President Trump en de Republikeinse agenda

Op weg naar het einde?

Is Donald Trump de laatste stuiptrekking van het Reagan-tijdperk? Het vooruitzicht van minstens vier jaar Trump en Republikeinse parlementaire meerderheden is er niet minder beangstigend om.

De zeventien lieden die de aanstaande president Donald Trump tot dusver heeft genomineerd voor zijn kabinet hebben samen evenveel geld als de 43 miljoen armste Amerikaanse huishoudens samen, oftewel ruim een derde van de Amerikaanse bevolking. Die duizelingwekkende statistiek deed In These Times-commentator Kate Aronoff denken aan de premisse van The Purge (‘de zuivering’). In die dystopische film uit 2013 komt een shabby regime van voornamelijk steenrijke blanke mannen aan de macht door lage criminaliteit en wijdverbreide rijkdom te beloven. Het blijken loze beloftes. Wat wel gebeurt, is dat de allerrijksten – met hulp van privé-militia’s – bij wijze van sport op de allerarmsten jagen. De middenklasse helpt bij de jacht, in de hoop dat de huurlingen niet ook op hun deur zullen kloppen. De winnaars zijn de ultrarijken, de verliezers: alle anderen.

Natuurlijk heeft Trump of de Republikeinse Partij niet tot een dergelijke zuivering opgeroepen, sust Aronoff. Maar Republikeinen doen al decennialang hun best om met hun beleid allerlei soorten mensen te doden, schrijft ze, al dan niet met medewerking van Democraten. Nu, met Trump aan het roer, staat de partij volgens Aronoff op het punt om ‘op grote schaal een levensgevaarlijk spel te spelen’. De reeds in gang gezette herroeping van de Affordable Care Act (‘Obamacare’, zorgwet) is volgens haar het eerste teken. ‘Als ze daarin slagen, kunnen elk jaar 36.000 mensen sterven omdat ze geen zorgverzekering meer hebben. De voorgestelde bezuinigingen op zorgprogramma’s Medicare en Medicaid kunnen dat aantal nog verder opdrijven, met vooral armen en kleurlingen als slachtoffers. Ook de ouderen gaan hard geraakt worden als de Republikeinen erin slagen Social Security te privatiseren of erop te bezuinigen.’

Aronoff vervolgt door te wijzen op Trumps economische plannen – vol belastingvoordelen en andere cadeautjes voor de elites – die zullen leiden tot nog meer doden dan de honderdduizenden die volgens onderzoekers van Columbia University al jaarlijks vallen als (indirect) gevolg van armoede en een gebrekkige opleiding. En er is de geplande aanval op de overheidssteun voor Planned Parenthood, een organisatie die ‘reproductieve’ zorg aan vrouwen verleent en waardoor – zo bleek in Texas, waar de Grand Old Party (gop, de Republikeinse Partij) al 82 familieklinieken sloot – het sterftecijfer onder zwangere vrouwen kan verdubbelen. Meer: terugdraaiing van milieubeschermende maatregelen, toename van massale gevangenzetting door strengere straffen, versoepeling van het ontslagrecht, nieuwe oorlogen. ‘Deze lijst is duidelijk onvolledig’, schrijft ze, ‘maar het is duidelijk dat de gop u probeert te doden.’

Dat is krasse taal, die vooral vanwege het gebruik van het woord ‘doden’ hyperbolisch klinkt. Is de Grand Old Party anno 2016 werkelijk zo gevaarlijk? Het is moeilijk te zeggen, omdat de partij in 2007 voor het laatst het presidentschap en meerderheden in het Congres had, nog voor de opkomst van de Tea Party. Maar op het niveau van de staten ligt dat, mede dankzij de opkomst van diezelfde Tea Party, anders.

