Duitsland is nerveus

Op weg naar een coalitie

Duitsland verkeert in een nerveuze situatie. Want hoe regeer je een land waarin de kiezers geen duidelijk mandaat hebben afgegeven? Er zijn vele opties. «De vraag is hoe graag de partijen willen. Standpunten zijn ook in Duitsland rekbaar.»

Als hij zijn geld erom zou moeten verwedden, had hij een probleem. Willem Melching, historicus aan de Universiteit van Amsterdam en Duitsland-kenner, twijfelt: «Er zijn drie serieuze opties. Jamaica-coalitie, grote coalitie en nieuwe verkiezingen, al wordt die laatste optie door bijna iedereen hardnekkig genegeerd. Maar het kan, als alle onderhandelingen stuklopen en er geen brede overeenstemming bestaat over wie de bondskanselier moet worden.»

Het hele kleurenpalet ligt open, voor het eerst in Duitslands naoorlogse geschiedenis. De Jamaica-coalitie is een combinatie van zwart (CDU/ CSU), geel (FDP) en groen (De Groenen), de kleuren van de Jamaicaanse vlag. Er wordt gerept van een Ampel-coalitie, het Duitse stoplicht, tussen SPD, FDP en Groenen. Rood-rood-groen (Linke/PDS, SPD, Groenen) is ondenkbaar omdat alle partijen de ex-communisten hebben uitgesloten. «In die partij zitten oud-Stasi-boeven», zegt Melching. Het verleden verblijft in Duitsland vlak onder het oppervlak. Waar het de grote coalitie betreft – de SPD met de CDU/CSU – worden dan ook geen kleuren gebezigd. Zwart-rood was Hitlers combinatie.

Melching: «Het probleem is dat de Duitsers gewend zijn aan een cultuur met twee grote volkspartijen die tussen de veertig en vijftig procent van de stemmen krijgen. Er was steeds één grote partij die regeerde met een kleintje. Dat was doorgaans de FDP. Die deed meestal mee met de CDU/CSU en soms met de SPD. Maar de volkspartijen zijn de laatste jaren aanzienlijk geslonken in aanhang. Er zijn nu drie kleinere partijen – De Groenen, FDP en die Linke/PDS – die samen meer dan 27 procent van de stemmen hebben gekregen. Dat maakt voortgaan in het oude, vertrouwde systeem onmogelijk. In dat systeem was de tactiek om tijdens de verkiezingsstrijd de tegenstander zwart te maken en uit te schakelen. Echte coalities met een gelijkwaardige samenwerking waren immers niet nodig. Maar dat werkt niet meer. Duitsland maakt nu de transformatie door naar een echte coalitiecultuur. Dat is even wennen.»

De enige die alle opties tot nog toe heeft opengehouden is Joschka Fischer van De Groenen. Hij is bereid te praten met Angela Merkels CDU/CSU. Een van de grootste struikelblokken op het pad tussen FDP en Groenen is het energiestandpunt van beide partijen. De Groenen kunnen niet akkoord gaan met het handhaven van kernenergie, terwijl de liberalen die als een belangrijke verworvenheid beschouwen. Daags na de verkiezingen ontstond al reuring bij De Groenen. «We kunnen het niet aan onze achterban verkopen dat we het neoliberale marktdenken van Merkel en de FDP de regering binnen halen door ons als achterdeur te laten gebruiken», sprak een Groenen-partijprominent. Toch verwacht Melching dat eventuele gesprekken tussen de zwart-geel-groene partijen serieus zullen zijn: «De vraag is hoe graag ze willen. Standpunten zijn ook in Duitsland rekbaar.»

De optie van het uitschrijven van nieuwe verkiezingen klinkt absurd, maar is dat allerminst. In de grondwet is een machtsbalans ingebouwd tussen de president en het parlement. De president draagt de kanselier voor. Die moet bij stemming worden goedgekeurd door de Bondsdag. Als drie stemmingen nog geen doorslag geven, kan de president besluiten het parlement te ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Als zowel Gerhard Schröder als Angela Merkel het kanselierschap blijft opeisen, is die optie allerminst van tafel. Dat is hij evenmin nu het ernaar uitziet dat de meest reële mogelijkheid een grote coalitie is: het samengaan van de SPD en CDU/CSU, juist de partijen die door beide would be-kanseliers worden aangevoerd.

