Economie

Op z'n Grieks

Iedereen heeft het nu al maanden over een Griekse tragedie; het is natuurlijk een klucht. Een die nog lang niet over is bovendien. Het armzalige Europese reddingsplan van drie weken geleden heeft niemand overtuigd. Als puntje bij paaltje komt weegt in euroland het naar de mond praten van het eigen electoraat zwaarder dan een stabiele munt. Technische ondersteuning en budgettaire controle door de kille technocraten van het IMF en een financieel noodpakket van de eurogenoten die zelf mogen bepalen of en tegen welke rente ze meedoen. Merkel - zich warmlopend voor deelstaatverkiezingen - liet voor eigen bühne weten alleen tegen fikse opslag te willen helpen. En Jan-Kees de Jager - nooit te beroerd om naar populistisch pijpen te dansen - was er als de kippen bij om haar dit na te zeggen.
Als dit was bedoeld om de financiële markt de stuipen op het lijf te jagen, hadden de europartners het niet beter kunnen aanpakken. Griekenland moet voor de zomer ruim 25 miljard euro uit de markt halen. Beleggers toonden zich in februari alleen bereid Griekse schuldpapieren te kopen tegen een opslag van 425 basispunten boven de Duitse normrente. Voor een land met een staatsschuld van ruim 120 procent van de jaarlijkse productie en een begrotingstekort van meer dan twaalf procent staat dat gelijk aan economische zelfmoord. Met alle consequenties voor de euro van dien. Vandaar de Griekse roep om onvoorwaardelijke steun. En vandaar de verwachting buiten Europa dat Frankrijk en Duitsland zich al even onvoorwaardelijk achter Griekenland zouden scharen. Het tegendeel leek te gebeuren. Voorbehouden, weifelingen, onnodige provocaties, gebrek aan regie, dreigementen om Griekenland uit de euro te schoppen, zelfs de oorlog werd uit de kast gehaald: met dank aan de eigen muntgenoten leek Griekenland terug waar het in februari was. Tot Europa afgelopen week toch doorkwam met een vangnet van dertig miljard euro, tegen vijf procent te lenen.
Natuurlijk heeft Griekenland het aan zichzelf te danken: een corrupte staat, te veel ambtenaren, verwende studenten, te genereuze pensioenrechten, een inefficiënte fiscus, een omvangrijke zwarte economie, een cliëntelistische democratie. Maar dat was ook in 1992 al zo, toen Griekenland werd toegelaten tot de Europese Monetaire Unie. Het is duidelijk waarom dat toen geen probleem was. België en Italië, net zulke fiscale boefjes, waren lidstaten van de eerste uren die onmogelijk buiten de euro konden worden gehouden. En dus won politieke wenselijkheid het van economische noodzakelijkheid. Wat slechts verbaast, is dat de hoofdrolspelers van toen zo kortzichtig waren geen sancties op te nemen voor seriële overtreders.
Maar de laatdunkendheid waarmee het wordt weggezet als typisch Mediterraan is ook erg zelfgenoegzaam. Hoe noem je een staat die zijn werkloosheidscijfers opleukt door zzp'ers niet mee te tellen; die onrendabelen in luxueuze uitkeringen als de Wajong parkeert; die zijn staatsschuld camoufleert door de sociale premiepotten ervan af te trekken; die politieke vrindjes met lucratieve commissariaten en andere erebaantjes aan zich bindt; die grossiert in aantrekkelijke functies voor het kroost van de middenklasse; en die het belastinggeld van de armen gebruikt om de eigen toegangskaartjes tot Hoge Kunst te subsidiëren? Juist, corrupt.
De eigenlijke vraag is natuurlijk: waarom nu? Waarom ondermijnt het minstens achttien jaar oude probleem van het corrupte Griekenland juist nu het Europese monetaire project? Stel je het volgende scenario voor: een wereldmacht op retour kan zich alleen handhaven door royaal te lenen van de wereldmacht in opkomst. De opkomende macht moet op zijn beurt veertig miljard dollar per maand aan exportoverschotten investeren. Er is maar één markt groot genoeg om dit te absorberen, die van de wereldmacht op retour. Chimerica, zoals Niall Ferguson het lotsverbond heeft gedoopt, is een verstandshuwelijk. De Amerikanen moeten wel; de Chinezen willen eigenlijk niet. Reikhalzend hebben zij uitgekeken naar de komst van de euro; eindelijk onder het dollarjuk vandaan. En net toen de eerste tekenen van afnemende Chinese dollarlust zichtbaar werden, laait in Europa de Griekse twijfel op. Het vertrouwen in de euro voor jaren schadend. En de Chinezen weer voor decennia aan Chimerica bindend.
Toeval? Op 18 februari berichtte de Financial Times dat China in 2009 voor vijftig miljard dollar aan Amerikaanse staatsobligaties had afgestoten. Een week later meldde de Wall Street Journal dat grote New Yorkse speculanten in Griekenland een zwakke stee in het eurobolwerk hadden ontdekt en een gecoördineerde aanval beraamden. Hoe vergezocht is het om daar de hand van Washington in te zien? Als iets het Witte Huis nerveus maakt, is het de vrees dat China zijn appetijt voor Amerikaans schuldpapier verliest.
Ook al is het grotendeels door eigen toedoen: Europa wordt weer eens royaal genaaid. Op z'n Grieks dit keer.