Medium 08 12 16 20trump 20climate.jpg

Sinds de laatste verkiezingen zijn 32 staten volledig onder Republikeinse controle – gouverneur, Huis en Senaat –, meer dan ooit het geval was sinds Ike Eisenhower in 1952 president werd. De Republikeinen hebben zo op staatsniveau de macht over 61 procent van de bevolking. De Democraten controleren dertien staten, goed voor 28 procent van de bevolking. De rest is verdeeld. ‘Niet alleen zijn Republikeinen in veel meer staten aan de macht’, concludeerde de politieke commentator Thomas Edsall in The New York Times, ‘ze gebruiken hun macht veel agressiever dan hun Democratische tegenhangers.’

Als het meest zichtbare gemeenschappelijke agendapunt van deze geheel Republikeinse staten noemde Edsall het breken van de macht van vakbonden, of wat daarvan over is. Andere geliefde Republikeinse agendapunten zijn anti-abortuswetten, belastingverlagingen en het elimineren van milieubeschermende regulering.

North Carolina, dat tussen 2012 en 2016 geheel door Republikeinen werd bestuurd, loopt op al deze terreinen voorop. Zo heeft de staat in die vier jaar het budget van toezichthouders fors gekort en lokale bestuursorganen verboden om milieumaatregelen door te voeren. Meer wapenfeiten van de Republikeinse meerderheid in die staat: afschaffen van een belastingvoordeel waarvan 900.000 belastingbetalers met middeninkomens profiteerden; het verlagen van de inkomstenbelasting voor topinkomens; Medicaid weigeren aan 500.000 arme(re) inwoners; 170.000 werklozen hun uitkering ontnemen; bezuinigen op openbaar onderwijs ten gunste van geprivatiseerd onderwijs; het terdoodveroordeelden onmogelijk maken om hun straf aan te vechten op basis van raciale discriminatie.

‘De Republikeinen zijn radicalen met principes die hun toestaan de regels te veranderen en bestaande instituties af te breken’

Wellicht het controversieelst in North Carolina zijn de in 2012 aangenomen kieswet, die overduidelijk bedoeld was om zwarten en studenten het stemmen te bemoeilijken, en de beruchte HB2-wet, beter bekend als de ‘wc-wet’, waarin bepaald wordt dat je alleen naar de openbare wc mag die bestemd is voor je geslacht bij geboorte. HB2 gaat echter veel verder dan de passages over transgenders. Zo verbiedt Section 2 van HB2 lokale en lagere overheden om regels over lonen en arbeidsomstandigheden te vervaardigen.

Jedediah Purdy, hoogleraar constitutioneel recht aan Duke University in North Carolina, noemt de Republikeinen in zijn staat dan ook geen ‘conservatieven met een kleine c. Het zijn eerder radicalen met principes die hun toestaan de regels te veranderen en bestaande instituties af te breken. Dat maakt hen radicale hervormers, net zoals de New Deal-wetgevers uit de jaren dertig radicale hervormers waren.’

Radicalen kunnen hun hand echter overspelen: in augustus 2016 verklaarde het federale gerechtshof in Richmond de kieswet van North Carolina ongrondwettelijk. En hoewel Trump de staat in november nipt won, koos de staat een Democratische gouverneur – volgens velen in reactie op de controversiële wc-wet.

Ook op federaal niveau zouden de Republikeinen hun hand kunnen overspelen, stelt commentator Jamelle Bouie in online magazine Slate. ‘Trump noch de Republikeinen in het Congres zijn zo sterk als ze lijken’, schrijft hij. ‘Democraten zijn in het defensief gedwongen, maar de omstandigheden voor tegengas en een herleving zijn aanwezig.’

Als eerste omstandigheid noemt hij Trumps impopulariteit. Met een favorability rating van slechts 43 procent (en 49 procent un-favorability) is hij historisch impopulair voor een pas gekozen president. Zelfs George W. Bush, die dankzij een dubieuze uitspraak van het Hooggerechtshof president werd, kreeg met 50-50 het voordeel van de twijfel. Obama begon zijn presidentschap met 68-21. Voeg daarbij dat Trump bijna drie miljoen minder stemmen ontving dan Hillary Clinton, en de Democraten kunnen als ze dwarsliggen gerust roepen dat het publiek aan hun kant staat.

