VSB Poëzieprijs 2014

Op weg naar houdbaarheid

Vanavond wordt in het stadhuis van Rotterdam de VSB Poëzieprijs 2014 uitgereikt. Van de vijf genomineerden slagen twee erin de lezer in trance te brengen.

Waar acteur, danser en musicus zich op het hier en nu richten, omdat wat ze maken vluchtig en eenmalig is, trachten beeldend kunstenaar en schrijver iets vast te leggen, iets in materie te bestendigen. De componist en de choreograaf kunnen wel opschrijven hoe ze denken dat de muziek moet klinken en de danser moet bewegen, maar het uiteindelijke product is een onherhaalbare gebeurtenis in de tijd, hoe vaak je haar ook herneemt. Weliswaar zou men hetzelfde kunnen beweren over het zien van een kunstwerk en het lezen van een tekst, want de tweede lezing verschilt altijd van de eerste, toch denken we bij beelden, schilderijen en boeken doorgaans aan stabiele objecten. Misschien richt niet iedere schilder of schrijver de blik op de eeuwigheid, toch zal de meerderheid van de schrijvers en beeldend kunstenaars de stille hoop koesteren dat hun geesteskinderen het langer uithouden dan zijzelf. Helemaal onzinnig is dat verlangen niet. We lezen nog steeds Plato en Horatius, we kijken nog steeds naar sculpturen van Polykleitos en Bernini, maar de improvisaties van Homeros en Johann Sebastian Bach zijn restloos weggestorven.

Gesteld al dat bestendigheid een na te streven kwaliteit is, hoe zou een dichter deze dan kunnen verwezenlijken? Zouden we, afgezien van het feit dat canonisering en overlevering onvoorspelbare processen zijn, kenmerken kunnen aanwijzen die de houdbaarheid van poëzie zo niet garanderen, dan toch bevorderen? De romanticus en de modernist zullen benadrukken dat een sterke persoonlijkheid en existentiële urgentie essentieel zijn. Classicisten en postmodernisten zullen eerder het belang van de vorm benadrukken, waarbij de dichter misschien gebruikmaakt van geijkte technieken, maar daarop een eigen stempel drukt. Waar echter iedereen het over eens zal zijn, is dat een gedicht een rijk betekenispotentieel moet hebben, een zekere raadselachtigheid ook, opdat de lezer iedere keer iets nieuws kan ontdekken en nooit het gevoel krijgt dat de mogelijkheden van de tekst zijn uitgeput, of dat de definitieve interpretatie is vastgesteld.

Wat betekent dit in de praktijk, anders dan dat clichés taboe zijn? Het betekent in elk geval niet dat de dichter niet op zijn eigen tijd betrokken mag zijn. Vergilius’ Aeneis en Dante’s Divina Commedia blijven indringend juist doordat de dichters worstelen met eigentijdse problemen. We hebben misschien wat encyclopedisch commentaar nodig om hun verwijzingen naar de actualiteit te kunnen duiden, maar de authenticiteit van hun zoektocht en de poëtische kracht van hun beelden blijven, dat denken we althans, na al die eeuwen voelbaar. Dat geldt veel minder voor dichters die om de haverklap refereren aan contemporaine trivialiteiten. De satiren van Persius en Vondel zijn onleesbaar omdat we geen idee meer hebben van hun referentiekader. Om die reden is een groot deel van de poëzie die in de jaren zestig van de vorige eeuw in de tijdschriften Gard Sivik en Barbarber verscheen inmiddels totaal onbegrijpelijk geworden voor wie dat tijdvak niet bewust heeft meegemaakt. Cees Buddingh’, Cornelis Bastiaan Vaandrager en Riekus Waskowsky zijn, hoe prikkelend hun gedichten bij verschijning ook waren, onherroepelijk passé.

