Hoofdcommentaar

Op naar Pakistan

DE AFGELOPEN WEKEN beheerste Afghanistan het buitenlandnieuws. Eerst ging het over de voortzetting van de Uruzgan-missie. De ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie wilden wel, en dat lieten ze merken ook. Maar het parlement wilde niet, regeringspartijen PVDA en ChristenUnie incluis. Er werden moties aangenomen die aan duidelijkheid niets te wensen overlieten: na december 2010 is het afgelopen met zware militaire operaties in Afghanistan door de Nederlandse krijgsmacht. Vervolgens was er de uitslag van de Afghaanse verkiezingen. Door fraude vervielen zoveel van president Hamid Karzai’s stemmen dat een tweede ronde noodzakelijk is. Die moet reeds plaatsvinden op 7 november – een ongehoorde opgave in het kapotgevochten land.
Logisch, al dat Afghanistan-nieuws. Nederland heeft er zo’n tweeduizend troepen. Maar wie de kleinere berichtjes over Pakistan bleef lezen, kon zich afvragen of we wel de juiste oorlog voeren. Het tribale grensgebied met Afghanistan is al sinds het begin van hun wederopstanding in 2003 het centrum voor command & control, bevoorrading, training en rekrutering van de Taliban. Lang ontkende de Pakistaanse regering het misbruik van haar grondgebied. Zij meende dat de oorlog in Afghanistan haar wel goed uitkwam. Dat was een faliekante misrekening, want het Taliban-virus sloeg over en nu vechten zij ook in Pakistan. Islamabad probeerde hen eronder te krijgen met grote offensieven die miljoenen mensen op de vlucht joegen. Steeds keerden de Taliban terug. En steeds klaagde de bevolking: waar blijft de wederopbouw? In de Swatvallei is die er drie maanden na de offensieven nog steeds niet.
Onlangs begon het Pakistaanse leger een omvangrijke operatie om Zuid-Waziristan, zenuwcentrum van de Taliban, onder controle te krijgen. Ook dat dreigt te mislukken. Het gebied is in de as gelegd, er zijn meer dan honderdduizend vluchtelingen. Waziristan is nog veel ongeregelder dan de Swatvallei: hoe moet wederopbouwgeld de bevolking ooit bereiken?
Militaire operaties hebben geen nut als de politieke en economische oorzaken van de bevolkingssteun aan de Taliban niet worden weggenomen. Dat betekent grondige hervormingen van bestuur, grondbezit, economie en onderwijs. President Obama biedt Pakistan daartoe zo’n twee miljard dollar hulp: een schijntje vergeleken bij de 65 miljard dollar die Amerikaanse troepen in Afghanistan alleen al dit jaar opsouperen. Bovendien komt een groot deel van het hulpgeld niet goed terecht, stelde de International Crisis Group deze week.
Déjà vu – zo gaat het al acht jaar in buurland Afghanistan. De ervaring daar leert dat alleen het sturen van westerse troepen de zaak nog hopelozer kan maken. Maar bij Defensie in de Verenigde Staten werken nu eenmaal twee miljoen mensen tegen zevenduizend bij Buitenlandse Zaken, verantwoordelijk voor wederopbouw, dus ligt militarisering voor de hand. Met hulp van Den Haag? Wie weet. De krijgsmacht moet op zoek naar nieuwe inzetmogelijkheden, en Pakistan werd niet genoemd in de moties van de Tweede Kamer.