Hoofdcommentaar: Isaf-enquête

Op naar de Isaf-enquête

De Amerikaanse legeropbouw in de Golf bereikt deze dagen een kritiek punt. Afgelopen weekeinde zond minister van Defensie Rumsfeld nog eens 62.000 militairen naar het gebied, zodat de VS eind deze maand beschikken over de voor een inval in Irak vereiste troepenmacht van 150.000 man. Daarentegen zegt VN-inspecteur Blix dat hij geen aanwijzingen heeft gevonden voor het bestaan van Irakese massa vernietigingswapens. De conflictstof in de Veiligheidsraad stapelt zich dus op. En intussen waarschuwt de bevelhebber van de Isaf-troepen in Afghanistan dat de lichtbewapende Nederlandse en Duitse contingenten grote risico’s lopen in geval van een oorlog in Irak.

En waarmee hield politiek Den Haag zich in het weekeinde bezig? Met de vraag of de PvdA nu al een kandidaat voor het premierschap moet aanwijzen. Dat is een prikkelende vraag, en hij zou alle aandacht verdienen als er geen belangrijker vraagstukken op de agenda stonden, zoals een dreigende oorlog in het Midden-Oosten en de veiligheid van de Nederlandse soldaten in Afghanistan. Maar het «I-woord» is in deze verkiezingsstrijd nog maar zelden gevallen en zelfs de positie van Isaf is geen onderwerp voor kamervragen. De woorden van commandant Zorlu, een ijzervreter met meer oorlogservaring dan de voltallige Nederlandse legertop, werden in Den Haag «speculatief» genoemd.

Waar hebben we dat eerder gehoord? Juist: in de aanloop naar het debacle van Srebrenica, toen de sluipende opmars van Servische troepen rond de enclave als «speculatief» werd afgedaan en de onderbewapening van Dutchbat angstvallig buiten de politieke discussie gehouden. Hetzelfde dreigt te gebeuren met Zorlu’s waarschuwing dat de Duitsers en Nederlanders, die volgende maand in Afghanistan het bevel van de Turken overnemen, tijdens een oorlog in Irak waarschijnlijk het doelwit zullen worden van krijgsheren en achtergebleven Talibanstrijders. Waarnemend minister van Defensie Kamp liet weten dat het evacuatieplan voor de Nederlandse Isaf-soldaten klaarligt, en dat was dat. Als er geschoten wordt, laten we dan onze Duitse bondgenoten — en niet te vergeten de Afghanen — doodleuk in de steek? Dan kunnen we de tafels en stoelen voor de Isaf-enquête wel vast klaarzetten.

Het Nederlandse buitenlandbeleid heeft nooit van veel visie getuigd, maar sinds een jaar is Den Haag in de ban van een allesverschroeiend provincialis me. Luister hoe CDA-campagneleider Meüs van der Poel uitlegt waarom het onderwerp Irak «niet speelt» in de verkiezingen: «Die zijn op de 22ste en de VN komt pas op de 27ste met haar rapport. Dat is dus erna. Ik zie dus niet in waarom Irak een verkiezingsitem zou moeten zijn.»

Welnee, Bush of Saddam verzet natuurlijk geen voet voordat de Haagse zetelverdeling voor de komende vier jaar bekend is. Een ander voorbeeld is de wijze waarop het impulsieve optreden van Gretta Duisenberg in Israël werd gereduceerd tot een paspoortkwestie. De politiek van de regering-Sharon of de rol die de Europese Unie in het Midden-Oosten zou moeten spelen, is geen moment aan de orde geweest. En één aangevertje van het Binnenhof was voor onze immer volgzame media voldoende om zich vol overgave te storten op de vraag of de Duisenbergjes wel of geen regulier Nederlands paspoort in een Frankfurtse kluis hebben liggen. De doden in Israël en de bezette gebieden moeten zichzelf maar begraven.

In de publieke waarneming zijn Irak en het Midden-Oosten tenminste nog ver van ons bed, maar dat geldt niet voor de Europese Unie, die zich midden in een uitbreidingsproces bevindt en voor grote bestuurlijke problemen staat. De wijze van besluitvorming in de EU is van doorslaggevende betekenis voor onze toekomst. De euro’s in onze portemonnee zijn daarvan het tastbare bewijs.

Volgens een gang bare schatting voorziet «Brussel» nu al in zeventig procent van de wet- en regelgeving voor ons land en dat percentage zal de komende jaren ongetwijfeld toenemen, maar ook deze kwestie is in de verkiezingscampagnes geen onderwerp van debat. Uitgerekend eurocommissaris Bolke stein, die vorige week plotseling opdook in het campagneteam van de VVD, levert met zijn ambitieuze programma voor de «bevrijding» van de interne markt een belangrijke bijdrage aan de uitholling van onze nationale soevereiniteit. Dat streven is in strijd met de wens van de VVD om de nationale regie te behouden over zaken als migratie, arbeidswet geving en belastingen, maar geen van de andere lijsttrekkers spreekt Bolkestein of zijn partij daarop aan.

Het is niet vast te stellen of de opkomst van Pim Fortuyn oorzaak dan wel gevolg is van deze nationale navelfixatie, maar menig verkiezingsprogramma ademt de muffe geur van het buitenlandhoofdstuk uit zijn boek De puinhopen van acht jaar Paars. In het 44 pagina’s tellende «strategisch akkoord» van het kabinet-Balkenende was al minder dan één bladzijde gereserveerd voor de Europese samenwerking, terwijl defensie en de rest van het buitenland bij elkaar goed waren voor een halve pagina. Erger nog: geen van de regeringspartijen wilde het ministerschap van Buitenlandse Zaken of Defensie voor zijn rekening nemen. In geen enkel ander Europees land wordt defensie zozeer als een sluitpost beschouwd als in Nederland.

Als het zo doorgaat, treft Buitenlandse Zaken hetzelfde lot. Vroeg of laat komen we onszelf weer tegen in de enquêtebankjes, stomverbaasd dat de rest van de wereld niet wilde wachten tot wij onze files en wachtlijsten hadden weggewerkt.