Ik wil natuurlijk toe naar de vraag hoe houdbaar de bundels zijn die voor de VSB Poëzieprijs 2014 werden genomineerd. Het gaat om vijf boeken van auteurs die al een tijdje op de wereld rondlopen; de jongste van hen is de veertig reeds gepasseerd, de oudste is pensioengerechtigd. Twee vrouwen staan tegenover drie mannen. De slaviste Miriam Van hee (1952) is de enige Vlaming in het gezelschap, Antoine de Kom (1956), werkzaam als psychiater, heeft een Surinaamse achtergrond. Maria Barnas (1973) is tevens beeldend kunstenaar, terwijl Micha Hamel (1970) furore maakt als componist en dirigent. Alleen F. van Dixhoorn (1948), van huis uit onderwijzer, lijkt zich exclusief op de poëzie toe te leggen. De bundels verschillen aanzienlijk van elkaar, en bieden daardoor een interessante dwarsdoorsnede van wat er in de Nederlandstalige poëzie gebeurt, zij het dat de jongste generatie niet vertegenwoordigd is. Dat zou een bewuste keuze van de jury kunnen zijn: laten de jongeren zich eerst nog maar een tijdje bewijzen.

Small ook daar valt het licht  2b sticker

Verreweg de zwakste bundel van de vijf is Ook daar valt het licht van Miriam van Hee. Op een onnadrukkelijke toon, die met enige goede wil voor subtiliteit kan doorgaan, vertelt ze over reizen naar Polen, Frankrijk en Mexico, haalt ze herinneringen op aan het Gent van haar jeugd en probeert ze zintuiglijke ervaringen te registreren en te duiden. Ze draagt gedichten op aan Remco Campert en Leonard Nolens en herdenkt Rutger Kopland, dus met haar netwerk zit het wel goed, maar het gros van haar gedichten blinkt vooral uit in quasi-diepzinnige vaagheid. Van een tenenkrommende nietsigheid is bijvoorbeeld het verjaardagsgedicht voor Nolens, met regels als deze – let vooral op de mateloos gewilde regelafbrekingen:

je kunt je wel voorstellen hoe het hier is, het

licht maakt het landschap transparant, en
onszelf
, het verleden lijkt onbestemd als
de toekomst
, de winter eindigt hier laat, ver

in zee liggen heuvels

Niet alles in deze bundel is zo slecht als dit, maar het lijkt me een veilige voorspelling dat dit werk niet tegen de tand des tijds bestand is.

Small hh 20707265

Welke van de andere vier boeken de grootste kanshebber voor de prijs is, valt, gezien de onvergelijkbare verscheidenheid, niet uit te maken, maar zeker is dat ze hun nominatie verdienen. Het meest eigentijds is Bewegend doel van Micha Hamel, die heeft aangekondigd dat het zijn laatste bundel is. In het najaar werd hem voor dit boek al de Jan Campert-prijs toegekend. De poëzie van Hamel kent in technisch opzicht een enorm bereik, van min of meer traditionele versvormen tot proza, van klankdicht tot readymade, met een grote verscheidenheid in typografie. Dit is een dichter die zich niet wil vastleggen. De bundel is herkenbaar 21ste-eeuws omdat er zoekmachines, burgerservicenummers en luizenmoeders in voorkomen, de toon varieert van jolig tot somber, maar bij alle experimenteerdrift verliest Hamel de existentiële thema’s niet uit het oog. Indrukwekkend is een reeks van zes kleine gedichten waarin de protagonist volledig aan de grond zit:

Vermoedelijk weten we over enkele decennia niet meer

Dan treurt er iemand ernstig, doch praat
ook lief
. Haar handmuis voelt als kipfilet.

Met ontstoken hersenen staart hij droevig
naar de muur van gelei die de toekomst is
.

De dagen van vraging zijn geheel voorbij.

Small jaja de oerknal  2b sticker

Evenals Hamel verwijst Maria Barnas naar biografische elementen. Beide dichters schrijven geregeld over hun jeugd en over de zegeningen en beproevingen van het ouderschap. In Jaja de oerknal speelt angst een opvallende rol. Maar liefst vier pagina’s zijn gevuld met een opsomming van verschijnselen waarvoor men bang kan zijn: ‘Baden, mijten, jeuk, zuurheid, alarmsystemen, open plekken,/ hoogten, van een (geringe) hoogte springen, vaagheid,/ lucht, tocht en wind in het algemeen, braken, krankzinnigheid’, enzovoort. Barnas is sterk in het oproepen van suggestieve beelden, waarin zowel verwondering als beklemming kan doorklinken:

De bomen buigen zich naar ons toe.

Zij wisten het al. Zij hebben het altijd geweten.
Wij spreiden een laken uit over het gras

waarin het al begonnen is. Openen een fles
en doen visioenen klokken in een glas
.

