Epiloog - George Packer, auteur van De ontluistering van Amerika

Op zoek naar de Apocalyps

George Packer schreef met De ontluistering van Amerika een ‘non-fictie-roman’ over de sociale desintegratie van het Amerikaanse leven sinds de late jaren zeventig tot nu. ‘Ik wilde een boek schrijven dat niet snel vergeten zal worden.’

Medium packer

Stipt op het afgesproken tijdstip stapt George Packer het Brooklynse café The Hungry Ghost binnen, onder zijn arm een opgevouwen New Yorker, het tijdschrift waarvan hij sinds 2003 een vaste medewerker is. Het is de ochtend na de tussentijdse Congresverkiezingen, ook wel de midterms genoemd, en Packer is nog ietwat beduusd over de e-mail die hij zojuist van een Duitse krant heeft ontvangen naar aanleiding van de verkiezingsuitslag. ‘Die kwam er in feite op neer dat me gevraagd werd uit te leggen hoe het mogelijk is dat Amerikaanse kiezers zo dom kunnen zijn’, vertelt hij.

De Duitse krantenredacteur had vermoedelijk Packers laatste boek niet gelezen, The Unwinding: An Inner History of the New America, in het Nederlands vertaald als De ontluistering van Amerika (2013), waarin Packer zijn sympathie bij gewone Amerikanen legt – de mensen aan ‘de ontvangende kant’ van de beslissingen die in machtscentra als Washington, Wall Street en Silicon Valley worden genomen. ‘Aan dat verzoek heb ik niet voldaan’, zegt Packer dan ook. ‘Amerikaanse kiezers zijn juist vrij rationeel in het beoordelen van hun eigen situatie. Er wordt hun verteld dat hun economie het goed doet met een jaarlijkse groei van drie procent. Maar de mensen voelen het niet. Logisch, want sinds de financiële crisis gaan alle inkomenswinsten naar de top. Kiezers hebben de Democraten daar niet veel aan zien doen in de afgelopen zes jaar. Dus is het begrijpelijk dat ze op het enige alternatief stemmen: de Republikeinen.’

Bij het electorale proces wil Packer overigens niet al te lang stilstaan. Hij is meer geïnteresseerd in wat hij noemt de ‘grote golfbewegingen in de geschiedenis’. In De ontluistering van Amerika, waarvoor hij de prestigieuze National Book Award for Non Fiction ontving, documenteert hij de drastische sociale, politieke en economische omwenteling die de Verenigde Staten in de afgelopen 35 jaar hebben doorgemaakt. Volgens Packer bestond er tussen Amerikanen lang een ongeschreven afspraak, namelijk dat er voor iedereen een plaats was. ‘Mensen zaten meer in een sociaal keurslijf dan nu en hadden minder vrijheid’, zegt hij, ‘maar ze hadden meer zekerheid en onder elke generatie bestond de notie dat de volgende generatie de vorige zou kunnen overstijgen, het beter kon doen.’

Die afspraak, of overeenkomst, is komen te vervallen. Wie zoals Packer rond 1960 is geboren, heeft dit stap voor stap, al dan niet bewust, ervaren. ‘Veel Amerikanen hebben het gevoel er alleen voor te staan, dat niemand ze zal helpen’, zegt hij. ‘Dat voelt oneerlijk aan in een maatschappij waarbinnen de elites floreren terwijl gewone mensen, die zichzelf ooit als lid van de middenklasse beschouwden, met moeite het hoofd boven water houden. Dat is de ontluistering die in mijn volwassen jaren heeft plaatsgevonden.’

Dat er sprake was van een ‘ontluisterende’ trend begon bij Packer te dagen toen hij voor The New Yorker de oorlog in Irak versloeg, wat resulteerde in zijn boek The Assassins’ Gate: America in Iraq (2005). ‘Ik zag die oorlog in eerste instantie als een falen van individuele leiders, maar later zag ik in dat al onze instituten hadden gefaald: het leger, de veiligheidsdiensten, de media’, zegt Packer. ‘Toen ik terugkwam in Amerika, in 2008, leek het alsof er een historische instorting van banken, autofabrikanten en de huizenmarkt plaatsvond.’

Even dacht Packer nog dat met de – opnieuw historische – verkiezing van Barack Obama een transformatieve periode zou aanbreken. ‘Misschien was 2008 net zo’n jaar als 1932, toen Roosevelt de politieke koers radicaal verzette. Maar dat gebeurde niet. Obama is een inspirerende, bewonderenswaardige man, maar hij was niet klaar om president te zijn.’