Bovendien is de Republikeinse agenda impopulair, benadrukt Bouie. Trump beloofde in zijn campagne ‘betere deals voor het land’ en hulp voor mensen in economische achterstandsgebieden. Dat is iets anders dan lagere overheidsuitgaven en belastingverlagingen voor midden- en topinkomens, zoals de Republikeinen in het Congres bepleiten. ‘Substantiële meerderheden steunen zwaardere belasting van de topinkomens’, schrijft Bouie, ‘terwijl een kleinere meerderheid voor een actieve overheidsrol is in het terugdringen van inkomensongelijkheid. En hoewel Amerikanen niet dol zijn op de Affordable Care Act verwerpen de meesten herroeping ervan.’

Nu Trump geen plannen lijkt te hebben voor bijvoorbeeld het terugbrengen van industriële banen of het verbeteren van zorg voor oorlogsveteranen, ziet Bouie weinig tekenen dat Trump zijn verkiezingsbeloften gaat inlossen. ‘Het ligt meer voor de hand dat hij retoriek, zondebokken en stunts zal leveren, zonder noemenswaardige resultaten te boeken. En dat alles zal plaatsvinden tegen een achtergrond van corruptie en belangenverstrengeling, nu Trump weigert om zichzelf of zijn kinderen los te maken van zijn omvangrijke web van zakelijke belangen.’

‘Net als het geval was met Carter zouden de spanningen binnen zijn partij wel eens zijn talenten te boven kunnen gaan’

Het zal Trumps felste aanhangers niet ontmoedigen, verwacht Bouie, want ‘die verlaten niet zomaar de persoon die hun wrok, woede en frustraties verwoordt’. Dat ligt wellicht anders voor de kiezers die in 2008 en 2012 nog op Obama stemden, maar nu op Trump. De kiezers die ‘verandering boven continuïteit’ prefereerden, maar die de Democraten volgens Bouie met effectief verzet kunnen terugwinnen. ‘Zij zijn de zwakke plekken die Trumps politieke project en de toekomst van de Republikeinse Partij zelf bedreigen.’

Ook de politieke wetenschapper Corey Robin schrijft de politieke kwetsbaarheid van Trump niet alleen aan diens persoon toe. In het opinieblad n + 1 wijdt hij een deel van de ‘zweem van onwettigheid en afkeuring’ rondom Trump aan de ‘almaar fragielere aard van het Republikeinse regime’ zelf.

De term ‘regime’ ontleent Robin aan zijn vakgenoot Stephen Skowronek, die in zijn gezaghebbende studie The Politics that Presidents Make (1993) het presidentschap in een nieuw perspectief zette. Elke president erft een politieke situatie waarin bepaalde ideologieën en belangen domineren, aldus Skowronek, en die situatie, of dat regime, bepaalt hoe een president regeert en zijn presidentiële bevoegdheden aanwendt. Regimes bepalen ook wat haalbaar is, zowel voor presidenten als in de perceptie van het publiek. ‘Richard Nixon was geen New Deal-Democraat, maar naar de normen van zijn tijd moest hij wel als een New Dealer regeren, net zoals Bill Clinton moest buigen voor de hegemonie van reaganism’, aldus Robin. >

De Amerikaanse geschiedenis telt tot op heden zes regimes, waarvan de laatste twee het relevantst zijn voor onze tijd: het New Deal-regime van Franklin D. Roosevelt (1932-1980) en het Reagan-regime (1980-?). Zoals Robin schrijft: ‘Elke president is medestander of tegenstander van het regime. Elk regime is zwak of sterk. Deze twee factoren – de politieke kleur van de president, de vitaliteit van het regime – bepalen “de politiek die presidenten maken”.’

