De fatale utopieën van Amerikaanse internetmiljardairs

Op naar Mars!

Internetmiljardairs als Google en Facebook zijn de zelfbenoemde wereldverbeteraars van deze tijd. Intussen draait het om macht, geld en ego’s en willen ze de staat ontmantelen. Waarom komen deze goden weg met hun hypocrisie en arrogantie?

Medium hh 57811336

Gaat ‘de staat’ ons helpen in de huidige crisistijden? Met het uitroepen van de noodtoestand, zoals in Frankrijk? Met preventieve hechtenis van verdachte terroristen? Met nog meer inbreuken op onze (digitale) privacy? Met nog meer politie en ook militairen op straat? En nog meer slagbomen in de horizontale stand? Dit is de tendens in Europa. Of gaan we ‘de staat’ afschaffen? En laten we het aan energieke, doelbewuste, ja ‘geniale’ ondernemers over om alle problemen met een paar fikse besluiten of acties op te lossen, zoals de Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump belooft?

Is hier sprake van de aloude dichotomie tussen Europees pessimisme en staatsdenken en Amerikaans optimisme en geloof in individueel kunnen? Europa is een oud continent. Een intussen ook nog incontinent continent, lek aan alle kanten. Tobbend met het heden, bang voor de toekomst en daarom verlangend naar het zogenaamd overzichtelijke en veilige verleden, naar die ‘verloren groepsgeest van de stam’, zoals filosoof Karl Popper het ooit formuleerde.

Er is al een boekenplank te vullen met de literaire dystopieën die de afgelopen paar jaar in Europa verschenen. Bestsellers werden het en soms werden ze ook bekroond. Menig boek gaat over de komende overheersing door de ‘fundamentalistische islam’. En anders wel over nakende burgeroorlogen, militaire machtsgrepen of de ondergang van de samenleving zoals we die nu kennen. In Frankrijk verschenen vorig jaar Soumission van Michel Houellebecq en 2084 van Boualem Sansal, waarin de islam zegeviert. In Groot-Brittannië zijn filosoof John Gray, psychiater Theodore Dalrymple en romanschrijver Martin Amis zeer pessimistisch over de overlevingskansen van de beschaving. In zijn laatste roman, The Zone of Interest (2014) over de holocaust, vergelijkt Amis het islamitisch fundamentalisme ronduit met het nazisme. In Duitsland zijn het naast de schrijver Botho Strauss vooral de filosofen Peter Sloterdijk en Rüdiger Safranski die de noodklok luiden over de noodlottige gevolgen van de wegvallende grenzen.

Over technologische ontwikkelingen en hun gevolgen hebben Europese schrijvers het nauwelijks. Daaraan wijdde de Amerikaanse schrijver Dave Eggers zijn roman The Circle (2013), waarmee hij op het hele complex van bedrijven doelde die zich aan internet en digitale communicatie wijden: Google, Facebook, Twitter, LinkedIn, you name it. Vergeleken bij de Europese nachtmerrieromans is The Circle een bescheiden zo niet vlakke dystopie, die daarom juist erg typerend is voor onze oppervlakkige maar hyperneurotische tijd van ‘like!’ en jezelf om de dag updaten. Eggers’ roman laat zien dat het pessimisme zoals dat in de Verenigde Staten in intellectuele kring heerste tussen 1940 en 1985 over de moderne ‘cultuurindustrie’ – zeg maar van de Frankfurter Schule tot Neil Postman (Amusing Ourselves to Death, 1985) – weer terug is van weggeweest. Wetenschappers als Sherry Turkle (Alone Together, 2011 en Reclaiming Conversation, 2015) en journalisten als Andrew Keen (The Internet Is Not the Answer, 2015) en Nicholas Carr (The Swallows: What the Internet Is Doing to Our Brain, 2011 en The Glass Cage: How Our Computers Are Changing Us, 2014) vullen met hun pessimisme over de digitale wereld intussen ook een boekenplank.

