Wisselcolumn

Op solidariteitsreis naar Israël

Teruggekeerd van een vijfdaagse solidariteitsreis naar Israël kregen we alom lof voor onze «durf» om naar Israël te gaan. Gegeneerd namen we die loftuitingen in ontvangst. Gegeneerd omdat er niets flinks aan was. Israëliërs leven dagelijks in omstandigheden die ons ministerie van Buitenlandse Zaken hebben doen besluiten een negatief reisadvies voor Israël af te geven. Donderdagavond, onze eerste avond, werd ons door de directie van het hotel geadviseerd niet zomaar naar de Klaagmuur te lopen. Anderhalf jaar geleden had ik drie dagen lang dagelijks die historische wandeling gemaakt met een ter plaatse slechts af en toe herkende ex-topvoetballer. Dat waren voor ons beiden historische dagen. Sinds 1967, na de verovering van de oude stad Jeruzalem door Israël op Jordanië, kunnen christenen, moslims en joden hun godsdienst naast elkaar belijden. Niet dat ik religieus ben, maar het blijft iets moois en iets wat weleens wordt vergeten in alles wat Israël wordt verweten.

Dat ik deze keer niet door de oude stad wandelde, leek me logisch na alle adviezen die ik vooraf van vrienden en familie in veilig Nederland had gekregen. Adviezen in de trant van: goed dat je gaat, maar doe in godsnaam voorzichtig. Maar wat is voorzichtig? Vrijdagavond is uitgaansavond in Tel Aviv. rtl-correspondent in Israël Connie Mus en de nieuwe ambtenaar op de Nederlandse ambassade, Kempeniers, vroegen ons of we zin hadden om nog iets te gaan drinken. We twijfelden. «Wij gaan wel», zeiden Connie en Kempeniers. «Jullie hebben gelijk», zeiden wij, «als duizenden Israëli’s de straat op gaan, wie zijn wij dan dat we in het hotel moeten blijven?» Maar daarmee verrichtten we geen heldendaad. We deden niet méér dan deelnemen aan het dagelijks leven. Dat was ook het hoofd motief van de deelnemers aan de reis: steun betuigen aan de bevolking van Israël en juist niet aan links of rechts, Barak of Sharon, Peres of Arafat. We wilden op heel bescheiden wijze tonen dat we hoe dan ook een band hebben met Israël en ons daarnaast uitgebreid laten voorlichten en inlichten.

De derde dag, de vrije sabbat, werd ik opgehaald door familie uit Rishon le Zion. Na verplicht bezoek aan de kleinkinderen met maar één achterliggende gedachte — precies: de gedachte van je weet maar nooit — kwamen we bij hen thuis te praten over de huidige situatie. Chaim en Judith zijn vrij duidelijk: «We hebben niets te zoeken in de bezette gebieden. Wat doen we in de Gaza?» Weer herinnerden ze me aan de demografische structuur van de nederzettingen. Dat zijn geen Israëliërs van oudsher zoals zij, maar joden uit Amerika en Frankrijk die de laatste jaren naar Israël zijn gekomen. Als Lior, de oudste zoon, op herhaling moet, kan hij weer een maand die «Verschwartzten» bewaken, zoals ze in Rishon de bewoners van nederzettingen betitelen. «En dan hebben we hier thuis geen seconde rust.» En toen kwamen ze met een angstaanjagende confidentie. «Als we de Palestijnen niet meer als tegenstander hebben, treffen we een veel grotere tegenstander: de bewoners van de nederzettingen.» Ook al is dat beeld gechargeerd, een groot deel van de geseculariseerde Israëliërs ziet in de bewoners van nederzettingen een bedreiging van de toekomst van Israël. Of, zoals een van de sprekers tijdens onze vijfdaagse reis het verwoordde: «Tweehonderdduizend mensen houden vierenhalf miljoen anderen in gijzeling.»

Ik kan het niet vaak genoeg benadrukken: verreweg de meeste Israëliërs willen vrede in ruil voor land. Met hier en daar enige logische correcties zijn de grenzen van 1967 en de akkoorden van Oslo het uitgangspunt. Ook schamen velen zich voor de omstandigheden waarin de Palestijnen verkeren. Maar ze willen ook leven zonder het risico dat ze na een mogelijke verslapping de zee in worden gedreven. Zij leven in dat dilemma. En wij oordelen over dit dilemma.

Ook na de reis ben ik nog geen deskundige, slechts een emotioneel betrokkene, zoals Ramsey Nasr, die begin dit jaar gast was in ons tv-programma. We deelden onze zorg om onze familie aldaar, hij om zijn Palestijnse, ik om mijn Israëlische.

Natuurlijk was er ook kritiek op de solidariteitsreis van negentien redelijk willekeurige joden. In het Nieuw Israëlietisch Weekblad (niw) schrijft Maarten Jan Hijmans, wél een deskundige, dat «de joodse leiders de hand gingen drukken van ministers van de slechtste en meest onverantwoorde regering die Israël ooit heeft gehad». «Ministers» was één minister, Shimon Peres van Buitenlandse Zaken. Peres wilde ons ontvangen. Journalist Hijmans verwijt ons dat wij in discussie gingen met en vragen stelden aan de minister van Buitenlandse Zaken en dat wij onze kritiek en onze zorgen over de huidige situatie uitten. Als ik het goed begrijp, wordt het mij als journalist — en met mij de verzekeringsdeskundige, de schoenenhandelaar, de directeur van een warenhuis en de vijftien anderen — kwalijk genomen dat wij een dialoog zijn aangegaan met een minister.

Volgens mijn collega wordt zo'n dialoog opgevat als steunbetuiging aan het huidige beleid. En in één moeite door weet de deskundige dat we het inzetten van tanks en helikopters tegen burgerbevolkingen en het wegbulldozeren van boomgaarden en huizen ook meteen steunen. Interessante gedachte.

Zaterdagavond bezocht ik als supporter van Oranje Ierland-Nederland. Woensdagavond zat ik als interviewer na Nederland-Estland tegenover Louis van Gaal. Ben ik na mijn privé-reis naar Dublin nu medeverantwoordelijk voor het beleid en de resultaten van Van Gaal omdat ik hem interviewde?