Op naar het heilige land

In de Middeleeuwen trokken christenen naar het Heilige Land om Jeruzalem te bevrijden van de handlangers van de antichrist. Tot acht keer toe. Wat zeggen de kruistochten ons nu nog?

EEN JOURNALIST van De Groene Amsterdammer laat zich in een tijdmachine terugschieten naar 27 november 1095. Paus Urbanus(II roept te Clermont, Zuid-Frankrijk, de eerste kruistocht uit. De Byzantijnse keizer Alexius Comnenus(I heeft om hulp gevraagd in zijn strijd tegen de oprukkende Sjeldjoeken. Pelgrims worden gehinderd in de uitoefening van de rituelen in Jeruzalem. Jeruzalem moet bevrijd worden, deus hoc vult - God heeft het gewild. Wanneer de journalist van De Groene aan een boer vraagt waarom de kruistochten plaatsvinden, dan zegt hij: ‘Jongen, er is te weinig grond in dit stukje Europa van ons om de almaar groeiende bevolking te voeden. Eten, eten, eten, altijd maar eten. De mens moet bidden en sterven, maar eerst eten.’ De journalist stelt dezelfde vraag aan een voorbijkomende ridder. 'Dat verdomde erfrecht. Ik heb een oudere broer, hij erft alle grond, en laat mij zonder, nog geen graankorrel krijg ik. Er zijn meer benjamins zoals ik en nu zoeken we ons heil ergens anders, of het nu goedschiks (intrede in het klooster) of kwaadschiks (op plundertocht door Zuid-Frankrijk) is.’ En waarom nu naar het Heilige Land? Deus hoc vult, God heeft het gewild, en hij geeft het paard de sporen richting Levant. De paus heeft de godsvrede afgekondigd in bepaalde gebieden in Frankrijk om een eind te maken aan de strijd onder de rivaliserende ridders. De tocht geeft ze de kans om hun agressie af te koelen buiten de zone van de godsvrede. De kruistochten als reisje van de reclassering. Een geestelijke, aangehouden tussen Avignon en Marseille en ondervraagd: 'Het zijn onzekere tijden.’ De komst van de antichrist is voorspeld in de Openbaring van Johannes. Duizend jaar nadat Jezus Christus het ondermaanse heeft verlaten. En er zijn voortekenen die de strijd tussen de antichrist en de Heiland voorspellen. Dat is alfa, de rest is omega. In Jeruzalem wordt een keizer uit het Westen gekroond, die strijd voert tegen de antichrist. 'Jeruzalem is nu toch van de moslims? Dat zijn handlangers van de antichrist. Waar wachten we nog op? Koppen eraf bij dat satansgebroed, anders kan de Messias nooit komen. De genade van de Here Jezus zij met allen!’ Paus Urbanus II heeft heel andere motieven. De arrogante houding en de bijzondere positie van Byzantium en zijn kerk zit ten ’m niet lekker. Het schisma van 1054 moet gedicht worden, militaire hulp is een middel om dat doel te bereiken en zo toont hij de suprematie van de westerse kerk over die van het oosten. Pauselijke ambities, het apocalyptische angstvisioen en hongersnoden die Europa teisteren. Niet vreemd dat Europa op drift raakt. En de drift richt zich naar het Oosten. De Groene-journalist bindt zijn veters stevig vast. OP 15 JULI 1099 wordt Jeruzalem na vijf weken beleg ingenomen. Voor de Groene-journalist is dit de kruistocht van het bloed. De Arabische kronieken spreken van een bal massacre, de aanvallers staan tot hun knieën in het bloed, en sommige bloeddorstigen geven zich over aan kannibalisme. In twee dagen worden 40.000 Arabieren over de kling gejaagd. Ook dit heeft God gewild. Er zullen nog zeven kruistochten volgen. Alle zeven minder succesvol, alle zeven een stuk minder heroïsch dan deze. De tweede en de derde kruistocht, waar ridders uit de Lage Landen aan meedoen, eindigen in een fiasco. Jeruzalem wordt in 1187 weer heroverd door de Arabieren, die onder leiding staan van de Koerdische voorman