Op het oude continent richt het pessimisme zich, kortom, vooral op de sociale gevolgen van de massa-immigratie, de islam, het uiteenvallen van ‘Europa’ en het oprukkende nationalisme. De American Dream heeft altijd zijn eigen, vaak ook succesvolle critici gehad. Zowel in Europa als in de VS neemt de tendens naar radicaal denken en het bieden van radicale oplossingen al tijden hand over hand toe. Utopieën en dystopieën lopen hierbij in elkaar over. Het zijn de Amerikaanse internetmiljardairs, de nieuwe celebrities en goeroes van deze tijd, die hier een unieke nieuwe draai aan geven.

Sterker, we beleven nu de even opmerkelijke als duivelse follow-up van de ideologie van het eigenbelang. Namelijk eigenbelang vermomd als altruïsme. Ze pleiten voor de ontmanteling van de staat, voor vrijheid voor de (internet)ondernemer, maar níet ten behoeve van zichzelf – natuurlijk niet! we lopen toch op gympen! – maar ten behoeve van een betere wereld. Een wereld zonder ziekte en dood, zonder milieuvervuiling en zonder grenzen, niet voor de vluchtelingen en niet voor de mensheid als geheel. Want: we gaan drijvende kolonies vestigen in de oceanen en ook nederzettingen op Mars.

***

We hebben het hier over de opvolgers van de ‘Chicago Boys’, zoals de bekende neoliberale ideologen onder aanvoering van econoom Milton Freedman (1912-2006) werden genoemd. Zij bepleitten zoveel mogelijk vrije markt, in de postcommunistische landen in te voeren via een ‘shock therapy’, om het kapitalisme te laten groeien en bloeien. Eigenbelang was en moest de motor zijn van dit turbokapitalisme, dat werd gedragen door even drieste als geniale ondernemers.

Deze filosofie van het eigenbelang werd uitgedragen door de Russische émigré Ayn Rand (1905-1982), onder meer in haar romans The Fountainhead uit 1943 en Atlas Shrugged uit 1957, met hoofdpersoon John Galt als leider van de ondernemersopstand tegen de regels van de overheid en vakbonden. In zijn De utopie van de vrije markt (2010) beschrijft filosoof Hans Achterhuis Rand als de kwade genius van het door Thatcher en Reagan in gang gezette neoliberalisme, in de VS verder aangezwengeld door de man die van 1987 tot 2006 directeur was van de centrale bank, Alan Greenspan, adept van Ayn Rand. In 2008 brak de financiële crisis uit, die Greenspan voor onmogelijk had gehouden. De praktijk had zijn theorie gebroken, en ‘dat kon niet waar zijn’. Daarna waren de bankiers even stil, of lagen smekend om subsidie voor de deuren van het ministerie van Financiën.

De ‘Silicon Valley-Royalty’ gelooft dat alle zegen voor de mensheid moet komen van de hightech, die zij de mensheid schenken

De behoefte aan een kapitalistische utopie bleef. Maar het zijn nu niet langer de Chicago Boys of de financiële goeroes van de derivatenhandel die het voortouw nemen, maar de 21ste-eeuwse opvolgers van de negentiende-eeuwse olie-, staal-, en spoorbaronnen waarover Rand zo lyrisch schreef: de ‘Boys from the Valley’, de internetmiljardairs uit Silicon Valley. Zij hebben hun activiteiten al lang buiten de wereld van de bits en bytes uitgebreid: van de bewaking van de walvissen in de oceanen en de uitroeiing van ziekte en dood bij de mensen op aarde tot het reizen naar de buitenaardse kosmos. Cruciaal zijn de verschillen tussen de oude turbokapitalisten van Rand en Greenspan – die wilden zo veel mogelijk geld verdienen – en de nieuwe kapitalisten-op-gympen, Mark Zuckerberg, Elon Musk, Peter Thiel en anderen. Deze noemen zich geen kapitalisten, maar optimistische wereldverbeteraars met een ‘missie’.

