te komen wat je ongelukkig heeft gemaakt. Dat is alleen aan jou, je laatste beetje privacy. Misschien maak je je zorgen omdat je niet weet of je wel zo aantrekkelijk of succesvol bent als andere mensen, al ben je op hetzelfde moment door het systeem toegerust om ergens iemand anders hetzelfde gevoel te geven.

Bummer

Bummer staat voor Jaron Lanier voor Behaviors of Users Modified, and Made into an Empire for Rent (Gemodificeerd Gebruikersgedrag tot Verhuurbaar Imperium Gemaakt). Een Bummer is een statistiekmachine die in de automatiseringsclouds huist. Lanier schrijft erover: ‘Kort samengevat: verschijnselen die statistisch en vaag zijn, zijn desalniettemin reëel. In het gunstigste geval kunnen Bummer-algoritmen de kans berekenen dat iemand zich op een bepaalde manier zal gedragen. Maar wat voor afzonderlijke individuen niet meer dan een kans is, is als gemiddelde voor grotere groepen mensen vrijwel een zekerheid. De populatie als geheel kan met grotere voorspelbaarheid worden beïnvloed dan een enkele persoon.’

Bummer is een machine met zes bewegende onderdelen. Lanier geeft het volgende ezelsbruggetje om ze te onthouden:

A staat voor Aandacht trekken, iets wat leidt tot de suprematie van de asocialen.
B staat voor Bemoeienis met ieders leven.
C staat voor Content door de strot duwen.
D staat voor Dirigeren van menselijk gedrag op de meest slinkse wijze.
E staat voor Economisch gewin doordat de grootste asocialen zich kunnen uitleven op alle andere mensen.
F staat voor Fakegroepen en een fakesamenleving.

Bummer-algoritmen moeten je wel in categorieën stoppen en rangschikken om überhaupt iets Bummer-achtigs te kunnen doen. Het hele doel van Bummer is van jou en veranderingen in je gedrag een product te maken. De algoritmen werken in feite ten dienste van platformeigenaren en adverteerders die een abstractie van jou nodig hebben om je te kunnen manipuleren.

De Bummer-algoritmen achter bedrijven als Facebook en Google liggen opgeslagen in enkele van de weinige bestanden ter wereld die niet kunnen worden gehackt, zó geheim zijn ze. De diepste geheimen van de nsa en de cia zijn uitgelekt, meer dan eens, maar je zult geen kopie van het zoekalgoritme van Google of het feedalgoritme van Facebook vinden op het darkweb.

Een van de redenen hiervoor is dat mensen gealarmeerd zouden zijn als ze konden zien hoe de huidige kunstmatige intelligentie en andere aanbeden cloudprogramma’s echt werken. Ze zouden beseffen hoe arbitrair de resultaten soms zijn. De algoritmen zijn slechts in zeer geringe mate statistisch bruikbaar en toch heeft die minieme bruikbaarheid de grootste kapitalen ooit opgeleverd. Maar het gaat mij niet eens om de programma’s, hoe over-aanbeden die ook zijn, maar om de machtsrelaties die ontstaan als mensen de programma’s accepteren en impliciet respecteren.

Er zijn altijd aanmatigende – ronduit belachelijke – bronnen van informatie en meningen over je geweest, maar die waren niet zo belangrijk. Een voorbeeld hiervan zijn ouderwetse horoscopen in kranten. Een bedrijf kon op geen enkele manier je clicks of je oogbewegingen registreren, dus wist niemand wat je las. Misschien geloofde je echt in astrologie, misschien vond je het interessant als iemand in het wilde weg van alles over je zei of misschien vond je het allemaal wel een grote grap. Dat doet er niet toe. Het was iets tussen jou en een onbezield object – en misschien een enkele persoon die je erover vertelde. De horoscoop in de krant deed behalve in jouw hoofd helemaal niets; hij beïnvloedde op geen enkele manier de machtsrelaties tussen jou en andere mensen.

In het Bummer-tijdperk liggen de dingen anders. Facebook brengt je bijvoorbeeld onder in categorieën op basis van je politieke voorkeur en allerlei andere criteria. Deze categorieën vormen het Bummer-antwoord op horoscopen. De beoordeling van het Bummer-algoritme dat je classificeert, hoeft in wetenschappelijk opzicht niet logisch of betrouwbaar te zijn, maar in het echte leven is het zeker belangrijk. Het beïnvloedt welk nieuws je te zien krijgt, wie er aan je wordt voorgesteld als potentiële date, welke producten je aangeboden krijgt. Beoordelingen op basis van sociale media kunnen bepalen welke leningen je kunt krijgen, welke landen je kunt bezoeken, of je een baan krijgt of niet, welk onderwijs je kunt krijgen, het resultaat van je verzekeringsclaim en je vrijheid om met andere mensen samen te komen. (In veel van deze voorbeelden passen derden hun eigen algoritmen toe op Bummer-data in plaats van te vertrouwen op de categorieën die direct door Bummer-bedrijven zijn gevormd.) Je grillen en eigenaardigheden liggen voor het eerst onder de microscoop van machten die groter zijn dan jij, tenzij je in een politiestaat als Oost-Duitsland of Noord-Korea hebt gewoond.

De onmogelijkheid een ruimte te scheppen waarin je jezelf onbespied opnieuw kunt uitvinden, dáár word ik ongelukkig van. Hoe kun je nog gevoel voor eigenwaarde hebben als dat niet langer de belangrijkste waarde is? Hoe kun je nog authentiek zijn als alles wat je leest, zegt of doet wordt ingevoerd in een beoordelingssysteem?