De vraag waar men zich thuis kan voelen duikt vaak op in het werk van Barnas, die nooit lang achtereen op één plek woont. Ze leest Dostojevski’s De dubbelganger in Parijs en Berlijn, en merkt op dat de lectuur de functie heeft van een brug ‘die rafels in ruimte en gebreken in mij zou dichten’. Het staat niet vast dat het helpt: ‘Ik sta in het midden van een verbijsterd heelal.’

Small ritmisch zonder string 2bsticker

Ook Antoine de Kom is een reiziger. De genereuze en swingende bundel Ritmisch zonder string voert de lezer mee op een zintuiglijk overweldigende tocht naar oorden die de meeste West-Europeanen exotisch zouden noemen. Behalve het Caribisch Gebied bezoekt de dichter onder meer Marokko, Zuid-Afrika, Hawaii en New Orleans, en overal is hij zich sterk bewust van de politieke omstandigheden. Binnen enkele decennia behoeft deze poëzie enige annotatie, want vermoedelijk weten we dan niet meer wie Desi Bouterse is en wat er in het voorjaar van 2011 in Syrië gebeurde, maar de rijkdom aan beelden staat ook los van de historische werkelijkheid garant voor een fysieke leeservaring:

wie Desi Bouterse is en wat er in 2011 in Syrië gebeurde

leegland.
een korte tocht door de kille herfst voerde ons
naar park en paleistuin
waar een maserati te lang over zwarte billen sprak
onder manen van marmer hielden lakeien de wacht
.
er waren spruitjes duif een montrachet en het strijkje peetvader.

Small de zon in de pan  2b sticker

De meest gewaagde nominatie is die van het in twee losse boekjes uiteenvallende gedicht De zon in de pan van F. van Dixhoorn. Bijna dertig keer, en dat binnen in een bestek van nog geen veertig pagina’s, klinken deze intrigerende woorden:

om
de ene na
de andere
om

Enkele malen wordt er een korte mededeling aan toegevoegd, zoals ‘nog mooier’ of ‘hoor je dan’, maar verder dan dat de ene na de andere ‘om’ is, reikt het betoog niet. Deze poëzie werkt alleen als je haar hardop voorleest, Van Dixhoorn zelf is daar een meester in, zodat de woorden zich als een mantra gaan gedragen, maar vreemd genoeg steeds meer betekenis krijgen.

Dat het in deze poëzie op nuchtere wijze om vergankelijkheid gaat, ligt voor de hand. Niet alleen worden er, zou men zich kunnen voorstellen, mensen en bomen omgelegd, ook vliegen de jaren ‘om’ en worden bladzijden ‘om’ geslagen. Daarbij heeft het gedicht een muzikale structuur, in die zin dat het is ingedeeld in sequenties van wisselende lengte. De laatste twee strofen staan tussen haakjes, als was er sprake van een fade-out. Van Dixhoorn was eerder al een minimalist, maar zo radicaal als in De zon in de pan was hij nog nooit.

Indien ik een winnaar van de Poëzieprijs zou moeten aanwijzen, zou ik kiezen voor een van de extremen. De erotische exuberantie van De Kom lijkt in vrijwel niets op de consistente kaalheid van Van Dixhoorn, maar allebei slagen ze erin de lezer in trance te brengen. Wie dat kan, mag aanspraak maken op eeuwige roem.

Miriam Van Hee. Ook daar valt het licht
De Bezige Bij. 48 blz., € 16,50

[Micha Hamel. Bewegend doel](%20http://mindbus.go2cloud.org/aff_c?offer_id=5&aff_id=22&url=http%3A%2F%2Fwww.athenaeum.nl%2Fshop%2Fdetails%2FBewegend+doel/9789045705873%20%20%20)
[Atlas Contact. 64 blz., € 22,95](%20http://mindbus.go2cloud.org/aff_c?offer_id=5&aff_id=22&url=http%3A%2F%2Fwww.athenaeum.nl%2Fshop%2Fdetails%2FBewegend+doel/9789045705873%20%20%20)

F. van Dixhoorn. De zon in de pan
De Bezige Bij. 24+ 24 blz., € 9,99

Maria Barnas. Jaja de oerknal
De Arbeiderspers, 52 blz., € 18,95

Antoine de Kom. Ritmisch zonder string
Querido, 112 blz., € 19,95