De ‘Silicon Valley-Royalty’ gelooft dat alle zegen voor de mensheid moet komen van de hightech, die zij de mensheid schenken. En dat de overheid hierbij een hindernis is die zo veel mogelijk omzeild moet worden, zo niet in haar geheel moet worden verwijderd. ‘Democratie en kapitalisme zijn niet echt compatibel’, schreef PayPal-medeoprichter Peter Thiel (1967) in zijn boek Zero to One (2014). Multimiljardair Thiel stak op de Republikeinse Conventie in Cleveland de loftrompet over presidentskandidaat Trump. Dat deed hij als homoseksueel, wat uniek was op een conventie van de voorheen conservatieve ‘gezinspartij’. Ik zeg ‘voorheen’, omdat hij ook sprak als libertariër en hiermee bevestigde dat Trump zelf niet veel heeft met moreel conservatisme. Waar politieke geestverwanten als Ron Paul en zijn zoon Rand een zo klein mogelijke overheid willen, roept het opmerkelijke pleidooi van Thiel de vraag op of Trump niet nog verder wil gaan dan dat partijtje van onafhankelijke libertariërs, namelijk: de vernietiging van de overheid, zoals Ayn Rand het zou hebben gewild. Peter Thiel is ook een groot bewonderaar van Ayn Rand.

In de jaren zestig waren de hele VS nog één groot Silicon Valley. ‘In 1969 stonden we op de maan!’ En nu? ‘Nu is de regering kapot. Onze nucleaire bases lopen op diskettes, onze nieuwe gevechtsvliegtuigen kunnen niet eens in de regen vliegen’, aldus Thiel op de conventie. En in plaats van Mars te veroveren, zijn de VS het Midden-Oosten binnengetrokken. Het moment dat Thiel naar eigen zeggen zijn laatste restje vertrouwen in de overheid verloor was de financiële crisis van 2008. Zijn conclusie: dan ook maar dat financiële verkeer helemaal los van de overheid en de centrale bank gemaakt, via de digitale bitcoins, de follow-up van het betalingsverkeer via internet dat hij mede ontwierp. Dat zijn PayPal miljarden verdient aan het oude betalingsverkeer binnen ‘de oude economie’, dat zei hij er niet bij. En evenmin dat hij voor de zekerheid ook maar in het bestuur zit van de Bilderberg Conferentie in Davos, het old boys network van de gevestigde orde.

De financiële crisis van 2008 viel ongeveer samen met de definitieve doorbraak van de sociale media en verdere revolutionering van al het digitale. Zo is de vriendenkring rond Peter Thiel – de ‘PayPal Mafia’ genoemd – in enkele jaren uitgegroeid tot de nieuwe ‘Masters of the Universe’, met de bijbehorende radicale ideeën over de bestaande en de komende wereld. Elon Musk stichtte SpaceX en Tesla Motors, voor elektrische, zelfsturende auto’s. Reid Hoffman is medeoprichter van LinkedIn. De oprichters van digitale nieuwigheden als Yammer en Yelp behoren ook tot Thiels kring. En niet te vergeten de gesjeesde student Mark Zuckerberg, die hij in 2004 leerde kennen en die in 2006 Facebook oprichtte, met geld van Thiel die nu grootaandeelhouder en bestuurslid is.

Thiel zette ook het data-analysebedrijf Palantir op, voortgekomen uit een antifraudesysteem dat hij had opgezet voor PayPal. Naar verluidt speelde Palantir een cruciale rol bij de opsporing door de cia van Bin Laden, en helpt het nog altijd bij de bestrijding door de fbi van drugs en terreur. Het is een van zijn meest profijtelijke eigen firma’s. In een interview in 2014 zei Thiel dat je tegen terrorisme hightech-precisiesoftware nodig hebt, omdat alles wat lowtech is een enorme inbreuk maakt op de privacy – je half uitkleden op het vliegveld – maar nauwelijks waardevolle info oplevert. Dat gebeurde na 9/11. De nsa, ja de hele overheid noemt hij daarom disfunctioneel: ‘Het is meer de Keystone Cops dan Big Brother.’