Saladin (wie zei dat er geen Koerden in de geschiedenis zijn?). De gouden periode van het Arabische rijk is dan al grotendeels voorbij. De volgende eeuwen is het desintegratie en verval wat de klok slaat. De vierde kruistocht, in 1204, zal Jeruzalem nooit bereiken. De Groene-journalist gaat met de opnieuw en masse uitgerukte kruisvaarders aan boord van een boot die is geregeld door de sluwe doge van Venetië. Hij heeft beloofd ze over te brengen naar Palestina, maar dan moeten ze eerst een klusje voor hem opknappen. Alexius, de zoon van de afgezette keizer van Byzantium, heeft de hulp van de doge en de kruisvaarders nodig om de macht in Byzantium weer te winnen. Constantinopel moet heroverd worden op de rivaal van zijn vader, keizer Isaac Angelus. Deze expeditie slaagt, maar de keizer sterft een paar maanden later, waarop de ridders de stad nog maar een keer innemen, ditmaal om er zelf rijker van te worden. Beladen met zakken kostbare relieken en schatten keert men terug naar Europa. Jeruzalem wacht wel. De kruistocht van 1212 staat bekend als de kinderkruistocht. De kinderen, uit Noord-Frankrijk vertrokken, staan onder leiding van de herdersjongen Etienne. Aan iedereen vragen ze of ze al in Jeruzalem zijn aangekomen. In Marseille staan ze voor de Middellandse Zee, maar de zee splijt niet voor ze, zoals een andere zee deed voor Mozes. Geen nood, twee kooplieden zijn zo vriendelijk ze over te varen naar Alexandrië, waar ze voor een goede prijs op de slavenmarkt worden verkocht. Op weg zijn naar Jeruzalem, maar slaaf worden in Egypte. O, bijbelse wrangheid. Bijna driehonderd jaar aan propaganda, stille diplomatie, dynastieke jaloezie, dronkenschap, kannibalisme, manoeuvres op het schaakbord, banditisme en bigotterie, de weerzinwekkende fantasieën over de Ander, ridderverhalen, verzuipende koningen en doorgedraaide volkspredikers - dat zijn de kruistochten. Onze journalist likt zijn vingers blauw; dit is niet te filmen! De eerste belangstelling van Karen Armstrong voor het Midden-Oosten was van zuiver journalistieke aard. Het korreltje idee dat een boek werd, ontstond toen ze in 1983 in Jeruzalem was voor een documentaire van Channel 4 over het vroege christendom. De stad maakte indruk op de ex-non. Ze maakte ook kennis met het Arabisch-Israelische conflict en kwam tot de overtuiging dat de kruistochten een van de directe oorzaken van het huidige conflict in het Midden-Oosten zijn. Deze stelling onderbouwt ze in haar boek Heilige oorlog: De kruistochten en de wereld van vandaag door de drievoudige visie toe te passen. De kruistochten moeten vanuit het perspectief van de drie monotheïstische godsdiensten, jodendom, christendom en islam, worden bekeken omdat 'de grootste tragedies zich voordeden wanneer de ene traditie probeerde de andere twee uit te schakelen of wanneer twee tradities hun krachten bundelden en de derde traditie volkomen negeerden’. Je zou kunnen zeggen dat de drijfveer van de ex-non Armstrong een stichtelijke is, en haar uiteindelijke doel oecumene, vrede. Het is als de schone maagd die in een rivier van kernafval stapt. Precies uitleggen, aan de hand van een schat aan literatuur, hoe de vork in de steel zit en een voortdurend zoeken naar overeenkomsten tussen de drie monotheïstische godsdiensten, dat zijn haar zwembandjes. Bij het zwemexamen slaagt ze voor diploma A, B, en C. Heilige oorlog kwam bijna tien jaar terug in Engeland uit. Een beter tijdstip had Armstrong zich niet kunnen wensen. De Rushdie-affaire was afgekoeld, de Berlijnse Muur gevallen, daardoor de geopolitieke constellatie verschuivend van Oost-West naar