Met Obama als president zag Packer hoe het institutionele verval, de ontluistering, gewoon doorzette. ‘Ik vroeg me af: hoe schrijf ik daar een boek over? Het is een groot onderwerp, zonder twijfel een boek waard, maar ik wilde geen analytisch boek schrijven dat een oplossing aandraagt. Daar zijn er al zo veel van, sommige zijn goed, sommige niet, maar de meeste zijn vrij eenvoudig te vergeten. Dat wilde ik niet.’

Hij besloot het project als een romanschrijver te benaderen; hij heeft tenslotte zelf twee (niet bijzonder succesvolle) romans geschreven. ‘Zelf zou ik graag een boek lezen waarin je personages door de decennia heen volgt, in verschillende delen van het land. Mensen wier levens voortbewegen met de grote golven van de geschiedenis.’ Daarbij voelde hij zich aangetrokken tot ‘mensen die in apocalyptische termen denken, omdat ik die periode zelf ook zo ervoer’.

Het resultaat zou je kunnen omschrijven als een bundel korte en heel korte verhalen, bijeengehouden door een chronologisch narratief dat de persoonlijke triomfen en tegenslagen van verschillende Amerikanen volgt. Zo maakt de lezer uitgebreid kennis met onder anderen een bio-dieselondernemer, een fabrieksarbeidster met een moeder die aan de heroïne verslaafd was, een voormalig campagnemedewerker van Joe Biden en een libertaire venture-kapitalist. Beroemde Amerikanen die volgens Packer een belangrijke invloed hebben gehad op de afgelopen drie decennia, zoals Walmart-oprichter Sam Walton, Newt Gingrich, Colin Powell, Oprah Winfrey en oud-bankier Robert Rubin, worden in hun eigen woorden geportretteerd. Elke sprong in de tijd wordt voorafgegaan door een kort hoofdstuk waarin Packer middels fragmenten uit nieuwsberichten, popsongs, films en tv-series het betreffende jaartal samenvat. De ontluistering van Amerika is, zoals Packer het zelf omschrijft, ‘een moderne geschiedenis verpakt als een non-fictie-roman’. De structuur hiervan was, zoals Packer in zijn verantwoording erkent, gemodelleerd naar de romantrilogie U.S.A. van John Dos Passos uit de jaren dertig.

Koos u daar ook voor omdat Dos Passos met zijn romans de Grote Depressie beschreef?

‘Ik deed dat in eerste instantie omdat ik niet wist hoe ik een stuctuur kon creëren voor al het materiaal dat ik had verzameld. Maar ik deed dat inderdaad ook omdat ik me er in een periode als deze van bewust ben dat de geschiedenis ertoe doet – en hoeveel groter bepaalde ontwikkelingen zijn dan de verhalen van individuen.

Medium packer2

Een terugkerend thema uit de geschiedenis is bijvoorbeeld going back to the land, wat ook tijdens de Depressie een grote trend was. In Youngstown, Ohio en Detroit veranderen de verlaten percelen in groentetuinen en akkers. In Tampa, Florida, sprak ik een jurist die wortels kweekt in zijn appartement en die zelfs overweegt om zich in de heuvels van Eastern Hillsborough County te vestigen om daar van het land te leven en zich te onttrekken aan de komende sociale chaos.

Er hangt een apocalyptische sluier over dergelijk denken. Het werpt mensen terug op antwoorden en wijsheden uit het verleden. Anderen zoeken het in zelfhulp of goeroes. De gemene deler is dat men de instituten die voorheen voor zekerheid zorgden – gemeenschap, kerk, school, bedrijfsleven, overheid – negeert. En je kunt natuurlijk ook naar iemand als Jay Z kijken, die slaagde door te zeggen: “Fuck you, ik ga mijn beurt niet afwachten, ik pak zelf wat ik wil.”’

‘Zolang we Oprah hebben, voor wie de sky the limit is, is er ook een contra-Oprah, wier val bodemloos is’

Waarom hebt u in het boek ruimte gemaakt voor beroemdheden?