Medium gettyimages 578664736

Het nieuwe, en omineuze, aan de combinatie Trump-Thiel is dat hier het keiharde narcisme en cynisme samensmelten met de pseudoreligieuze denkbeelden over mens en wereld van de hightechmiljardairs. Dit kan een verklaring zijn voor het opmerkelijke pessimisme dat Trump uitstraalde in zijn Acceptance Speech in Cleveland. Geparafraseerd: ‘We zitten aan de grond. China en alle landen verdienen aan onze handelsverdragen. Onze bruggen en viaducten storten in. Maar ik kan Amerika weer groot maken. Alleen ik kan dat, want ik ben een geslaagde ondernemer.’ Alleen de ondernemer kan de wereld nog redden.

***

Normaal gesproken worden pessimisme en optimisme keurig verdeeld over de twee continenten, met de Atlantische Oceaan als waterscheiding. Dat is nu niet langer het geval. En ook hier is Peter Thiel, geboren in Frankfurt, weer illustratief. Als jongeling was hij fanatiek schaker, fanatiek lezer van sciencefiction, en geobsedeerd door Tolkien (Palantir bijvoorbeeld is genoemd naar de ‘ziende stenen’ uit The Lord of the Rings). Als tegendraadse student op Stanford kreeg Thiel een hekel aan de politiek correcte studenten die in de culture wars voortdurend ‘Hey hey, ho ho, western culture got to go!’ riepen. Zo raakte hij bekend met het werk van de Franse romanist en godsdienstwetenschapper René Girard (1923-2015), die op Stanford doceerde.

‘Onze nucleaire bases lopen op diskettes, onze nieuwe gevechts­vliegtuigen kunnen niet eens in de regen vliegen’

Sinds hij vermogend is probeert Thiel met een Girard Foundation het gedachtegoed van zijn tweede held te verbreiden. Die filosofie heeft als kern de ‘mimetische begeerte’. Die komt hierop neer: ik heb geen eigen behoeften, daarom wil ik gewoon hebben wat jij hebt. De begeerte berust dus op afgunst en vergroot die afgunst. Behalve tot groeiende afgunst alom leidt die begeerte tot gebrek aan grondstoffen, tot competitie en tot agressie. Deze agressie wordt de mens alleen de baas als hij het gemeenschappelijke object van begeerte tot de eigenlijke stoorzender, tot zondebok verklaart en het als offer ombrengt. Op het moment van de offerande is het object zowel schuldig als ook heilig. Volgens Girard berust elke menselijke samenleving op dit mechanisme van gewelddadige uitsluiting. Maar pas Jezus, de zondebok die zichzelf opofferde, maakte het procédé duidelijk. Girard werd een orthodox katholiek. Thiel is belijdend protestants. Maar voor alle christenen is Jezus de hoofdfiguur.

Girards theorie is ten diepste pessimistisch. Hoe komt het dan dat zo’n student als Thiel die, als immigrant, zowel de bestaande Amerikaanse cultuur wil verdedigen tegen de radicaal-linkse studenten, als ook de uitdaging zoekt, bij Girard uitkomt? Volgens de Duitse journalist Adrian Daub komt dat doordat Girard het belang van de westerse canon benadrukte, maar deze ook radicaal anders interpreteerde. Deze ‘disruption’ sloeg aan bij Thiel. Sindsdien is de frase ‘disruptive technology’ – in feite een opvolger van Schumpeters typering van het kapitalisme als ‘creative destruction’ – net zo’n kapitalistisch cliché geworden als ‘Have a nice day!’