Noord-Zuid, en de bokswedstrijd Irak versus Verenigde Staten in de Golf stond op het punt te beginnen. Nu, krap een decennium later, is er een Nederlandse vertaling van Heilige oorlog. De Verenigde Staten wonnen het potje boksen tegen Saddam Hoessein, hem verbannend naar de onderliga van het Midden-Oosten, waar hij sindsdien de knock-outs uitdeelt. De Oslo-akkoorden werden ondertekend. Rabin werd vermoord. Hamas blies in Jeruzalem bussen op. Benjamin Netanyahu kwam aan de macht door een gewapende vrede te beloven. Arafat ontwikkelde een trillende onderlip. Een voormalige aanvoerder van een doodseskader won de Israelische verkiezingen, Ehud Barak. Wat toen in Heilige oorlog actueel was, is nu alweer een lichtjaar oud. VOORDAT ARMSTRONG daadwerkelijk begint met de kruistochten moet ze eerst de geschiedenis van het jodendom, van de christelijke kerk en van de islam uitleggen. Dat zijn drie boeken op zich. De hoofdmoot gaat op aan de zeven kruistochten die er tussen 1095 en de dertiende eeuw zijn geweest. Dan is er een boek over de joden in Eu ropa tussen 1300 en 1945. Een boek over het ontstaan van het zionisme en hoe het zijn tante karakter kreeg. En het laatste boek is gewijd aan Israel en de Arabieren na de Tweede Wereldoorlog tot aan het eind van de jaren negentig. Bij de uitleg van het Palestijnse probleem citeert ze zo veel uit contemporaine poëzie dat je er ook nog een Palestijnse bloemlezing uit kunt destilleren. Heilige oorlog is uiteindelijk niet het boek van een journalist, maar de boeken van een ex-non die theologie en literatuur heeft gestudeerd en gefascineerd is geraakt door de verknoping van de drie wereldreligies. Godsdienstgeschiedenis is voor Armstrong vooral een psychologisch-historische aangelegenheid. Instituten en personen worden in haar handen kleine kinderen met allerlei onvervulde verlangens die op latere leeftijd tot complexen uitgroeien. Armstrong schrijft helder en duidelijk, de vertaling is goed. Er staat geen zin die niet door een kind begrepen zou kunnen worden. Het tempo waarin de gebeurtenissen en ontwikkelingen uitgelegd en van commentaar voorzien worden is iets te traag, iets te uitleggerig. Nergens wordt het tempo versneld, nergens wordt een onderwerp, persoon of thema boven de rest uitgetild. Doordat de auteur relatieve buitenstaander (ex-non, studie in theologie en literatuur, en Britse) en tegelijkertijd betrokkene is, is het boek uiteindelijk vlak als een Hollands landschap geworden. Armstrong voelt de hitte wel, maar past ervoor op haar handen te verbranden. De literatuurlijst is iets te conventioneel. Alle hoofdfiguren uit de kruistochten en het contemporaine Midden-Oosten passeren de revue en mogen op de historisch-psychologische snijtafel van Karen Armstrong plaatsnemen. De ex-non zorgt ervoor dat we de ziel te zien krijgen, maar de incisie zal nooit pijnlijk worden. Een overvloed aan hoofd en te weinig hart, of misschien is het de Britse distantie. Het verslag van een keurig onderzoek zonder peper en zout (de evenementen zijn al gepeperd genoeg, maar waar is het zout op de tong van de schrijver? ARMSTRONG HEEFT dan misschien niet de donder en bliksem in haar pen, ze kan schrijven over historische personages met meer heilig vuur in het lijf dan goed voor ze was. Wat te denken van Frederik II, de leider van de zevende kruistocht? De Groene-journalist zou de keizer van Duitsland en Sicilië (volgens Umberto Eco de meest interessante figuur van de Middeleeuwen) graag willen interviewen. Hij is de leider van de droge kruistocht - bij de vreedzame inname van Jeruzalem werd geen druppel bloed vergoten. Frederik