Op z’n Frans

Christophe Deloire, Christophe Dubois
Sexus Politicus
Albin Michel, 391 blz., € 20,90

Dat macht erotiseert is genoegzaam bekend. Dit cliché is van toepassing op vele terreinen in het maatschappelijke en politieke leven. In Frankrijk zijn politiek en erotiek alleen officieel gescheiden domeinen. Politici kunnen met een gerust hart een scheve schaats rijden. De Franse pers kent geen Bild Zeitung of Sun die wroeten in het privé-domein onder een journalistieke vlag. Alleen als politici zelf de tijd rijp achten, komt er iets van het verborgen leven bovendrijven. Fameus is het afhoudende gedrag van wijlen president François Mitterrand. Toen begin jaren negentig in een televisie-interview Belgische (!) journalisten informeerden naar zijn privé-leven kapte hij het gesprek resoluut af. Pas toen tonton het einde voelde naderen, trok hij de doos van Pandora open. Hij biechtte onder meer zijn ziekte, zijn grijzige verleden tijdens de oorlog als ook het bestaan van zijn dochter Mazarine op, voortgesproten uit een relatie met Anne Pingeot.
Uit de Franse najaarsbestseller Sexus Politicus komt naar voren dat Mitterrand niet bepaald een uitzondering is. Christophe Deloire en Christophe Dubois bieden een encyclopedisch verslag van slippertjes en schandalen in de Vijfde Republiek. Alleen De Gaulle blijft buiten schot. De enige liaison van de man van het appèl van 18 juni 1940 was, zo luidt een bon mot, zijn relatie met Frankrijk. Groter kan het contrast met de zelfverklaarde neogaullist Jacques Chirac, die bekend staat als ‘Meneer tien minuten – met douche’, niet zijn.

Sexus Politicus maakt duidelijk hoezeer van oudsher de Franse politiek een mannenbolwerk is. Voor vrouwen was enkel een rol als compagne, courtisane of maîtresse weggelegd. Deze traditie van liaisons dangereuses loopt terug tot in het Ancien Régime. Saint-Simon schreef in zijn memoires dat hij wel eens ‘derrière la tapisserie’ verdween. Ook de smeuïge details van de 54 affaires van koning Henri IV zijn – achteraf – uitgebreid beschreven. Seksualiteit en politiek rusten hiermee op het aloude ‘principe du bon plaisir du roi’.

De vele voorbeelden die Deloire en Dubois aanhalen, laten doorschemeren dat zowel de journalistieke als politieke codes de laatste jaren evolueren. Helaas ontbreekt het aan een stevige analyse. De auteurs maken wel duidelijk dat politici het privé-domein steeds vaker politiek inzetten en journalisten meer ruimte nemen (en soms ook: krijgen) om hierover te schrijven. Zo onthulde Paris Match afgelopen juni dat Dominique Voynet en Yves Cochet, twee politici van de Groenen die elkaar bevechten om een ticket voor de presidentiële campagne 2007, een amoureus verleden hebben.

De meerwaarde van Sexus Politicus is vooral gelegen in de passages die aan de politieke sterren van dit moment zijn gewijd: Ségolène Royal en Nicolas Sarkozy. Meer dan bekende voorgangers, zoals de ministers Simone Veil en Martine Aubry of premier Edith Cresson, slaagt de socialiste Royal erin bressen te slaan in de Franse machocultuur. Nergens zijn politiek en privé momenteel zo innig verweven als bij haar en haar levenspartner François Hollande. Deze is tevens partijsecretaris van de Parti Socialiste. Toen Royal vorig jaar haar ambities als mogelijke presidentskandidate kenbaar maakte, zette een van haar tegenstanders – oud-premier Laurent Fabius – haar weg met de opmerking: ‘Wie let dan op de kinderen?’

Een jaar later ligt diezelfde Fabius hopeloos achter in de peilingen. Hij is niet de enige politicus die zich aan het fenomeen Royal heeft vertild. De auteurs maken duidelijk dat Royal op uitgekiende wijze haar vrouwzijn in de Franse politiek weet in te zetten. Ze voert een doeltreffende imagocampagne en manoeuvreert behendig tussen sex-appeal en uitgesproken feminisme. Intussen weet ze zich ver verwijderd van zowel een aseksuele (zoals bij trotskiste Alette Laguiller) als een te mannelijke uitstraling (zoals bij de minister van Defensie Michèle Alliot-Marie). De vraag is of zij, mocht ze in 2007 tot president worden verkozen, in staat zal zijn de mannelijke Franse politieke cultuur definitief te veranderen.

Nicolas Sarkozy, de gedoodverfde Elysée-kandidaat van centrum-rechts, schrok er aanvankelijk nog minder dan Royal voor terug zijn privé-leven volop in te zetten ten behoeve van zijn presidentiële ambities. Hij en zijn vrouw Cécilia beschouwden zichzelf als de nieuwe Kennedy’s. Tot Cécilia er vorig jaar vandoor ging met een ander. ‘Sarkozy is bedrogen’, lag tout Paris op de lippen. Als tegenzet begon Sarkozy een affaire met een journaliste van de politieke redactie van Le Figaro. Hij realiseerde zich tijdig dat een eventuele scheiding zijn politieke doel zou doen verdampen: een gescheiden president is in Frankrijk ondenkbaar. Intensief lobbyen achter de schermen leidde er in januari van dit jaar toe dat Nicolas en Cécilia elkaar weer vonden. Hun wederzijdse liaisons werden abrupt afgebroken.

Dat transparantie in de private aangelegenheden van politici zijn grenzen heeft, maakt Sexus Politicus ook duidelijk. Uitgeverij First kondigde een biografie aan over Cécilia waarin ook een passage voorkomt over haar nieuwe liefde. Het manuscript lag al bij de drukker. Kort voor publicatie werd de uitgever door Sarkozy ontboden. Na het onderhoud van nog geen twintig minuten werden de persen gestopt. Cécilia: Entre le coeur et la raison is nooit uitgebracht. Dat voor presidentiële ambitie wel eens iets moet wijken, is in Frankrijk heel gewoon.