Binnen dat raamwerk onderscheidt Skowronek drie soorten presidenten, legt Robin uit. Allereerst is er de ‘reconstructieve’ president, onder wiens leiding een radicale transformatie van de politiek plaatsvindt. Franklin D. Roosevelt en Ronald Reagan zijn hier voorbeelden van. Dan is er de ‘articulerende’ president, de leider die een nieuw regime versterkt of verdiept. Lyndon Johnson was zo’n president, maar ook George W. Bush. Een derde type is de ‘preventieve’ president, die gekozen werd om het oude regime omver te werpen – om te ontdekken dat het regime nog te sterk was. Nixon was zo’n president, evenals Clinton en Obama. Preventieve presidenten krijgen doorgaans met enorme tegenstand te maken.

Als laatste is er de ‘ontkoppelende’ president, die het einde van een regime markeert. Het recentste voorbeeld daarvan is Jimmy Carter. ‘Ontkoppelende presidenten zijn verbonden aan een wankelend regime’, schrijft Robin. ‘Ze voelen die zwakte en doen een wanhopige poging het te redden door het te transformeren. (…) Maar het regime is te dissonant en verdeeld om de middelen aan te reiken die deze presidenten nodig hebben om het te transformeren. Zo komen ze terecht in de hachelijkst denkbare positie – gehaat door allen, geliefd door niemand – en hun regeringen zijn vaak de opmaat tot een nieuwe ronde van reconstructie.’

We naderen inmiddels het einde van het vierde decennium in het Reagan-regime. ‘Menigeen vreest dat Trump het pad van Roosevelt en Reagan zal volgen’, stelt Robin, ‘dat hij de Republikeinse meerderheden in het Congres zal combineren met zijn bewezen vaardigheid als demagoog en zo een reconstructief presidentschap zal lanceren. Daarmee zou de Amerikaanse politiek nog verder naar rechts verschuiven. Het is mogelijk. En zorgwekkend.’

‘Trump zal al snel ontdekken dat overeenstemming binnen een partij zomaar kan omslaan in conflict’

Toch ziet Robin eerder tekenen van een mogelijke ontkoppeling: ‘Net als het geval was met Carter’, schrijft hij, ‘zouden de spanningen binnen zijn partij wel eens zijn talenten te boven kunnen gaan.’

De verschillen tussen de zachtaardige Carter en de vileine Trump zijn uiteraard enorm. Het gaat Corey Robin echter om de minder opzichtige parallellen tussen de twee. Net als Carter in 1976 nam Trump tijdens zijn campagne nadrukkelijk stelling tegen zijn eigen partij, onder meer door afstand te nemen van orthodoxe partijstandpunten op het gebied van vrijhandel, immigratie en het sociale vangnet. Zo verklaarde hij herhaaldelijk dat hij weigert om op Social Security en Medicare te bezuinigen. En als geen andere Republikein in deze tijd sprak Trump zich uit tegen het ‘plutocratische verbond tussen geld en staatsmacht’.

Het lukte Trump en Carter dan ook beiden niet om in de primaries een meerderheid van de stemmen binnen hun partij te verkrijgen. Robin: ‘Trump en Carter werden genomineerd om partijen te leiden die zich bitter tegen hun opkomst hadden verzet. Zoals Trump op het laatste moment nog pogingen losmaakte om hem te stoppen, zo was er tegen het einde van de Democratische primaries van 1976 ook een Anybody But Carter-beweging.’

Carter dankte zijn verkiezingswinst voor een groot deel aan de naweeën van Nixons Watergate-schandaal, maar was vervolgens gebonden aan een verzwakt New Deal-regime. Trump dankt zijn verkiezing deels aan de economische neergang in een deel van het land dat voorheen Democratisch stemde, maar is gelieerd aan een verzwakt Reagan-regime. Dat laatste blijkt volgens Robin uit de impopulariteit van de Republikeinse agenda, zoals ook Bouie schrijft, en de vele onderzoeken waarin jongere Amerikanen aangeven socialisme boven kapitalisme te verkiezen. Trump omarmde tijdens zijn campagne de nodige ‘ketterse’ standpunten, maar verbond zich tevens aan de oude Reagan-ideeën, ‘met zijn aanbidding voor de vrije markt, belastingverlagingen en deregulering’.