II spreekt vloeiend Arabisch, praat met zijn Arabische schriftgeleerden - die op het eiland een tolerante rustplaats vonden voor hun onderzoek -, over Aristoteles en de onsterfelijkheid van de ziel. Hsij trok over het Europese vasteland in een bont gezelschap van Arabische dienstmeisjes (de roddel in die dagen was dat hij er een harem op nahield!), een olifant en giraffe. Dat kan geen christen zijn, dat is de antichrist! Om zijn gezicht te redden nadat hij door de paus is geëxcommuniceerd, trekt hij naar het Heilige Land om Jeruzalem te bevrijden. Deze ambitie is die van een doldrieste, ware het niet dat sultan al-Kamil van Egypte Frederik(II wel kan gebruiken in zijn machtspolitiek met zijn broer al Moe'azam, heerser over Jeruzalem en Damascus. Frederik II zou Jeruzalem krijgen, en Al-Malik had er een vriendschappelijk bufferstaatje bij. Maar Moe'azam stierf en de nieuwe machthebber, zijn jonge onervaren zoon al Nasir, zou ook zonder de hulp van Frederik(II een makkelijke prooi zijn. Sultan al Malik voelt zich echter gebonden aan zijn eerder gemaakte afspraak en sluit een verdrag met Frederik II, Jeruzalem wordt van Frederik II en de moeddzin mag vrijelijk de islamitische bewoners oproepen tot het gebed. WAT HEBBEN DE kruistochten uiteindelijk opgeleverd? Op die vraag geeft Armstrong geen antwoord. Volgens de Franse mediëvist LeGoff hebben ze meer gekost dan opgebracht. De enige vrucht die hij kan noemen is de abrikoos. Armstrong werd betoverd door Jeruzalem en keek niet naar dat andere deel van Europa, Iberië, waar een geheel andere kruistocht aan de gang was, met een veel grotere inzet en echt historische gevolgen: de Reconquista, de terugverovering van het Iberisch schiereiland door de christenen op de Moren. Deze strijd werd na achthonderd jaar grensconflicten en oorlog tussen christenen en Moren afgesloten met de verovering van het laatste kleine stukje Iberië, in Zuid-Oost Andalusië, de stad Granada. Columbus stond erbij en keek ernaar, om daarna weg te varen op de Santa Maria naar Indië - via een westelijke route. Zijn tweede ambitie was Jeruzalem veroveren. Dit werelddeel zou later onder leiding van Spaanse ridders veroverd worden en Latijns-Amerika gaan heten. De Nieuwe Wereld werd ingenomen door Spaanse ridders met dezelfde frontier-mentaliteit en religieuze devotie die in Spanje waren geëtaleerd. Uiteindelijk lijkt grond maar twee toestanden te kennen: van mij en nog niet van mij. Dit evenement, misschien wel hét evenement van de moderne tijd, laat Armstrong onbesproken, wat voor de rest niets afdoet aan een meesterlijk werk, Heilige oorlog: De kruistochten en de wereld van vandaag. Het Midden-Oosten van nu heeft te maken met een tekort aan water, met een tekort aan competente leiders, met een tekort aan realiteitsbesef, met een tekort aan wil tot vrede. Wat ze wel hebben is een teveel aan misbruikte geschiedenis. Pax Christi zou dit boek naar alle Midden-Oosten-politici moeten sturen. Nog even dit: de journalist van De Groene heeft dit boek in Istanboel, het vroegere Constantinopel, gelezen. Op bladzijde 6 van zijn paspoort der Koninkrijk der Nederlanden wordt een Turks visum geplakt, onder aan de pagina staat een tijdbalk waarin de vaderlandse geschiedenis wordt verteld. Zijn oog valt op de volgende tekst: 'Het christendom bracht inkeer en beweging. Alle bewoonde plaatsen kregen een kerk als rustpunt. Kloosters verrezen op eenzame plekken. Anderzijds boden bedevaarten en kruistochten naar verre streken de kans om godsdienstijver met reislust en avontuur te verenigen.’ Johan Huizinga zou zich in zijn graf hebben omgedraaid.