‘Omdat al hun macht en rijkdom verantwoordelijkheden met zich meebrengen. Mensen als Robert Rubin, die als minister van Financiën onder president Clinton medeverantwoordelijk was voor de deregulering van de financiële markten, en Colin Powell, die als minister van Buitenlandse Zaken pleitte voor de inval in Irak, zijn beiden prachtige producten van belangrijke instituten – Wall Street en het leger. Beiden hadden hoge idealen voor hun instituten, beiden zagen niet dat hun instituten op instorten stonden. Powell zag niet dat de veiligheidsdiensten en het Witte Huis zouden vernietigen waarin hij geloofde toen hij toestemde in de aanval op Irak.

Rubin realiseerde zich niet dat hij door zich aan Citigroup te verbinden weliswaar heel veel geld ging verdienen, maar dat hij al doende ook het financiële stelsel en de wereldeconomie hielp instorten. Wat ik beiden verwijt, hoewel Rubin in meerdere mate dan Powell, is dat ze de ontluistering niet onder ogen wilden zien toen die zich voordeed. Ze zagen niet welke verantwoordelijkheid aan hun voorrechten en successen verbonden was. Rubin en Powell zijn ook goede voorbeelden omdat ze beiden geen slechte mensen zijn, sterker, het zijn goede mensen die in een ander tijdperk waarschijnlijk goede dingen hadden gedaan.’

Zowel rechtse als linkse recensenten schreven dat uw boek tekortschiet omdat men zo’n groot onderwerp niet kan oppakken zonder het te analyseren.

‘Veel grote ontwikkelingen waarover historici en politieke wetenschappers al schrijven, komen ook voor in mijn boek, zoals de-industrialisatie en inkomensongelijkheid. Maar ik analyseer ze bewust niet. Ik denk dat het veel krachtiger is om ze met bijna literaire middelen invoelbaar te maken. Ik ben geen Naomi Klein; ik ga geen boek over de zonden van het neoliberalisme schrijven. Ik ben daartoe niet eens gekwalificeerd. Maar ik denk ook dat analytische boeken die een oplossing aandragen vaak niet effectief zijn. Een boek als What’s the Matter with Kansas van Thomas Frank uit 2004 analyseert bijvoorbeeld hoe inwoners van Kansas werden gemanipuleerd om tegen hun eigen belangen op de Republikeinen te stemmen. In die analyse schuilt ongetwijfeld veel waarheid, maar de boodschap van de auteur is dat hij het beter weet dan die kiezers. Dat is neerbuigend en daardoor niet effectief.’

Reflecteren uw keuzes – de beroemdheden die u portretteert, de mensen wier verhalen u vertelt – niet ook een zekere kijk op de wereld?

‘Absoluut. Met elke keuze beoog je een effect. Mijn keuzes impliceren argumenten tegen het egoïsme en de kortzichtigheid van onze elites. En ze impliceren een argument tegen een oneerlijk sociaal arrangement dat er nog niet was toen ik opgroeide. Dat kwam pas eind jaren zeventig opzetten.’

Een ander impliciet argument in uw boek is dat Amerikanen lijden aan een surplus aan persoonlijke vrijheid. Wat bedoelt u daarmee?

‘Ik bepleit niet dat de overheid vrijheden beperkt, of dat ze op enigerlei wijze wat we doen, denken, voelen of zeggen aan banden moet leggen. De culturele oorlog gaat zogenaamd tussen vrijheden die in de jaren zestig en zeventig zijn verworven en de materiële vrijheden van de Reagan-jaren, waarin de burger zich losmaakte van de overheid. In feite zijn beide soorten vrijheid dominant – beide ontwikkelingen streven naar maximale individuele vrijheid. Dat heeft mensen losgemaakt van banden die ze vroeger wel met elkaar hadden. Door onze individuele vrijheden tot het maximale te benadrukken, hebben we onze democratie uitgehold. Democratie vereist namelijk dat we onze verwantwoordelijkheden even serieus nemen als onze rechten.’

U impliceert ook dat sommige taboes en normen eroderen. Is dat een probleem?

‘In de jaren zeventig hadden bestuursvoorzitters ongetwijfeld affaires met secretaresses en maakten ze etnische, misschien zelfs racistische grappen. Maar ze ontsloegen niet een kwart van hun personeel terwijl ze zelf een grote salarisverhoging accepteerden, omdat ze daarmee een ongeschreven norm zouden schenden. Er bestond geen wettelijke limiet op het verschil tussen wat een bestuursvoorzitter en een gewone medewerker verdiende, maar dat verschil werd binnen de perken gehouden om de vrede te bewaren. Dat is nu allemaal anders. De affaire met de secretaresse zou de bestuursvoorzitter wat probleempjes geven, de racistische grap zou zelfs ontslag kunnen betekenen – maar als hij zijn personeel eruit gooit, wordt hij daarvoor goed beloond. Wall Street waardeert dat immers.’