Girard zag in alle wereldliteratuur bewijs voor zijn stellingen. Ook dat universalisme sloeg bij Thiel aan, en bij de rest van Silicon Valley. Het werd bij hen obsessief. Elke nieuwe gadget, elke nieuwe app moet direct álles beter maken, de hele mensheid redden, het leven van ons allemáál veranderen. Voor minder doet men het niet. En waarom dan die ‘mimetische begeerte’ overgenomen, die toch afgunst als kurk heeft? Thiel c.s. beschouwen deze universele eigenschap enerzijds als stoorzender, die door de technologie en de vooruitgang kan worden geëlimineerd, anderzijds als een constante in het menselijke gedrag. En die constante kun je zakelijk uitbaten. Het is deze dubbelzinnigheid, die ook gewoon hypocrisie genoemd kan worden, die de internetmiljardairs tekent.

Die dubbelzinnigheid gaat zo: wij begrijpen de wereld, wij gaan de wereld verbeteren, maar tot de perfecte mens is geboren gaan wij lekker aan zijn afgunst onze miljarden verdienen. Die afgunst moet wel worden gekanaliseerd en zelfs beteugeld, door mensen zoals wij, met behulp van de vrije markt. Want de politiek is tot niets zinvols in staat: ‘Politiek is de inbreuk in het leven van een mens zonder diens toestemming.’

En net als zijn heldin Ayn Rand in haar romans ziet Thiel de ondernemer als de zondebok. Iedereen is afgunstig, iedereen behandelt hem als een god en offerlam ineen. Dat er tot dusverre nog niet één grote zondebok onder de internetmiljardairs is uitgekozen door de afgunstige mensen verklaart hij zo: er zijn er te veel van, men kan het nog niet eens worden of het Larry Page van Google, Mark Zuckerberg van Facebook, of een andere uitbater van de digitale handel moet worden. Maar dat die volkswoede en de roep ‘Kruisigt hem!’ zal komen, daaraan twijfelt hij niet.

In Atlas Shrugged ontwikkelt ondernemer Hank Rearden een superstaal. Daardoor voelen de regering, de concurrenten en de vakbonden zich bedreigd en gaan die hem dwarszitten. In The Fountainhead laat architect Howard Roark een van zijn gecreëerde gebouwen de lucht in vliegen omdat de opdrachtgevers het waagden van zijn visie af te wijken. Het collectief wil het genie vernietigen. De geniale vinding van Ayn Rand was om, in navolging van Nietzsche, de held/winnaar tot slachtoffer te verklaren, van politiek, media, vakbonden, van al die afgunstigen. Misschien dat Thiel zich daarom identificeert met die primitieve oermens Donald Trump, ook machtig maar voortdurend zondebok en slachtoffer van ‘de media’ of ‘de anderen’. Trump toonde zich op de Republikeinse Conventie niet alleen diep pessimistisch, maar ook intens cynisch in zijn belofte ‘to make America great again’. Menselijkheid? Nul. Sterker, de rest van de wereld kan per direct doodvallen.

***

Volgens de critici van de internetmiljardairs denkt men in Silicon Valley niet anders. Ze maken rücksichtslos gebruik van hun geld om macht uit te oefenen op ‘de politiek’. Dat de behandeling van hun eigen flexwerkers, pardon medewerkers, vaak neerkomt op middeleeuwse uitbuiting, zoals bij Amazon van Jeff Bezos, is alom bekend. Maar ja, hij heeft intussen wel The Washington Post gekocht, waarmee hij Donald Trump bestrijdt. Zo schraagt hij de uitspraak van de vroegere criticus in The New Yorker, A.J. Liebling (1904-1963): ‘The freedom of the press is only garanteed to those who own one.’