Het kan niet anders of dit gaat tot grote spanningen binnen de gop leiden, weet Robin. ‘Trumps meest saillante ketterij was dat hij zich tegen vrijhandel keerde. Enkele weken na de verkiezing vulde hij zijn transitieteam met hardliners uit de staalindustrie, die lang met China geworsteld hebben over import en export, en beloofde hij een belastingtarief van 35 procent op bedrijven die banen naar het buitenland verplaatsen. Prominente Republikeinen in het Congres, waaronder de leiders in het Huis en de Senate House Speaker and Majority Leader, spraken luidkeels hun afkeer uit.’

Ook Trumps kabinetsbenoemingen kunnen een strijdpunt worden. Zo hebben vooraanstaande Republikeinen als de senatoren John McCain en Lindsay Graham al aangegeven dat ze Rex Tillerson, Trumps kandidaat voor minister van Buitenlandse Zaken, willen grillen over zijn transacties als bestuursvoorzitter van ExxonMobil met de Russische president Vladimir Poetin.

En net als Carter overkwam toen zijn plannen voor hervorming van de welvaartsstaat al vroeg in zijn presidentschap door zijn partijgenoten werden afgewezen, ‘zal Trump al snel ontdekken dat overeenstemming binnen een partij zomaar kan omslaan in conflict’. Robin doelt daarmee vooral op de schermutselingen rond de zorg. Trump en de Grand Old Party lijken het erover eens te zijn dat Obamacare moet verdwijnen, maar dat sommige onderdelen moeten blijven bestaan – in het bijzonder dat verzekeraars niemand mogen weigeren vanwege pre-existing conditions (al bestaande aandoeningen).

‘Die overeenstemming is het probleem’, schrijft Robin, omdat niemand weet hoe dat te doen. Een deel van de gop wil nu gewoon de hele wet schrappen, terwijl een ander deel van de partij de wet pas wil schrappen als een oplossing is gevonden. ‘Wie van de twee facties ook wint, vaststaat dat de electorale kosten van de nog hoger wordende premies in afwachting van de herroeping van de wet zwaar op Trump zullen wegen. Daarmee lijkt een van Trumps essentiële campagnebeloftes al vervloekt.’

Robin verwacht dat al dit interne geharrewar ertoe zal leiden dat Trump en de gop zullen terugvallen op wat Republikeinen altijd doen: belastingverlagingen en deregulering. In de articulatiefase kan het vasthouden aan de orthodoxieën van een regime zeer succesvol zijn, zoals onder meer Lyndon Johnson en George W. Bush bewezen. In de ontkoppelingsfase geldt echter het tegenovergestelde: het einde komt dan genadeloos rap dichterbij.

Toch waarschuwt Robin zijn medestanders op links om niet meteen een rooskleurige conclusie te trekken uit Skowroneks analyse. ‘Hoewel ontkoppelende presidenten als Carter – en wellicht ook Trump – politiek zwak zijn, zijn het wel presidenten, en die hebben bevoegdheden tot hun beschikking waarvan sommige vrij gewelddadig en dwingend zijn.’

Oftewel: als Trump niet kan rekenen op de medewerking van de Republikeinen in het Congres, dan is er altijd nog de mogelijkheid dan hij zijn politieke agenda doordrukt met de rauwe kracht van de uitvoerende macht. Daarmee zou hij vermoedelijk het einde van het Reagan-regime inluiden. Skowronek schreef immers: ‘Niets legt een holle consensus sneller bloot dan louter varen op presidentiële bevoegdheden.’ Maar een geruststellend vooruitzicht is het niet.