Menige protagonist in uw boek belandt in een bodemloze, onontkoombaar schijnende val. Is dat een nieuwe norm die de Amerikaanse maatschappij accepteert?

‘Zolang we Oprah hebben, voor wie de sky the limit is, is er ook een contra-Oprah, wier val bodemloos is. Een van de families over wie ik schreef waren de Hartzells in Tampa. Hun tragische verhalen zijn deels hun eigen schuld – de tegenhanger van de meedogenloze bestuursvoorzitter is immers de gedemoraliseerde medewerker. Danny Hartzell werd ontslagen bij Target (een soort Hema – mvg), toen door Walmart, toen stopte hij met werken, toen leefde hij deels van zijn broers salaris bij Walmart, toen kreeg hij ruzie met zijn broer – en toen ging het valluik open.’

Met die erosie van normen en taboes lijkt het geloof in positief denken toe te nemen bij veel personages in uw boek. Is dat een symptoom van het afbrokkelende sociaal contract?

‘Als ik niet denk aan de instituten en hun leiders, maar aan de mensen uit dit boek die ik heb leren kennen, heb ik weer hoop’

‘Absoluut. Ik denk dat dit het sterkst opspeelt wanneer de oude kanalen voor sociale mobiliteit zijn afgesloten. Je ziet ideeën terugkeren die nog stammen uit de tijd van de Gilded Age, de tijd van de rubberbaronnen. Dean, de bio-dieselman, gelooft heilig in boeken als The Prosperity Bible, met tips die soms 150 jaar oud zijn, en Think and Grow Rich van Napoleon Hill, een auteur die tijdens de Grote Depressie veel werd gelezen.

Al dat magische denken lijkt onschuldig en misschien zelfs nuttig voor mensen zonder vast inkomen, maar ik denk dat het gevaarlijk kan zijn. Het schept een vals beeld van het leven en zoals ik schreef over Oprah, er is dat subtiel demoraliserende effect dat plaatsvindt als haar leven steeds sprookjesachtiger wordt, terwijl je zelf geen verandering in je leven ziet. Zolang het goed gaat met haar, is het bewijs geleverd dat positief denken werkt. Dus moeten we allemaal hopen dat Oprah op spectaculaire wijze succesvol blijft, zodat de rest van ons dat ook kan zijn.’

Een vergelijkbaar sentiment lijkt de rapper Jay Z op te roepen. Waarom hebt u ook hem geportretteerd?

‘Jay Z staat voor te veel vrijheid. Breek de regels, pak je geld, schijt aan iedereen. Hij verheerlijkt het gangstermodel, citeert continu Scarface en The Godfather. Hij is een meedogenloze versie van het kapitalisme: een gangster die een kapitalist wordt. Mijn vrouw en ik gingen eens naar een concert van Jay Z in Brooklyn. Behalve dat we ons oud en blank voelden, viel ons op dat zijn fans met hun handen het teken van zijn logo vormden. Dat logo staat bijvoorbeeld op Jay Z’s kledinglijn Rocawear en zijn platenmaatschappij, Rockefeller Records. Ik realiseerde me: dit is nieuw. Het publiek identificeerde zich niet alleen met de artiest maar ook met het corporate image. Jay Z creëerde deze merken en ze gaan alleen over geld: Roca is een referentie aan diamanten, Rockefeller was een oliebaron. Jay Z wordt bewonderd om zijn rijkdom.’

Toch komt het woord ‘kapitalist’ of ‘kapitalisme’ zelden voor in uw boek.

‘Als ik Jay Z een kapitalist had genoemd, dan had ik hem uit zijn karakter gehaald. Ik wilde dat de lezer zijn woorden zou horen. De bio-dieselondernemer Dean Price heeft het er steeds over dat hij hogtied is, gekneveld als een slachtvarken. Daarmee bedoelde hij dat hij niet kan concurreren met grote bedrijven als Exxon Mobil en Walmart. Dat ging over kapitalisme, alleen gebruikte hij het woord nooit. Zijn overtuiging, een diep-Amerikaanse overtuiging, is dat je in dit land nooit vooruitkomt als je zegt dat het kapitalisme het probleem is. Wat Dean wil, is een eerlijk speelveld, net als de populisten uit het einde van de negentiende eeuw – die zeiden: de grote jongens hebben te veel voordelen die de rest niet heeft. Wij willen ook een kans.’