Op beiden is veel kritiek. Schröder heeft het weliswaar beter gedaan dan verwacht, toch is de SPD relatief gezien de verliezer van deze verkiezingen. Voor de nerveuze situatie waarin Duitsland nu verkeert – hoe regeer je een land waarin de kiezers geen duidelijk mandaat hebben afgegeven – is Schröder verantwoordelijk. Hij dwong een vertrouwensstemming af en liet zijn regeringscoalitie naar huis sturen door het parlement, waarna verkiezingen noodzakelijk werden. Zijn doel was een duidelijk mandaat te krijgen van zijn achterban om door te gaan met de pijnlijke hervormingen van Duitslands uit de rails gelopen verzorgingsstaat. Merkel op haar beurt heeft slecht gepresteerd. De uitslag voor de CDU/CSU was ver beneden verwachting. Kiezers hebben niet veel vertrouwen in haar als kanselier, zo lijkt het. Ook de partij liep gevoelige klappen op. In Beieren behaalde de CSU van oerconservatief Stoiber géén absolute meerderheid. De partij die met zuster CDU één landelijke lijst deelt, kwam er niet verder dan 49,5 procent van de stemmen.

Melching: «Dat is een regelrechte afgang. Je ziet nu dat de messen in de CDU/CSU worden geslepen. De oude garde zal het zwaar te verduren krijgen.» Het zou Melching niet verbazen als er tóch een grote coalitie komt, maar dan zonder Schröder en Merkel: «De mensen in het land willen dat er geregeerd wordt. Er moet iets gedaan worden aan die vijf miljoen werklozen. De economie was hét verkiezingsthema, maar nu gaat het weer over personen, over de premature vraag wie de kanselier levert. Mensen zijn dat zat. Binnen de CDU/CSU staat een nieuwe garde te trappelen om het roer over te nemen. En waarom zou Schröder niet fijn commissaris worden bij Volkswagen? Dan kan hij zich uitleven in de mooie snelle auto’s waar hij zo van houdt.»

Uit een peiling bleek dat 35 procent van de kiezers een grote coalitie wil. Duitsland werd één keer eerder geregeerd door SPD en CDU/CSU. In 1966 strandde een coalitie van CDU/CSU en FDP op interne strubbelingen. Er was een dip in de economie en Duitsland worstelde met de Koude-Oorlogspolitiek, die het Westen afsneed van de volksgenoten in het communistische Oosten. Grote thema’s die een oplossing behoefden. Bovendien was er een gemeenschappelijk belang. De CDU/CSU wilde in het zadel blijven en de SPD wilde héél graag regeren. De partij had al sinds 1930 geen deel van de regering meer uitgemaakt. Een jonge garde, met mensen als Helmut Schmidt en Willy Brandt, wilde haar idealen nu eindelijk eens omzetten in beleid. De coalitie hield stand tot de (reguliere) parlementsverkiezingen van 1969. De economische teruggang werd overwonnen en er werd een begin gemaakt met de beroemde Ostpolitik, die later door Willy Brandt als SPD-kanselier werd uitgebouwd. Geen onbelangrijke regeringsperiode dus.

Melching: «Het grote trauma uit die tijd is wel dat er nauwelijks oppositie was in het parlement. Het was de periode waarin de ausserparlementarische Opposition ontstond. Met straat gevechten en Rote Armee Fraktion. Stoiber van de CSU roept dat trauma nog graag in herinnering. Maar de tijden zijn veranderd. De eerste grote coalitie regeerde in de roerige late jaren zestig. Nu zit de oppositie van destijds in het parlement. Wat zou kunnen gebeuren is dat de Duitsers, die zich gepasseerd voelen, zich ver enigen onder een Fortuyn-achtig banier. In ze kere zin is de Linkspartei van Oskar Lafontaine al een voorbode van het populistische protest.»

Een grote coalitie zou succesvol kunnen zijn. De Duitse economie klimt langzaam uit het dal. Beide volkspartijen kunnen nu succes behalen door verder te gaan met hervormingen. Er is een gemeenschappelijk belang en Duitsland heeft stabiliteit nodig. Melching: «Bovendien is de verkiezingsuitslag gunstig. Ze zitten in zetelaantal dicht bij elkaar. Niemand hoeft binnen een grote coalitie de verliezer te zijn. Ze hebben allebei een beetje gewonnen en verloren. De SPD is minder afgestraft dan gevreesd, en CDU/CSU is minder groot geworden dan verwacht. Maar als je het mij vraagt lukt deze combinatie alleen als Merkel en Schröder verdwijnen.»

Van Willem Melching verscheen onder meer het boek Van het socialisme, de dingen die voorbij gaan. (Een geschiedenis van de DDR, 1945-2000), bij uitgeverij Bert Bakker