Met alle diepe respect voor de revolutionaire uitvindingen die ze hebben gedaan, en voor hun sublieme marketing van al hun producten, moet worden gezegd dat ook in Silicon Valley veel, zo niet alles dus draait om macht, geld en ego’s. In elk geval meer dan in de ‘heile Welt’ waar ze zo hun mond vol van hebben. Internetcriticus Evgeny Morozov (The Net Delusion, 2011, en To Save Everything, Click Here, 2013) laat niet na erop te wijzen dat de macht die dit handjevol hightechbedrijven bezit intussen bijna absoluut is. En door hun macht en geld worden ze niet alleen met rust gelaten door de politiek, maar ook door de media. De vijf grootste bedrijven in de VS zijn nu alle hightechbedrijven – Apple, Microsoft, Google, Cisco en Oracle. Ze bezitten samen ruim vijfhonderd miljard dollar, in contanten, een derde van de kapitaalreserve van álle Amerikaanse ondernemingen, de banken niet meegerekend.

‘Onze bruggen en viaducten storten in. Maar ik kan Amerika weer groot maken. Alleen ik kan dat, want ik ben een geslaagde ondernemer’

Deze bizarre bedragen komen ook door botte machtuitoefening, zoals het ontduiken van belastingen. Bijna geen bedrijf geeft zo veel geld uit voor lobbywerk als Google. Sinds Obama dankzij zijn grassroots campaign president werd, zijn Google-lobbyisten gemiddeld vaker dan eens per week op het Witte Huis geweest. Obama wordt, met zijn selfiestok, ook wel de president van de ‘Verenigde Staten van de Sociale Media’ genoemd.

Ook Peter Thiel zette rücksichtslos zijn geld in om zijn zin te krijgen, in de rechtszaal deze keer. Waarom? Omdat de website Gawker – een soort Amerikaanse GeenStijl – in 2007 had geschreven: ‘Peter Thiel, de slimste durfkapitalist van de wereld, is homo.’ Vorige maand riep hij op de Republikeinse Conventie uit: ‘Ik ben er trots op homo te zijn, Republikein te zijn, en boven alles ben ik er trots op Amerikaan te zijn.’ Maar in 2007 beschouwde hij dat als een inbreuk op zijn privacy en zette hij advocaten aan het werk om een vuiltje binnen Gawker te vinden. Die vonden dat na jaren zoeken in de vorm van negentig seconden heimelijke seksopnamen van oud-worstelaar Hulk Hogan die Gawker in 2012 op zijn site zette. Hogan begon een proces, Thiel betaalde de ruim tien miljoen dollar advocatenkosten. Met succes. Afgelopen lente wees de rechter aan Hogan in totaal 140 miljoen dollar schadevergoeding toe. Het mediabedrijf waar Gawker onderdeel van is, is hierdoor failliet gegaan. Op de kritiek van andere media dat Thiel met al zijn geld de persvrijheid bedreigt, antwoordde hij dat hij niet met wraak maar met filantropie bezig was geweest. Want Gawker was ‘geen ware journalistiek’. En híj was het die hier het slachtoffer van was geworden.

De hypocrisie is grenzeloos. ‘Als je wat te verbergen hebt, moet je dat misschien niet doen’, zegt Google-baas Eric Schmidt, geheel in stijl met de slogan ‘Privacy is diefstal’ die Eggers zo mooi munt in The Circle. Zelf woont Schmidt geheel afgeschermd van alles en iedereen. Facebook-Zuckerberg bepleit ook totale transparantie en openheid, maar kocht behalve zijn nieuwe huis ook alle aanpalende huizen en hun grond op, om zo veel mogelijk privacy te hebben. Over de bazen van Airbnb en Uber bestaan dezelfde verhalen. Google heeft het ‘vergeetrecht’ altijd bestreden, maar al deze goden van Silicon Valley hebben zichzelf onbenaderbaar gemaakt.

Waarom komen deze goden weg met al hun hypocrisie, arrogantie en dus ook nog wraakzucht? Dat is eigenlijk verbazingwekkend makkelijk te verklaren. De relatie tussen de oude media en Silicon Valley, Apple en Google voorop, is die van de maffia met de middenstand: ‘bescherming tegen betaling’, nu in de vorm van de reclame-inkomsten, en de noodzaak voor de gedrukte media om ongeveer gratis (zelf wel betaalde) tablets weg te geven om nieuwe abonnees te verkrijgen.