Toch zou iemand als Dean er enorm bij gebaat zijn als bijvoorbeeld het marxisme nog een echte kracht was in het Amerikaanse politieke leven.

‘Daar ben ik het mee eens. Het grootste obstakel voor echte verandering in dit land is het ontbreken van een idee van rechtvaardigheid dat eenvoudige antwoorden heeft en waar mensen in geloven. Dat hoeft niet eens de juiste theorie te zijn; als mensen maar bereid zijn ervoor te sterven, zoals ze dat ooit voor het marxisme waren. Dergelijke ideeën hebben we nu niet in de VS. Het dichtst bij komt nog het libertarisme. Ook Occupy Wall Street had geen ideeën. Het was meer een impulsief protest. Het had geen agenda, geen leiderschap, geen ideologie om op terug te vallen. Ze hadden alleen negatieve impulsen, die overigens klopten. Ik was een groot supporter van Occupy, daarom schreef ik er ook over in mijn boek, en ik zou graag zien dat het wordt opgevolgd door iets groters, met meer structuur en organisatie.’

Ziet u ook tekenen van ‘opluistering’?

‘Alle tekenen van opluistering zijn tekenen van ontluistering. De werkloosheid is terug op het niveau van voor de financiële crisis, maar de nieuwe banen zijn of slecht betaald of ze zijn in de olie- en gaswinning, bijvoorbeeld in fracking. Dat is natuurlijk geen goede langetermijnoplossing, maar een recept voor nieuwe problemen. Sinds de publicatie van mijn boek heb ik niets goeds gezien. Natuurlijk zijn er altijd succesverhalen te vinden in dit grote land: een nieuwe app, een bestuurderloze auto of een andere uitvinding waarmee een individu goed geld verdient. Maar niets systematisch, niets wat een betere maatschappij creëert. Onze instituten blijven afbrokkelen; ongelijkheid groeit door; het gevoel van elementaire oneerlijkheid en dat dingen fundamenteel niet werken, nestelt zich dieper.’

Is de ‘ontluisterende trend’ cyclisch?

‘Ik denk het wel. We zijn vaker teruggekomen, vaak zelfs sterker. Dat was het geval na de Burgeroorlog, toen het land duidelijk niet in staat was zijn problemen langs democratische weg op te lossen. Een ander voorbeeld van een ontluistering is de Grote Depressie, waaruit de structuren en instituten voortkwamen die nu in het geding zijn. En zelfs het huidige beeld is niet geheel donker. Als ik niet denk aan het grote plaatje en aan de instituten en hun leiders, maar aan de mensen uit dit boek die ik zo goed heb leren kennen, dan heb ik weer hoop.’

Is die hoop voer voor een eventueel vervolg op dit boek?

‘Ik werk nu aan een boek over de diplomaat Richard Holbrooke. Het gaat over Amerika buiten zijn landsgrenzen: onze buitenlandpolitiek, onze macht. Dat is in zekere in ook een verhaal van ontluistering, maar het zal niet de ingewikkelde structuur van mijn vorige boek krijgen met al zijn personages. Nu richt ik me op één man. Een stuk makkelijker.’


Onze special ‘Afscheid van een tevreden natie’ vertelt de recente geschiedenis van Nederland aan de hand van portretten. In dit speciale nummer staan we stil bij de grote sociale, politieke en economische omwenteling die Nederland sinds 1982 heeft doorgemaakt. Dat doen we niet met cijfers en analyses, we doen het niet als gedistantieerde historici, we doen het door verhalen over bekende en onbekende Nederlanders te vertellen. Bij de experimentele vorm van dit nummer – een mozaïek van levensverhalen – hebben wij ons laten inspireren door het magistrale boek The Unwinding: An Inner History of the New America van The New Yorker-journalist George Packer. Daarin presenteert hij in chronologische volgorde journalistieke verhalen over uitzonderlijke en gewone Amerikanen die de grote geschiedenis weerspiegelen.


George Packer: De ontluistering van Amerika_. Vertaald uit het Engels door Nico Groen. Atlas Contact, 480 blz., € 34,99 (als e-book € 19,99)_


Beeld: (1) Detroit 2010 (Millenium Images ltd. / HH). (2) George Packer – ‘Het gevoel van elementaire oneerlijkheid en dat dingen fundamenteel niet werken, nestelt zich dieper’ (Martin Lengemann / Laif / HH).