Het grootste wonder op aarde

Op reis door de mens

In CORPUS ga je bij de knie naar binnen en vervolgens leg je een adembenemende reis af door het menselijk lichaam. Je ziet celdeling, hoort de spijsvertering. En kijk, daar gaat een spermatozoïde!

In de longen waait het. In de darmen klinkt een diep gerommel als er een broodje kaas wordt verteerd. De mond ruikt naar tandpasta en je wandelt er zo over de zachte, deinende tong. In corpus in Oegstgeest is voorlichting over het lichaam zo tastbaar als het maar kan. ‘Museum’ is dan ook eigenlijk een te statisch woord. Bij corpus spreken ze liever van een experience, een belevingscentrum waar je kunt zien, horen, ruiken en voelen hoe het lichaam werkt. Het is educatie met een heel duidelijke toon. De bezoeker krijgt te zien hoe wonderlijk mooi het menselijk lichaam is, in de hoop dat hij zijn eigen exemplaar na bezoek nog wat meer zal koesteren.

In alle facetten van corpus komt die schoonheid van het lichaam terug. Het begint bij de imposante façade. Op de vlakbij gelegen snelweg A44 razen de auto’s voorbij, terwijl de wind vrij spel heeft boven de weilanden rond het museum. Als uit het niets staat daar ineens het gigantische gebouw van corpus. Of liever: daar zit het. In de vorm van een 35 meter hoge, roestkleurige mens kijkt het onverstoorbaar uit over de omgeving, terwijl er achter die gevel groepen bezoekers in de ingewanden rondwaren.

Ook van binnen is corpus mooi. Het is donker in het lichaam. Het gedempte licht heeft een roze gloed en de ruimtes zijn rond en vol nissen, spleten en doorgangen. Zo nu en dan wordt er iets uitgelicht, zijn er projecties op de muren of begint er plotseling iets te bewegen. Direct in de knie – waar je als bezoeker het lichaam binnentreedt – begint het spektakel. Een enorme splinter schiet door de huid naar binnen, waarna met lichteffecten zichtbaar wordt gemaakt hoe het bloed op de indringer reageert. Een leger witte bloedcellen gaat de bacteriën te lijf, terwijl de bloedplaatjes het wondje dichten. ‘Die gaan er met z’n allen voor liggen’, klinkt het door de koptelefoon. En dan verschijnt het resultaat: een korstje. Waar in musea over het lichaam nogal eens een foetus of een vergroeide ledemaat op sterk water staat, functioneert het lichaam in corpus precies zoals het hoort te doen als het gezond is. Op reis van de knie naar de hersenen zul je nooit tumoren tegenkomen, geen ontstekingen, en ook geen aangeboren afwijkingen. Het draait om verwondering, om schoonheid. Processen die zich normaal onbewust voltrekken, spelen zich nu ineens voor je ogen af. Celdeling, spijsvertering, de bloedsomloop, de werking van de alvleesklier, allemaal zijn ze op een flitsende manier in beeld gebracht. Als een sprookje, maar dan in de wetenschap dat ieder van ons zo’n corpus is en heeft.

Zo is er een eicelbevruchting, die wel wat weg heeft van een sprintwedstrijd. Kinderen rennen langs de baarmoederwanden om in de projecties aan te wijzen welke voorbij zwemmende spermacel volgens hen de snelste zal zijn. ‘Die gaat winnen!’ roepen ze, ‘nee, die!’ En als er uiteindelijk een ‘winnaar’ is en de eicelwand zich sluit, klinkt het commentaar: ‘Game over voor de rest.’ Dan is er een baby gemaakt, en gaat de tocht al weer verder naar een nieuw avontuur: de bloedsomloop. Vanuit het hart wordt een rode bloedcel het lichaam in gelanceerd, als een balletje in een flipperkast. Met 3D-brillen op, en op stoelen die wat schokkerig met de bewegingen van de cel mee schudden, wordt de bezoeker meegevoerd op een achtbaanrit door de aderen.

‘Natuurlijk worden de dingen in corpus wat vereenvoudigd weergegeven’, zegt Gert-Jan van Ommen, hoogleraar humane genetica aan de Universiteit Leiden. ‘Zolang dat op een wetenschappelijk verantwoorde manier gebeurt, is het niet erg. Als je als wetenschapper iets mee wil geven aan de bezoeker moet je denken vanuit het publiek. Wat willen die mensen horen? Als je je daarin kunt verplaatsen, kun je heel veel overbrengen. Als ik in corpus ben, kijk ik niet naar wat er versimpeld is, maar dan loop ik in amechtige bewondering door het gebouw. Het is zo mooi. Toen ik voor het eerst over de plannen hoorde, vond ik het al fantastisch. Moet je je voorstellen dat je met het vliegtuig uit Engeland komt, zo midden april, en dat je tussen al die bloembollenvelden ineens zo’n prachtige Niki de Saint Phalle-achtige pop ziet verschijnen.’

Wat in corpus te zien is, moet mooi zijn, maar moet medisch ook kloppen. Om het geheel een stevige en betrouwbare basis te geven, werd een medische adviesraad gevormd, met daarin hoogleraren en onderzoekers uit uiteenlopende specialismen. Die raad bedacht hoe het museum het best vorm kon krijgen en controleerde de ontwerpen op correctheid. Van Ommen en collega Annette Vriends (lumc) raakten bij corpus en de adviesraad betrokken toen een deel van de plannen voor het museum al was uitgewerkt. Voor de genetica was in die opzet nog geen plek.