Het geniale van de Silicon Valley-miljardairs is dat ze de mensen zo ver hebben gekregen in hun apolitieke technocratische sciencefiction te geloven, waardoor ze zich met hun iPhone, iPad, iCar en de hele digitale rataplan zélf de Master of the Universe kunnen wanen, in miniatuur weliswaar, maar toch. Daarom geloven ze alle nieuwe beloften. Elon Musk wil niet alleen naar Mars, hij wil ook wolkenkrabbers van vierduizend meter hoog bouwen, van planten deze keer, en steden op de bodem van de oceaan. Thiel heeft iets met ziekte en dood. Een pil tegen dementie? Morgen. Een pil tegen veroudering? Volgende week. Onsterfelijkheid? Niet snel daarna. ‘De eerste mens die duizend jaar oud zal worden is al geboren’, aldus Thiel, ‘want ik ben in beginsel tegen de dood.’

De mediamiljardairs leiden aan een pseudo-religieus geloof in zichzelf en in de technocratie; ze zijn redders van de wereld en grootheidswaanzinnigen ineen. Optimisme is goed, zelfverzekerdheid ook. Het ontbreekt Europa aan beide, en ook aan de honger naar iets nieuws. De tijden van Jules Verne en Gustave Eiffel, die in 1889 het hoogste bouwwerk ter wereld bouwde, lijken voorbij. In de plaats ervan is er de inmiddels bijna dagelijkse rouwdienst om vermoorde mensen, en een diepe droefenis. Het alternatief dat Silicon Valley biedt is minder negatief, maar zeker ook radicaler en potentieel gevaarlijker dan de politieke gematigdheid waar de geplaagde Europese regeringen in deze bange en boze dagen aan proberen vast te houden.

Omdat in Amerika de Republikeinen én de Democraten weten dat Silicon Valley en Hollywood de grootste inkomstenbronnen zijn, en omdat zij weten dat zij zonder media de verkiezingen niet kunnen winnen, blijven de monopoliepraktijken van de ‘Big Five’ geheel onbesproken. Zij weten ook dat de kiezers zich aan de ‘nieuwe media’ hebben overgeleverd, en alleen tegen de oude mainstream-media willen protesteren. Daarom richt de alom groeiende woede – die in het Westen door de smartphone al is veranderd in verbale burgeroorlogen – zich niet op de nieuwe feodale vorsten van deze digitale wereld. De woede richt zich in Europa en in Amerika nog altijd op ‘de banken’, op ‘Wall Street’ en op ‘het establishment’. Daar heeft de Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton meer last van dan de reality-showfiguur ‘Sylvio’ Trump. Met miljardairs als Thiel c.s. presenteert miljardair Trump zich immers als anti-establishment.

Uit Silicon Valley mogen dan wel elke dag hemelbestormende plannen en projecten komen om een andere, nieuwere wereld te creëren, op de zeebodem of op Mars. Waar ze als het graf over zwijgen is hoe al die apolitieke technologie kan en zal bijdragen aan een betere, vreedzamer, rechtvaardiger en harmonieuzer samenleving. Deze nalatigheid moet de kern zijn van het J’accuse aan het adres van al die zelfbenoemde goden.


Henri Beunders is hoogleraar ontwikkelingen in de publieke opinie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Beeld: (1) Op de laatste dag van de Republikeinse Conventie, in Cleveland, spreekt Silicon Valley- miljardair en Trump- aanhanger Peter Thiel: ‘Ik ben er trots op homo te zijn, Republikein te zijn, en boven alles ben ik er trots op Amerikaan te zijn’ (Doug Mills / The New York Times / HH) ; (2) Quicken Loans Arena, Cleveland Ohio, 21 juni.De laatste dag van de Republikeinse Conventie. Donald Trump met zijn zoon Barron en zijn vrouw Melania (Chip Somodevilla / Getty Images)