Voor de duidelijkheid, er vinden beoordelingen plaats op twee niveaus in de Bummer-machine. Het ene is begrijpelijk en kan worden gezien door mensen. Het internet staat op dit moment vol met meningen over jou persoonlijk. Hoeveel vrienden, volgers heb je? Ben je populair? Hoeveel punten heb je verdiend? Heb je een virtueel lintje verdiend of misschien wat virtuele confetti van een winkel omdat je anderen hebt overgehaald om iets bij die winkel te kopen? Het andere beoordelingsniveau is gebaseerd op wiskundige correlaties die mensen mogelijk nooit te zien krijgen of kunnen interpreteren. Deze worden soms tussenlaaginterpretaties genoemd vanwege de manier waarop ze worden gegenereerd in algoritmen voor machine learning. Ze worden gebruikt om de gewiekstheid van Bummer te optimaliseren: welke advertenties maken de meeste kans een bepaalde uitwerking op je te hebben, welk nieuws, welke schattige kattenplaatjes als onderdeel van de feed met nieuws die je van familieleden krijgt?

Waar het ook precies om gaat, kijk eens wat er gebeurt. Plotseling worden jij en andere mensen aan allerlei stomme wedstrijdjes gekoppeld waar niemand om gevraagd heeft. Waarom krijg je niet evenveel coole foto’s als je vriend(in)? Waarom word je niet zoveel gevolgd? Dit voortdurende oproepen van sociale angst maakt dat mensen zich steeds verder ingraven. Diepgaande mechanismen in de sociale delen van onze hersenen controleren onze sociale positie en vervullen ons van doodsangst bij de gedachte te worden verlaten, als een achterblijver op de savanne die aan de roofdieren wordt geofferd.

Maar zolang je in Bummer blijft hangen, kun je er niet aan ontsnappen. Er worden wel een miljoen Bummer-spelletjes tegelijk gespeeld en je verliest ze vrijwel allemaal, omdat je tegen de rest van de planeet speelt. De vraag wie er wint is grotendeels gebaseerd op willekeur. Het is alsof er, in plaats van één voetbalwedstrijd tegelijk, altijd een mondiale wedstrijd aan de gang is waaraan de hele wereld deelneemt en waarin iedereen tegen iedereen speelt en de meesten van ons voortdurend verliezen. Wat een rotsport. Erger nog, er zijn een paar mensen, Silicon Valley-mensen zoals ik, die op je neerkijken, meer zien dan jij of je vrienden, en die je manipuleren.

Tien argumenten om je sociale-media-accounts nu meteen te verwijderen

Het nieuwe boek van Jaron Lanier, Tien argumenten om je sociale-media-accounts nu meteen te verwijderen, waarvan de Nederlandse vertaling net is verschenen (AtlasContact, 192 blz., €15,-, vertaling Carla Zijlemaker), is een eigenzinnige mix tussen pamflet en zelfhulpboek. Hij behandelt argumenten als ‘je verliest je vrije wil’, ‘door sociale media word je asociaal’ en ‘sociale media maken politiek bedrijven onmogelijk’. Deze voorpublicatie bestaat uit ingekorte versies van de argumenten 6 en 7.

Uber, dat een pseudo-Bummer is, noemde het vermogen om mensen te bespioneren de ‘blik van God’. Vanuit het verbazingwekkende goddelijke perspectief van Silicon Valley kunnen zowel mensen als algoritmen altijd zien wie wat geschreven heeft en wanneer. We kunnen het hele proces overzien alsof we naar een mierenkolonie kijken. En de mieren weten het; ze weten dat ze worden bekeken.

En ik herinner je er nog maar even aan dat negatieve emoties sneller worden getriggerd dan positieve. Als gewone mensen volkomen gelukkig en tevreden waren, zouden ze even afstand nemen van de obsessie met sociale-mediacijfers en een beetje met planten gaan rommelen of elkaar wat echte aandacht geven. Maar als ze nerveus zijn over de vraag of ze wel populair genoeg zijn, zich afvragen of de wereld niet implodeert of laaiend zijn op idioten die zich tussen hun contacten met vrienden en familie hebben gewurmd, dan moeten ze wel online blijven. Ze zijn verslaafd omdat hun natuurlijke waakzaamheid geprikkeld wordt.

Wij hier in Silicon Valley vinden het heerlijk om te kijken hoe de mieren steeds dieper in hun eigen vuil graven. Ze sturen ons geld terwijl we toekijken. Die scheve machtsverhouding is de hele tijd voelbaar. Voel je je niet vernederd als je een van de Facebook-merken gebruikt, zoals Instagram of WhatsApp? Facebook is het eerste beursgenoteerde bedrijf dat in handen is van één persoon. Nu heb ik persoonlijk niets tegen Mark Zuckerberg, daar gaat het niet om. Maar waarom zou je een groot deel van je leven ondergeschikt maken aan welke onbekende dan ook?

In de tijd waarin ik opgroeide waren er grote politici, rijken der aarde, popsterren, captains of industry enzovoort, maar geen van hen had substantiële macht over de manier waarop ik mijn leven leidde. Ze hadden soms wel invloed op me als ze iets zeiden wat mijn aandacht trok, maar dat was alles. Ze bleven ver verwijderd van mijn privéleven. Je zult misschien zeggen dat je het niet erg vindt, terwijl je eigenlijk diep van binnen wel weet dat dat niet waar is. Of dat het geen zin heeft om er boos over te worden omdat je er toch niets aan kunt doen, maar dat kan wel. Verwijder je accounts.