‘Als je zo’n museum neerzet’, zegt Vriends, ‘waar je mensen iets wil leren over ziekte en gezondheid, en er is niets over de genetica, dan mis je wel iets. Er zijn in deze tijd zo veel ontwikkelingen op het gebied van de genetica die heel direct van belang zijn voor de gezondheid van mensen.’ Van Ommen vult aan: ‘Die benen, buik en hersenen zijn allemaal heel erg mooi. Van al die mooie dingen in het lichaam vormt de genetica de horizon. Het was wel lastig om die horizon in één plaatje te laten zien. Een gen is geen kloppend hart, geen grote tand met tandplak waar je langs kunt lopen en je hand op kunt leggen.’ Daar kwam bij dat ziekte geen uitgangspunt mocht zijn om iets over genetica te vertellen. Darmkanker, reuma, astma: allemaal zouden ze heel concreet iets kunnen zeggen over erfelijkheid en de werking van onze genen, maar dat paste niet in het positieve corpus-concept, waarin het juist om het gezonde lichaam draait.

Uiteindelijk viel de keuze op een grote wandposter die de werking van de genen met een metafoor kon uitwerken. ‘De mens blijkt evenveel genen te hebben als de aardappel’, legt Vriends uit. ‘Veel mensen zijn geneigd te denken dat alles al vastligt in het dna, dat je een gen hebt dat bepaalt hoe lang je wordt, en of je blauwe of bruine ogen hebt. Het zit veel ingewikkelder in elkaar dan dat. Het dna bestaat uit bouwstenen en een bouwplan. Achter de genen zit een systeem dat bepaalt wat voor resultaat een bepaald gen levert. Als twee organismen grotendeels dezelfde genen hebben, zoals de mens en de aardappel, betekent dat dus nog niet dat ze hetzelfde functioneren. Dat hebben we op die poster zichtbaar willen maken.’

Het wandtapijt is nog maar een aanzet, benadrukken Van Ommen en Vriends. De ontwikkelingen in de genetica gaan zo snel dat het er nu al weer anders uit zou kunnen zien. En er zijn nog veel meer ideeën. Van Ommen: ‘Ik zou heel graag een wenteltrap naar beneden maken, van perspex, met daarin de base-paren van het dna en de wenteltrap als dna-spiraal. Dan kun je laten zien dat die basen echt als een stapel boterhammen op elkaar liggen in je dna, steeds een heel klein beetje gedraaid. Je zou zelfs nog een moeilijke trede kunnen maken, en daarbij zeggen: dit is een mutatie.’

Wie beter weet hoe het lichaam werkt, zal er ook beter voor zorgen, is de veronderstelling. Na de enerverende weg omhoog volgt een heel andere weg terug naar de knieholtes. Waar de heenweg vooral een echte experience is, is de terugweg voorbehouden aan informatie van de founding fathers, de geldschieters van het museum. corpus bestaat zonder subsidie en is afhankelijk van de steun van zorgvuldig geselecteerde organisaties, bedrijven en universiteiten. In ruil daarvoor mogen die een deel van corpus inrichten met een kleine tentoonstelling, vaak met computers of toestellen waarop je kunt testen hoeveel je weet, hoe sterk je bent of hoe snel je reageert. Een slot openmaken met een visuele handicap, dat blijkt nog niet mee te vallen. Fietsen met rokerslongen valt ook tegen. Zo geeft een groot aantal geldschieters tips om dat wonderlijke lichaam in vorm te houden.

‘Het gaat in corpus niet om ziekte’, zegt Vriends, ‘maar om gezondheid. Dat past heel mooi in deze tijd. In therapie komt de nadruk ook steeds meer te liggen op preventie van ziekte in plaats van op bestrijding ervan. Wat wij de bezoekers van corpus over de genetica willen meegeven, is dat een genetisch verhoogd risico niet betekent dat daar niets meer aan te doen is. Als iemand op basis van erfelijke factoren een grotere kans heeft op hart- en vaatziekten, dan is het des te belangrijker dat je daar rekening mee houdt in je leefstijl. Zo kun je er wél iets aan doen om het risico zo laag mogelijk te houden. Dat vind ik een heel belangrijke boodschap. Als je weet waar je risico’s liggen, weet je ook hoe je daar iets aan kunt doen.’

Bij het verlaten van de reis door de mens, wordt het nog eens benadrukt: ‘Het lichaam is het grootste wonder op aarde.’ Dat het in ieder geval fascinerend in elkaar zit, moet de bezoeker wel toegeven, zeker na het bezoek aan de hersenen, waar het verschil tussen kijken en zien wordt verbeeld. En zeker ook na de reis omlaag, die bol staat van de wetenswaardigheden. Wie wist er al dat de tong de sterkste spier in het menselijk lichaam is? Of dat het lichaam tijdens het slapen meer calorieën verbrandt dan tijdens het tv-kijken? Vriends: ‘Als je bedenkt hoe de mens is ontstaan en hoe hij functioneert, met alle emoties en in relaties tot andere mensen en de omgeving, dan vind ik vooral de mens als geheel erg bijzonder. Maar ja, als het lichaam niet functioneert, houdt de rest ook op, hè.’


www.corpusexperience.nl